In en om Assen





Een portret van Johanna Hindrika Bergmans-Beins


Bronvermelding:
Krüderige wieven : Drentse vrouwen in de twintigste eeuw / onder red. van Marion Hoogendijk. Een artikel van Petra Broomans.
ISBN 90-6011-726-3, NUGI 644



Johanna Hindrika Bergmans-Beins


'Naar waarheid gegeven, met liefde beschreven'

Tijdens mijn speurtocht naar bekende, minder bekende en vergeten Drentse vrouwen stuitte ik op de Drentse schrijfster Johanna Hindrika Bergmans-Beins (1879-1948). Ik kwam haar in elke bloemlezing over Drentse literatuur tegen. Haar werk wordt over het algemeen gekarakteriseerd als 'sterk folkloristisch gekleurd (...), maar goed van gehalte'. Jo Beins was, zo las ik in een inleiding van een andere bloemlezing, 'een begaafd schrijfster, die belangrijk werk heeft geproduceerd.' En over haar enige roman Het bloed kruipt waar het niet gaan kan uit 1933 wordt gezegd: 'Dit werk heeft literair meer waarde dan de romans van haar tijd- en dorpsgenoot Tiesing...'.

De naam Jo Beins zag ik in overzichtsartikelen vaak staan naast die van deze bekende Drentse schrijver. Tussen deze twee schijnt het overigens niet echt geboterd te hebben. Jo Beins vond Harm Tiesing maar 'lang van stof' en noemde hem daarom Harm Dreum. Hij op zijn beurt betitelde haar als 'oes sniggeltien', en vond Jo Beins blijkbaar een brutale tante. Toch hebben ze met elkaar te maken gehad. Harm Tiesing was degene die in 1905 haar huwelijk met de onderwijzer Jan Bergmans voltrok. Op het gebied van de Drentse folklore hadden Jo en Harm elkaar ook het een en ander te zeggen. Jo Beins werkte voor haar huwelijk een tijd als lerares. Jan Bergmans en Jo Beins kregen twee kinderen waarvan alleen de dochter in leven bleef.

Na haar trouwen nam ze ontslag en werd actief in de politiek. Ze werd lid van de Vrijzinnig Democratische Bond en in 1919 als eerste vrouw in de provinciale staten gekozen. Uit de verschillende korte biografieën, waaronder een In memoriam, komt het beeld naar voren van een actieve vrouw die een grote liefde voor Drenthe en de Drentse taal had. Ze hield bijvoorbeeld haar toespraken vaak in het Drents, zodat de mensen 'heur dan beter kunt begriepen'. Jo Beins is echter niet zozeer als politica, maar vooral als (dialect)schrijfster bekend geworden. Ze schreef streekverhalen en tekende volksverhalen op die zijzelf hoorde:

'Ik wil ze u geven, zooals ze tot mij kwamen, de meeste verteld door mijn vader, 's avonds als wij bij elkaar zaten, als de wind om het oude molenhuis streek, als hij in den schoorsteen leefde en wij veilig om de helderbrandende kachel zaten. Zoo wil ik ze u geven als onze oude werkvrouw ze vertelde als wij bij haar zaten terwijl ze 'poetste'. Ze kwamen tot mij als wondere dingen uit lang vervlogen tijden, het was mij of ik ze zelf beleefde.'

En zo vergaat het de lezer ook. Jo Beins weet wat vertellen is. Ze weet je op een meesterlijke wijze aan haar woorden te kluisteren en je kunt niet anders dan haar vertellingen in een ruk uitlezen. Dit geldt zeker voor haar roman 'Het bloed kruipt waar het niet gaan kan'. Het boek gaat over liefde en trots. Wiecher, de enige overgebleven zoon van Harm Luten, een rijke Drentse boer trouwt tegen de wil van zijn vader beneden zijn stand. Harm Luten wil niets meer met zijn zoon te maken hebben. Ook niet als Wiecher ziek wordt en langzaam wegteert. Hij heeft dezelfde ziekte gekregen als zijn jonggestorven broertjes en zusjes. Ook bij de ziekte en dood van Wiecher blijft de trots van Harm ongebroken.

Pas als hij zijn kleinzoon 'Klein Harm' per ongeluk ontmoet kan hij berouw tonen en vergiffenis vragen. Het boek is niet alleen de moeite waard omdat het spannend en goed geschreven is. De roman, helaas de enige die ze geschreven heeft, toont dat Jo Beins veel wist over de Drentse klederdracht, zeden en gewoonten. Ze verwerkte haar kennis in de roman. Dat deed ze ook in de korte verhalen die zich allemaal in Drenthe afspelen. Daarnaast heeft ze in diverse artikelen gedetailleerd een Drentse boerenbruiloft ('het wasschup'), 'het Oud-Drentsch costuum' en andere Drentse gebruiken beschreven, waarbij ze - niet kritiekloos — steunde op het werk van Harm Tiesing.

Zo corrigeerde ze in een artikel 'de volgens haar onjuist getekende afbeelding van het Drentse kostuum op de omslag van Tiesings Marthoa Ledeng.' Verder werd onder haar regie verschillende keren een Drentse boerenbruiloft opgevoerd. Niet alleen in Drenthe, maar ook in andere plaatsen, onder andere in Haarlem (1908). Ook in Het bloed kruipt waar het niet gaan kan beschrijft Jo Beins een boerenbruiloft. De roman geeft een boeiend beeld van het Drents (boeren)gezinsleven. Het zou als een vrij modern boek zijn opgevat, 'aan dit boek ontleenden later andere schrijvers gedachten en ideeën, juist omdat het zijn tijd vooruit was', zo schreef Poortman in 1954.

Jo Beins laat haar roman eindigen met de zin: 'Naar waarheid gegeven, Met liefde beschreven'. Jo Beins, een realiste? Een romantische folkloriste? Eén ding is zeker, Jo Beins hield van Drenthe.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl