In en om Assen




Andre Idserda


Bronvermelding:
Artikel in '101 markante Drenten' van Maxine Robeta Hilbrandie - Meijer; uitgeverij Moordboek, 2001. ISBN 9033012383


Schilderij van Theo Idserda - de zoon van Andre Idserda -.


Biografie van Andre Idserda (16 maart 1879 - 02 februari 1952)


Aldre Idserda werd op 16 maart 1879 te Vlagtwedde geboren. Als kind werd Andre Idserda in het Stedelijk Museum te Amsterdam getroffen door een schilderij van een Drents heidelandschap met schapen en nam zich toen voor om te gaan schilderen. Na de drie jarige HBS te hebben voltooid, werd hij eerst huisschilder en ging aan de slag bij de Verkadefabrieken in Zaandam. Idserda bleef zijn oude ideaal nastreven, volgde een tekenopleiding te Amsterdam en vetrok rond 1898 te voet naar de Academie van Antwerpen, het adres voor een goede en goedkope kunstopleiding. Hij trof daar de kunstbroeders Reinhart Dozy en Louis Roessingh uit Assen. Idserda kreeg er schilderles van de historie - en genreschilder Juliaan de Vriendt, directeur van de Academie, een teken dat het talent van Idserda was opgemerkt.

Terug in Nederland ging hij te Laren wonen bij zijn moeder. In 1911 trouwde hij met de Belgische Coba van der Lee. Zij is vooral bekend als schilderes van stillevens. Toen zij haar man ontmoette en de kwaliteit van zijn schilderwerken onderkende, gaf zij haar passie tijdelijk op en ging viool studeren. Het echtpaar kreeg twee zonen, die ook kunstenaar werden. Het huwelijk verliep tamelijk stroef, omdat Coba zeer dominant was en haar ambities niet onder stoelen of banken stak en Andre een zeer onrustige natuur had en woonplaats voor woonplaats inruilde. Toch was zijn actieradius niet groot. Hij pendelde slechts tussen Brugge, 't Gooi en Drenthe heen en weer. Te Burgge woonde hij op een kolenschuit tezamen met een stel konijnen.

Hij hield er drijvende exposities. In Belgie is zijn werk in het interbellum vooral als belegging gekocht. In 't Gooi werkte hij tussen zijn gelijken, buiten in de vrije natuur en zelden in opdracht. Hij vernietigde zijn werk als het hem niet beviel: "Als mijn werk echt is, is het erg echt, als 't onecht is, is het onecht". Andre Idserda heeft van de Engels premier Ramsay MacDonald de opdracht gekregen een portret van diens dochter te maken maar heeft deze waarschijnlijk niet uitgevoerd, bang als hij was om als societyschilder te worden bestempeld. Ook weigerde hij, toen zijn boereninterieurs in de buurt van Laren gretig aftrek vonden, hiermee door te gaan, hoewel het een goedbelegde boterham had betekend. Later werd hij wel lid van de selectieve 'Gooische Schildersvereniging'. In het tweede decennium van de 20ste eeuw begon Meppel zich te ontwikkelen tot een schilderstad.

De vereniging 'Kunst en Vriendschap' werd opgericht en organiseerde jaarlijks een tentoonstelling. Er werd professioneel les gegeven; men trok naar buiten om naar de natuur te schilderen. In dit klimaat kwam Andre aan als routinier. Hij woonde met zijn gezin te Meppel in een oud schip 'La Lutte', de strijd. Hij sloot er vriendschappen voor het leven, onder andere met de schilders Anthonie Keijzer en Stien Eelsingh. Hij was een karakteristieke figuur met zijn grote gijze baard. Eind jaren veertig kon je hem op een oude damesfiets door Diever zien rijden, gekleed in een jacquet en een bolhoed. Hij woonde er bij mevrouw Figeland van cafe 'Brinkzicht'. Hij heeft er veel krijttekeningen gemaakt, een techniek die Idserda's expressieve stijl zeer goed weergaf. Andre Idserda is op 2 februari 1952 te Hilversum overleden.


Info op devalk


Andre Idserda werd op 16 maart 1879 geboren te Vlagtwedde. Het gezin Idserda verhuisde 12 jaar na zijn geboorte naar Amsterdam omdat zijn vader die douaneambtenaar was overgeplaatst werd naar de hoofdstad. Al op jeugdige leeftijd wilde hij gaan schilderen en vrij zijn. De lagere school heeft hij zonder problemen doorlopen maar toe kwamen de strubbelingen. Tenslotte streek zijn vader zijn hand over zijn hart en liet hem studeren voor tekenleraar. Maar ook dat ging mis, want na een tijdlang in het gareel te hebben gelopen ontvluchtte hij zijn huis. Tot drie maal toe is hij weggelopen en na de derde keer dacht zijn vader dat het vergeefse moeite was en trok hij zijn handen van André af.

Het doel van André was om naar Antwerpen te gaan waar je, tenminste in die tijd, gratis onderwijs kon genieten op de Academie voor Beeldende Kunsten. Tot zijn diepe vreugd werd hij aangenomen en studeerde o.l.v. Juliaan de Vriendt.
Om aan de kost te komen verhuurde hij zichzelf bij een huisschilder, om in zijn vrije tijd muren te witten.
S'avonds zat hij in kroegen en tekende karikaturen van de bezoekers die hij grif verkocht. Tijdens zijn studie maakte hij vele vrienden die net zo over het leven dachten als hij. Na 2 jaar academie begon het hem te vervelen om in het gareel te lopen en sprak met twee vrienden af, die ook op een klein zolderkamerte leefden, om met z'n driëen een huis te huren. In een klein gehucht net buiten Antwerpen konden zij voor een appel en een ei een leeg huis huren. het zag er erbarmelijk uit, de luiken hingen scheef en pasten niet meer voor de ramen maar dat was geen probleem. Hij maakte daar diverse werken die hij in Nederland verkocht. Soms nam hij ze lopend mee helemaal naar Meppel.

Later kwam Idserda weer terug naar Nederland en trok bij zij moeder in die inmiddels weduwe was geworden en in Laren was gaan wonen. Hij leefde eenzaam en geïsoleerd. voor een paar collega-tijdgenoten had hij een echte grote bewondering en die was wederzijds. Met hen had hij gesprekken die hoofzakelijk over de schilderskunst gingen. In het Gooi waren dat de schilders Hulshoff Pol, Rijlaarsdam, Schulman, Willem van Nieuwenhoven, de gebroeders Dooyewaard en Frans Langeveld. Net voor de Eerste Wereldoorlog was hij, inmiddels getrouwd met Coba van der Lee in België, gaan wonen in België in de plaats Mol.

Zijn jonge vrouw schilderde ook een periode, maar wilde haar man geen concurrentie aandoen en stopte ermee. Op latere leeftijd ging zij toch weer schilderen en oogstte daarmee veel succes. Tijdens de oorlog verhuisde familie Idserda, met zoon Theo, naar Nederland naar zijn moeder, die inmiddels in Loosdrecht was gaan wonen. De huisbaas wilde echter niet zo'n schildersgezin in z'n huis hebben en daarom verhuisde Idserda na een tijdje naar Meppel. Na de oorlog trok hij met zijn gezin weer naar België, deze keer naar Brugge, waar hij de eer kreeg de dochter van de toenmalige Engelse minister-president, Mac Donald, te gaan schilderen. Dergelijke opdrachten brachten geld in het laatje en maakte dat meerdere vooraanstaande personen zich door hem wilde laten schilderen. Het ging financieel erg goed met hem.

Zijn oudste zoon Theo was inmiddels in zijn voetsporen getreden en was ook kunstschilder geworden. Idserda vond geld niet echt belangrijk en gaf het soms te gemakkelijk uit. Hij kocht een boot, een kolenschuit zwart als roet en schreef aan zijn familie in Meppel om een ligplaats voor hem te zoeken. Na veel inspanningen was de boot voor bewoning gereed en trok het gezin Idserda erin. In het begin leek alles nogal weelderig maar dat veranderde. De boot had erg veel geld gekost en door geldgebrek nam Idserda 10 soortgelijke, bijzonder fijn getekende artistieke koppen mee naar de Amsterdamse kunsthandel en verkocht deze, door gebrek aan zakelijk talent en dringende behoefte aan geld, voor een appel en een ei. Hij kon wel huilen van woede en verdriet. Hij dacht; En nu maken die kerels straks grote winsten op mijn werk. Een familielid sprak met hem af om al André's werk te lopen voor dezelfde prijs als hij kreeg bij de kunsthandel. Hij kon het achter altijd terugkopen voor dezelfde prijs.

Dat deed hij ook want tenslotte kocht hij regelmatig zijn werk terug en verkocht hij alles zelf. Maar de moeilijkheden begonnen in zijn huwelijk te komen. Zijn vrouw kon dit leven van up's en down's niet langer aan en vertrok. Hij bleef alleen achter, erg zielig en nog somberder en opstandiger dan ooit. De rheumatiek die was onststaan door het leven van ontberingen en het in allerlei jaargetijden buiten schilderen, kwam weer opzetten. Soms lag hij dagen lang van de pijn in bed. Tenslotte verkocht hij de boot en trok bij zijn jongste zoon Jaques, die in Hilversum werkzaam was bij de Radio-omroep en diens vrouw in en werkte nog steeds door. Hij maakte de meest gevoelig tekeningen en schilderijen. Afwisselend woonde hij in Hilversum en in Diever. Hij logeerde dan in een hotel tegenover de kerk waar hij vele tekeningen van maakte met zwart en rood krijt. Daarnaast maakte hij ook buitengewoon mooie, forsopgezette zelfportretten.

Zijn laatste zieke levensmaanden bracht hij door bij zijn jongste zoon Jaques, die naast zijn werk ook de schilderkunst beoefende en zijn vrouw in Hilversum, waar hij op 2 februari 1952 is overleden. André Idserda was een zeer beminnelijk man, toch had hij maar weinig vrienden. Hij schilderde en tekende portretten w.o. zelfportret, landschappen, stillevens, interieurs te Laren N.H, dieren enz. Hij gaf les o.a. aan A. Forie en A.A. Keizer. Aanvullende opmerkingen: Idserda was bevriend met Walter Vaes en werkte en woonde enige tijd met Jacob Smits in Oud-Loosdrecht.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl