In en om Assen





Bert Jippes


foto Lammert Aling


Info op Asserjournaal. Een bijdrage van Lammert Aling

Bijzondere foto expositie van ‘veteraan’ Bert Jippes bij Galerie Spieker

Een deel van de genodigden moest noodgedwongen op straat de opening van de nieuwe expositie van Galerie Spieker volgen. Want binnen was het afgeladen vol, zoveel vrienden en kennissen van de in Assen geboren en getogen fotojournalist Bert Jippes waren naar de Singelpassage gekomen om een selectie uit zijn collectie te bewonderen. ”Ze zijn mij nog niet vergeten”, verzuchtte Bert enige tijd later.

De Asser collega-fotograaf Sake Elzinga sprak een openingswoord, waarin hij een paar anekdotes uit de hoed van Berts veertigjarige loopbaan bij de Drentse en Asser Courant en later bij de Drents Groningse Pers haalde. Hij roemde Berts oog voor het ongeziene en het kleine en haalde daarbij een foto aan van een bejaard echtpaar dat zeventig jaar getrouwd was. De oude baas vertelde Bert wat zij in hun lange leven samen hadden beleefd. De kwetsbaarheid van het paar had Bert beroerd en door zo’n ontmoeting wordt een foto veel meer dan een koele registratie. Bert wonw met deze foto een tweede plaats in de catagorie Portretten van de Zilveren Camera,.

Dat is de belangrijkste Nederlandse onderscheiding voor fotojournalisten, die jaarlijks wordt uitgereikt. Het gaat om het ontdekken van tussenmomenten want deze momenten komen nooit meer terug. “Zo’n tussenmoment is voor mij een heel speciaal moment, het is mooi als je dat weet te vangen en daar een sterke foto van kunt maken” aldus Bert Jippes. Zo'n bijzonder moment is ook de foto van een schaap, herkauwend achter de bomen in het plaatsje Neerwijnen in het jaar 2005 op een lome zomerse dag.

Sake Elzinga was niet de enige spreker die de fotograaf met woorden in het zonnetje zette. Ook de Asser dichter Geert Loman lauwerde Bert met twee gedichten over foto’s. Hoofdredacteur Jan Hof van het Asser Journaal deelde de aanwezigen mee dat hij blij was dat Bert zijn fotojournalistieke loopbaan na zijn pensionering bij de krant, op het internet voortzet en zich nu ook ontpopt als een kundig schrijver. Als je ook nog je eigen verhaal met en achter de foto’s kunt vertellen is de cirkel rond.


Persoonsgegevens van Bert Jippes

Bert is in 1942 geboren in Assen en werkt vanuit deze hoofdstad van Drenthe. Als kunstenaar is hij autodidact en richt zich op journalistieke en vrije fotografie. Zoekt daarbij spontane momenten op zoals die zich ongekunsteld overal kunnen voordoen. Het betreft meestal mensen, maar kan in feite van alles zijn; ook dieren. Het verhalende moment in een foto is datgene wat hij graag wil uitdrukken. Wanneer een foto ook nog humor uitstraalt is hij echt gelukkig.

In 1985 werkte hij mee aan de samenstelling van het Drentse boek ‘Stoelendaans, een splinternei wark met knappe petretten van 20 dréentse schrievers’ samengesteld door Jannie Boerema. ‘Stoelendaans’ is een combinatie van literatuur, fotografie en grafische vormgeving . Van 1968 tot 2002 werkte hij als fotograaf voor de Drents Groningse Pers. Met een foto van een bejaard echtpaar won hij in 1996 een tweede plaats in de categorie Portretten van de Zilveren Camera. Vanaf 2009 is hij als fotograaf verbonden aan het AsserJournaal

Hij werkt zowel vrij als in opdracht op zowel kleine als grote formaten. Contact opnemen met Bert kan via Centrum Beeldende Kunst Drenthe


Foto © Bert Jippes


Info op Asserjournaal

Echte Assenaar Bert Jippes (66) heeft een tientallen jaren lange ervaring als persfotograaf achter de rug. Eind jaren zestig verruilde hij een baan als laborant voor die van persfotograaf bij De Drentse en Asser Courant. Hij kon daardoor een beroep maken van zijn hobby en dat heeft hij tot aan zijn pensionering tot zijn tevredenheid kunnen doen. Hieronder zijn persoonlijke herinneringen uit bijna veertig jaar fotojournalistiek.

De grote stilte na de Oefening Donderslag

De vreugde van de militaire dienstplicht heb ik helaas nooit mogen smaken en dat niet omdat die afgeschaft was. Toen ik negentien was bestond de dienstplicht nog en ik moest me ooit ergens vervoegen bij de Hereweg in Groningen en herinner me nog de vreugdeloosheid van het gebouw. “Jippes je bent helaas afgekeurd wegens een afwijking aan je rug. Je verstand is trouwens prima, je komt er wel in het leven”. Het was een wat oudere beroepsmilitair en in zijn stem klonk goedbedoeld vaderlijk gezag door. Met horten en stoten, en daaraan toegevoegd ook nog wat teleurstellingen, kwam ik uiteindelijk in de journalistiek terecht.

We schuiven weer wat jaartjes op en inmiddels is het al midden jaren ’70. We maken melding in de krant dat er een grote NAVO-oefening aanstaande is. Het is de oefening ‘Donderslag’ en die gaat in Duitsland gebeuren. Ook het 43ste Painfbat waarvan een gedeelte in Assen is gelegerd, doet mee. Painfbat betekent overigens Pantser Infanterie Bataljon. Je leert nog eens wat als je voor de media werkt. De oefening in Duitsland wordt geleid door de Amerikanen en een Amerikaanse generaal geeft een groot compliment aan de Nederlanders en dan vooral aan onze jongens uit Assen. Ze hebben een voorbeeldige oefening gedraaid. Alle reden dus om hier wat meer melding van te maken.

Onze krant krijgt een persbericht en zo op een morgen om 9.00 uur ben ik met schrijvende collega Sjoerd Post op de JWF kazerne. De mensen van het 43ste staan allemaal keurig en met militaire precisie opgesteld. Geweren paraat, gevechtskledij aan en helmen op. Het is het wachten op de generaal. Nee, niet de Amerikaanse. Die was geloof ik allang weer terug. De generaal die het commando voert over de JWF, daar was het wachten op. Ook de JWF Kapel staat opgesteld in gevechtskledij met helmen op. In plaats van geweren hebben ze uiteraard muziekinstrumenten. Er is nog een ander verschil. De muzikanten hebben verhoudingsgewijs al wat meer een buikje. Het is nu nog op de plaats rust.

Even later komt er van ergens verderop een jeep aangereden. Militairen springen in de houding als de generaal en zijn adjudant uit de jeep stappen. De adjudant reikt de generaal een A4tje met tekst aan. Via de speakers die over het kazerneterrein schallen, krijgen we de loftuitingen van zijn Amerikaanse collega te horen. Even later treedt één van de jongens naar voren en die krijgt een vlaggetje in zijn geweer gestoken. Het is uiteraard geen gewoon vlaggetje. Het straalt militair eerbetoon uit. De kapel speelt en even later is hij weer opgesteld in zijn bataljon en de generaal en zijn adjudant treden met afgemeten passen terug naar hun voertuig. Keurig netjes gepar-keerd, vlak tegenover het opgestelde bataljon.

Er heerst bijna doodse stilte, je hoort alleen de vogels. Het bataljon ‘geeft acht’ en de generaal en zijn adjudant wachten zwijgend en onbeweeglijk. Wachten op wie? Wachten op de chauffeur van de jeep, die vijf minuten later opeens komt aansnellen. Hij was nog aan het koffiedrinken. Eén radertje geblokkeerd en het hele militaire apparaat staat stil. En zo kan het kopje koffie van de chauffeur van een generaal overkomen als een stille Donderslag bij heldere hemel.


Foto © Bert Jippes


Het verhaal van Sim Noordhof, houder van het Wereldrecord Koordirigeren

Een tijdje geleden kwam ik Sim Noordhof na 20 jaar weer tegen. Sim is koordirigent en hij heeft momenteel de Roner (Roden) Singers onder zijn hoede. In die hoedanigheid ontmoette ik hem tijdens een optreden in de Gouverneurstuin. Ik was daar voor het AsserJournaal. “Ken je me nog?” vroeg Sim na afloop. Ik moest even nadenken, want het was van ver terug. Sim hielp me uit de droom. Het was in Polen in februari 1991 en dus al weer 20 jaar geleden. Ik was met verslaggever Jibbo Poppen toen in Poznan. Dirigent Sim Noordhof zou voor het Guinness Book of Records in Poznan het werelduurrecord koordirigeren gaan vestigen.

Vijfentwintig uur achter elkaar verschillende koren dirigeren en dat zonder de zo nodige nachtrust. Je moet het er maar voor over hebben. Sim heeft het gehaald en het een paar jaar later in Siddeburen nog eens dunnetjes overgedaan. Daar dirigeerde hij 30 uur achter elkaar. Dat record staat nog steeds op naam van Sim. Ik herinner me nog dat hij, volkomen uitgeteld, op het laatst nog wat vage gebaren maakte met zijn dirigeerstok. Het koor liet zich niet van de wijs brengen. Dat kon het blijkbaar wel zonder Sim. Sim Noordhof en ik hebben iets gemeenschappelijks. Ook hij is begonnen als laborant en is later de journalistiek ingegaan. Op dat punt heeft hij het trouwens verder geschopt dan ik. Hij is baas en uitgever geworden.

We houden ook allebei van muziek, zij het dat de muziek die hij ten gehore brengt niet zo direct mijn smaak is. Ik heb het niet zo op die heen en weer deinende schippers- of shantikoren of hoe ze ook mogen heten. Waatom schrijf ik nou ineens over Sim Noordhof, zullen de lezers zich wellicht afvragen. Ik denk dat er velen zijn die nog nooit van hem hebben gehoord. Ik heb thuis nog ordners vol negatieven. Het zijn er duizenden, allemaal gemaakt tijdens mijn werkzaamheden voor de Drentse en Asser Courant. Een paar dagen geleden pakte ik zomaar een willekeurige ordner van de plank en laat die nou net open vallen op 24 februari 1991 met alle negatieven van het gedenkwaardige optreden van Sim. En toen kwamen de herinneringen ineens weer boven drijven.

Het was vlak na ‘Die Wende’. Polen krabbelde weer overeind na al die jaren van zuchten onder het communistische juk. Er was nog heel veel armoede en het leven was er naar onze maatstaven belachelijk goedkoop. Jibbo en ik konden het Poolse geld niet op krijgen. Maar ondanks de materiële armoede had het land wel een grote culturele rijk-dom op het gebied van muziek en vele andere vormen van kunst. Trouwens, mooie vrouwen hebben ze daar ook, maar dat is een ander verhaal. De koren die voor de Nederlandse gasten acte de présence gaven, brachten een repertoire dat voor de meeste Nederlandse amateurkoren te hoog gegrepen zou zijn. Ik herinner me nog de prachtige solostemmen van door het leven getekende oudere zangers.

Ik heb toen overdag nog wat kleurenfoto’s buiten op straat gemaakt. Van mensen die in de rij staan voor fruit. Dat was toen de andere kant van Polen. Ik heb het nooit afgestaan voor publicatie want ik vond het ongepast om te scoren met andermans ellende. Ik kwam daar uiteindelijk als gast en had er alleen maar vriendelijkheid ontmoet. Momenteel gaat het economisch aardig wat beter in Polen en dus ook in Poznan en ik vind dat ik ze daarom nu wel mag laten zien. Wel voelen de foto’s voor mij nu erg vreemd aan. Het was 1991 en het lijken wel beelden uit een veel vroegere crisistijd. Ook de foto’s van Sim Noordhof zijn een verrassing na al die jaren. Laat ik maar volstaan met de mededeling dat, nu zijn vlegeljaren voorbij zijn, die pretoogjes nog steeds gebleven zijn. Zijn snorretje is nu wat meer gesoigneerd en daar kun je als koordirigent best mee voor de dag komen.


Egbert Hovenkamp 2. Foto © Bert Jippes


Het bezoek van ‘Prinses Glimlach' aan Rammenask, de niet gedulde vesting van Asser jongeren

In veertig jaar tijd kan er veel veranderen en dat is ook in Assen het geval. Begin jaren ’70 was het hier allemaal een beetje anders. De ouderen zullen zich ongetwijfeld wethouder Dick Berger nog kunnen herinneren. Berger was van een generatie toen gezag nog echt gezag was. Hij duldde geen tegenspraak. Zijn woord en wil waren wet. Daarnaast was hij ook nog sociaal-democraat en dat hij met het salaris van zijn wethouderschap ook nog woonde in een huurwoning uit de sociale woningsector was algemeen bekend. Er werd over gefluisterd maar hardop zeggen was er niet bij.

Het avontuur van Rask, het voormalige koffiehuis in de Gouverneurstuin, was al een paar jaar verleden tijd. (Sjoerd Punter heeft hier al uitgebreid in het Asser Journaal over geschreven.). De jongeren in Assen wilden graag weer een centrum waar ze elkaar konden ontmoeten. Uiteindelijk werd dat de voormalige bibliotheek. Het is nu het markante gebouw Brink 41 waarin ondermeer deurwaarder Wielens en advocaat Pellinkhof hun kantoor hebben. Het pand stond leeg en oogluikend werd toegestaan, dat enkele kunstenaars er tijdelijk hun atelier konden vestigen. Frans Jansen, nog getooid met lang haar, was daar ook bij. Er waren lege ruimtes genoeg in het gebouw, dat al aardig aan een fikse opknapbeurt toe was.

De jongeren trokken er bij in en muzikant Harm Brinksma bedacht in een creatieve opwelling de naam Rammenask, afgeleid van Rask. Hij timmerde het bordje met de zelf geschilderde naam Rammenask boven de toegangsdeur van het gebouw en hiermee was het nieuwe ‘Open Jongerencentrum voor de jongeren’ officieus een feit. Het gemeentebestuur - en dan met name wethouder Berger - zag dat met lede ogen aan. Het had het idee dat het een soort sexhol was, waar voortdurend geblowd werd en andere duistere dingen gebeurden. Ook de redactie van de krant, waar ik in dienst was, wilde er nauwelijks iets over schrijven. De foto die ik maakte van de symbolische doop van ‘Rammenask’ door Harm, weigerde de redactiechef te plaatsen.

Het werd afgedaan als ‘kwajongenswerk’ en de plaat verdween meteen in de prullebak. Even paar maanden later, op een zomerdag in 1973, had ik weekenddienst gedraaid en genoot van mijn vrije compensatiedag. Het was prachtig weer en ik zat luchtig gekleed in korte broek, sandalen en T-shirt met korte mouwen, voor het huis heerlijk te relaxen. De telefoon ging. Het was de redactiechef. Of ik onmiddellijk naar Rammenask wilde gaan want prinses Beatrix was daar en ze wisten niet hoe lang ze er nog zou blijven. Zo gaat dat in de journalistiek. Je bent nooit helemaal zeker van je vrije dag. In mijn vrijetijdskledij op de brommer gesprongen, de camera over mijn schouder en op weg naar Rammenask.

Een vertegenwoordiger van de Rijks Voorlichtingsdienst, gekleed in stemmig zwart pak, stond voor de deur. Het was de latere Tros voorzitter Joop Landré. Hij bekeek mij streng. Hij hield mij bepaald niet voor een professionele fotograaf. “Wie ben jij?” vroeg hij neerbuigend. Ik vertelde waar ik voor werkte en vroeg op dezelfde toon die hij gebruikte: “En wie ben jij?” Voor hem de reden om mij zonder problemen binnen te laten. Prinses Beatrix werd toen nog ‘Prinses Glimlach’ genoemd. En met recht, ze trad de jongeren op een ontwapenende, spontane manier tegemoet. Als ik de foto’s nu weer bekijk valt mij op dat de jongeren van toen wel erg veel braafheid en onschuld uitstraalden, dit in tegenstelling met hoe er over hen gedacht werd.

Het bezoek werd ook gefilmd. Beatrix bezocht meer jongerencentra in het land en trok zich het lot van de jongeren erg aan. Ram-menask werd landelijk nieuws en kreeg daardoor opeens veel credit. Het gemeentebestuur kon nu de jongeren er niet zo maar uitzetten, maar later gebeurde dat toch. De wethouder vond namelijk een creatieve oplossing. Er dreigde zomaar ineens instortingsgevaar. Iedereen moest er uit. De politie werd ingeschakeld en mijn krant publiceerde dat met een verontrustende gretigheid. Er werd zelfs al gesproken over afbraak van het gebouw… Nu, vele jaren later, blijkt het gebouw nog steeds oersolide te zijn. Er mist nog geen steen. Ik vind het architectonisch nog steeds één van de mooiste gebouwen van Assen.

En de jongeren? Ze hebben ooit nog eens de raadzaal bezet en de deur vastgeketend met kettingen en een hangslot. Een laatste poging om het gemeentebestuur er toe te bewegen een oplossing voor hen te realiseren. Het was vlak voordat de raadsvergadering zou beginnen en die vergadering kon daarom toen niet direct plaatsvinden. Ik herinner me nog het woedende gezicht van de wethouder. Met gereedschap kreeg men de deur uiteindelijk open, zij het met wat schade. Ik herinner me ook nog de opmerking: “Wat kost dat een geld!” De tijd glijdt voorbij en wie herinnert zich zich deze episode uit de historie van Assen nog? Over het bezoek van Beatrix destijds is nauwelijks nog iets op Internet te vinden. Alleen de Asser Historische Vereniging wijdt er op haar website een kort stukje aan.


Witten, de avond voor de TT. Foto © Bert Jippes


Meer foto's van Bert Jippes zijn te vinden op 'My Gallery' en op 'Café de Liefde'






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl