In en om Assen





De schans van Bommen Berend in Amelte


Bronvermelding:
Een verhaal van Mr. W.L. Schiffer; publicatiejaar 1883


'Bommen Berend' Tekening Marc Verhaegen


Het doel was de schans van Bourtange

Ik zeg tamelijk onverwacht; want ofschoon men van belegering, inneming of ontzet van vestingen zeer omstandige verhalen in werken van dien tijd kan aantreffen, wordt doorgaans over de bewegingen der verschillende legers slechts zeer vluchtig heengegaan. Ik vond dan, in substantie, het volgende: In 1670 trok bedoelde Bisschop met eene legermacht over Meppel noordwaarts, met het doel, de schans te Bourtange te berennen. Toen zijne voorhoede te Vries was gekomen, ontdekte zij, dat de Groningers aan de Hoendiep versterkingen hadden opgeworpen, en zich gereed maakten het leger des Bisschops den overtocht te betwisten. Nadat daarvan aan den Bisschop bericht was gezonden, beval hij den terugtocht der voorhoede en wendde hij zich oostwaarts, ten einde over Zuidlaren zijn tocht voort te zetten, hetgeen dan ook is geschied.

Zietdaar, de eenvoudige feiten. Voor de mogelijke lezers buiten Drenthe, zij opgemerkt, dat in die beschrijving van Assen geen gewag wordt gemaakt, doordien toen wel het klooster Maria in de velden of ten velde (Maria in Campis), maar Assen, als plaats, dorp of gemeente, niet bestond. Nu – wanneer ik mij mag veroorloven die uitdrukking te bezigen – mijne strategische toelichting. Uit den marsch over Meppel en Vries naar de provincie Groningen blijkt, dat in die richting de groote heirweg liep. Vele, nog levende personen, hebben dien weg nog onbestraat gekend, hij was hier en daar een mulle zandweg.

Bedenkt men nu daarbij, dat men in dien tijd een langen legertros van krijgs- en mondbehoeften medevoerde, dan is het niet twijfelachtig, dat het gros van het leger nog niet verder dan bovenbedoeld klooster gevorderd was, toen de voorhoede Vries bereikte. Men vergete bovendien niet, dat hier natuurlijk spraak is van de uiterste voorhoede, welke op verkenning of kondschap uit was. Bij dat kennelijk geheel onverwacht beletsel, konde men niet zoo eensklaps, gelijk men dat thans noemt: van directie veranderen. Het gros maakt halt, voorhoede en achterhoed met nasleep werden ingewacht. Men legerde zich. Volgens de gewoonte van die dagen legerde men zich niet zonder legerplaats, zij het dan ook somtijds slechts in geringe mate, te versterken.

Op oude platen en kaarten, kan men de gedaante dier versterkingen zien aangegeven. Doorgaans groef men op bedreigde punten, een vierkant uit, wierp de uitgegraven aarde naar binnen, waardoor dat terrein werd verhoogd, plaatste daarop een paar slangen of veldstukken en bedekte den rand met schanskorven, aan de achterzijde bleef een smalle toegang bestaan. Hetgeen in Amelte wordt aangetroffen beantwoordt volkomen aan die beschrijving. Bovendien was de legerplaats daar uitnemend gekozen. Aan de noordwest- , noord-en noordoostzijde (alles dus naar de provincie Groningen gekeerd) maakte de natuurlijke toestand der gronden de nadering zeer bezwaarlijk. Zij lag bovendien op een zeer hoog terrein, hetwelk de omgeving domineerde en bestreek den toenmaligen weg naar Zuidlaren, welke men wilde volgen.

Men bedenke wel, dat de tegenwoordige weg met brug niet bestond. Die weg, welke eerst later, toen de provincie eigenaresse daarvan werd, is bestraat, werd eerst in 1819 of 1820 door den toenmaligen eigenaar van Amelte op Ameltergrond gelegd. In vroeger tijd bestond daar geen weg en geen berijdbare brug over het diep; men reed er doorheen, iets noordelijker dan de tegenwoordige straatweg; en nu ligt het in stand gebleven werk juist in de nabijheid van die plaats van overgang! Maar dat werkelijk door het Bisschoppelijke leger eene legerplaats werd betrokken, is mij nog uit iets anders daghelder gebleken. In bewust levensbeschrijving, kennelijk door een geestelijke samengesteld, komt iets voor, hetgeen nagenoeg ieder ander schrijver, als voor hem van geene beteekenis, zoude zijn voorbijgegaan, maar hetwelk merkwaardig mijne stelling steunt.

Er wordt namelijk in vermeld, dat de Bisschop bij die gelegenheid in de (nog bestaande) kerk te Norg de Mis heeft gecelebreerd. Daaruit blijkt, dat hij na zijn halt houden, toch minstens een etmaal lang, zich hier in de omgeving moet hebben opgehouden. Nu ik toch eenmaal aan eene soort van verantwoording van het door mij gezegde bezig ben; - nog iets; Ik sprak ook van ‘het buldren der kartouwen’. Dit is ook niet, hetgeen men noemt, eene dichterlijke vrijheid. Het doel van des Bisschops tocht was den Groningers blijkbaar onbekend. Zij betwistten hem verderen doortocht, maar hun voornemen was volstrekt niet, zijn marsch juist Bourtange te beletten; immers uit niets is mij gebleken, dat zij later die schans zijn te hulp gesneld.

Wat is nu natuurlijker, dan dat de Groningers, na dien terugtocht van den Bisschop uit Vries, getracht hebben voeling met zijne legermacht te houden, dat is, benden op verkenning hebben uitgezonden. Die kwamen noodzakelijk van de zijde van Groningen, en nu komt het mij tamelijk zeker voor, dat die benden, bij hare nadering over de tegenwoordige Loonerheide, uit de legerplaats van den Bisschop met veldstukken zullen zijn begroet. Men zal mij bovenstaande toelichting ten goede willen houden; ik wilde beletten, dat men aan mijne vooringenomenheid met Amelte toeschreef, het vermelden van feiten, waarvoor ik niet goede gegevens had.

Bovendien, hoe onbeduidend de zaak ook op haar zelve moog zijn, ik heb toch in allen gevalle in het bovenstaande geschreven een stukje oude Drentsche historie


Het ‘Poepenhemeltje’ of deel van het Sterrebosch in Amelte?


Was het Poepenhemeltje inderdaad het Schansje van Van Galen uit 1672?


Bronvermelding:
Deurzerdiep: cultuurhistorisch Onderzoek; Grontmij Nederland B.V. Assen, 10 juni 2010
Projectnummer : DR 280786


Was het Poepenhemeltje inderdaad het Schansje van Van Galen uit 1672 en/of is het een voorpost van een bedoelde tolplaats geweest? Op historische kaartbeelden uit het begin van de 19e eeuw wordt geen schans of andere constructie weergegeven ter plekke van het ‘Poepenhemeltje’, terwijl daar vanwege het militaire karakter van de kaarten die vervaardigd zijn rond 1800 alle aanleiding voor zou zijn. Op de Franse kaarten uit 1811-1813 en uit de Atlas van Huguenin uit 1819-1829 is het betreffende gebied nog niet ontgonnen. Het Sterrebosch van landgoed Vredeveld is ook nog niet aangelegd. De mate van detail op beide kaarten is echter zodanig dat een dergelijk object zeker op de kaarten zou zijn weergegeven. In dit geval mogen we de afwezigheid van iets als argument (argumentum ex silentio) aanwenden om vast te stellen dat het toen niet bestaan heeft. Op de kadastrale minuut uit 1832 wordt ter plaatse van het ‘Poepenhemeltje’ een vierkant element weergegeven aan het einde van een boslaan, die deel lijkt uit te maken van het Sterrebosch.

De omschrijving in de Naamgevende Tabel verwijst naar een perceel heide dat in bezit was van de weduwe Rieks Stevens. De omringende percelen waren eigendom van de eerder genoemde Petrus Hofstede. Gezien de ligging ten opzichte van het lanenpatroon van het toenmalige Sterrebosch is er een duidelijke relatie tussen beide landschappelijk elementen als onderdeel van het landgoed Amelte. De locatie, de opmerkelijke vorm en beperkte grootte van dit object duiden niet op een militaire constructie. Het is zeer waarschijnlijk dat het hier een betrekkelijk recent aangelegd object betreft. Een datering uit het derde kwart van de 17e eeuw is op basis van geraadpleegde kaartbeelden of huidige gereconstrueerde vorm niet waarschijnlijk. Het toponiem waaronder dit element bekend staat verwijst zeer waarschijnlijk naar het gebruik door rondreizende seizoenswerkers afkomstig uit Duitse gebieden. De huidige reconstructie is niet gebaseerd op historische documenten of uit veldonderzoek afkomstige gegevens


Aanbeveling

Ten aanzien van het ‘Poepenhemeltje’ wordt aanbevolen het bestaande informatiebord te vervangen en de tekst zodanig aan te passen dat de verwijzing van een schans(je) van Bommen Berend wordt weggelaten. Er zijn hiervoor geen harde bewijzen beschikbaar


Info op RTV Drenthe d.d. 12 oktober 2010


Poepenhemeltje blijkt geen oude schans.



Het poepenhemeltje vlakbij Assen is geen oude schans uit de tijd van Bommen Berend. Dat blijkt uit onderzoek van de Grontmij dat is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Assen.

Al jaren vechten de raadsleden Luc Rengers van Assen en Arie Fonk van Aa en Hunze voor erkenning van het gebied tussen Assen en Rolde als belangrijke strategische plek, maar volgens het onderzoek klopt daar niets van. Fonk heeft z'n bedenkingen over het rapport dat is uitgekomen. Volgens hem heeft het veel te lang geduurd en hebben verschillende partijen zich met de inhoud bemoeid.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl