In en om Assen





De Brink


Bronvermelding:
Asser Historisch Tijdschrift; Een artikel van Sieger Heijs


De voormalige Abdijkerk aan de Brink was in 1922 in gebruik als gemeentehuis. Het nieuwe ernaast staande gouvernementshuis (provinciehuis) kwam in 1885 op de plaats van de oude bebouwing. De Abdijkerk is tegenwoordig onderdeel van het Drents Museum


Wij hadden telefoonnummer 36

Mijn herinneringen gaan terug naar de eerste helft van de jaren dertig van de vorige eeuw. Ik ben geboren in 1925 in het pand Brink 22, waar mijn vader een bakkerij had (thans bakkerij Stuurwold). Ik was de enige zoon in een gezin met vijf kinderen. Een bakkerij en winkel aan huis brengt veel levendigheid met zich mee. ’s Morgens heel vroeg al begon het werk in de bakkerij. In de loop van de morgen gingen de broodbezorgers op pad en ’s middags werd er afgerekend. Dan was er nog de winkel met de nodige drukte. In de bakkerij werd vrijwel alles nog met de hand gedaan.

Elk brood(deeg) werd gewogen en in de bakblikken gedaan. Koekjes, gebak, taarten, beschuiten, roggebrood, koek, alles gebeurde handmatig. Als kind vond ik dit best leuk en gezellig. Waarschijnlijk keken mijn ouders daar wel wat anders tegen aan. Hoe jong ik ook was, soms mocht ik wel eens mee een boodschap doen. Zo is de altijd bijgebleven dat we bij een familie aan de Brinkstraat geregeld ’s morgens vroeg verse kadetjes op de trap moesten leggen. Van het personeel herinner ik mij nog de namen van Frits Rumpel (banketbakker), Heringa, Van der Velde en Klaas Klaassen.

Ons huis had eigenlijk maar één ingang, namelijk via de winkeldeur. Als wij daar langs naar binnen gingen (of er uit) dan moesten we ‘blijf maar’ roepen. Mijn moeder hielp ook in de winkel. Daarvoor moest er altijd even van schort worden gewisseld. Toen op een dag de telefoon ging heeft ze in de haast ook voor het telefoongesprek haar schort verwisseld. Je moest er immers altijd schoon en netjes uitzien. Daarbij moest je wel bedenken dat lang niet iedereen telefoon had, dus was het bijzonder als die ging. Wij hadden telefoonnummer 36.


De Zwartwatersweg was de rand van de stad

Nu was er tussen de kruidenierszaak van Huininga naast ons en de zaak van Anton Visser een smalle steeg, waar je ook langs kon, maar dat was meer voor de bakkerij. Dat steegje is er nog. Als je het ziet houd je het nauwelijks voor mogelijk dat de grote balen meel er door konden. Die steeg is gewoon een bezienswaardigheid. De Brink zag er wel anders uit dan nu. Er was veel meer groen en er stonden grote potten met tropisch aandoende planten. Ter wille van de auto’s zijn er veel parkeerplaatsen aangelegd waar vroeger perken met bomen waren. Het was er toen uiteraard ook veel rustiger.

Assen was rond 1935 een gezapig stadje. We woonden dan wel in het centrum, maar er was weinig te beleven. Alles ging zijn gangetje. De Zwartwatersweg was de rand van de stad. Voor mij was het bij wijze van spreken net zo ver als Groningen nu. De Brink was gewoon een prima speelplek. Kastanjes en beukennootjes zoeken. Oom heb ik er mijn eerste fietslessen gekregen rond de perken van de Brink op een fiets met een belastingplaatje! De rust werd met enige regelmaat verstoord door de stafmuziek (nu Koninklijke Militaire Kapel Johan Willem Friso). Zij marcheerden voorop en bepaalden het tempo voor de militairen die op oefening gingen op het Balloërveld.

We liepen de stoet vaak een heel eind tegemoet. In gedachten zie ik nog ‘de optocht’ voorbij trekken. Alles te voet, met volle bepakking en met een heuse keukenwagen. Een ander verzetje vormde de tankwagen van de gemeente. Als het erg warm  was werd er water over de straat gesproeid. Als jongelui probeerden we natuurlijk om een nat pak te halen. Hoe rustig het was schets misschien ook de politieagent die altijd voor hotel Somer (nu Duthler) aan de Marktstraat stond. Kennelijk om de orde te bewaren, maar ik heb nooit gezien dat hij moest optreden. En voor het regelen van het verkeer, maar ook dat was dunkt mij niet nodig.


Wij huurden een step bij Postema aan de Oudestraat

Op geregelde tijden werd de man afgelost. Het enige ceremonieel daarbij was dat de sabel werd overgedragen. Alleen bij openbare dronkenschap – en dat kwam op marktdagen echt nogal eens voor – kwam de agent in actie. De mannen (vrouwen zag je nooit) werden ‘opgebracht’ naar het politiebureau aan de Brink. Als ze te dronken waren werd er een handkar gebruikt. Wat het meest opvalt is de complete vernieuwing van de gevels  tussen de Singelstraat en de Brinkstraat. In 1935 stonden daar nog fier de panden van boekhandel en uitgeverij Van Gorcum. Met links er van – in mijn ogen – voorname, kapitale huizen met paaltjes en kettingen. Deze huizen werden bewoond door directeur Prakke en Van Gorcum en tandarts Lubberink.

Mijn geboortehuis op nummer 22 staat er nog altijd, met daarnaast de winkel van toen kruidenier Huininga. Daar kon je ‘losse’ stroop kopen. Als we een rondje Brink maken tegen de wijzers van de klok in was naast Huininga het prachtige oude pand van de viswinkel van Anton Visser, gedreven door de familie Siegers. ’s Zomers werden hier grote staven ijs bezorgd, ik meen door een firma uit Veendam. Dat ijs was natuurlijk bedoeld om de vis langer vers te houden, want koelkasten waren er nog niet. Wij aasden altijd op een brokje van dat ijs. Daar weer naast (nu het Open Huis van de Kerken) verkochten de dames Schürmann hoeden.

Koperslager Lunshof had zijn winkel op nummer 27. Boven de zaak waren huurappartementen. Lunshof was een vernuftige man. Hij maakte voor zijn verstandelijk gehandicapte zoon Emmy een autoped, die voortbewoog met een trapmechaniek. Daar konden wij niet aan tippen. Wij moesten het doen met een houten stepje zonder luchtbanden. Het was feest als we een echte autoped bij Postema aan de Oudestraat mochten huren. Dat kostte een dubbeltje per uur en dan moest ik hem nog delen met mijn zusje. Naast Lunshof stonden de huizen van de familie Bosscha die een makelaars- en diensboden bureau dreef en de familie Smallenbroek die meubels verkocht. ’s Zomers kon je er ook tenten kopen.


Zicht vanaf de Brink op de Brinkstraat (ca. 1912)


In de Herensociëteit werd ’s avonds flink gepimpeld

Voor het pand van Bosscha was Assen’s eerste taxistandplaats van de firma Atax. Hier stond altijd een auto met chauffeur te wachten. Om de hoek begon het deel van de Brink dat ik niet tot mijn eigen buurt rekende. Daar woonde de familie E.A. Smidt van de slijterij en distilleerderij aan de Torenlaan. Daar woonden ook de weduwen Hemmes en Van der Sluis en J. Schuring. Achter het pand stond een grote bol waarvan men zei dat het een mijn uit de Eerste Wereldoorlog was. In het dubbele herenhuis aan de andere kant van de Torenlaan woonden jonkheer Den Beer Poortugael en de familie Van der Drift. Links daarvan was het politiebureau (nu Haarhuis Hammer). Naast het politiebureau woonde de familie Groenewegen in wat nu de oudersociëteit In de Kloosterhof heet en voordien jarenlang politiebureau was.

In het hoge gebouw ernaast was de Openbare Leeszaal en Bibliotheek ondergebracht. Het was een plek waar je vooral stil moest zijn en geen boek zelf mocht uitzoeken. Zo herinner ik het me tenminste. De Herensociëteit naast de leeszaal was voor de buurtjeugd een geheimzinnig iets. Wat daar gebeurde onttrok zich aan onze waarneming. We wisten allen dat er ’s avonds flink werd gepimpeld. Wat nu Drents Museum is was toen het Provinciehuis of liever Gouvernementsgebouw met op de hoek het woonhuis van commissaris van de koningin Linthorst Homan. De Abdijkerk was gemeentehuis. Het Drents museum was nog waar nu het Drents Archief zit.

Ik kwam er wel eens want de vader van mijn speelkameraad Bruin Stuit was behalve sigarenboer ook conciërge van het museum. Ik herinner me de klopper op de deur. Het museumlaantje bestond nog niet. Daar was de tuin van het museum, Aan de ‘Kleine Brink’ was de muziekschool in wat nu het Ontvangershuis is. Daarnaast woonden G. Hasper en juffrouw Von der Möhlen. Huize Tetrode was in gebruik bij de gemeente. Ernaast stond een lang gebouw waar de gemeente materialen stalde, onder meer voor de markt. Dan was er het Huis van Bewaring met in de tuin een hele grote kastanjeboom. Over bomen gesproken: op het gazon van de kleine Brink stond een heuse kersenboom. En op de Brink waren in de loop der jaren met enig ceremonieel bomen geplant ter gelegenheid van een of andere gebeurtenis.


Bij sigarenzaak Stuit kon je op zondagmiddag voetbaluitslagen bekijken

Zo was er de ‘Wilhelminaboom’, compleet met hek er om heen. Allemaal verdwenen. Aan de andere kant van de Brink voor de huizen van Prakke en Lubberink stonden paaltjes met kettingen ertussen, waar je op kon schommelen. Dan was er een café en op de hoek van de Singelstraat de winkel van Van Dijk (later Ten Holder). Op de andere hoek was het café van Koops. Daarnaast had Gerritsma een kledingzaak. In de etalage van de sigarenwinkel van Greebe waren in de week van de TT-races de trofeeën te bezichtigen. Ook herinner ik met dat in de tijd dat Italië oorlog voerde in Abessynië, het verloop op een prikbord met vlaggetjes was te volgen. Greebe hield dat nauwkeurig bij.

Tussen Greebe en de sigarenzaak van Stuit op de hoek – nu Croissanterie Mont Martre – dreef Slieker een fotohandel. Bij Stuit kon je zondagsmiddags voetbaluitslagen bekijken. Het stond er dan soms zwart van de mensen! Geloei als een favoriete club gewonnen of verloren had. Overigens was het in die tijd nog zo dat ‘christelijke winkeliers’ hun etalages op zondag blindeerden. Dit om te voorkomen dat je blik door de wereldse ijdelheden werd getrokken. Later maakte de politie hier een eind aan, omdat het inbrekers te gemakkelijk maakte hun gang te gaan. Met Stuit hebben bijna het rondje Brink voltooid.  Wie nog ontbreekt is de firma Hunse naast ons. Daar stonden landbouwwerktuigen in de showroom! Later vestigde zich er ‘Thomas Bazar’ (nu kledingzaak De Rooij) In 1936 verhuisden wij naar de Kanaalstraat.


De Brink anno 2010

Foto Sietse Kooistra


Straatnamen in Assen

Op 23 juni 1948 startte de Provinciale Drentsche en Asser Courant met het rubriekje ‘straatnamen in Assen’. Op 29 september 1948 publiceerden zij een beschrijving van de naamgeving van de De Brinkstraat:

Als in vroegere tijden de diligence vanuit Groningen Assen kam binnenrijden, dan koos zij haar weg door de stad langs de Groningerstraat, Oude Groningerstraat (nu Oudestraat), Jordaan (Varkensmarkt), Kruisstraat en daarna door de zogenaamde Steeg naar de Beilerstraat.

Deze route voldeed echter allerminst, vooral niet omdat de Jordaan dikwijls in een zeer desolate toestand verkeerde en met name in de winter nagenoeg onbegaanbaar was. Wel stelde het gemeentebestuur pogingen in het werk, om hierin verbetering te brengen, maar
de fondsen hiervoor ontbraken ten enen male. Bij het bezoek van Z. M. Lodewijk Napoleon in 1809 stelde deze een bedrag van f 30000,00 ter beschikking voor de aanleg van verkeerswegen van de Brink naar de Kruisweg (hoek Rolderstraat), waardoor met de aanleg van de Torenlaan een nieuwe postweg door de stad zou ontstaan.

Hetzelfde jaar nog kwam de Brinkstraat gereed en werd aanvankelijk Nieuwe laan en later Nieuwstraat gedoopt. De Kloostergracht, die hier reeds in 1759, in verband met het brandgevaar voor de in de nabijheid staande regeringsgebouwen, was gegraven, maakte het noodzakelijk dat een brug werd gelegd. Ook deze kwam in 1809 gereed en wel op de plaats waar nu Gedempte Singel, Noordersingel, Nieuwe Huizen en Brinkstraat elkaar kruizen.

Tijdens de bouw van het Paleis van Justitie in 1838 – 1840 werd de gracht reeds gedeeltelijk gedempt, terwijl het resterende gedeelte in  1909 werd dichtgegooid. Aanvankelijk bevond zich ten Oosten van de Brinkstraat ook het kerkhof, doch dit verdween later eveneens






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl