In en om Assen





Hendrik Koekoek



Tweede Kamer in Den Haag 1966; Hendrik Koekoek (Boerenpartij) aan het woord


'Boer Koekoek' is een fenomeen in de Nederlandse parlementaire geschiedenis geweest


Info Iinstituut voor Nederlandse geschiedenis; artikel van W. Slagter


Koekoek, Hendrik, politicus (Hollandscheveld (D.) 22-5-1912 - Bennekom (Gld.) 8-2-1987). Zoon van Roelof Koekoek, landbouwer, later pluimveehouder, en Johanna Gort. Gehuwd op 18-9-1942 met Theodora Geertruida van Zetten, botanisch analiste. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren.

Hendrik Koekoek groeide op als de oudste zoon in een orthodox-hervormd gezin van zeven kinderen. Na de lagere school moest hij meehelpen op de pluimveehouderij van zijn vader. Hij las veel, volgde allerlei landbouwcursussen en was actief in het bestuur van het Nederlandsch Jongelings Verbond. Zijn diensttijd in Arnhem ervoer Koekoek als een bevrijding uit de hem steeds meer benauwende omgeving van zijn ouderlijk huis en zijn woonplaats, Hollandscheveld. Om diezelfde reden verkoos hij in de jaren dertig een tijdlang een bestaan als los landarbeider op verschillende boerenbedrijven in Noord-Holland.

De mobilisatie van 1939 haalde Koekoek opnieuw uit zijn Drentse plattelandsomgeving. Ingekwartierd in de buurt van Wageningen - waar hij zijn toekomstige echtgenote leerde kennen - maakte hij in mei 1940 de gevechten bij de Grebbeberg mee. Om niet geheel opgehelderde redenen werd hij in 1943 door de bezetter gearresteerd en verbleef hij gedurende zeven maanden in gevangenschap, onder meer in Scheveningen, Utrecht en Duitsland. Na te zijn vrijgelaten vestigde hij zich op een boerderij van zijn schoonvader in het Betuwse Lienden.

Op 1 november 1946 behoorde Koekoek tot de oprichters van de Landelijke Vereniging voor Bedrijfsvrijheid in de Landbouw; hij werd al spoedig haar voorzitter. Deze organisatie, die onder de naam 'Vrije Boeren' nationale bekendheid kreeg, richtte zich tegen de overheidsbemoeienis met de landbouw, in het bijzonder tegen de ambtelijke wereld, die allerlei regelgeving aan de boeren zou opleggen. Vooral het in februari 1954 ingestelde Landbouwschap moest het ontgelden. Koekoek, voorzitter van de 'Vrije Boeren', meende dat dit bedrijfschap voor de landbouw - waarin leden van een aantal landbouworganisaties zitting hadden - de belangen van de agrariërs niet diende, maar hen door dwangmaatregelen, zoals het opleggen van heffingen, juist in hun bedrijfsvoering dwarsboomde. Vooral onder de kleine boeren, die zich vaak slechts met moeite ten opzichte van de grotere agrarische bedrijven konden handhaven, vonden Koekoeks woorden weerklank.

Toch was de directe invloed van de 'Vrije Boeren' beperkt, zodat Koekoek zijn geluk in de politiek ging beproeven. In 1956 bedankte hij als lid van de Christelijk-Historische Unie, waarvan hij in zijn woonplaats, Bennekom, sinds het begin van de jaren vijftig afdelingssecretaris was geweest, en sloot hij zich aan bij een rechtse splintergroepering: de Nederlandse Oppositie Unie. Toen bleek dat deze nieuwe partij niet erg aansloeg, besloot Koekoek met een eigen politieke partij aan de verkiezingen deel te nemen: in 1958 onstond de Boerenpartij (BP). Bij de gemeenteraadsverkiezingen van dat zelfde jaar slaagde de BP er slechts in twee raadszetels te veroveren: in Zelhem en Valburg. De Tweede-Kamerverkiezingen van 1959 kwamen voor de nieuwe partij echter nog te vroeg, want het lukte Koekoek en de de zijnen niet de kiesdeler te halen.

Geruchtmakende affaires op landbouwgebied in het begin van de jaren zestig legden de BP evenwel geen windeieren: in 1962 werd Koekoek bijvoorbeeld gekozen tot lid van Provinciale Staten van Gelderland (tot 1963). Bij acties tegen het Landbouwschap wist Koekoek de betrokken boeren - en ook zijn partij! - in een 'underdog'-postie te manoeuvreren, waardoor hij de sympathie van een aanzienlijk deel van de Nederlandse bevolking kreeg. Zo weigerde in maart 1963 een aantal landbouwers in Hollandscheveld de heffingen van het Landbouwschap te voldoen, waarop deze organisatie uiteindelijk tot huisuitzetting van de betrokken gezinnen liet overgaan. Het kwam tot een gewelddadige confrontatie tussen politie en boze boeren, en doordat de BP zei voor de boerenbelangen te strijden, bracht haar dat veel positieve publiciteit.

Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer, later dat jaar, plukte Koekoek de electorale vruchten van zijn optreden: hij behaalde 2,1 procent van het aantal stemmen, goed voor drie kamerzetels.
Als Tweede Kamerlid leverde Koekoek - die niet alleen de fractie in Den Haag leidde, maar ook het partijvoorzitterschap bekleedde, de administratie van de partij voerde en bovendien van 1962 tot 1970 zitting had in de gemeenteraad van Ede - nauwelijks een constructieve bijdrage tot de politieke besluitvorming. Zijn spreekbeurten in 's lands vergaderzaal waren vaak een opsomming van klachten tegen zijn collega-politici, die de kiezers allerlei fraais zouden beloven en deze beloften vervolgens niet inlosten. Toch nam Koekoeks populariteit in de daaropvolgende jaren voortdurend toe, een verschijnsel waaraan zijn Drentse tongval en droge humor in niet geringe mate bijdroegen.

Maar ook als ze serieus bedoeld waren, konden zijn opmerkingen komisch overkomen. Zo liet hij in november 1965, tijdens het debat over het voorgenomen huwelijk van prinses Beatrix met Claus von Amsberg, weten dat de BP geen bezwaar had tegen de toekomstige prins-gemaal, mits hij niet bij het Landbouwschap ging werken....
Na uiterst succesvol verlopen Staten- en gemeenteraadsverkiezingen in 1966 boekte de BP bij de kamerverkiezingen van 1967 een winst van vier zetels. Onderzoek wees later uit dat de uitgebrachte stemmen op Koekoeks partij niet meer uitsluitend uit landbouwkringen kwamen. Juist in de grote steden in het westen des lands rekruteerde Koekoek veel nieuwe kiezers, die veelal het vertrouwen in de bestaande grote partijen hadden verloren en hun 'proteststem' op de BP uitbrachten. De maatschappelijke en culturele onrust in de jaren zestig zal op dit stemgedrag zeker van invloed zijn geweest.

Toch begon zich in deze periode ook de zwakte van de BP te openbaren. De partijorganisatie was uiterst gebrekkig, hetgeen tot uiting kwam in het feit dat er bij verkiezingen vaak onvoldoende kandidaten genomineerd waren, waardoor - soms per advertentie - in allerijl nog gegadigden moesten worden benaderd. Ook in eigen gelederen begonnen er twijfel aan Koekoeks capaciteiten en wrevel over diens machtspositie te ontstaan. Bovendien was het oorlogsverleden van een aantal min of meer vooraanstaande BP-leden niet geheel onomstreden, zodat de partij bij velen in een kwaad daglicht kwam te staan. Koekoek zelf zorgde vervolgens voor opschudding door tijdens een kamerrede een aantal parlementariërs met onware beweringen - onder meer over mogelijke NSB-lidmaatschappen - te beschuldigen.

Toen bleek dat hij zijn uitspraken niet kon waarmaken en bovendien weigerde zijn beschuldigingen terug te nemen, nam de Kamer op 12 oktober 1966 met 109 tegen 2 stemmen een motie van afkeuring tegen hem aan.
Al deze zaken deden de partij geen goed, en nadat zich daarenboven allerlei afsplitsingen hadden voorgedaan - eerst in 1968, later in 1971 - ging het snel bergafwaarts met Koekoeks geesteskind. Van 1971 tot 1972 zat hij nog als enige voor zijn partij in de Tweede Kamer. Een kleine opleving in 1972 leverde nog eenmaal drie zetels op, maar in zijn laatste parlementaire periode, van 1977 tot 1981, moest Koekoek opnieuw alleen het gedachtengoed van de BP trachten uit te dragen.

Na zijn vertrek uit de Kamer probeerde Koekoek het nog een keer met een nieuwe politieke groepering, de Rechtse Volks Partij, maar toen succes uitbleef, verdween hij definitief van het politieke toneel. Een enkele keer kwam hij nog in het nieuws, omdat de politie hem in verband met de slechte verzorging van zijn dieren had bekeurd. In 1987, veertien dagen nadat hij door een hartaanval was getroffen, overleed Hendrik Koekoek in een ziekenhuis te Bennekom.

'Boer Koekoek' is ontegenzeglijk een fenomeen in de Nederlandse parlementaire geschiedenis geweest. Zelden tevoren wist een politicus met zulk een bescheiden partijprogramma een zo omvangrijke electorale aanhang te krijgen. Telkens weer slaagde hij erin als martelaar van de 'kleine man', op wie de overige politici het zouden hebben gemunt, voor het voetlicht te treden en daarmee de BP aan een ongekende populariteit te helpen. Hij maakte slim gebruik van de heersende onvrede van veel burgers over het functioneren van kabinet en parlement en appelleerde met een geheel eigen 'logica' aan hun ongenoegen:

'Het is helemaal niet nodig dat in de Kamer 150 mensen zitten. (...) Nu zit je met 3 man in de bank, als er minder zijn, heb je meer ruimte, zit je met 2. Het scheelt aan geld, dan kan er weer belastingverlaging komen. Ze zijn er toch nooit allemaal, die kamerleden' (Interview door Bibeb). Vaak gaf Koekoek de indruk als nuchtere boer ingewikkelde vraagstukken reeds in een vroeg stadium te hebben doorzien, en zonder twijfel bezat hij het vermogen het soms wollige taalgebruik van ministers en collega-volksvertegenwoordigers tot normale uitdrukkingen te herleiden.

Toch werd hij niet erg serieus genomen en, ofschoon eerder antiparlementariër, ook tamelijk ongevaarlijk geacht. Voor sommigen was hij een bron van vermaak, bij anderen, die 'de democratie als een te kostbaar goed beschouwden voor zoveel stupiditeit in haar midden' (Maas, 205), wekte hij irritatie. In de late jaren zeventig werd duidelijk dat Koekoek zichzelf had overleefd en dat zijn partij had afgedaan: hij zelf was niet veranderd, maar tot zijn verbazing had de wereld om hem heen niet stilgestaan.


Hendrik Koekoek. KVP-verkiezingsvergadering 1966 in Krasnapolski, Boer Koekoek was het niet eens en interrumpeerde de Minister-President


Koekoek en de vrije boeren


Boer Koekoek, geboren in Hollandscheveld, vertolkte de onvrede die al veel langer heerste onder de boeren. Op het platteland ging het slecht, de ene na de andere boer ging failliet, kleine keuterboeren verdwenen en schaalvergroting werd overheidsbeleid en met kracht gepropageerd door mensen als Sicco Mansholt. Al in 1946 richtte Koekoek de Landelijke Vereniging voor Bedrijfsvrijheid in de landbouw (BVL) op, die zich keerde tegen de sterk toegenomen overheidsbemoeienis. Meer vrijheid meer welvaart was het credo; overbodige ambtenarij moest worden aangepakt. Zo stond te lezen in het blad De Vrije Boer. Kritiek was er op veel overheidsmaatregelen, de rampschadewet, de eierprijzen, de melkprijzen, de Gezondheidsdienst voor dieren en hun verplichte keuring om TBC te bestrijden, alles voor de boeren samengepakt onder de noemer staatsdirigisme.

Het Landbouwschap was in 1954 voortgekomen uit de na de oorlog opgerichte Stichting voor de Landbouw (samengesteld uit vertegenwoordigers van de drie grootste organisaties van werkgevers en de drie van werknemers in de Landbouw). Zelfgedragen verantwoordelijkheid in de land- en tuinbouw was het achterliggende motto, in een publieksrechtelijke bedrijfsorganisatie, zoals dat na de oorlog in Nederland in zwang was. Het landbouwschap hield zich met uiteenlopende zaken bezig als dierziekte- en aardappelbestrijding, en tal van reguleringen om de land- en tuinbouwbedrijven te stroomlijnen. Dat viel niet makkelijk te verkopen. Boeren laten zich sowieso moeilijk de wet voorschrijven.

De nieuwe structuur viel met name slecht bij de grote groep van ongeorganiseerden Vooral de in 1956 door het Landbouwschap opgelegde verplichte heffingen (noodzakelijk om het Landbouwschap te financieren) was de kleine boeren een doorn in het oog. Weliswaar werden de heffingen relatief opgelegd en ging het niet om grote bedragen, maar betalen aan een organisatie waar je niet van gediend bent ging vele kleine boeren te ver. Er werd massaal geweigerd om te betalen, zeker nadat in 1957 het Landbouwschap een dubbele heffing oplegde. De weigeraars werden door het landbouwschap aangepakt door beslag te leggen op roerende goederen en die dan publiekelijk via een openbare veiling te verkopen.

Door de opkomst van honderden Vrije Boeren werd er nauwelijks geboden en ging de te verkopen inboedel voor een appel en een ei via een stroman bij de eigenaar terug. Protesten van de Vrije Boeren blijven ondertussen doorgaan. In 1960 weigerde Hendrik Koekoek een aangiftekaart van het Landbouwschap te tekenen. Hij werd daarvoor beboet met 15 gulden boete of 3 dagen gevangenisstraf. Hendrik Koekoek wist echter arrestatie te voorkomen door tientallen vrije boeren op te trommelen op de dag van zijn arrestatie. Een jaar later weigert Koekoek een Landbouwschapheffing van bijna 200 gulden te betalen. Koekoek zet zijn protest kracht bij door een wegblokkade van de rijksweg tussen Apeldoorn en Nunspeet. Nederland heeft er een nieuwe actiemethode bij. De strijd verhardt.


Hollandscheveld maart 1963

De grootste actie van de Vrije Boeren tegen het Landbouwschap vond plaats op 5, 6 en 7 maart 1963 in het Drentse Hollandscheveld. Drie keuterboeren (Klaas Hartman, Benjamin Nijmeijer, en Daniël van der Sleen) waren al jaren verwikkeld in een strijd vanwege de opgelegde heffing. Het ging om kleine bedragen, niet meer dan een paar tientjes. Principieel waren deze boeren tegen overheidsinmenging en dus weigerden ze, ook toen de dwangbevelen kwamen. Het kwam ze duur te staan, want het Landbouwschap koos ditmaal de confrontatie. Geen verkoop meer van roerende goederen, maar beslaglegging op onroerend goed, te weten de boerderij en het land.

In november 1960 vond de beslaglegging plaats en een jaar later, op 12 oktober 1961 werden de boerderijen per opbod verkocht bij de arrondissementsrechtbank in Assen. De Vrije Boeren boycotten met succes de verkoop. Noodgedwongen werd het Landbouwschap de nieuwe juridische eigenaar. De boeren bleven gewoon op de boerderij wonen en werken. Deurwaarder Bodde zei in De Drentse en Asser Courant van zaterdag 2 maart: “Die boeren denken dat ik omver te praten ben; ze willen op mijn gemoed werken. Maar dat is zinloos. Die ontruiming moet doorgaan. Daar kan ik zelfs niets aan veranderen. Natuurlijk is het voor mij geen leuk karwei. Ik zal het doen met grote tegenzin. Dit is het naarste werk wat een mens zich kan denken. Mijn eigen medewerkers hebben de ontruiming geweigerd.

Er komen dinsdag dus vreemden om de boel naar buiten te dragen. Alle boerderijen moeten leeg. Ook de stallen. Alles wordt volgens de voorschriften neergezet op de openbare weg”. 5 maart hadden honderden mensen zich verzameld bij de boerderij van Hartman, waar de eerste ontruiming werd verwacht, maar burgemeester Bakker en deurwaarder Bodde begonnen met Nijmeijer. De inboedel werd op straat gezet. De koeien werden het besneeuwde land ingedreven en pas ‘s avonds op last van de burgemeester van het land gehaald en in een noodstal ondergebracht. De bewoners zelf vonden onderdak bij familie en vrienden. De karabijnbrigade, pas net opgericht als de eerste Mobiele Eenheid, ging met traangas en met knuppel de demonstranten te lijf. Er werd stevig gevochten, net als op de dag erna waarna Hartman ontruimd werd.

’s Nachts ging boerderij Hartman in vlammen op. Brandstichting. Een dader werd nooit gevonden. Op 7 maart werd Van der Sleen ontruimd. Maar die kreeg spijt en betaalde alsnog, waardoor hij na drie dagen weer terugkeert naar zijn boerderij. De twee andere boeren bleven nog enige jaren verwikkeld in een ingewikkeld juridisch steekspel, uiteindelijk werd de zaak geschikt.


Het succes van de Boerenpartij

Dankzij Hollandscheveld stond de Boerenpartij op de kaart. Koekoek en vooral Harmsen lieten zich goed zien in het conflict. En dat gaf de vrije boeren en de Boerenpartij landelijke bekendheid. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in mei 1963 kwam de Boerenpartij met drie man in de kamer. De anti-politicus Koekoek groeide al snel uit tot een van de bekendste kamerleden en de achterban van de Boerenpartij begon te groeien. Opvallend genoeg ook in de grote steden. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in mei 1966 haalde de Boerenpartij zelfs 8.8 procent van de stemmen, omgerekend goed voor 14 kamerzetels. Dat was het absolute hoogtepunt. Aan de kortstondige bloei van de partij – die vooral tégen was – kwam echter al snel door onderling gekibbel weer een einde.


Boerenopstand Hollandscheveld


Reportage Boerenopstand Hollandscheveld






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl