In en om Assen




Het verhaal van Aafje Biel


Bronvermelding:
Tijdschrift van de Asser Historische Vereniging; nummer 2 / juni 1992 Een verhaal van Mevrouw A. Boivin-Boer



De indeling van de huisjes


De huizen waren niet groot. Ze bestonden uit een woonkamer waarin drie bedsteden waren gebouwd, een opkamertje en een diepe kast. Vanuit de kamer kwam men in een klein portaaltje waarin aan de rechterkant de buitendeur was en aan de linkerkant de kelderdeur. De kelder liep onder en bedstee en het opkamertje door.

Vanuit het portaaltje kwam men dan in een grote schuur (deel) terecht. In de schuur waren hokken gebouwd voor schapen of geiten en helemaal in het uiterste hoekje stond de ‘plee’. Dat was het toilet uit deze tijd. Het was een kleine vierkante houten afgesloten ruimte met een heel klein raampje, een zitplaats van planken met in het midden een houten deksel. Het geheel had een stenen vloertje.

Tilde men het deksel op, dan zag men een ruimte waarin een ton precies onder de opening was geplaatst en die door de heer des huizes iedere avond werd geleegd. Aan de buitenkant in de muur was namelijk een houten luikje gemaakt, waardoor ‘de ton’ naar buiten werd gehaald. Dan stond er vooraan in de schuur een ladder waarmee je naar de vliering kon komen.

De vliering was er laag, je kon precies in het midden recht op staan vanwege de schuine wanden. Achter de schuur waren openslaande deuren (de baander) waardoor men achter het huis kwam. Aan de voorkant van het huis waren luiken aangebracht, die ’s avonds en ook als het ’s zomers erg warm was gesloten werden. In de tijd dat deze huisjes gebouwd zijn, gebruikte de ‘gewone man’ geen gordijnen.


Aafje Bijl


Eén van de huisjes op de Oranjebond zag er haveloos uit, met gaten in het dak, een half afgewaaide schoorsteen, verveloze luiken, vuile ramen met kapotte bruine vitrage en kale, lege vensterbanken zonder een enkele bloem of plant. Het huisje stond een eindje van de weg en niemand waagde het om het paadje op te gaan en eens even te gluren, want met de bewoonster, mejuffrouw Aaje Bijl – in de wijde omtrek bekend als Aafie Biel – viel niet te spotten.

Aafie was verstelnaaister en ging elke dag naar haar ‘werkhuizen’. ’s Morgens moest daar de boterham voor haar klaar staan en ’s middags kreeg ze warm eten.Vaak werd het laat, voordat ze ’s avonds weer naar de Oranjebond terug liep. Als ze naar haar zin niet gastvrij genoeg werd ontvangen, kwam ze nooit weer terug.

Haar geld bewaarde ze – naar men zei – in een zak onder haar rok. Mevrouw A. Boivin-Boer woonde in de oorlog met haar ouders in het huis precies tegenover Aafie.Ze herinnert zich: “Je zag haar bijna nooit. Als ze thuis was, zag je het aan de rook die door de dakpannen naar buiten kwam. Ze stookte altijd hout in de kachel, dat ze uit het bosje bij haar huis haalde.

Haar schuur was tjokvol takkenbossen. Er was alleen een klein paadje waar je door moest lopen naar de deur van haar kamer. Ik heb het één keer gezien toen ze in de winter bij ons een emmertje water kwam vragen.Je kon haar moeilijk verstaan. Volgens mij was ze op zijn minst stokdoof en ze praatte in zichzelf als ze over straat liep. Als de jongens bij haar door de raampjes probeerden te kijken, ging ze ze met een broodmes achterna. Soms wel tot aan de Zwartwatersweg toe.


Brand in het huisje

Tot ver in de jaren zestig leefde Aafie Biel door of de tijd had stil gestaan, tot er in het voorjaar van 1968 brand uitbrak. Eén van haar petroleumstellen had te dicht bij het raam gestaan en de flarden vitrage vatten vlam. Mevrouw de Boer beschreef wat er daarna gebeurde: “De buurt besloot samen met de gemeente Aafie te helpen bij de herbouw van het huis. Er werd een bedstee uitgebroken, de wanden werden met hardboard betimmerd.

In de schuur kwam een aanrecht, er kwam een toilet, waterleiding werd aangelegd en er kwam gas en elektrisch licht. Er werd behangen, gewit en geverfd. Voor de ramen waren nieuwe vitrages opgehangen en gezellig stonden de bloeiende bloemen ertussen. De buren gaven met elkaar meubels. In één woord, de kamer was onherkenbaar geworden. Vol verwachting werd Aafie opgehaald. Maar had men gemeend dat ze blij zou zijn met dit alles, niets was minder waar.

Ze werd boos dat haar oude bed er niet meer was, dat ze een buurman die krom ergens naar stond te kijken bijna op het hoofd sloeg. Men liet haar dan ook maar gauw alleen. Al gauw zag alles er dan ook weer vuil en vies uit”. Lang heeft Aafie er toen niet meer gewoond. Ze kreeg een beroerte en werd naar het ziekenhuis gebracht. Daar is zijn in mei 1969 gestorven. Ze werd 82 jaar. ‘Aafkes bosje’ houdt de herinnering aan de beroemdste bewoonster van dit kleine, bijzondere stukje Assen levendig


De krant van 21 maart 1969 De Drentsche en Asser Courant van 21 maart 1969 schreef de volgende kolom over Aafje Bijl:

"...Een bekende Assenaar is overleden, die weliswaar nooit genoemd werd onder de autoriteiten of bekende figuren bij deze of gene, maar die tóch door vrijwel iedereen in Assen werd gekend: Aafje Bijl Met haar is weer een van de stadstypen heengegaan voor wie iedereen een groet over had en met wie iedereen clementie had.

Aafje Bijl is 84 jaar geworden. Zij verscheen de laatste tijd nauwelijks meer op straat. De laatste keer dat zij in het nieuws is geweest was toen er een belangrijk bedrag aan geld bij haar zou zijn ontvreemd in haar huisje aan de Oranjebond. Buren en de politie namen haar in bescherming en brachten haar huis weer wat op orde, maar met de verstandelijke vermogens ging ook haar fysieke toestand achteruit. Zij werd de laatste tijd verpleegd in de afdeling Anholt van het Wilhelmina-Ziekenhuis en is daar ook overleden...".





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl