In en om Assen




De komst van De Boer’s supermarkt naar Assen


Bronvermelding:
Asser Historisch Tijdschrift; nummer 2 / juni 2010. Een artikel van Bertus Boivin


De Boer's Zelfbediening aan de Noordersingel 15. (Drents Archief, collectie Assen)


Op elke straathoek had je een kruidenierszaak

In de jaren vijftig had je in Assen bij wijze van spreken op elke straathoek een kruidenierszaak. Geduldig wachtte je tot de kruidenier alles voor de voorgaande klanten vergaard en afgewogen had en het wisselgeld had teruggegeven. Dan was je zelf aan de beurt: een kilo suiker, een pond koffie, tien eieren … De kruidenier pakte een nieuwe bruine puntzak en schepte de suiker uit de baal.

De jaren vijftig in Assen, Voor brood kwam de bakker. Melk kocht je bij de melkboer, groente bij de groenteboer, vlees bij de slager, drank bij de slijterij, sigaretten in de sigarenwinkel. De Asser binnenstad was het domein van een paar honderd winkeliers die de klanten eerlijk onder elkaar verdeeld leken te hebben. Hervormden naar hervormden, gereformeerden naar gereformeerden, katholieken naar katholieken. In 1958 gooide een Coevorder kruidenier de knuppel in het tot dan toe zo rustige hoenderhok.

Op donderdag 8 mei van dat jaar opende aan de Noordersingel de zelfbedieningszaak van Jan de Boer zijn winkeldeuren. De advertentie had daverende koopjes en dolle prijzen beloofd. En die waren we in Assen tot dan toe niet gewend …


Er was een lange toonbank tussen de klant en de winkelier

Assen telde aan het eind van de jaren vijftig zo’n vijftig kruidenierszaken. Ongeveer een kwart daarvan was in de binnenstad en onmiddellijke omgeving gevestigd. Het was een buitengewoon gemêleerd gezelschap. Er zaten piepkleine kruidenierszaakjes bij, zoals dat van Ruiter vooraan in de Venestraat. Je had tot de nok gevulde buurtwinkels als Zegers aan de Varkensmarkt, Zürich aan de Molenstraat en Bodenstaff op de hoek van de Venestraat en de Molendwarsstraat. Vrijwel alle kruideniers haalden een belangrijk deel van hun omzet uit ‘de boekjes’. Klanten vulden eens per week thuis hun boodschappenboekje in dat door de kruidenier werd opgehaald. De volgende dag kwam hij de boodschappen bezorgen.

Naast de plaatselijke winkelier had je in Assen in de jaren vijftig drie filialen van ‘grootgrutters’: Albert Heijn op de hoek van de Kruisstraat en de Kleine Marktstraat, De Gruyter op de hoek van Kruisstraat en Gedempte Singel en Zijlstra in de Marktstraat. (De laatste was in 1895 het eerste landelijk opererende filiaalbedrijf). Ondanks het feit dat de drie deel uitmaakten van een landelijke organisatie, waren het in wezen nog steeds ‘gewone’ kruidenierszaken met een lange toonbank tussen de klant en de winkelier.


Zelfbediening

De enige Asser kruidenierszaak die sinds 1952 geen ‘toonbankzaak’ meer was, was de Centrawinkel van Lammert Boon op de Gedempte Singel. Boon had een ‘zelfbediening’. Hij had de kunst afgekeken bij Fred van der Werff die in de provincie Groningen enkele kruidenierszaken had en in 1951 de eerste zelfbedieningswinkel opende. Boon besloot hetzelfde in Assen ook ‘ns te proberen. (Bern Otter schreef er een artikel over in het Asser Historisch Tijdschrift 2003/ 2).

Het concept van de zelfbediening was ver voor de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten ontwikkeld. In een zelfbedieningszaak pakten de klanten hun boodschappen zelf uit de stellingen, deden hun spullen in een karretje of een mandje en rekenden hun aankopen bij de kassa af. De komst van zelfbedieningszaken zorgde voor een revolutie in het levensmiddelenbedrijf en onmiddellijk daarna in de hele detailhandel. Alle levensmiddelen moesten voortaan door de producent verpakt worden. Het liefst zo aantrekkelijk dat de klant juist dat product uit het schap haalde. Gevolg was dat het assortiment zo toenam dat het winkeloppervlak een flink stuk groter moest.

En niet te vergeten: de zelfbediening maakte de klant prijsbewust. Ging het vroeger vooral om naamsbekendheid en merkenreclame, voortaan draaide het vooral om de laatste prijzen. Het lijkt nu een open deur, maar kijk je in de oude jaargangen van de Provinciale Drentsche en Asser Courant dan zie je pas halverwege de jaren vijftig Albert Heijn en De Gruyter voor het eerst voorzichtig reclame maken met hun prijzen.


Tije de Boer in de winkel aan de Noordersingel in 1958 (collectie J. de Boer, Assen)


De familie De Boer

De broers Evert en Jan de Boer begonnen rond 1920 in respectievelijk Hoogeveen en het Groningse dorp Veelerveen allebei als bedrijfsleider in een kruidenierswinkel van de Albino Maatschappij (eigendom van een voorloper van het Unilever – concern). Samen bedachten ze niet lang daarna dat je een stuk beter  af was als je de volledige inhoud van de kassa naar eigen inzichten kon besteden. In 1925 opende Evert de Boer een eigen zaak in Hoogeveen. In 1932 begon Jan de Boer in Coevorden voor zichzelf.

Na de oorlog ontwikkelden beide familiebedrijven zich snel en voorspoedig. In 1952  - hetzelfde jaar als Lammert Boon in Assen – werden de kruidenierszaken van De Boer in Coevorden en in Hoogeveen zelfbedieningszaken. Ze gooiden alles op zo laag mogelijke prijzen. Elke maandag spelden hun klanten de advertenties met de ‘Dolle Dinsdag Koopjes’. De De Boers wilden meer en gingen op zoek naar vestigingsmogelijkheden elders. De Hoogeveense tak opende in 1956 een vestiging in Meppel. Jan de Boer en Zonen, de Coevorder tak, konden niet achterblijven.

In 1957 kocht zoon Tije de Boer namens het Coevorder bedrijf twee winkelpanden aan de Noordersingel in Assen. Het waren de panden naast Café Bos: de stomerij van Reinders en de winkel van Van Wingerden (resp. Noordersingel 13 en 15). Tije de Boer verhuisde zelf naar de woning aan de Noordersingel en was dagelijks aanwezig bij de verbouwing van de panden tot één grote zelfbedieningszaak.
Op dinsdag 6 mei 1958 adverteerde De Boer’s Zelfbediening in de Provinciale Drentsche en Asser Courant: ‘Hier volgt het grote nieuws. Er gaat iets gebeuren in Assen’.

De lezers werden opgeroepen te wachten met het doen van inkopen tot donderdag 8 mei, de dag waarop ‘de grootste en modernste zaak op het gebied van levensmiddelen ingericht volgens de nieuwste systemen’ zou worden geopend. Een dag later verscheen paginagroot een lange rij ‘Daverende Feestaanbiedingen’ in de krant.

De komst van De Boer’s Zelfbediening maakte de Assenaren nieuwsgierig. Een beetje schichtig wellicht, verkende men de nieuwe wereld van de zelfbediening. Natuurlijk voelde iedereen zich in het begin bij ‘Jan de Boer’ een beetje een verrader van de eigen kruidenier. Maar ja, de moderne tijd …

Slim speelde De Boer op die sentimenten in. De modieuze reclameboodschap met een vrolijke jonge huisvrouw op de fiets zei op zijn minst drie dingen: 1. Ik ga liever zelf mijn boodschappen ophalen dan steeds dat ouderwetse ‘boekje’ invullen; 2. Ik zoek in de winkel het liefst zelf mijn boodschappen uit; 3. Ik vind de prijzen in de winkel belangrijk.


Markt op de Noordersingel in 1960. V.l.n.r. schoenhandel Ziengs, hotel-café Bos, slager Walraven, winkel Reinders. de Boer's Zelfbediening, kapper Feijen, horloge- en uurwerkwinkel Rumpel, winkel in sanitaire middelen Zeven en Bureau Gemeentewerken (Drents Archief, collectie Assen)


Onder één dak

In 1961 zetten Jan de Boer en Zonen de volgende stap met de introductie van de supermarkt: een zelfbedieningszaak waar behalve verpakte levensmiddelen ook versproducten en huishoudelijke artikelen verkocht werden. De winkel kreeg speciale versafdelingen voor brood, groente en vlees.

De Provinciale Drentsche en Asser Courant liet Tije de Boer op 16 februari 1961 uitleggen waarom de moderne tijd om supermarkten vroeg: ‘De klanten willen een winkel waar men alles kan kopen zonder de winkel uit te gaan om zich naar een andere zaak te begeven. Dat is van eminent belang voor de werkende vrouwen, zowel gehuwd als ongehuwd, want zij hebben in de regel erg weinig tijd om hun inkopen te doen. Wanneer dat allemaal onder één dak kan gebeuren, is er reeds heel veel tijd gewonnen’. De moderne tijd dreigde niet alleen de ouderwetse kruidenier, maar ook de bakker, de groenteboer en de slager het nakijken te geven. Dezelfde dag had de Provinciale Drentsche en Asser Courant een paginagrote advertentie van De Boer’s supermarkt ‘met 4 speciale zaken onder 1 dak’.

De supermarkt aan de Noordersingel was in 1961 de eerste Jan de Boer en Zonen. Er volgden spoedig meer, zowel door het verbouwen van de oude zelfbedieningszaken als door het openen van nieuwe zaken. In 1970 besloten beide familiebedrijven tot een volledige fusie. In 1973  nam De Boer de eerste supermarkt buiten Drenthe over. Toen de familie De Boer het bedrijf in 1987 verkocht en De Boer Supermarkten naar de beurs ging, telde de onderneming 100 supermarkten, 60 slijterijen en 70 drogisten.

De rest van het verhaal kent u. De Boer Supermarkten werden Super de Boer en daarna Laurus. Na een angstig Konmaravontuur in 2000 – in een vruchteloze poging om Albert Heijn naar de kroon te steken – bleef de naam Super de Boer alsnog op de gevels staan. In 2009 namen de Jumbo Supermarkten Super de Boer over van zijn buitenlandse aandeelhouders. Voor ‘Jan de Boer’ aan de Noordersingel maakten deze ontwikkelingen niets meer uit.

Op 20 februari 2010 sloot de zaak na 52 jaar zijn deuren. De voorzienigheid wil dat een week daarvoor Tije de Boer op 91 – jarige leeftijd overleden was. Hij woonde de laatste jaren van zijn leven een paar panden verderop.


Het verhaal van Jan de Boer


Bronvermelding:
Artikel uit '101 markante Drenten' van Maxine Robeta Hilbrandie - Meijer; uitgeverij Moordboek, 2001. ISBN 90 330 1238 3


Jan de Boer heeft de ondernemingslust niet van een vreemde. Zijn grootvader, Jan de Eerste, was zeeman en bevoer de wereldzeeën. Tijdens een verblijf in een hospitaal in San Francisco bleek zijn schip te zijn uitgevaren. Jan liep in drie maanden naar New York om zich daar in te schepen. In Nederland kocht hij een tjalk, die hij, gelovig geworden op zee, de Eben Haëzer noemde en werd turfschipper. Grootmoeder Trientje de Boer kreeg er genoeg van om haar 8 kinderen constant uit het water te moeten vissen en de familie ging in een huis in Uitwierde onder Delfzijl wonen. De oudeste zoon Jan Senior vertrok na een kort schippersbestaan naar Bourtange en vervulde er zijn diensplicht als hulpcommies, dat is een douaneschip.

In de grensstreken bloeide een levendige smokkelhandel over en weer. De deskundige Jan Senior smokkelde partijen textiel uit Duitsland en verkocht die met grote winst. Van zijn spaargeld begint hij een kruidenierszaak van het Alninoconcern in Veelerveen. Als gelovig mens wist hij er de vrije zondag af te dwingen. De zes kinderen van Jan en Aaltje volgen onderwijs, maar Jan Junior, de oudste zoon en onze Jan de Boer, vermaakte zich liever buiten de klas.

In 1931 verhuist de familie naar Coevorden, waar het wel even wennen is voor de De Boertjes, want ze zijn gewend aan het plat Gronings. Jan gaat nog even naar de Mulo, maar maakte zich vervolgens nuttig in de zaak van zijn vader. Hij heeft een prachtige jeugd gehad. Overdag met de bakfiets met boodschappen op pad 'en maar naar de wichten kiek'n, de hele weg'. "s Avonds vertrok hij met zijn vrienden over de grens naar een kamp van de Bund Deutscher Mädel, waarmee ze heimelijk dansten. Een kwam er gedonder van, dan kwamen de heren met chocolade op de proppen, waarna alles weer in orde was.

"s Nachts smokkelde Jan koffie, thee en tabak, meer voor de lol dan uit noodzaak. Jan de Boer trouwt zijn Miek uit Nieuw-Amsterdam en krijgt met haar vier kinderen. Hij heeft een eigen woning, verdiend met een schnabbeltje: Douwe Egberts had in de oorlog eikels nodig voor zijn koffiesurrogaat, minstens tien ton. Jan leverde ze. Meerdere buitenkansjes volgden. Een clandistiene jeneverstokerij bracht goed geld op. Er was moed voor nodig. En moed en risico nemen zat Jan in het bloed. In de oorlog heeft hij onderdak geboden aan vele onderduikers. Hij had in de winkel eten in overvloed en hij beheerde de opslag van buitgemaakte voedselbonnen.

Zijn vrouw Mieke begint een manufactuurwinkel. De eerste klant komt binnen met de vraag: "Mevrouw de Boer, ik mot 'n directoire hebb'n. Maar het mot wel 'n goeie grote wezen. want d'r mot een flinke manshand bie in kunn'n". Zij regelt de winkel, Jan zorgt voor de voorraad. In 1952 oppert moeder Aaltje de Boer, de vrouw van Jan Senior, het idee om een zelfbedieningszaak te beginnen naar Amerikaans model en zo geschiedde.

De zaak de Boer in Coevorden werd de zevende zelfbedieningszaak in Nederland. In 1958 sticht de familie een tweede zaak in Assen. Er zouden er nog vele volgen in Noordoost-Nederland. Jan Junior wordt algemeen directeur van het uitgebreide familieconcern, De Boer supermarkten. Naast zelfbedieningszaken in kruidenierswaren beginnen de broers en neven voor de lol drogisterijen en drankenhandels, die ook een goudmijn worden.

In 1982 trekt Jan zich terug uit de zaak. Hij heeft dan 50 jaar in het kruideniersvak gezeten.





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl