In en om Assen





De Alteveerstraat


Bronvermelding:
Tijdschrift van de Asser Historische Vereniging; nummer 2 / juni 2009. Een artikel van Piet Keun


De Alteveerstraat begon vroeger bij de Markt. Het oorspronkelijke begin van deze straat kennen we nu als Weiersloop.


Mijn ouderlijk huis zou nu midden op de Weiersstraat hebben gestaan.

Tussen de Weiersloop en de plek waar nu de Alteveerstraat begint lag het buurtje waar Assenaar Piet Keun in 1935 is geboren en zijn jeugd heeft doorgebracht. Als je het nooit hebt gezien zou je niet geloven dat er werkelijk zo'n buurtje heeft bestaan met dicht op elkaar gebouwde huizen, fabriekjes, schuren, steegjes en straatjes. Elk vrij hoekje benut om bloemen of groenten te verbouwen. Mijn ouderlijk huis zou nu midden op de Weiersstraat hebben gestaan. Het kijkt tot de sloop in de jaren '60 uit op de achterkant van het Concerthuis. Mijn buurt is er niet meer. Alleen de herinneringen blijven. Een luchtfoto uit 1938 brengt ze allemaal tot leven. De molenstomp van Onne Nienhuis bijvoorbeeld. Langs ons huis loopt het Molenpad naar die molen, waar de elektromotor de wieken al lang hebben vervangen.

Nu staat daar de Hema aan het royale Koopmansplein. Dat plein vervangt de wirwar van straatjes als de Hoekstraat en de Schoolstraat en de gangetjes tussen de huizen en loodsen die een altijd verrassend speelterrein vormen. In 'mijn' stuk van de Alteveerstraat heerst een merkwaardige mengelmoes van geluiden. Het gekras van de molenstenen, het geklop en geschaaf in de klompenfabriek en de timmerbedrijfjes, de muziek uit het Concerthuis, gefluit van vogels in de tuin van het zusterhuis met tussendoor de bel voor het gebed van de zusters. Het zit er zo net na de oorlog vol met fabriekjes en werkplaatsen. Eigenlijk een industriegebiedje met woningen daartussen. En niet alleen aan de straat zelf, maar ook in de vele gangen die op de straat uitkomen.

Ik neem u in gedachten mee door dat verdwenen buurtje. Als we vanaf de Markt langs de noordkant van de Alteveerstraat lopen, komen we al snel bij het meubelbedrijf van Bertram, waar regelmatig spullen aan- en af werden gevoerd. Het zal vanwege de nabijheid van de Markt zijn dat Dijkstra er een wagenmakerij heeft. Met aan de zijkant een gelagkamer, want marktkooplieden lusten wel wat. Even verderop heeft Houttuin zijn kleermakerij met een interessante etalage. Naast Houttuin is zo'n inrit die helemaal doorloopt tot de woningen aan de Kruisstraat. Het weggetje is — begreep ik later — eigendom van woninginrichter Meijer, maar anderen hadden er recht van overpad. Baakman van de gelijknamige garage woont tussen dat en een volgend paadje.


Dat juist die christelijke Baakman een Duitse auto verkoopt, kan eigenlijk niet.

Het laatste loopt naar de Hoekstraat. Als je daar door gaat voelt dat wat stiekem. Onvoorstelbaar hoeveel schuurtjes en bedrijfjes er te vinden zijn. Naast de eigenaar van het autobedrijf heb je schilder Baakman, die alles voor de TT schildert. Dat de TT altijd op zaterdag is heeft te maken met de gereformeerde achtergrond van de familie Baakman. Alle internationale motorraces zijn op zondag, maar dat kan in Assen natuurlijk niet Naast de schilder vinden we de garage. Een echte bron van vermaak. Daar speel ik vaak met Henk Baakman in oude auto's die achter het bedrijf staan. Mooie oldtimers die kennelijk achter zijn gebleven na de oorlog. Ik heb er mijn voorliefde voor oude auto's aan over gehouden. Voor de zaak staat een benzinepomp, waar we ook graag blijven kijken.

Na de oorlog wordt Baakman Volkswagendealer. Dat geeft een hoop protesten, want dat juist die christelijke Baakman een Duitse auto verkoopt, kan eigenlijk niet. De hele zaak wordt Volkswagenblauw geschilderd. Iets verder staat de klompenfabriek van Boverhuis, familie van de brandstoffenhandel verderop. De klompenfabriek reikt helemaal tot de Hoekstraat, en er werken tientallen mensen. Ze maken er vrachtwagens vol schoenklompen. Naast de fabriek woont Onne Nienhuis, de molenaar. De molen zelf stond achter het huis. Naast Nienhuis bieden twee kleine woningen onderdak aan juffrouw Koops en juffrouw Norbruis. Volgens mij zijn die huisjes van Nienhuis. Eenkamerwoningen met de wc in een schuurtje achter het huis. De tonnetjes worden eens per week opgehaald.

Juffrouw Koops is vrijgezel en in mijn ogen al heel oud. Dan komt het Molenpad. Het is een smal verhard pad dat met een boogje naar de molen loopt. Daarna is het een modderpad naar de Hoekstraat. Die molen is een geliefd speelterrein. Van Onne Nienhuis mag alles. Soms mogen we mee meel bezorgen in Schieven en Anreep in een auto met platte laadbak, die maar net door het Molenpad kan. Die auto moet er achteruit in, want keren kan niet. Aan dat pad zit ook nog een bedrijf: de houtfabriek van Hommes, het latere Homas. Eerst maakten ze er ellestokken om stoffen mee te meten, maar in de oorlog wordt het houten speelgoed en ook een bijzondere houten fietsband met vering. Ik zie een houten pistooltje voor me dat echt kan schieten.


De Alteveerstraat achter het Concerthuis (rechts) ter hoogte van het Molenpad (achter de vrachtauto). Verderop kruist de Alteveerstraat de Gedempte Singel (De Doorbraak') waar op de hoek het nieuwe gebouw van de Algemene Bank Nederland staat. De foto is van 1965, maar de straat ziet er dan nog net zo uit als in 1945. Tussen het bankgebouw en het woonhuis is de 'gang van Meijer', (foto: Drents Archief, collectie Assen)


De overkant van de Alteveerstraat is een stuk minder bebouwd

De arbeiders van Hommes kijken bij ons de tuin in, want ons huis staat op de hoek van het Molenpad en de Alteveerstraat. Het is een van de oudste huizen aan de straat. De gevelsteen vermeldt 1877. Het is oorspronkelijk gebouwd als molenaarswoning. Met een apart gedeelte voor de knecht. In dat gedeelte - met een eigen voordeur aan de zijkant van het huis — woont juffrouw Poeder. Toen wij er in 1935 kwamen wonen zaten er nog bedsteden in. Maar mijn vader was timmerman-aannemer en verbouwt het in 1947 ingrijpend. We wonen er met vier kinderen. Ik ben de jongste. We wonen er niet alleen, want de voorste kamer wordt meestal onderverhuurd vanwege de nijpende woningnood. Ik herinner me twee onderwijzers: Drupsteen en Debbing.

Er hebben ook Canadezen in gewoond. Die moeten na de oorlog nog een tijd blijven, omdat ze niet allemaal tegelijk naar huis kunnen. Aan de andere kant van ons huis is alweer een laantje en zo noemen we dat ook: 't Laantje. Verhard met sintels. Ook daar is een bedrijf te vinden: de lijkkistenfabriek van Hofsté. Die verzorgt ook uitvaarten. Het bedrijf zit officieel aan de Schoolstraat, maar de lijkauto's staan bij ons in 't Laantje. De mooiste is een Nash. Daar wil iedereen wel in worden vervoerd naar zijn laatste rustplaats. Het bedrijf wordt later overgenomen door Wester. Hun zoon Ruud Wester is bekend geworden als musicus. Timmerbedrijven zijn er genoeg in onze buurt. Mijn vader heeft de werkplaats bij mijn opa aan de Venestraat, maar achter ons aan de Schoolstraat heb je timmerman Lunshof en naast ons Thurkow.

Als weThurkow voorbij lopen komen we bij een rij kleine huisjes van de families Lunshof, Nijhof en Tienkamp. Het hoekhuis voor de Schoolstraat wordt bewoond door alweer een Baakman. Later wordt het een soort bejaardenhuis, een voorloper van De Arendshorst. Na de Schoolstraat heb je het huis van het hoofd van de katholieke school Eskes. En verder het padvindershuis van de katholieke padvindersgroep St. George. Als je nog verder loopt kom je opnieuw bij zo'n zijlaantje. Dat voert naar de smederij van Bronsema temidden van tuinen. Ik speel er vaak met Bennie Bronsema. Samen kopen we regelmatig carbid voor een kwartje. Daar loopt ook een heel smerig riviertje. Dat zal de Weiersloop zijn geweest. De overkant van de Alteveerstraat is een stuk minder bebouwd.


In 1955 maakt die oase van rust plaats voor de 'Doorbraak'

Als je oversteekt kom je bij brandstoffenhandel Boverhuis, waar het personeel er altijd zwart van het kolengruis bij loopt. Het is er altijd druk vanwege de bezorging van kolen in de hele stad en omgeving. Teruglopend kom je langs de familie Steenhuis en de familie Kuiper. Zoon Jan Kuiper was journalist en wordt in 1982 in El Salvador vermoord. Verder kijk je tegen wat tuinen aan van huizen aan de Vaart voordat je de klompengroothandel van Kuik passeert. Dat pand heeft er nog lang gestaan. Later zit daar hifizaak De Raaf in. Ernaast begint weer zo'n laantje, dit keer naar de Vaart. Tegenover ons huis heb je dan het Concerthuis. Voor ons een geweldig fenomeen. We hebben zicht op de artiesteningang en de kleedkamers. De Ramblers treden er op tijdens avonden van de VARA.

En de Hoofdstadoperette. Ik krijg er mijn liefde voor muziek toegediend. Ik heb tientallen jaren gedrumd in Big Band Moonlight. Tijdens feestavonden - met bal na - zit ik in die jaren op de bovengalerij in de zaal om te kijken en luisteren. Als er klassieke muziek wordt gespeeld kunnen we dat in huis horen, want geluidsisolatie was nog niet in zwang. Naast het Concerthuis wordt het weer spannend bij distilleerderij Mercurius. Daar wordt in de kelder sterke drank gemaakt in koperen ketels. Maar eens per jaar staat de tuin vol met kogelflesjes gazeuse. Want eigenaar Mulder zit in het TT-bestuur en hij regelt de frisdrank voor dat evenement. In een loods naast de distilleerderij heb je nog een jutezakkenfabriek. Die grenst aan de tuin van de familie Pelinck, die er dan overigens al niet meer woont.

Het huis is nu de Fortisbank bij de Kolk. De familie was erg gesteld op privacy. De huizen langs de huidige Weiersloop hebben daarom aan de achterkant geen ramen. In dat rijtje woont de familie Tent en markiezenmaker Bakker. Op de hoek waar later Cosy Corner komt zit de snoepwinkel van C. Jamin (spreek uit: sjamin). Huis en tuin van Pelinck zijn al in gebruik bij de witte zusters, de nonnen die les geven aan de katholieke school. De klok op de kapel luidt elke dag drie keer voor het gebed, de zusters wandelen biddend door de tuin. In 1955 maakt die oase van rust plaats voor de 'Doorbraak': de doorgaande route langs de Vaart door Marktstraat en Kruisstraat wordt omgelegd met een rechtstreekse verbinding van Kolk naar Gedempte Singel. Het betekent tegelijk het begin van het einde voor de hele buurt.


Straatnamen in Assen

Op 23 juni 1948 startte de Provinciale Drentsche en Asser Courant met het rubriekje ‘straatnamen in Assen’. Op 6 oktober 1948 publiceerden zij een beschrijving van de naamgeving van de Alteveerstraat

Het moge dan niet onder dezelfde naam en in de huidige vorm geweest zijn, feit is, dat zolang Assen bestaat er ook de Alteveerstraat geweest. Ja zelfs kan men gerust zeggen, dat deze straat onze stad in ouderdom verre overtreft, want reeds voordat omstreeks 1250 het Klooster Maria in Campis, hier gebouwd werd, vonden wij in deze omgeving een aantal oude landwegen, waarvan de latere Beilerweg er één was. Deze Beilerweg nu, die, langs de oever van een stroompje, de zogenaamde Weiersdiep, en aan de andere zijde geflankeerd werd door een uitgestrekt bos, omvatte onder meer ook de tegenwoordige Alteveerstraat. Ter hoogte waar nu ongeveer de Schoolstraat zich aftakt, verenigde de Beilerweg zich met de Stegeweg, een verlengstuk van een andere oude landweg, namelijk de Witterweg.

Goed beschouwd was dus de huidige Alteveerstraat toen opgelost in een stuk Beiler- en een gedeelte Stegeweg. Tussen de Alteveerstraat en de Weiersgang (nu Schoolstraat) bevond zich een klokvormige zijarm van het Weiersdiep, een visvijver of Weier, die later nog teruggevonden kon worden in de waterafvoer van de Alteveerstraat onder de werkplaats van Baakman door. Aanvankelijk scheen de Alteveerstraat een belangrijke plaats in Assen te gaan innemen, doordat zij een schakel vormde in de verbindingsweg tussen het Klooster en de verkeerswegen naar Witten, Rolde en Groningen. Maar toen met de secularisatie van het Klooster in 1602 naar een andere verbinding werd uitgekeken en ook gevonden werd in de aanleg van de Kruisstraat, was de grote rol, die de Alteveerstraat tot dan vervulde, uitgespeeld.

Wel deden zich nieuwe perspectieven voor, toen in 1763 een groot gedeelte van het bos gekapt werd, waardoor tal van huisplaatsen ontstonden, doch deze perspectieven gingen slechts gedeeltelijk in vervulling. Van belang bijvoorbeeld was, dat in het begin van de 19e eeuw op de hoek Stegeweg – Marktstraat het postkantoor gevestigd kon worden. Evert van Wijk, lid van het gemeentebestuur, was “posthalter’ of “distributeur” der brieven en nam pakjes en boodschappen van de buitenmensen in ontvangst. Gezellige drukte bracht ook hier de uitspanning, waar de Haler- en Witter boeren dikwijls vertier zochten, terwijl er tevens de postwagen die een veerdienst van Groningen op Zwolle onderhield.

Op de tegenoverliggende hoek, dus die tussen de Stegeweg en de Markt, woonde toentertijd de opzichter van de Landschapsbossen, de heer F. van de Weyde. In de volgende 50 jaar, dus tussen 1800 1850 ongeveer, werd er aan de Alteveerstraat flink gebouwd, dat wil zeggen tot aan de tegenwoordige Schoolstraat. Het achterste gedeelte dat in 1863 door het Noord Willemskanaal in tweeën werd gesplitst en waarvan de ene helft nu de Sluisstraat en het andere gedeelte de Alteveerstraat vormt, bleef braak liggen tot voor enkele jaren terug. Veel vertier was er overigens niet meer, daar openbare gebouwen en dergelijke hier geen plaats vonden. Wel had de Christelijk gereformeerde Gemeente sinds 1901 in een zaaltje hun godsdienstoefeningen, doch dit was ook niet van lange duur.


De Alerveerstraat anno 2010


foto © Sietse Kooistra






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl