In en om Assen



Anniek Pheifer

Anniek groeide op in het Drentse gevangenisdorp Veenhuizen. Hoe heeft die plattelandsjeugd haar gevormd?

Wat is het Drentse element in Anniek Pheifer?



Biografie van de eigen webstee van Anniek Pheifer


Anniek Pheifer werd geboren op 16 oktober 1977 te Assen en groeide op in Veenhuizen als dochter van onderwijzers. Tijdens de vooropleiding Theater Groningen behaalde ze in 1996 tevens haar Havo-diploma. Hierna besloot Anniek meteen aan de Toneelschool te Amsterdam te gaan studeren, waar ze in 2000 afstudeerde.

Het seizoen 2001/2002 was Anniek te zien in The Prefab Four van Orkater onder regie van Willem van de Sande Bakhuyzen, waarmee ze in 2003 op internationale tour ging. Daarnaast speelde zij in diverse vrije producties, zoals Een Zomerzotheid bij Kik Producties in regie van Bruun Kuijt en Slippers bij Wallis Producties in regie van Eric Schneider. Ook speelde zij vanaf 2001 rollen bij Het Nationale Toneel waar ze in 2005 vast in dienst trad.

Sinds 1998 is Anniek op televisie te zien. Haar eerste rol was in Celluloid Blues, een NPS-film onder regie van Jurriaan Rood. Daarna volgde Ina und Leo bij de ARD en gastrollen in In de Vlaamsche Pot, Baantjer, Russen en Trauma 24/7. Haar eerste hoofdrol was bij In de Praktijk voor haar weggelegd, waar ze dokter's assistente Klaartje werd. In 2001 was ze een jaar lang als Iris de Haas te zien in Westenwind bij RTL 4.

In 2003 vertolkt Anniek, de rol van Hetty in Grijpstra & De Gier, eveneens bij RTL 4. Vervolgens wordt ze bekend als 'de kleine zuster' in Jiskefet en heeft ze gastrollen in Roos en de Mannen, De Band, Spoorloos Verdwenen, Willemspark en Keijzer & De Boer Advocaten.

Vanaf 2003 speelde Anniek in de telefilms Zinloos van Arno Dierickx en Wijster van Paula van der Oest. In 2001 gingen er 2 films met Anniek in première: Costa! van Johan Nijenhuis en datzelfde jaar kwam de film Ik ook van jou van Ruud van Hemert uit, waarin ze de rol van Liesbeth speelt. In 2002 was ze te zien in Hotel Heimwee, onder regie Porgy Franssen en vanaf 2005 vertolkte Anniek rollen in de populaire speelfilm Het Schnitzelparadijs van Martin Koolhoven, de thriller DoodEind van Erwin van den Eshof en vanaf 24 maart 2010 is First Mission van Boris Paval Conen in de bioscoop te zien, Anniek speelt hierin de hoofdrol: Marina.

Bovendien leent Anniek haar stem aan diverse radio- en televisiecommercials en was zij te zien in commercials voor ING Bank, Iglo (4 maal), Hero en Unox. Anniek is sinds 2006 samen met René van Zinnicq Bergmann met wie ze in 2007 trouwde. In mei 2007 werd hun zoon Willem geboren en in mei van 2010 verwachten zij hun tweede kindje.




Beeldmateriaal van Anniek Pheifer


Zie fragment : Levende Doden van Laura Wade een voorstelling van het Nationaal toneel.

Zie fragment: Thérèse Raquin een voorstelling van het Nationaal Toneel.

Zie fragment: 'De kleine zuster' uit Jiskefet

Zie : Een minuut met actrice Anniek Pheifer - het Nationale Toneel

Zie : De Kersentuin van Tsjechov - het Nationale Toneel - trailer

Zie : De trailer van de film First Mission

Zie : Een korte shot van Anniek uit een RTL 4 programma

Zie fragment : Parasieten Sonne een voorstelling van het Nationaal Toneel

Zie fragment : Parasieten Sonne deel 2, een voorstelling van het Nationaal Toneel

Zie aflevering 1 van: Wie is de Mol?

Zie aflevering 2 van: Wie is de Mol?

Zie aflevering 3 van: Wie is de Mol?




Info op theaterjournaal.nl

Anniek Pheifer weer winnaar Guido de Moor 2009

Actrice Anniek Pheifer heeft voor de tweede keer de Guido de Moorprijs in ontvangst genomen. Ze kreeg de jaarlijkse Haagse publiekprijs voor haar vertolking van de titelrol in de familievoorstelling ‘Carmen’. Dit theaterseizoen speelt ze in twee producties van het Nationale Toneel: ‘De Kersentuin’ en ‘Pier Paolo Pasolini – P.P.P.’ Vorige winnaars van de Guido de Moor prijs waren: Niels Croiset (2003), Pauline Greidanus (2004), Nienke Romer (2005), Anniek Pheifer (2006), Mirjam Stolwijk (2007) en Meral Polat (2008).


Een interview met Anniek Pheifer in de Elsevier van 5 juli 2006. Een artikel van Thomas van den Bergh

Anniek Pheifer: 'Ik wil best lelijk zijn op toneel. Perfectie is niet interessant’

Met haar monoloog in Triptiek beleefde de 28-jarige actrice Anniek Pheifer, tot dan toe vooral bekend van Westenwind, Jiskefet en een Iglo-reclame, het afgelopen seizoen haar grote doorbraak. Gesprek met een nuchtere, maar faalangstige Drent. 'Er blijft altijd die angst dat ik op een kwade dag door de mand val.' Een jonge vrouw in Amsterdam. Ze parkeert haar omafiets in het rek aan de Plantage Middenlaan. Zoekt een plek op het terras van een bruin café. Anniek Pheifer (28) bestelt een koffie verkeerd en verschuilt zich achter haar zonnebril.

In haar spijkerbroek, truitje en op witte gympjes ziet ze er opvallend onopvallend uit. In niets herinnert ze aan de flamboyante actrice die een paar weken eerder voor het laatst in het Scheveningse gelegenheidstheater Kniertje zelfverzekerd een enthousiast applaus in ontvangst nam. Op die avond eind april had ze nog eenmaal het publiek ingepakt met haar vijf kwartier durende monoloog in Triptiek, de laatste van een lange, steeds uitverkochte reeks voorstellingen.

Ze was moeiteloos getransformeerd in een snelle, cynische, keiharde jonge vrouw, die haar geld verdient als chique prostituee, een personage gebaseerd op de autobiografische teksten van de Canadese Nelly Arcan. Een voorstelling lang had ze, in geheel of gedeeltelijk ontklede toestand, zich beurtelings kwetsbaar getoond, geprovoceerd, of ronduit gechoqueerd, met uitspraken als: 'Ik zeg en herhaal het, ik zou een man willen zijn om vrouw en kinderen te hebben, om achter de hoeren aan te zitten die de leeftijd van mijn dochter zouden hebben.’

’s Avonds een vuilbekkende, verleidelijke, wereldwijze, cynische prostituee, overdag een meisje uit Veenhuizen dat haar weg probeert te vinden in de wereld van het toneel, de televisie en de film. Tijd voor een gesprek met de actrice die het afgelopen seizoen haar grote doorbraak beleefde.



Door de mand

'Een doorbraak?’ Pheifer relativeert. 'Voor mezelf ben ik wel verder gekomen met deze rol. Maar of ik er nu bén, of ik opeens ergens bij hoor? Wáárbij dan? Nee, als ik volgend seizoen mijn Desdemona in Othello verknal, slaan de twijfels meteen weer toe, hoor.’ Want ze is een aartstwijfelaar, bekent ze. 'Zelfs als het goed is gegaan, zoals nu met Triptiek, is er toch een stemmetje in mij dat zegt: mensen doen nou wel alsof ze het mooi vonden, maar eigenlijk... eigenlijk vonden ze het niks.

Er blijft altijd die angst dat ik op een kwade dag door de mand val. Overigens hebben heel veel acteurs daar last van, hoor.’ Maar al die mooie recensies dan? 'Pheifer is weergaloos’, schreef NRC Handelsblad, en de Volkskrant vond dat ze het publiek 'met haar soepele lijf, haar brutaliteit en ongegeneerde spel onweerstaanbaar [meenam] in haar verhaal’. Pheifer: 'Natuurlijk, dat voelde goed. Ik heb ze zelfs in mijn agenda geplakt. Maar de onzekerheid blijft.’ 'En misschien,’ zegt Pheifer na enig nadenken, 'is dat maar goed ook.

De onzekerheid die ik over het vak heb, dat gevecht dat ik steeds opnieuw moet leveren, dat kan juist ook interessant zijn. Als ik zelf een hele voorstelling lang het gevoel heb achter de feiten aan te lopen, dan zegt een regisseur achteraf vaak: zo was het goed.’ Spelen vanuit de twijfel, vanuit het niet-weten. 'Ik repeteerde eens een scène met acteur Michel Sluysmans. Ik voelde me niet goed en het liep helemaal niet. Ik brak de scène af en riep dramatisch: ik weet het allemaal niet meer, hoor! En toen zei regisseur Agaath Witteman: “Heel mooi, heel mooi. Blijf zoeken, blijf zoeken.” Dat is het dus. Blijven zoeken. Niets zo erg als van die zelfbewuste acteurs die gladjes hun rol afwerken, zonder rafelrandje of scherp kantje. Je moet een steentje in je schoen stoppen, zoals actrice Sacha Bulthuis me ooit zei.’

Anniek Pheifer werd geboren als oudste dochter van twee onderwijzers. Ze groeide op in het Drentse gevangenisdorp Veenhuizen. Het was een fantastische jeugd, zegt ze. 'Een harmonieus gezin, ouders die me altijd hebben gestimuleerd. Veel natuur om me heen. Altijd buiten spelen. Je kende iedereen.’ Hoe heeft die plattelandsjeugd haar gevormd? Wat is het Drentse element in Anniek Pheifer?

'Ik ben heel nuchter. Laat me niet snel opjutten. Vind dingen ook al snel onzin en aanstellerij. En daar hebben in dit vak nogal veel mensen last van, ja, van aanstellerij.’ Nee, ze noemt geen namen. Maar er zijn er bij... 'Pffff. Van die types die altijd verongelijkt zijn. Meteen om het minste of geringste op hun pik getrapt.’ Bij haarzelf zat het acteren er al vroeg in. 'De verkleedkist, eindeloze playbackshows, schooltoneel.’

Het was Will van Kralingen in De zomer van ’45 die haar voor het eerst echt wist te raken. Opeens wist ze wat ze wilde. Eerst weg uit Veenhuizen, hoe idyllisch ook. 'Met die drie gevangenissen was het een gesloten dorp. Dat betekende dat je op veel plekken alleen mocht komen als je er woonde of werkte. Een kleine gemeenschap dus. Ik vond dat op den duur wel benauwend.’

Op haar 17de ging ze al het huis uit, naar Groningen, waar ze een vooropleiding toneel volgde. Daarna naar Amsterdam, de toneelschool. Waar ze het beste in was? Improvisatie. 'Dat heb ik altijd leuk gevonden: onverwachte dingen. Zelf een verhaal een bepaalde kant op sturen. Je krijgt alleen een bepaalde situatie op – een ontbijttafel, een vader, een zus, een broer, een opa, gisteravond is er dit en dat gebeurd, en die is met die naar bed geweest – en ga maar spelen, zie maar wat er gebeurt.’

De rollen kwamen vanzelf. Eerst een seizoen lang Iris in de soap Westenwind. Toen een rol in de populaire bikinifilm Costa! Daarn uiteenlopende toneelrollen, zoals een koele bitch in The Shape of Things (Het Nationale Toneel), muziektheater bij Orkater, een rol in de Ayckbourn-klassieker Slippers, rollen in films (Het Schnitzelparadijs) en op televisie (Grijpstra en De Gier, Jiskefet). En dan was er nog die Iglo-reclame, waarin ze een van drie zussen speelde.



Veel verschillende dingen dus. Modern, klassiek, komedie, tragedie – waar ligt haar kracht? 'Dat weet ik nog niet. Ik weet wel dat ik die hele strakke verzen van Racines Phèdre erg lastig vond. Het harnas van de tekst. Je kunt geen woord weglaten, dan verliest het al zijn poëtische kracht. Dan heb ik liever zo’n monoloog als Triptiek, daar kun je je vrijer in bewegen.’ Sinds 2005 is ze verbonden aan Het Nationale Toneel in Den Haag. 'Ik wilde me voor langere tijd vastleggen, dat leek me goed voor mijn ontwikkeling als actrice.

Kijken hoe je in het grotere geheel van zo’n gezelschap functioneert. Wat niet betekent dat ik niets meer met film of televisie zou kunnen doen, in goed overleg is er veel te regelen. Maar ik wil me nu echt op het Nationaal richten. Ik kan dat ook niet goed: ’s ochtends ergens op een filmset, ’s avonds op het toneel. Ik moet me echt op één ding concentreren, anders word ik huilerig. Overspannen. Kan ik mijn tekst niet meer onthouden.’

Voor Triptiek repeteerde ze terwijl ze ’s avonds nog de classistische alexandrijnen stond op te dreunen van Phèdre. 'Dat kon ik eigenlijk al nauwelijks aan. Op een gegeven moment miste ik een tram en barstte ik in tranen uit. Dan weet je dat je aan je taks zit.’ Maar de hoer in Triptiek was dan ook een zware rol. Waar ze zich figuurlijk, maar ook zeer letterlijk voor moest blootgeven. Hoe doe je dat eigenlijk, zo over het podium huppelen, zonder de bescherming van een kledingstuk? Moest ze geen schaamte overwinnen?

'Je moet je veilig voelen, dat zeker. Maar ik voelde me nooit bloot, je ziet als het goed is toch de vrouw achter de naaktheid. Het gaat om de tekst. Die is ook heel bloot. Ooit heb ik, in een ander stuk, in mijn nakie van links naar rechts achter op het podium moeten lopen. Het was maar één enkel loopje, maar ik voelde me veel lulliger, veel naakter dan in Triptiek. Hier klopte het gewoon met de rol die ik speel. Ik schaam me ook niet voor de eventuele oneffenheden van mijn lijf. Ik wil best lelijk zijn op het podium. Een mankement, een spraakgebrek, dat is toch juist leuk. Perfectie is oninteressant. Het gaat bij toneel nooit om de pure schoonheid, maar om de gebreken, de lelijkheid, de conflicten.’



Misselijk

Hoe bereidde ze zich voor op de zware, zwarte teksten van Triptiek? 'Ik ben eerst heel misselijk geworden van het boek van Nelly Arcan. Haar woede, vooral ten opzichte van haar moeder, daar begreep ik niks van. Toen ben ik gaan zoeken: hoe kun je zo worden? En heel geleidelijk ben ik haar toch gaan begrijpen. Niet dat ik mezelf ooit zou prostitueren, maar… ik kan me de emoties toch voorstellen. Als ik een talent heb, dan is het misschien dat: ik kan me heel goed inleven in andere personages.’

Wat iets heel anders is dan vereenzelviging, vindt Pheifer. 'Je kan een personage doorgronden, zonder je al het leed van je personage aan te trekken. Als ik klaar ben met repeteren, dan moet ik een halfuurtje afkoelen en daarna ga ik zonder probleem iets heel anders doen – winkelen, de krant lezen. Ik merkte alleen dat mijn gezicht op den duur anders ging staan: boos, cynisch, koel.’

Ze is een slow starter, zegt ze. 'Pas de laatste weken voor de première kom ik op stoom. De eerste repetitieperiode is het enorm modderen.’ De faalangst is er altijd, nuchter karakter of niet. 'Elke keer denk ik weer: dit is de laatste keer dat ik het doe. Ik moet toch steeds weer iets overwinnen. Repeteren gaat vaak over durven. Sommige acteurs gaan er meteen vol in. Dat leidt soms tot lelijk spel, maar dan kom je wel snel tot iets. Terwijl ik heel lang bezig ben met kleine aanzetten.

Ik durf er niet vol in te gaan. Ben bang dat het lelijk wordt, dat het fout is. Wat helemaal niet erg is. Juist dat halve gedoe is gênant.’ Waarom wil een mens dan toch zo’n acteursbestaan? 'Ja, als ik zou kunnen schilderen, zou ik schilderen. Maar dit is nu eenmaal waar ik het beste in ben. Iets laten zien waardoor mensen een inkijkje krijgen in een ander personage. Noem het de wens te communiceren.’



Hollywood

Echte rolmodellen aan het Nederlandse toneel heeft ze niet. Als ze bewonderde actrices noemt, dan zijn het filmactrices: Uma Thurman, Judi Dench. Zou ze zelf een internationale filmcarrière ambiëren? Stellig: 'Nee.’ En als John Malkovich belt? 'Ja, oké. Maar om nu in Hollywood carrière te maken, dan moet je heel hard werken en jezelf veranderen. Het is een fake ass business. Ik kan dat niet. Of ik wil dat niet.

Alle feestjes en partijtjes aflopen en alsmaar de juiste agents vleien, ik heb er geen zin in.’ Eens had ze een Amerikaanse vriend en woonde ze drie maanden in Los Angeles, 'Ik werd er erg ongelukkig. Het is allemaal (met een geknepen Amerikaans stemmetje): “Oh my Goood, you’re sooo fantastic.” En daarna hoorde je nooit meer wat. Amerikanen kunnen ook niet normaal, gezellig met elkaar uitgaan. Het moet altijd snel. Ik miste de terrasjes, de rokende mensen, het natafelen.’

Haar nuchterheid wint het ook nu van de droom. 'Stél dat je het maakt. Een ster in Hollywood, dat is wel even wat anders dan een paar mooie recensies in Nederland. Daar ben je echt een publieke figuur, dan mag je niet meer gewoon gaan lunchen met de jongens van de techniek. Of een biertje drinken met een journalist in café Koosje aan de Plantage Middenlaan.

Dan moet je naar The Grand, met allemaal beveiligingsmensen en pr eromheen.’ Nee, als ze al eens fantaseert over een internationale carrière, dan eerder in Europa. 'Ik hou erg van de Franse film. En ik hou erg van Parijs. De brede straten, de mooie huizen. Daar gaat mijn hart open. Maar Duitsland mag ook.’

Dus het meisje uit Veenhuizen was in Amsterdam slechts op doortocht? Anniek Pheifer lacht. 'Ik moet altijd groter en groter. Maar uiteindelijk ga ik gewoon weer in Drenthe wonen, hoor, let maar op.’


Info op 8weekly.nl d.d. 1 april 2006. Een artikel van Mieke Zijlmans

Nationale Toneel - Triptiek



Aanvankelijk is de naaktheid van de vrouw op het podium genant. Ze verruilt het ene sexy speelpakje voor het andere, in afwachting van de volgende klant. Ondertussen kijken de toeschouwers aan tegen blote borsten, blote billen. Maar gaandeweg wordt dat blote lichaam voor de toeschouwer even normaal als voor de hoer die de actrice in Triptiek neerzet. Elke klant wil een nieuw spel, en de hoer verkleedt zich voor de rol die van haar wordt verwacht. Al doende geeft ze een schrijnend kijkje in de achtergronden en drijfveren van zomaar een hoer.

Het theater is een bordeel. We betreden de zaal via een roze gang, aan weerszijden voorzien van peeskamertjes. Als uiteindelijk ook de naamloze hoer de zaal binnenkomt gaan de gordijnen naar buiten dicht. Het spel gaat beginnen. Alleen blijkt de hoer geen anonieme wipkip. Ze is een persoonlijkheid met een jeugd en ouders. Ze komt uit de provincie, ze zat zelfs op een kloosterschool, en nu studeert ze keurig netjes literatuurwetenschappen. Maar de grens naar de seksindustrie is makkelijk overschreden. Ze kotst op het idee, maar het hoerenleven en de reacties van haar lichaam fascineren haar ook.

Ouders

Triptiek is goeddeels een monoloog van Anniek Pheifer. Ze speelt een kind dat zich in de steek gelaten voelt door een "slapende moeder" en een vader die "wacht op het einde der tijden" en die ze verdenkt van hoerenbezoek. Haar ouders vinden het vast onbegrijpelijk dat ze haar lichaam verkoopt, maar zij vindt dat ze het er zelf naar hebben gemaakt. Tegelijkertijd schetst ze een deerniswekkend beeld van de hoerenlopers, van mannen met idiote wensen en fantasieën, die zich verlagen omdat ze seks willen. En de hoer zelf, die is langzamerhand de tel kwijt van het aantal "pikken dat ze heeft gepijpt". Actrice Anniek Pheifer gooit haar ziel en zalig in de strijd om deze rol te spelen in Triptiek bij het Nationale Toneel. Ze jubelt en ze jankt, ze weet het zeker en ze twijfelt toch, ze triomfeert en ze lijdt pijn: Pheifer zet hier haar sterkste rol tot nu toe neer.



Bataille

Regisseur Franz Marijnen mag graag wroeten in de duistere krochten van de menselijke geest. Hij slaagt daarin het beste wanneer hij dicht blijft bij dierlijke driften. Geen wonder dat hij periodiek terugkeert bij de Franse schrijver George Bataille (1897-1962), met zijn nogal ranzige seksuele fantasieën en zijn fascinatie voor bordelen. Deze keer combineert Marijnen op toneel een verhaal van Bataille met de teksten van de Frans-Canadese schrijfster Nelly Arcan (1975). De laatste beschreef haar persoonlijke ervaringen in het boek Hoer. Resultaat van deze optelsom is het relaas van een hoer, aangevuld met de drijfveren van de hoerenloper (gespeeld door Stefan de Walle).

Vette kater

Niet helemaal evenwichtig in deze voorstelling is de overgang van de hoer naar de hoerenloper. Het personage van de vader van de hoer valt samen met dat van de hoerenloper die Stefan de Walle speelt. Een man die, gefascineerd door prostituee Madame Edwarda, met haar meeloopt de nachtelijke stad in, wat onvermijdelijk leidt tot een vette kater. Want een hoer is nu eenmaal nooit zomaar een vrouw die je liefhebt. Die invalshoek is er een beetje met de haren bijgesleept. Al is het idee mooi: we hebben het verhaal van de hoer gezien, wie zijn toch die mannen die deze treurigheid in stand houden? Zonder klanten geen prostitie, zonder prostituees geen klanten.

Confronterend

Maar die wat overbodige man is de enige wankeling in een verder magistraal mooie voorstelling. Dat is te danken aan Anniek Pheifer. Zij laat enerzijds zien hoe het hitsige spel van de hoer in zijn werk gaat, om anderzijds voortdurend uit die rol te stappen en als normale vrouw uit te leggen wat dat afgedwongen spel met je doet. Zo wordt Triptiek confronterend en schrijnend, maar ook grappig en diepmenselijk.


Anniek Pheifer krijgt Mary Dresselhuys Prijs


Bronvermelding:
de Telegraaf d.d. 30 apr 2015

Actrice Anniek Pheifer is dit jaar de winnaar van de Mary Dresselhuys Prijs. Dat werd donderdagavond bekendgemaakt in het televisieprogramma Opium. Petra Laseur, de dochter van de naamgeefster van de prijs, overhandigde de actrice een penning en een cheque van 12.500 euro. Het geld is bedoeld voor „verdere persoonlijke ontwikkeling” op het gebied van toneelspelen.

De prijs is in 1992 in het leven geroepen door Joop van den Ende om het werk van theaterdiva Mary Dresselhuys (1907-2004) blijvend te eren. De prijs wordt eens in de twee jaar uitgereikt aan een acteur, actrice of gezelschap met een uitzonderlijk talent. Over de keuze van Pheifer was de jury eensgezind. „Met haar ragfijne inlevingsvermogen en haarscherpe techniek schakelt ze schijnbaar moeiteloos van doorvoeld realisme naar droogkomisch naturel of hilarische slapstick”, schrijft de jury. „Dat doet ze desgewenst binnen één rol of binnen één scene.” Pheifer (37) is sinds 2005 verbonden aan het Nationale Toneel in Den Haag. Op televisie speelde ze in films als Aanmodderfakker en in series als De Prooi en De ontmaskering van de vastgoedfraude.





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl