In en om Assen




Lombok en het Aardscheveld; "doar mag'k ja zo groag over proaten"
Deel -1-


Bronvermelding:
'Lombok en Aardscheveld'; door Drs. Meent W. van der Sluis; 1982.



Bijschrift bij foto in 'Mijn Boek' van Leendert van Aalst: 'Huis op Lombok'. .


Voorwoord


Als kind heb ik eens een echte bewoonde plaggenhut bezocht en met de oude bewoners gepraat; dat maakt een onvergetelijke indruk.
Aaltie “Zundag” liet voor een paar cent haar hut zien aan vele kinderen uit heel Nederland. De koorleider Leendert van Aalst bezocht met veel kinderkoren uit geheel Nederland de hut van Aoltie op Lombok. Waar in Nederland kunnen we nog echte, oorspronkelijke hutten en keten aantreffen? De uit Tange-Alteveer in 1912 overgebrachte hut naar het Openluchtmuseum te Arnhem is zo vaak vernieuwd, dat deze niet meer authentiek te noemen is. Alle andere musea-hutten in Nederland zijn nagebouwd, soms volgens originele voorbeelden.


Deze studie kostte tijd en moeite

Echte plaggenhutten (Fries: Spitketen) zijn, voor zover ik weet alleen nog te vinden aan de Polderdijk in Tike in Friesland. De twee daar aanwezige exemplaren zijn in de loop der tijden van stenen muren voorzien; de ene wordt nog door de oorspronkelijke bewoner bewoond, de andere heeft nog de originele bedsteden. De “versteende hut” waarin Feitze en Hendrik Bijmholt gewoond hebben staat nog aan de Leemdijk op de scheiding tussen Smilde en Appelscha. Foto’s, ansichtkaarten, tekeningen en schilderijen van hutten en keten zijn er gelukkig nog voldoende bewaard gebleven; ook van het Aardscheveld en Lombok.

Zij geven samen met de herinneringen van de laatste nog levende bewoners een beeld van samenlevingsvormen en levensomstandigheden, die soms aan de derde wereld doen denken. Van de velen, die mij foto’s hebben geleverd, ben ik met name de heer G. van Aalst (zoon van de Koordirigent) en mevrouw B. Philips-de Vries (nicht van schrijver Anne de Vries) dankbaar. Het heeft dus toch nog even geduurd voordat deze ‘kleine studie’, die het Aardscheveld op zichzelf waard zou zijn volgens Prof. Dr. H.J. Prakke , die in 1926 Aoltie nog opzocht in haar hut, van de grond zou komen.


Mijn excuses voor schrijffouten en andere erger zaken

Ondanks dat ik de nodige ervaringen opgedaan heb met het onderzoek van hutten- en ketenkolonies te Boelenslaan (1972 – 1976) en te Emmer-Erfscheidenveen / Emmerschans (1978 – 1980) blijft dit werk razend moeilijk. Ik zou zeggen dat ik juist dankzij de ervaringen weet, dat fouten niet te vermijden zijn. Ook in het onderhavige onderzoek zijn, ondanks alle voorzorg, vast en zeker weer fouten ingeslopen. Mijn excuus dus voor schrijffouten van namen en andere erger zaken. Beweringen zijn altijd door minstens twee informanten gedaan; is er slechts één informant betreffende een bepaalde gebeurtenis, dan is dit aangegeven.

Maar wat met beweringen die door b.v. drie mensen als absolute waarheid verkondigd worden en door slechts één informant vierkant tegengesproken wordt? Daar ik de situatie in Assen ken sinds 1950 en goed ken sinds 1956 kon ik in sommige gevallen ook uit eigen herinnering tot een oplossing komen. Belangrijk vooronderzoek is gedaan door enkele PA-studenten, die in 1967 /1977 mede onder mijn leiding al vrijveel hebben achterhaald. Last but not Least heb ik veel te danken aan de accurate hulp van de heer H.C.J. Specht, vooral met betrekking tot de toegankelijkheid van het archief van de Gemeente Assen.

Inmiddels heeft mijn dochter Ielka de leukste verhaaltjes en anekdotes op begrijpelijke wijze naverteld voor de huidige bewoners van het Lombokgebied. In het “Lombokkien”, het krantje van “Hendrik van Boeijen-Oord” verschijnen zodoende vrij regelmatig stukjes met foto’s over Karst Philips, Aoltie Zundag en andere Lombokkers. De plekken waar ze gewoond hebben worden altijd aangegeven zodat men er heen kan wandelen


Hieltje Hazeveld – Ringenaldus



Haar geheugen was een onuitputtelijke bron van kleine en grote historische feiten en anekdotes; de bewoners en precieze plaatsbepaling van de meeste keten kwamen na vele gesprekken in kaart. Vaak werden aanwijzingen van anderen bevestigd, aangevuld of gecorrigeerd. Op tweejarige leeftijd kwam zij door de scheiding van haar ouders bij haar grootmoeder te wonen; eerst achter aan de Anreeperweg en anaf ca. 1898 aan de Oosterparallelweg. Zij ging naar de Aardscheveldschool.

Na met haar grootmoeder aan de Kloekhorststraat (1907 – 1909) en aan de Stegeweg (naast Peter Philips en Luchie en in de buurt van de Lange Jammer) gewoond te hebben ging ze in 1913, toen ze trouwde, aan de Melkweg later Tuinstraat genoemd wonen, schuin tegenover Leendert van Aalst. Haar moeder woonde sinds de scheiding in drie keten op Lombok en daarna nog in een ‘bak’ van spoorbielzen aan de Anreeperweg.

De eerlijkheid ten aanzien van haar eigen kinderjaren, waarvan ik lang niet alles kan opschrijven, maakt haar tot een betrouwbare informate. Een gezegde van haar was altijd: “Woar ‘k niks van weet, kan ‘k je niks over vertellen en wa’k vertel is de suvere woarheid"


Jans Koster



Hij werd geboren aan de Zwartwatersweg in Assen en kwam op zevenjarige leeftijd in 1892 als zoon van Pieter Koster en Aaltje Schoenmaker (naaister) in een keet aan de Anreeperweg te wonen. Omdat hij al vijftien jaar was toen de leerplichtwet (1900) er kwam, is hij als kind nooit naar school geweest. Analfabetisme onder de kinderen uit de keten van het Aardscheveld en Lombok, zeker als ze iets achteraf lagen, kwam dus voor.

Ik ben dat ook tegengekomen in akten van de Burgerlijke Stand en koopakten, waar men dan verklaarde het schrijven en lezen niet te hebben geleerd en vervolgens een kruisje zette. Rekenen (met geld) en kalender- en klokkijken leerde men wel, daar het harde leven daartoe noopte. Jans Koster heeft na 1900 in ‘bijspijkerklassen’ voor de oudere jeugd alsnog het schrijven en lezen geleerd van meester Weertman op de Aardscheveldschool. In 1908 trouwde hij met Maria Henderika Philips, dochter van Jan Philips die ook in een keet aan de Anreeperweg woonde.


“Opa” Wander Eleveld (links op de foto: Meent van der Sluis)



Is een uitgesproken verteller en zanger over alles en nog wat, wat met Lombok te maken heeft. Hij ging enige malen mee het “veld” in om de locaties va keten ter plekke aan te wijzen en uitleg te geven.


Assen telde vele veenarbeidersketen

Op het Aardscheveld en Lombok werd het woord ‘plaggenhut’ niet gebruikt; men sprak uitsluitend van ‘keten’ en ‘bakken’. We kunnen aannemen dat de vier stenen huizen in de bovenstaande lijst eerder ook keten geweest zijn; het totaal komt dan ook op 45 keten. Daarbij zijn dus niet gerekend de keten die er vóór 1900 langs de Melkweg (nu Tuinstraat) en Anreeperweg (nu Narcisstraat en Anreeperstraat) gestaan hebben; we weten alleen dat er vele gestaan hebben, niet de plaats noch de bewoners.

Bovendien hebben op dezelfde plaats in de loop der tijden soms twee of meer keten gestaan (b.v. Dove Jan Prins; Willem Hond, Aoltie Zundag en Kas Philips). Met een schatting van totaal 60 keten op het Aardscheveld en Lombok gedurende de periode 1840-1933 zitten we beslist niet aan de lage kant lijkt mij. We hebben dan geenszins alle keten in de gemeente Assen. Van Gelderen woonde in een keet in de Steendijkbuurt (1900). We tellen in 1852 al 7 keten te Nieuw Loon (Loonerveld). Jan Fabricius bezoekt in 1886 de keet van “aole Harm” aan de weg naar Peelo. In Kloosterveen, Zeijerveen en Baggelhuizen hebben in de vorige eeuw heel wat veenarbeidersketen gestaan.



Het kerkepaadje van Anreep

Deze bovenstaande van oorsprong ingekleurde ansicht laat de plek zien waar het zogenaamde Kerkepaadje van Anreep zich via een karakteristiek bruggetje over het Anreeperdiep slingert en dwars door de Anreeper groenlanden en lange maden richting Assen gaat (het huidige bruggetje ligt enkele meters verder naar Anreep). We blikken in westelijke richting en zien op de achtergrond de beboste woest grond van het Aardscheveld.

Dit bruggetje lijkt ons een geschikte plek om een 7 á 8 kilometer lange wandeling langs de keten van het Aardscheveld en Lombok (het bovenomschreven zuidelijke deel van het Aardscheveld + de Rheer-Boermaden + het noordelijke Anreeperveld) te maken.
We doen die wandeling in het jaar 1900, maar wijken af en toe wel eens van dat jaar af. We hebben daar heden alle vrijheid toe, evenals wij ook de vrijheid hebben om daarbij de wandelkaart uit 1925 te gebruiken.



Door het kerkepaadje richting Assen te volgen komen wij op de Anreeperweg

Vervolgen wij het Kerkepaadje richting Assen, dan kruisen wij de Anreeperweg. Het boerderijtje rechts op de foto laten we aan rechterkant liggen, kruisen dan de Anreeperweg om vervolgens het Kerkepaadje achter het boerderijtje links op de de foto te kunnen vervolgen. Het boerderijtje rechts op de foto staat er nog en wordt reeds jaren bewoond door de familie A. Polling; daarvoor door Eite Klaucke en daarvoor door boer Hoving; het komt reeds voor op de kadastrale kaart 1864 – 1869.

Het huisje links op de foto was er toen nog niet en is in 1969 toen de familie B. Franke er woonde afgebroken. In 1897 kwam Heiltje Ringenaldus met haar broertje en moeder hier bij haar grootmoeder in te wonen, tengevolge van de eerder vermelde scheiding. Heiltje bleef bij grootmoeder wonen terwijl moeder er uit moest op straffe van het intrekken van de ondersteuning. De moeder van Heiltje (Els Jans) ging toen met het broertje van Heiltje op Lombok wonen en grootmoeder Bartha Jans-Linker ging in 1898 met haar kleindochter naar de Oosterparallelweg. Bertha Jans-Linker (1835-1922) had voordat zij weduwe werd in 1891 reeds in dit huisje gewoond met haar man Harm Jans (1823-1891). In de wandeling werden zij Bertha “Cent” en Harm “Cent” genoemd. De reden voor deze bijnaam was onbekend. De verklaring ligt echter voor de hand; Harm Jans was een zoon van Zent Jans.


Het noordelijke deel behoorde bij landgoed Vredeveld

In onze wandeling zijn wij inmiddels op het noordelijke deel van het Aardscheveld terecht gekomen dat deel uitmaakte van het landgoed Vredeveld. De familie Hofstede die toen al niet meer op Vredeveld woonde, verkocht van 1832 tot 1847 een groot deel van dit noordelijke Aardscheveld. In de verkoopakte uit 1847 is in dit verband de volgende zinsnede interessant: “….bij langs dit perceel en daarbij behoordende loopt het publiek voetpad naar Anriep welks onderhoud echter ten laste is van de Boer Anriep”.
Dit wijst op een zeer oud recht van de Anreeper boeren dat misschien wel dateert van voor de stichting van het landgoed Vredeveld.

Bij het zien van deze foto blijkt dat we ons bedacht hebben en in plaats van het smalle goed onderhouden Kerkepaadje, de brede Anreeperweg zijn ingeslagen. Dit doen we om toch iets sneller in die delen van het Aardscheveld te komen, die de “Gids voor Assen en omstreken” uit 1892 totaal doodzwijgt. Geen enkele wandelroute gaat hier langs; het Aardscheveld wordt zelfs niet genoemd
De wandelkaart van het VVV uit 1909 geeft vele routes over het Kerkepaadje en een enkele over de Anreeperweg aan; blijkbaar waren toen de keten in dit noordelijke Vredeveld gedeelte van het Aardscheveld of opgeruimd of van stenen muren voorzien. Ook in 1909 gaat nog geen enkele route over Lombok.



De Anreeperweg was een zandweg

De foto is genomen richting Anreep. De Anreeperweg, die in 1832 nog slingerend door de heidevelden liep, blijkt in 1852 de huidige rechte vorm gekregen te hebben. Op de foto zien we de Anreeperweg omstreeks 1900, toen deze nog een zandweg was met heidevelden aan weerskanten. Vond er een begrafenis plaats vanuit Anreep naar de Zuiderbegraafplaats aan de Beilerstraat, dan liep er in de herfst en winter een man met takkenbossen voor de boerenwagen, waarop de kist en de familieleden, om de modderkuilen op te vullen.

Rechts zien we het boerderijtje dat volgens Jans Koster o.a. bewoond is geweest door Reinders, Bertus Bos, Albert Talens (1910) en Lens Duursma. Het is al te vinden op de kaart van 1864-1869 en bevond zich tegenover de huidige Helmkruidstraat. Aan de Asser kant van dit huisje ging een voetpad via een bruggetje over de Nijlandsloop richting Lombok. De Anreeperweg werd in 1913 bestraat.


De jeneverbessen

Alleen Jans Koster kan zich de jeneverbessen op het Aardscheveld goed herinneren. De jeneverbes heeft naaldvormige bladeren en wordt daardoor door schapen met rust gelaten. De schaapskudde van Anreep kwam trouwens niet deze kant uit. In hoeverre de bessen voor de bereiding van alcoholische drank gebruikt werden door de bewoners van het Aardscheveld en Lombok was niet te achterhalen, maar we kunnen rustig aannemen dat het wel het geval is geweest


Turfsteken met stikkers en opleggers

Zowel Jans Koster als Pieter Philips (geb. 1900) maakten melding van het turfsteken met stikkers en opleggers, door de Anreeper boeren, maar ook clandestien door Lombokkers, in het veen in het voorjaar. Al in 1841 pleit een anonieme schrijver in de Drentsche Courant ervoor dat men bij de scheiding van de woeste markegronden rekening zou dienen te houden met de belangen der armen, die een bron door b.v. winterbrand kwijt zouden raken.

Bij de verdeling van de woeste markegronden zouden diakonale en burgerlijke armenzorg een hoekje moeten krijgen om de minvermogenden deze grond te kunnen laten bewerken. In de meeste gevallen had men in die tijd echter weinig goede woorden over voor: “die onvermogenden die zich ter bede of ter sluips met eene zodenwoning op het beste van de marke grond vestigen”. Armoe en rijkdom was door God de Almachtige de sterveling opgelegd en de arme die niet in staat was “zich der armoede te ontwoekeren” moest geen belemmering vormen voor een grote ontginningsaanpak die uiteindelijk ook hem ten goede zou komen (Prakke, 1951)



Een zomertafereeltje: Jan Diek en Marie (Schothorst) met twee kinderen achter hun keet aan de Anreeperweg (nummer 1). Enige kleren hangen te drogen op het lijntje van de omheining van hun moestuintje. Een hekje van planten geeft toegang tot een stukje weide voor een schaap of geit welke ’s winters in een schuurruimte achterin de keet stonden. (nummer 1) Even verderop een korenschoof en een aardappelveld van een boer.


Zij brachten russen met de kruiwagen tot in Groningen

Mensen als Jan Diek zijn hun hele leven los-arbeider geweest en daardoor erg afhankelijk van seizoengebonden werk. Russen werden, in de tijd tussen het hooien en het zichten van het graan bij de boer, gesneden aan de slootkant en bij vennetjes. Jan Diek en zijn buurman Jan Philips brachten de russen (kruidachtige plant die niet of in geringe mate 'verhout') per kruiwagen tot in Groningen en verkochten ze daar aan de mattenwevers. Jan Philips (nummer 3) woonde in een keet, die op het laatst een stenen voorgevel had en in 1918 afgebroken werd; deze stond op de plek waar nu de speeltuin is aan de Zonnedauwlaan.

Jan Philips werkte in de periode tot 1870 aan de spoorweg Meppel-Groningen. Hij verzamelde, selecteerde en verkocht dennenappels voor de bosaanplant en rozenbottels werden tot in Gasselte verkocht. Zoals gezegd bracht hij russen per kruiwagen tot in Groningen. Jan Philips trouwde met Maria Hendrika de Ruiter (geb. 1850 te Haarlem) op 10 juni 1868. Zoals vermeld, leeft nog een schoonzoon van hem: Jans Koster (geb. 1884); verder heb ik met een schoondochter van hem gesproken; Jantje Philips – Hekker (geb. 1892), die nog steeds aan de Anreeperstraat woont. Albert en Jan Philips wonen vlak bij elkaar aan de Anreeperweg. Maar reeds eerder in de periode 1840-1850 neemt het aantal woningen met a-, b- en c-huisnummers toe op het Aardscheveld en de bewoners dragen de namen (Kok, Beenink, Jans) die nog vle jaren verbonden zullen blijven aan de keten van het Aardscheveld en Lombok.


Aardappelziekte, malaria en cholera

Welke oorzaken zijn er aan te wijzen voor het ontstaan van de ketenkolonies juist in deze periode 1840 tot 1850? De aardappel was volksvoedsel geworden en dat had alles te maken met de sterke bevolkingsgroei van 1815 tot 1850. De periode van 1813 – 1850 werd tevens gekenmerkt door een langdurige economische depressie. De bevolking was gegroeid dankzij de aardappel maar het aardappelaanbod liet het vooral van 1844 tot 1848 afweten door lange strenge winters en de aardappelziekte (phytophthora infestans) waardoor gehele oogsten mislukten. Ziekten als malaria (1846 en 1847) en cholera (1848 / 1849) eisten overal in den lande slachtoffers
De drank was een vlucht voor de nietshebbers. Leendert van Aalst schrijft bij de overlijdens advertentie van Jan Philips op 8 juli 1928: “vaten vol jenever opgedronken….”.



De Anreeperweg met het gezicht op de keten aan de Melkweg (Tuinstraat)

We weten dat ze er stonden maar wie er woonden is niet meer te achterhalen. Links: waarschijnlijk de houten schuur van Kornelis Hekker voor de houtopslag en de paardenstelling. Hoogstwaarschijnlijk vormt het Vredeveldse gedeelte van het Aardscheveld (langs Anreeperweg en Melkweg) het oudste gedeelte van de ketenkolonie, die zich later zuidwaarts naar Lombok (het zuidelijke gedeelte van het Aardscheveld en de Rheer-Boermade en het noordelijke Anreeperveld bezuiden het Anreeperdiep).


Het "Herenbolwerk" kocht de meeste grond aan

De erven van Petrus Hofstede verkochten door middel van publieke veilingen in 1847 een groot gedeelte van het Vredeveldse Aardscheveld dat gelegen was tussen de Anreeperweg, de Melkweg en de Vredeveldseweg. Wij treffen als kopers aan de regentenfamilies van het Drentse “Herenbolwerk” zoals: Oosting, Kymmel en Hiddingh. Op hun grondgebied kwamen de eerste keten, volgens het oude volksrecht: in één nacht gebouwd en tegen zonsopkomst “Vuyr ende roock holdende” ten bewijze dat de bewoners rechtmatige eigenaren waren geworden (dit oude recht staat al in 1639 in Drenthe opgetekend). Kwam er tegen de ochtend geen rook uit de schoorsteen dan kwam het voor dat de boeren de keet weer afbraken in de 19e eeuw.;


Enkel de aller krachtigsten konden zich opwerken

Maar behalve de herenkopers waren er in 1847 de kleine arbeiderskopers die ten behoeve van de koop soms een borg nodig hadden zoals de families Top, Polling, Schoenmaker, Weitering en Vennink. Hun (klein) kinderen vinden we later terug onder de keetbewoners. Want in de 19e eeuw waren alleen de aller-krachtigsten onder deze arbeiders in staat zich op te werken tot een kleine arbeider-boer.



De keet (nummer 7) met stenen voorgevel en gescheiden schuurruimte is de woning van Peter de Boer aan de Anreeper - westzijde (nu Narcisstraat) Zijn vader, de arbeider Cornelis Boer (geb. 1794) kocht reeds in 1839 een huisplaats, huis, tuin en heide voor fl. 100,- van Mr. Petrus Hofstede waarop een voor altijd durende erfpacht rustte Andere kopers van de grond aan de Anreeperweg (nu Narcisstraat) zijn de arbeiders Egbert Schipper, Hendrik Mulden en Hendrik Top.

In 1832 stonden de enige huizen op het gehele Aardscheveld aan de Anreeperweg (nu Oosterparallelweg tussen de Vredeveldseweg en de Hortensiastraat). Hendrik Top woonde aan het begin van de Vredeveldseweg (zuidzijde) en was afkomstig uit Nunspeet; we komen meer arbeiders tegen op het Aardscheveld in 1832, die afkomstig zijn van de Veluwe (Nunspeet en Ermelo). In 1839 breidt de bebouwing zich dus in zuidelijke richting uit langs de tegenwoordige Narcisstraat.


Het 'huussie van hol-an'

Tegenover de keet van Peter Boer stond sinds 1844 een langwerpig woonhuis met 7 kamerwoningen met grote boogramen en bomen ervoor. In de volksmond werd het met zekere spot “de Kleine Harmonie’ genoemd als tegenhanger van de ‘Vereeniging Harmonie’ die uitvoeringen in Bellevue gaf. Het was een ‘huussie van hol-an”, waar men bij zomerdag onder de bomen zat met een borreltje e muziek van de harmonicaspeler Salomon van Veen, die van Joodse afkomst was en er met zijn eerste vrouw Pietje woonde; zijn tweede vrouw was Amalia Dekker, dochter van ‘Schone Marion’.


Annechien verkocht molsla aan de villabewoners van de Beilerweg

De keet van “Dove” Jan Prins(en) van Houten (nummer 11) kunnen we bereiken door weer terug te wandelen over de Anreeperweg tot de Melkweg, deze laatste in te slaan, over de Nijlandsloop en vervolgens het eerste pad aan de linker hand te nemen. De andere mogelijkheid is over de Anreeperweg terug te wandelen en vlak voor het huisje van Reinders het voetpad te nemen dat via een bruggetje over de Nijlandsloop naar de keet van Jan ‘Prins’ gaat. “Prinsen” wordt al in 1884 als huurder genoemd van dit ‘huis’ in een verkoopakte.

Sedert 1890 schijnt Harm van Batavia hier ook gewoond te hebben, maar in en na 1900 woont deze aan de Bokkestreek bij Willem Nijboer. Harm van Batavia (geb. 1843 te Nunspeet) was getrouwd met Hendrikje ‘Tesmies’ Tikse (geb. 1851 te Doornspijk op de Veluwe) en woonde later in een hol te Zeijen. In 1910 blijkt Jan ‘Prinsen’ in een houten bak te wonen, die door de jeugd spottend ‘Prinsenburg’ genoemd wordt. Zijn vrouw Annechien Pol verkocht in het voorjaar molsla (ontong), dat zijn gelige bladeren van paardenbloemen die onder de molshopen vandaan komen, aan de villabewoners van de Beilerweg


Uitgave van J.B. Wolters, Groningen-Den Haag. Gesigneerd: J Hoynck v Papendrecht 1910


Naamgeving 'Lombok'

Volgens R. Rentenaar (deskundige op het gebied van naamgeving) wordt het Asser Lombok voor het eerst schriftelijk vermeld in 1904.
De Lombokkenoorlogen uit 1894 maakten nogal indruk in Nederland (Uitgever J.B. Wolters heeft er zelfs een schoolplaat over gemaakt). Waardoor diverse woonoorden van paupers met een vrijgevochten levensstijl een dergelijke naamgeving kregen opgelegd door de burgerbevolking in de naburige grotere plaats


De uitstoting van armlastigen richting Aardscheveld

Vanaf ‘Dove” Jan en Hein ‘Prins’ van Houten, de zoon van Jan ‘Prins’ ….- waarover Leendert van Aalst in 1961/1962 schrijft: “…in dien tijd de grootste stroper…Wonende in mijn jongensjaren in een plaggenhut … op het Aardscheveld. Een plezierig mens en verteller … 10 januari in Hengelo overleden…” en mevrouw H. Hazeveld Ringenaldus vertelde dat hij ná 1900 niet meer in de keet van zijn vader woonde, maar op de splitsing van Anreeperweg en Roodeweg in een stenen huis.

Hij zou daarna voor enige tijd naar Amerika vertrokken zijn geweest – …. moeten we richting spoor lopen, vervolgens in zuidelijke richting naar links afslaan om dan aan het begin van de Akkerweg of ‘Bokkestreek’ terecht te komen. Op de Bokkestreek komen we op het eigenlijke ‘Lombok’. Op de Bokkestreek (nummer 14) woonden Leendert Vennink en zijn vrouw Biene. Leendert was een zoon van Albert Vennink en Geertie, boerenarbeiders op Schieven. Zij vormen een concreet voorbeeld van uitstoting, door de boerenbevolking van Anreep en Schieven, van armlastigen richting Aardscheveld





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl