In en om Assen





Balloërveld - het beheersplan in hoofdlijnen -


Bronvermelding:
Balloërveld - het beheersplan in hoofdlijnen -; ministerie van defensie, D.G.W.T. directie noord Nederland: bureau cultuurtechniek. November 1991


foto: Sietse Kooistra 2014


De totale oppervlakte is 367 hectare

In 1991 is het beheersplan voor het militair oefenterrein Balloërveld voorde periode 1992 - 1997 vastgesteld. De hoofdlijnen van het beheersplan worden in dit boekje weergegeven. Onderwerpen die aan de orde komen zijn militair gebruik, natuur- en landschapsbehoud, archeologie, cultuurhistorie en recreatie.


Inleiding

Het Balloërveld ligt in het stroomdal van de Drentse Aa, ten noorden van de dorpen Rolde en Balloo. Het Balloërveld bestaat voor het grootste deel uit heide en vergraste heide. Daarnaast komen er ook bos, stuifzand en vennen voor. De totale oppervlakte is 367 hectare. Het Balloërveld is eigendom van het Rijk en is sinds 1918 in gebruik als militair oefenterrein. Het beheer is in handen van het Ministerie van Defensie. Het militair gebruik van het Balloërveld zal worden beëindigd als het nieuwe militair oefenterrein De Haar-Laaghalerveen gereed is, dat voor gemechaniseerde militaire oefeningen meer mogelijkheden biedt dan het Balloërveld. Naar verwachting zal het dubbel EOT De Haar in de tweede helft van de jaren negentig gerealiseerd zijn.


Beheersplan

Om een effectief beheer te kunnen voeren wordt een beheersplan opgesteld dat om de vijfjaar moet worden bijgesteld. In het beheersplan worden de waarden geschetst die in het gebied aanwezig zijn. Voor het Balloërveld liggen deze op het vlak van landschapsecologie, natuur, archeologie, cultuurhistorie en recreatie. Verder worden de randvoorwaarden aangegeven waarmee het beheer in de planperiode rekening moet houden. Voorzover het de overheid betreft zijn belangrijke basiselementen hiervoor aangegeven in onder andere structuur-, streek- en bestemmingsplannen en in diverse sectorale nota's.

De primaire functie van het Balloërveld is het militair gebruik. Op grond van de waarden van het terrein en de geldende randvoorwaarden wordt een afweging van alle belangen gemaakt en wordt de doelstelling geformuleerd. De doelstelling wordt concreet gemaakt door deze op het gebied te projecteren: wat wil ik op welke plaats bereiken. Het antwoord op deze vraag wordt uitgewerkt in de doeltypen. Tenslotte worden voor een periode van vijf jaar de beheersmaatregelen vastgesteld die voor het realiseren van de doeltypen nodig zijn.


De betekenis van het Balloërveld


Militair gebruik

Ten behoeve van het militair gebruik zijn in het verleden ontwateringsgreppels en een tankgracht gegraven, is een stelsel van zandbanen aangelegd en zijn bossen aangeplant. Op het Balloërveld worden door de Landmacht elementaire oefeningen gehouden: veld-dienstoefeningen en richt- en opsteloefeningen met rupsvoertuigen. De frequentie van deze oefeningen is naar verhouding laag. De militaire mogelijkheden van het Balloërveld zijn, gezien de eisen die tegenwoordig aan een militair oefenterrein worden gesteld, relatief gering. Daarnaast zou een intensief militair gebruik afbreuk doen aan de vele natuur- en archeologische waarden van het Balloërveld.


Landschaps ecologie

Het Balloërveld heeft door de hoge ligging op een dekzandrug een belangrijke functie als inzijggebied voor het beekdal van de Drentse Aa: Regenwater zakt in de bodem en stroomt ondergronds af naar de beekdalen van het Rolderdiep en het Loonerdiep. Deze diepjes liggen respectievelijk ten oosten en westen van het Balloërveld. Het afgestroomde water komt als kwel in de beekdalen aan de oppervlakte. Het kwelwater heeft in de bodem specifieke eigenschappen gekregen die vooral van invloed zijn op de ontwikkeling van de vegetatie in de beekdalen. Het van het Balloërveld afkomstige kwelwater is relatief schoon en weinig belast met meststoffen.


Flora

Het grootste deel van het Balloërveld bestaat uit droge struikheidevegetaties die deels zijn 'vergrast' met Bochtige smele en Pijpestrootje. Waar water stagneert op leemlagen in de ondergrond komt natte heide met Dopheide voor. Dit is vooral aan de randen van het Balloërveld. Enkele laagten in het landschap, dobben, groeien dicht met veenmossen, verschillende zeggen en Veenpluis. De bossen zijn deels aangelegd en deels door opslag ontstaan. Het zijn vooral structuurarme grove dennen-, eiken-, en berkenbossen met een soortenarme ondergroei. Aan de westkant van het Balloërveld ligt een gagelstruweel. Op het Balloërveld komt een groot aantal in Nederland zeldzame soorten voor. Op natte plaatsen zijn dat onder andere Klokjesgentiaan, Beenbreek, Heidekartelblad en Lavendelheide; op wat drogere plaatsen Liggende vleugeltjesbloem, Valkruid en Grondster. Heel bijzonder is de korstmosbegroeüng van de stuifzanden. Deze korstmossengemeenschap is bijna nergens in Europa zo goed ontwikkeld als op het Balloërveld.


Fauna

Het Balloërveld herbergt zowel diersoorten die kenmerkend zijn voor grote heideterreinen als soorten die gebonden zijn aan overgangen tussen heide, bos, akker en grasland. Veel van deze soorten zijn in de laatste decennia in aantal achteruitgegaan. Zo komen bijvoorbeeld veel reptielesoorten voor: Adder, Hazelworm, Zandhagedis en Levendbarende hagedis. De insektenwereld is goed vertegenwoordigd met een aantal zeldzame vlinders, zoals Gentiaanblauwtje, Kommavlinder, Eikepage en libellen als Speerwaterjuffer en Koraaljuffer. Ook de broedvogelbevolking is karakteristiek. Op de droge heide met stuifzand broeden Boompieper, Geelgors, Tapuit en Roodborsttapuit. Op wat vochtiger plaatsen zijn Wulp en Paapje vertegenwoordigd. Tot aan het begin van de tachtiger jaren heeft ook het Korhoen op het Balloërveld gebroed.


Archeologie - en cultuurhistorie

Op het Balloërveld heeft een lange bewoningsgeschiedenis haar sporen achtergelaten. De oudste vuursteenvondsten dateren uit het Mesolithicum (10.000 tot 7400 jaar geleden). Bij de zuidwestelijke ingang van het Balloërveld zijn aardewerkscherven en vuursteenwerktuigen van een nederzetting uit het Neolithicum gevonden (7400 tot 4000 jaar geleden). Uit deze periode dateren ook de veertig grafheuvels in het gebied. In de laatste fase van de Bronstijd (4000 tot 2800 jaar geleden) en in de Ijzertijd (2700 tot 2000 jaar geleden) werden de doden niet meer begraven maar gecremeerd. De as werd in urnen bewaard. Deze werden begraven in een urnenveld aan de noordzijde van het Balloërveld en in grafveldjes naast de grafheuvels. Van de bewoners uit de Ijzertijd zijn in het zuidelijk deel de resten van een akkerbouwsysteem bewaard gebleven: de zogenaamde Celtic fields.

Het is een complex van kleine akkers die van elkaar worden gescheiden door walletjes. De walletjes ontstonden door het opzij schuiven van de bovenlaag wanneer de bodem uitgeput raakte. In de late middeleeuwen maakte het Balloërveld deel uit van de doorgaande route van Groningen naar Coevorden. Op deze Hessenweg zijn de karresporen uit deze periode nog steeds zichtbaar. Het Balloërveld is onderdeel van het relatief weinig verstoorde esdorpenlandschap rond Rolde. Het ontstaan van dit landschapstype hangt samen met het laat-middeleeuwse landbouwsysteem {potstalsysteem) dat inspeelde op natuurlijke kenmerken van het landschap. Afgestoken heideplaggen werden gemengd met schapemest en met het eindprodukt werden de akkers bemest.


Recreatie

De afwisseling in het beekdal van de Drentse Aa trekt veel recreanten, zowel bewoners uit de directe omgeving en de regio als recreanten uit andere delen van het land. Op het Balloërveld is echter alleen dagrecreatie mogelijk. De stilte en het wijdse landschap van het Balloërveld maken het gebied voor velen aantrekkelijk. Het gebied is van meerdere kanten bereikbaar. De meest gebruikte aanvoerwegen zijn de Stroetweg en de westelijk gelegen ingang aan de provinciale weg Loon - Gasteren. In het terrein loopt een groot aantal zandbanen en -paden en er zijn twee wandelroutes uitgezet. Over het Balloërveld lopen een lange afstands wandelpad en een knapzakroute. De heide is voor wandelaars ontsloten door wegen en paden. De openbare wegen op het Balloërveld zullen in de nabije toekomst worden afgesloten. Ze zijn dan alleen nog toegankelijk voor bestemmingsverkeer.


foto: Sietse Kooistra 2014


Externe invloeden en beheer


Vermesting en verzuring

De toegenomen luchtverontreiniging heeft de hoeveelheid voedingsstoffen voor de vegetatie vergroot. Daardoor hebben Bochtige smele en Pijpestrootje zich snel kunnen uitbreiden in de van oorsprong voedselarme heidevelden. Een tweede effect van luchtverontreiniging is verzuring van de bodem. Op plaatsen waar leem in de ondergrond zit en het regenwater stagneert komen gewoonlijk bijzondere plantesoorten voor. De verzuring leidt ertoe dat deze soorten, die aan minder zure milieus zijn gebonden, verdwijnen.


Verdroging

Door de aanwezigheid van ontwateringsgreppels is de afvoer van het water naar de beekdalen versneld. Hierdoor en als gevolg van drinkwaterwinning is de gemiddelde grondwaterstand op het Balloërveld gedaald. Door verdroging is de vergrassing van de natte heide met Pijpestrootje versneld.


Beheer

De heide is ontstaan door het intensieve gebruik in het verleden. Intensieve begrazing en periodiek plaggensteken maakten de heide steeds voedselarmer. Zonder beheer vindt ophoping van voedingsstoffen plaats waarvan grassen profiteren. Vergrassing van de heide is dus een natuurlijk proces dat alleen door menselijk ingrijpen kan worden gestopt. Verzuring, ophoping van meststoffen en verdroging versnellen de natuurlijke ontwikkeling (de successie) van heide naar bos.

Het Balloërveld wordt sinds 1981 weer begraasd met een kudde Drentse heideschapen. Op initiatief van de Stichting Schaapskooi Balloërveld is een schaapskooi gebouwd waarin de schapen 's nachts verblijven. In de afgelopen tien jaar zijn delen van de heide gebrand, geplagd, gemaaid en gechopperd. Chopperen is te beschouwen als een grondige manier van maaien, waarbij ook het bovenste deel van de strooisellaag wordt verwijderd.


Beleid

De overheid geeft op alle niveaus aan dat het beheer in het Balloërveld zich in toekomst moet richten op het behoud en ontwikkeling van aanwezige natuurwaarden. Het Balloërveld is als accentgebied opgenomen in het soortbeschermingsplan Korhoen, dat een uitwerking is van het Natuurbeleidsplan. In het Structuurschema Militaire Terreinen is aangegeven dat het militair gebruik op termijn beëindigd zal worden. Het Recreatie-deelplan Drentse Aa tenslotte kent aan het Balloërveld een functie toe voor extensieve dagrecreatie.


Doelstellingen


Het beheer van het Balloërveld richt zich, voorzover het militair gebruik dat toelaat, op de landschapsecologische, archeologische, cultuurhistorische en natuurwetenschappelijke functies en op de functie voor de extensieve dagrecreatie. Als het Balloërveld op termijn geen militair oefenterrein meer is, kan het beheer in samenhang met de omliggende terreinen optimaal op de landschapsecologische functie worden gericht.

Uit de vier genoemde functies zijn de volgende doelstellingen afgeleid:

Landschapsecologie: verbeteren van de inzijging door het vertragen van de afvoer van grondwater en oppervlakkig afstromend water dat van het Balloërveld naar de beekdalen van het Rolderdiep en het Loonerdiep stroomt;
Archeologie en cultuurhistorie: instandhouden van de grafheuvels, het urnenveld, de Celtic fields en de karresporen en deze objecten in het landschap beter zichtbaar maken;
Natuurbehoud: behoud en ontwikkeling van heidelevensgemeenschappen;
Recreatie: verbeteren van de functie voor extensieve dagrecreatie door zonering


Doeltypen


De uitwerking van de doelstellingen sluit aan op de nota 'De heide heeft toekomst' van de Werkgroep heidebehoud en heidebeheer (1988). Deze nota onderscheidt voor een planmatig beheer van de Nederlandse heide vijf doeltypen. Daarvan komen er twee in aanmerking voor het Balloërveld.


Doeltypen voor de heide

Bijzondere heide: In dit doeltype staan behoud van zeldzame en bedreigde planten en dieren en behoud van archeologische monumenten voorop. In het Balloërveld valt ongeveer 95 hectare onder dit type. Het betreft vooral de natte plaatsen op de heide (de stroeten die soms het begin van een beek vormen) en de randen van het terrein die goede ontwikkelingsmogelijkheden voor natte heidevegetaties hebben. De plaatsen met archeologische objecten vallen ook onder het doeltype bijzondere heide.

Open structuurrijke heide met een schaapskudde: Onder dit doeltype vallen de overige heidevegetaties, de vennen, de stuifzanden en de bosjes in het centrum van het Balloërveld (bij elkaar ruim 220 hectare). Het beheer richt zich daarom op een afwisselende, open heide met vennen en zandvlakten. De heide bestaat voornamelijk uit Struikheide (60%), met een deel vergraste heide (35%) en een klein deel bos (5%). Dit heidelandschap benadert de toestand van de heide rond het jaar 1900. De verdamping van het grondwater via de bladeren is bij bos veel groter dan bij heide. Daarom kan een open heide de eerder genoemde inzijgingsfunctie beter vervullen dan bebost heideterreinen. Om deze reden is gekozen voor dit doeltype. Er is nog een ander doeltype open heide, maar dat wordt gedomineerd door Struikheide en is zonder structuur. Voor de fauna is een rijke structuurvariatie in de vegetatie erg gunstig. Vooral reptielen en insecten profiteren hiervan.


Doeltypen voor overige terreintypen


Berkenzomereikenbos: De bosrand langs het Balloërveld, ongeveer 25 hectare, zal in stand worden gehouden. Het bos heeft een natuurfunctie en vormt een bufferzone tussen het Balloërveld en het omringende gebied. Het beheer zal zich richten op ontwikkeling naar structuurrijk berkenzomereikenbos, een bostype dat van nature groeit op voedselarme zandgronden.
Hooilandgemeenschappen: Op de meest noordelijke stroet, de stroet van het Galgenried, zal een jaarlijks maaibeheer de ontwikkeling van kleine-zeggengemeenschappen bevorderen en op de drogere plaatsen de ontwikkeling naar kamgrasweiden stimuleren.


Het Balloërveld en directe omgeving


Uitvoering van het beheer


Waterhuishouding

De landschapsecologische functie van het Balloërveld wordt versterkt wanneer de oorpronkelijke waterhuishouding zoveel mogelijk wordt hersteld. Daarom worden maatregelen genomen die de inzijging van regenwater bevorderen. Aan de randen zullen de ontwikkelingsmogelijkheden voor natte heidevegetaties toenemen omdat de grondwaterstand er zal stijgen. Herstel van de waterhuishouding zoals deze aan het begin van deze eeuw was is niet mogelijk (bijvoorbeeld door de drinkwaterwinning), maar door een deel van de ontwateringsgreppels te dempen en een deel af te dammen zal het grond- en regenwater minder snel afstromen. Het is niet mogelijk om in deze beheersplanperiode alle greppels te dempen. Hierdoor zou namelijk in het lager gelegen noordelijke deel van het Balloërveld wateroverlast voor het militair gebruik optreden.


Heide en vergraste heide

Bij het heidebeheer staat de afvoer van voedingsstoffen centraal. Door begrazen alléén is het bij het huidige niveau van luchtverontreiniging niet mogelijk voldoende voedingsstoffen af te voeren om de vergrassing terug te dringen. Daarom zal jaarlijks ruim twee hectare worden geplagd, twee hectare worden gemaaid en ongeveer anderhalve hectare worden gechopperd. Ook worden door het toepassen van deze maatregelen milieus geschapen waar pioniersoorten zich kunnen vestigen. Op geplagde, vochtige plaatsen zullen onder andere Witte en Bruine snavelbies en Klokjesgentiaan kunnen kiemen.

De heide zal gedurende het hele jaar, zes dagen per week worden begraasd met een kudde van ongeveer vierhonderd volwassen Drentse heideschapen, waar in de zomer de lammeren nog bijkomen, 's Winters en in het voorjaar zal de kudde 's nachts in de schaapskooi verblijven. In de zomer en de herfst overnachten de schapen op grasland nabij het Balloërveld. De heide wordt afgewisseld met stuifzand en vennen. Het beheer is erop gericht deze afwisseling te behouden. De zandvlakten worden nu nog opengehouden door het militair gebruik. Na beëindiging daarvan zullen de stuifzanden opengehouden moeten worden door plaggen en begrazen. Om de vennen open te houden zal regelmatig de opslag van Berk worden verwijderd.


Bos

Het aandeel bos op de stroeten zal afnemen door groepenkap en kaalkap, waarbij het kappen van Fijnspar voorrang heeft omdat deze boomsoort in ons land niet van nature voorkomt. In de komende vijfjaar zal ongeveer anderhalve hectare bos worden gekapt. Méér kappen is in verband met de militaire functie van de bossen niet mogelijk. Op de stroeten zullen zich na de kap natte heide -vegetaties met Dopheide ontwikkelen. Door opslag en strooisel te verwijderen zal deze ontwikkeling worden bevorderd.

Om de beboste grafheuvels in het landschap beter zichtbaar te maken wordt de opslag er verwijderd en zal plaatselijk worden gekapt (variabele dunning in vaktermen). Hierdoor zullen de grafheuvels weer markante punten in het open heidelandschap gaan vormen. Ook in enkele structuurarme bossen in het centrum van het Balloërveld zal worden gekapt. Met variabele dunning wordt bereikt dat de lichtinval tijdelijk toeneemt zodat de struik- en kruidlaag zich kunnen ontwikkelen.


Recreatie

Het Balloërveld blijft van belang voor extensieve dagrecreatie: de zandwegen en -banen blijven toegankelijk voor wandelaars en het meenemen van aangelijnde honden is toegestaan. In het westelijk deel zullen paden met slagbomen worden afgesloten om zo rust te creëren voor dieren en om de betredingsdruk voor planten te beperken. Het blijft daarbij mogelijk om het hele Balloërveld rond te wandelen.

De huidige parkeerplaatsen worden in stand gehouden, met dien verstande dat de zuidelijke parkeermogelijkheid een echte parkeerplaats wordt. Door er met borden naar te verwijzen wordt een zonering van de recreatie bereikt die het accent op het zuidelijk deel van het Balloërveld legt.


Voorlichting en educatie

Informatievoorziening voor de recreant vindt plaats via de plaatselijke VVV's. Bij de schaapskooi staat een paneel met informatie over de schaapskudde. In de toekomst blijven groepsexcursies op het Balloërveld onder leiding van de schaapherder (op aanvraag) mogelijk. Op initiatief van het Recreatieschap in samenwerking met het Provinciaal Drents museum en het Rijksinstituut voor Oudheidkundig Bodemonderzoek wordt een cultuurhistorische/archeologische wandelroute uitgezet. Bij het Balloërveld is nog een informatiepaneel gepland met de archeologische geschiedenis als onderwerp. Bij enkele grafheuvels en andere archeologische objecten zullen door het Recreatieschap kleinere informatieborden worden geplaatst.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl