In en om Assen





Een wandeling door Assen in het begin van de 20e eeuw


Bronvermelding:
Gids voor Assen en Omstreken; verschenen bij L. Hansma, Assen; 1905 – 1909


Aankomst in Assen

Ge komt uit het Zuiden. Met den middagtrein zijt ge Hoogeveen gepasseerd. Naar rechts en links ontrolt de Drentsche hei zich voor uw oog. Tegen de lucht teekenen zich aan de horizon enkele zandduinen af, of 't geboomte, dat een Drentsch dorpje omringt, of 't kerktorentje - maar rondom u de groote, vlakke, bruine heide. Hier is de "Scheper" koning en de kalme maatschappij, aan het hoofd waarvan hij staat, is meer in harmonie met de omgeving dan de gillende stoomfluit, het dampende stoomros en de stampende trein. Ge stoomt voorbij Beilen, de pluim op de bruine heidemuts, voorbij Hooghalen en bereikt Assen. Aan ’t controlehek geeft ge uw intreebiljet tot de plaats af en staat nu op ’t Stationsplein. Na den langen rit per spoor zult ge misschien de voorkeur er aan geven naar ’t hotel te wandelen en slechts voor uw bagage gebruikt te maken van een der hotel-omnibussen.


"...Het in kasteel-kerkachtigen stijl opgetrokken Nijenrode, tegenover het Stationskoffiehuis, trekt zeker uw aandacht..."


Aanvankelijk bekruipt u zeker eenige teleurstelling, al moge de aanblik van dat landhuis tusschen reusachtige geboomte door, over de bloemkweekerij Rozenlust, eenigszins de onartistieke soberheid van ’t Stationsplein vergoeden. Door een ruime Stationsstraat met fraaie heerenhuizen en vriendelijke “voortuinen” gaat ge Assen binnen. Het in kasteel-kerkachtigen stijl opgetrokken Nijenrode, tegenover het Stationskoffiehuis, trekt zeker uw aandacht. Ge bereikt den Singel, die de kern van Assen naar ’t Noorden, Oosten en Zuiden boogvormig omringt. Naar links steekt ge den Singel over om door de Kloosterstraat den Brink te bereiken. Op den hoek verheft zich het hotel van den Commissaris der Koningin, de vroegere Drosterij. Vandaar nog, dat die laan, aan uw linkerhand met een vierdubbele rij van forsche beukenstammen, die dat hooggewelfde bladerdak torsen, nog Drostenlaan genoemd wordt.

In dat lage gebouw, den pendant van ’t koetshuis van den Commissaris, schuin tegenover ’t regeeringshotel, is de Heeren-Sociëteit gevestigd. De Brink ligt nu voor u. Straten met winkels kenmerken Assen niet in de eerste plaats Trekken elders de pleinen de aandacht door de omringende gebouwen of als tentoonstellingsterrein van standbeelden – de Brink niet. Toch zou het in Oud-Hollandschen stijl opgetrokken Provinciehuis aan een open plein terstond uw aandacht trekken – aan den Brink niet. Niet de bouwkunst van den mensch, de natuur neemt hier uw aandacht in beslag. Stel u daar op, met den rug naar den baksteenen gevel van ’t Stadhuis. Voor u ligt de Torenlaan – verder op de Nassaulaan – een vergezicht. Dat is het aantrekkelijke van ’t Asser Bosch, die onafzienbare lanen, welker boomenrijen convergeeren. Welke heerlijke wandelingen.


"...En tevens dat fraaie winkels met smaakvolle uitstallingen hier niet ontbreken..."


Waar de stad ligt? De stad? Marktpleinen, straten met winkels, zij kenmerken Assen niet in de eerste plaats. Hiermede willen wij niets zeggen ten nadeele van onze neringdoenden, die wel degelijk met hun tijd meegaan. Als ge uw route neemt langs de Brinkstraat (N.O. hoek van den Brink) voorbij ’t Paleis van Justitie (arrondissements-rechtbank, enz.) vervolgens links over den breeden Gedempten Singel, daarna door de Kruisstraat en Marktstraat naar de Markt aan de Vaart -, hebt ge uw tournee gemaakt door dat deel van Assen, hetwelk een meer steedsch voorkomen vertoont. Ge hebt u dan kunnen overtuigen van de goede zorgen van Assen’s Gemeentebestuur voor de straten. En tevens dat fraaie winkels met smaakvolle uitstallingen hier niet ontbreken. Maar voor dit keer geeft ge er de voorkeur aan, uw hotel op te zoeken en ge neemt uw weg naar de Noord West zijde van den Brink en komt aan ’t ons bekende Hotel Somer op den hoek van de Marktstraat, “het Wapen van Drenthe”, hotel “de Jonge” of een der andere hotels.....


Over Loon en Rolde terug naar Assen

Na uw bezoek aan ’t Provinciehuis bestelt ge uw diner wat vroeger om nog tijd te hebben voor een wandeling over Loon naar Rolde. Over den Brink neemt ge uw weg door de Brinkstraat. Voor u ligt de Nieuwe Huizen, een begin van uitvoering van ’t door Lodewijk Napoleon opgevatte plan tot uitbreiding van ’t toemalige Assen. Verderop de Groningerstraat, ,die aan de overzijde van ’t Noord-Willemskanaal (dat naar ’t noordwesten Assen boogvormig omgeeft) als Groninger weg naar Stad en Lande leidt. Toen de straatweg nog de hoofdweg van verkeer was, verrezen hier aan den heerweg naar Groningen een paar villa’s waarvan vooral het in klimop gehulde instituut ‘Rozenburg’ (kost- en dagschool) daardoor de aandacht trekt. Ge laat echter de Nieuwe Huizen links liggen en neemt den Noordensingel, vervolgens de Javastraat.

Het gebouw aan uw linkerhand, dat ge door de aangebrachte symbolen misschien voor een loge zoudt houden, is het gebouw der Nuts-Spaarbank, zooals u blijkt uit de beschouwing van den gedenksteen, die de namen bevat der bestuurderen, toen dit gebouw uit den grond verrees. In het ‘Nutsgebouw’ vinden naast de Spaarbank de Nutsleesbibliotheek, de loge “Moed en Volharding’”, de Doopsgezinde Gemeente, die aan de overzijde een stuk grond voor een te stichten Kerkgebouw kocht, de Huisvlijtschool, de Spijskokerij enz. onderdak. Aan de rechterhand der Javastraat verrees het Toynbeegebouw, eene stichting die in een werkelijk gevoelde behoefte voorziet. Over het spoor in de voorbuurt Steendijk splitst zich de weg. Links voorbij de Exportslachterij voert de weg naar Loon Een schrille tegenstelling: dat helder-witte uiterlijk en het bloedige interieur.


"...Over het spoor in de voorbuurt Steendijk splitst zich de weg..."


Nieuwsgierige belangstelling om een gade te slaan hoe de inrichting naar de eischen des tijds, in verband met verdeeling van den arbeid het mogelijk maakt dat per dag een 600 “knorrepotten” zoodanig te bewerken, dat ze te gebruiken zijn, moge tot een bezoek prikkelen. Uit een aesthetisch oogpunt durven we het niet aanbevelen. Daarbij is het niet onmogelijk dat de moorddadige omgeving een ongunstigen invloed kan hebben op aard en humeur. De weg naar Loon, waar ge de gebouwen der Asser Waterleiding passeert, leidt eerst kronkelend door groene boschjes, vervolgens over de hei naar ’t gehucht. Het minder interessante van dezen weg wordt voor den natuurliefhebber ruimschoots opgewogen door den landweg van Loon naar Rolde. Gij zijt even buiten Loon. Voor u ligt het bruggetje over ’t Loonerdiep. Van deze hoogte overziet ge het landschap.

Op de achtergrond de toren van Rolde boven ’t groen. Naar links uitgestrekte roodbruine heidevelden met heuvelachtige verheffingen. Door de rogge- en boekweitakkers van de Looner-, Baller-, en Rolderesch leidt de weg naar Rolde. Gij komt door ’t boerengehucht (“loeg”) Balloo, dat den naam gaf aan den Ballerkuil (“koele”). Dit is een komvormige door een ringwal omgeven ruimte. De ringwal is met geboomte beplant. Een pad slingert rondom den wal opwaarts en voert u zoo in den kuil. Een gedenkteeken, opgebouwd uit materieel van ’t Steenen tijdperk en dat wel iets heeft van een jong hunebed waarvan de deksteen in plaats van horizontaal te liggen rechtop staat, moet u den indruk geven, dat ge u hier op eerbiedwaardig terrein bevindt.

Ten tijde dat in het ten Zuidwesten van hier gelegen Groller-hout de Landdagen gehouden werden, hielden hier de 24 leden van den ‘loffelijken Etstoel’ zittingen, spraken recht als ‘vroom en getrouw ette’, “na Lantrechte en (hunne) beste Kenisse” zonder zulks na te laten “om Lief of Leed”, “Giften of Gaven”. “Vriendschap of Vijantschap”. Na 1688 werden deze zittingen (Lottingen) gehouden in de Kollegiezaal der Staten te Assen; maar tot in deze eeuw leefde nog in den mond des volks de uitdurkking: “de zittengen van den etstoel”. Daar liggen ze, de twee steengevaarten Hebt ge uw tol aan de nagedachtenis der Vaderen hier betaald, dan naar ’t dorp. De kruinen der boomenrij aan den ingang van ‘t dorp vormen een spitsbogengewelf over de uitspanning van de Wed. Ottens; fraaie tuin met groene veranda, prieeltjes, beschuttende koepeltjes en eenvoudige kraakzindelijke jachtweide.

Hier verkwikt ge u wat, om vervolgens de Hunnebedden te gaan zien. Daar liggen ze, de twee steengevaarten, te midden der graanvelden, achter de Rolderkerk. Twee reien zware keien en daarvoor de nog zwaardere deksteenen. De regelmaat van ’t eene is wat verstoord. De eeuwenheugende eik, onder welks lommer een dezer grafplaatsen schuilde, is door den bliksem vernield. De grafzerken uit de tijden, toen men ’t stoffelijk overschot bijzette in den gewijden grond rondom ’t altaar, vinden we als vloersteenen terug, wapens en namen afgesleten – deze grafmonumenten uit overoude tijden weerstaan den tand des tijds, de wisselvalligheid van ’t ondermaansche -. Men moet in de juiste stemming zijn om het antwoord te geven op de vraag: ‘Waarom trekken de hunnebedden zoveel bezoekers, wat opmerkelijks is er aan?’. Dan zet men zich neder op den hoogsten deksteen en men peinst en wat men dan peinst, heeft Hofdijk veel mooier ter neer geschreven, dan schrijver het zou kunnen doen


“Voor het oog uwes geestes opent zich dit graf,
en een krachtige, mannelijke gestalte, het helderblauw oog fler om zich heen gericht, de blonde haren met een bronzen naald samengeknoopt,
een korten mantel van dierenvel om de breede schouders geplooid,
een sterke speer in de gespierde rechte en een veelkleurig schild aan den linkerarm,
daagt te voorschijn”.

W.J. Hofdijk 1816-1888 


En zoo zoudt ge uw fantasie, gedragen door de vleugelen der historiekennis, hier onbeperkt vlucht kunnen laten, maar ge moet terug naar Assen. Nog eenmaal slaat ge een blik rondom u om de heuvelende akkers, waartusschen bevallige boomgroepjes, om daarna te retourneeren. De verzamelde indrukken van Rolde en omgeving zijn van dien aard, dat ge het zeer begrijpelijk vind dat bekende Vaderlandsche schilders hier den zomer of ’t geheele jaar doorbrengen. Nog wacht u een wandeling van 5 kwartier of een Drentsch uur langs den Rolderweg, “den schoonsten weg van Europa”, zoals Havard verzekerd moet hebben. Dit is zeker, dat gepaste wisseling het schoon in dezen nog schooner maakt. Nauwelijks zijt ge buiten Rolde of rechts van den weg trekt een rustieke poort met het opschrift Tumuli-bosch uw oog en als ge bedenkt dat Tumuli grafheuvels beteekent, slaat ge zeker even rechts af om een kijkje te nemen in dit gewijd oord.

Naar links breidt de heide zich heuvelachtig uit, zich aan den horizon verliezende. De scheper keert juist met zijn kudde terug en ’t geklinkklank der belletjes breekt de avondstilte. Verder op naar rechts de bebouwde esch van Balloo. Te midden van het graanveld in een krans van groen de Oud-Germaansche grafheuvel, over de akkers het gehucht zelf te midden van hoog boomgewas. Een klare beek slingert zich door malsche weiden Verder aan uw linkerhand de esch van Duurze met dit gehucht op den achtergrond. Afwisselend rechts en links boschjes en boschages. Bij de kromming van den weg plotseling een ander tooneel. Een klare beek slingert zich door malsche weiden met dartel vee. Achter u boven het zich hoogwelvende graanveld steekt de torenspits van Rolde zich uit. Ge vervolgt uw weg over het bruggetje.


"...Bij de kromming van den weg plotseling een ander tooneel. Een klare beek slingert zich door malsche weiden met dartel vee..".


Achter u de weiden van ’t Duurzer stroompje, aan uw linkerhand in ’t groen verscholen, Schieven en Anrijp. Verder gaat ge; het vogelheir kwinkeleert zijn avondlied in de kruinen der eiken of in ’t welig opschietende kreupelhout. Ge nadert Assen. De laan aan uw linkerhand, bij de weide met majestueus ebenken en eiken, tegenover ’t witte zomerhuisje van Amelte benoorden den weg leidt naar Vredeveld, naar den voorlaatsten bezitter ook wel Valkensteijn genoemd. Op dezen naam heeft zich een sage gesponnen. De vorige eigenaar, wiens stoffelijk overschot met dat zijner echtgenoote in den tuin van Vredeveld rust, was op zijn minst genomen een menschenschuwe zonderling. Zoo was in de kleinsteedsche wereld zijn bestaan met een geheimzinnig waas omhuld. Nog voor een paar jaren wees men de schietgaten in een houten keet, die men door een doolhof bereikte en waaruit hij vreemde indringers op zijn landgoed bedreigde….of de hazen in zijn moestuin.

In den Nieuwen Drentschen Volksalmanak van 1890 vindt de belangstellende de Valkensteijnsage behandeld. “Menschenschuw” is de titel van een schets, waarin elk, maar eenigszins met de plaatselijke omstandigheden bekend, de legende van den bezitter van Vredeveld ziet. Ook hierin wordt de “Koning van Holland” tot Assen in betrekking gebracht. Intusschen is de avond gevallen, als ge Assen weer bereikt na een aangename en schoone after-dinnerwandeling. Schrijver dezes heeft u een flinke wandeling doen maken – intusschen zijn volledighalve medegedeeld dat dit uitstapje voor wielrijders ook zeer aanbevelenswaardig is, zijn het ook dat tusschen Loon en Rolde het “stalen ros der democratie” wel eens aan de hand genomen zal moeten worden.

Doch gelijk “vele wegen naar Rome” leiden zoo is ook Rolde langs den ijzeren baan te bereiken, een uit den aard der zaak kort doch loonend treinritje brengt u langs de lijnen der Noord-Ooster-Lokaalspoorwegmaatschappij in enkele minuten en voor enkele stuivers ter plaatse waarbij u als zoovelen het contrast op zal vallen, wellicht zelfs pijnlijk aandoen, tusschen den puffenden locomotief en de door zijn rook en smook schier bewalmde gedenkteekenen der oudheid.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl