In en om Assen




Honderd jaar exportslachterij in Assen


Bronvermelding:
Asser Historisch Tijdschrift; Nummer 3, juni 1999. Een artikel van F.H. van den Herberg


Personeel van de exportslachterij van de gebroeders Thompson & Co in 1888, het jaar van de start van het bedrijf in Assen.Geheel rechts met bolhoed directeur mr. Fawker. (collectie F.H. van den Herberg, Assen)


Het einde van het eerste industrieterrein van Assen

Assen is opgelucht over de sloop van de restanten van het Covecocomplex aan de Rembrandtlaan. Te lang hebben de gebouwen leeg gestaan en dus doelwit van vandalen. Het was vooral een bron van gevaar geworden voor spelende kinderen. Alleen wat zwervers waren nog blij met het eens zo trotse fabriekscomplex. Pogingen van de gemeente om de eigenaar tot versnelling van het sloopproces te bewegen slaagden pas toen er een renteloze lening van een half miljoen gulden beschikbaar werd gesteld uit de gemeentekas. Maar hoe haveloos ze er ook uitzagen op het laatst, toch verdwijnt er met de gebouwen van de vleesverwerkende industrie Coveco ook een belangrijk stuk industriële geschiedenis van Assen.

Met de sloop wordt een punt gezet achter ruim honderd jaar exportslachterij in Assen. Daarnaast luidt het het einde in van een van de eerste industrieterreinen van de stad, want ook de gebouwen van bandengroothandel Holland Tyre (die vroeger onderdak gaven aan Wilco conserven) staan op de nominatie te verdwijnen voor woningbouw. F.H. van den Herberg, directeur van Coveco-Assen van 1966 tot 1977, dook in de geschiedenis. Hij begon in 1960 als bedrijfsleider van de Vleescentrale. In de directie volgde hij – een jaar directieschap van M. Frikkee niet meegerekend – G. Ziengs op als directeur.


De gebroeders Thompson

De plek waar tot voor kort de Coveco-gebouwen stonden is midden vorige eeuw eigendom van Hugo Christiaan Carsten. Die is op dat moment eigenaar van een perceel bos en heidegrond aan de Loonerweg onder Assen. Zoals toen gebruikelijk, wordt het perceel ‘Carstenkamp’ genoemd. In 1869 verkoopt Carsten zijn grond voor 2400 gulden aan George Maynard Tetrode, controleur der Directe Belastingen en later wethouder van de gemeente Assen. In 1887 verkoopt Tetrode de ‘Carstenkamp’ voor de somma van 7000 gulden aan een drietal kooplieden: de gebroeders Thompson, die woonden in Londen, Hamburg en Cork (Ierland). Daarmee wordt het grondgebied een van de eerste industriegebieden van de Drentse hoofdstad, want de gebroeders Thompson bouwen op het terrein een exportslachterij. Deze houdt zich bezig met het kopen en slachten van zogenaamde ‘Londense varkens’ om ze vervolgens te exporteren naar Engeland. De benaming Londense varkens heeft te maken met het gewicht van de dieren.

Assen krijgt hiermee aan het eind van de vorige eeuw de eerste en belangrijkste fabriek in Nederland voor export van ‘bacon’ naar Engeland. Assen was uitverkoren, omdat het omringende gebied rijk is aan varkensboeren en er sinds 1870 een spoorlijn naast het terrein ligt. De firma Thompson ontvangt een concessie van Gedeputeerde Staten en van de gemeente Assen voor het leggen van rails vanaf het stationsemplacement van het Staatsspoor naar de exportslachterij.

In 1888 krijgt de fabriek daarmee de beschikking over een rechtstreekse spooraansluiting voor het vervoeren van ‘bacon’ naar de havens, om naar Engeland te kunnen worden verscheept. In 1902 komt een besluit van B & W van Assen, ondertekend door burgemeester A.W. Jolles, om aan Thompson vergunning te verlenen tot het stichten van een ‘darmenschraperij en –zouterij’. De voorwaarden, dat de voorschriften tegen verontreiniging, van het water streng moeten worden nageleefd, komt tegemoet aan de bezwaren van de omwonenden.


Het fabriekscomplex van de exportslachterij Drentex voor 1940. We kijken in westelijke richting en zien bovenaan de foto de spoorlijn Assen - Groningen en het begin van de Rolderstraat. Links de Steendijk en de Lonerstraat. (collectie gemeentearchief Assen)


De N.V. Drentsche Exportslachterij

Dan komt evenwel de Eerste Wereldoorlog. Er is geen voldoende export naar Engeland meer mogelijk en de Thompsons verliezen interesse in Assen. Het fabriekspand wordt in 1915 verkocht aan de heren Zwanenberg uit Nijmegen, terwijl tevens een stuk weiland naast het pand mee verkocht wordt. De heren verkopen het fabriekscomplex in 1916 alweer door. Ditmaal aan Van Staay uit Rotterdam. Tekeningen uit die tijd maken duidelijk  dat het inmiddels om een fors fabriekscomplex gaat. In 1927 wisselt het fabriekspand met bijbehorende grond weer van eigenaar. Waarom wordt niet duidelijk, maar zeker is dat de gemeente Assen het geheel koopt. Waarschijnlijk al met de bedoeling het in te brengen in een nieuw bedrijf.

Het is 1928 als de N.V. Drentsche Export slachterij (Drentex) wordt opgericht. Het is een initiatief van drie verenigingen, namelijk de Coöperatieve Landbouwersbank en Handelsvereniging te Meppel, de Coöperatieve Melkproductenfabriek te Beilen en het Drentsche Landbouwgenootschap te Assen. De N.V. wordt eigenaresse van de exportslachterij voor de somma van 63.450 gulden. Het wordt betaald aan de gemeenteontvanger.

Begin 1929 koopt de N.V. nog een aangrenzend perceel van de gemeente Assen voor 25.000 gulden. Een heel zekere investering is het kennelijk niet. Alles gebeurt met een proeftijd van drie jaren. Als de N.V. er niet in zou slagen de onderneming rendabel te maken, zou de gemeente alles tegen dezelfde prijs terugnemen. Door plaatsing van eerst 1800 en later nog eens 3600 aandelen verzekert de N.V. zich van de aanvoer van voldoende varkens. Per aandeel moeten namelijk vijf varkens per jaar worden geleverd.

Het eerste varken wordt aangevoerd door agent H. Schuiling van boer Steven Lanjouw uit Eext. Het dier wordt met paard en wagen gebracht door expeditiebedrijf Enting. In de crisistijd van de dertiger jaren daalt de varkensprijs van ongeveer veertig cent per kilo naar zestien cent per kg. Toch weet de Drentex zich staande te houden. In 1941 is het tijd voor schaalvergroting. De Drentex staat samen met de GOS – een soortgelijk bedrijf in Gelderland en Overijssel – aan de wieg van de Coöperatieve Vleescentrale (CVC) in Rotterdam. Drentex en GOS gaan op in de CVC. De vleescentrale heeft behalve in Assen bedrijven in Twello, Wierden en Akkrum.


Werk

In de Asser exportslachterij werkten in 1888 vijftig mensen, in 1928 zijn dat er blijkens een personeelsfoto uit die tijd 34. Het fabriekspersoneel verdient in 1928 fl. 19,20 per week schoon, losse arbeiders verdienen fl. 14, 95 netto in de week. Bovendien krijgen de werknemers wekelijks gratis een vleespakket, inhoudende vleesbenen, vet, hutspot en varkensvlees. Dat is zo gebleven tot de sluiting van de fabriek. Vanaf 1932 komt bij de Drentex de vleeswarenproductie op gang. Er wordt onder meer droge worst, ham en rookworst gemaakt. In de oorlogsjaren doen de Drentex-gebouwen dienst als centrale keuken voor de Assenaren. Tot 1951 verkoopt de Vleescentrale zijn producten onder de merknaam Drentex, daarna verandert dit in het merk Hoy.

Die naam wordt een begrip in het land. Waar het voor staat blijft een raadsel. Voor Drentex personeel staat het voor “Help Ons Ype”, naar een verkoopleider van dat moment. Het personeel is door al deze activiteiten uitgebreid naar 350 personen. Eind jaren zestig werken er ’s zomers ongeveer 500 mensen en ’s winters 600, waarvan ongeveer dertig administratieve krachten. De winter is in die jaren altijd het drukke seizoen, want het bedrijf is een van de grootste Gelderse rookworstenproducenten in Nederland.

Het is ook de tijd dat er ’s avonds leden van verenigingen uit Assen en wijde omgeving (van Nieuweschans tot Sneek) rookworst komen vacumeren en  inpakken. Iedere vereniging werkt gedurende twee weken, vijf avonden per week, met 20 personen per avond. De verdiensten komen heel ten goede aan de verenigingskas.  Alle personeelsleden van de Drentex zijn vanaf 1 december 1951 lid van de bloeiende personeelsvereniging ‘Hoyas’. Er is zelfs een eigen muziekkorps van bijna 20 personen, de ‘Hoyas kapel’ met als dirigent de heer Evers van de Johan Willem Friso kapel.

De Hoyaskapel treedt op tijdens de personeelsfeestjes en sportdagen en een enkele keer bij evenementen buiten het bedrijf. Door Hoyas krijgt het personeel een goed contact met elkaar en met veel werkers van andere personeelsverenigingen in Assen. Door het organiseren van allerlei festiviteiten en gezelligheidsavonden komen ook de gezinnen van de leden dichter bij de werkgemeenschap te staan. In 1934 wordt de eerste vleeswarenvertegenwoordiger aangesteld. In de jaren zestig zijn er zo’n veertig vertegenwoordigers actief. Ze proberen in heel Nederland de producten aan de man te brengen. Alleen al in de drie Noordelijke provincies bezoeken vijftien vertegenwoordigers met bestelauto’s drie maal per week hun klanten. Het bedrijf heeft drie eigen spoorwagons voor het vervoer van exportproducten naar Rotterdam en Harlingen, alsmede vier eigen vrachtauto’s.


De stallen aan de Rembrantslaan (hier rechts op de foto) worden in 1975 afgebroken om plaats te maken voor een moderne kantine en andere ruimten. (collectie F.H. van den Herberg, Assen)


Coveco

In 1967 wordt de Vleescentrale, zoals het bedrijf inmiddels wordt genoemd, door een fusie met zuidelijke coöperaties onderdeel van het Covecoconcern. Coveco staat voor Coöperatieve Vereniging voor Veeafzet en Vleesverwerking. Men slacht dan in Assen volop en de vleeswaren- en vleesconservenproductie draait op volle toeren. Leverpastei, ham, knakworstjes en gehaktballen verlaten in grote hoeveelheden de fabriek. Voor de Asser vestiging zijn het topjaren, totdat zich een structureel tekort aandient aan varkens in het Noorden. De boeren gaan steeds meer koeien houden. Eind 1974 moet het bedrijf de slachtlijn sluiten. De aanvoerlijnen van de varkens zijn te lang geworden en de aanvoerkosten daardoor te hoog.

Er zijn dan in totaal in Assen zo’n 5,5 miljoen varkens geslacht. Het laatste varken wordt weer aangevoerd door agent Schuiling uit Eext, echter niet met paard en wagen zoals in 1928, maar per vrachtauto. Vanaf 1975 krijgt het bedrijf Covecoverband een centrumfunctie voor de varkensvleesvoorziening in de regio Noord-Nederland. De productie van ham- en schouderconserven wordt uitgebreid en er worden Hoy-kleinconserven geproduceerd. De stallen worden afgebroken en op de plaats daarvan wordt een moderne kantine gebouwd met op de benedenverdieping verschillende sociale ruimten. Er zijn dan ruim 400 werknemers in dienst.


Een nieuwe slachtlijn

In 1977 besluit de centrale Coveco-directie in Arnhem om in het bedrijf Assen fors te investeren. Ettelijke miljoenen worden gestoken in het nieuwe project: de runder-, varkens- en zeugenslachtlijn. Deze slachterij wordt gebouwd op het terrein van het voormalige Slachterijlaantje. In de jaren ervoor had Coveco de arbeiderswoningen aan dit laantje successievelijk opgekocht en gesloopt. In 1978 start Assen met een van de modernste slachtlijnen in Europa. Helaas heeft dit niet tot het verwachte resultaat geleid. In 1982 loopt het verlies voor Assen op tot 6,3 miljoen gulden. De slachtlijn is maar voor de helft bezet.

In 1982 valt al het besluit tot sluiting van de fabriek met op dat moment 275 medewerkers. Door een reorganisatie blijft er nog wel een vleesgrossierderij bestaan voor zo’n 45 mensen. Rond 1990 is er opnieuw reden voor onrust door financiële problemen in de landelijke organisatie. De Asser vestiging wordt in 1991 tot grote teleurstelling van velen gesloten. Het personeel heeft jarenlang vergeefs geprobeerd het werk in Assen te behouden, maar uiteindelijk wordt dat overgebracht naar Gieten, waar concurrent Udema inmiddels ook onder Covecovlag is gaan varen. Het fabriekscomplex komt grotendeels leeg te staan.

Een poosje heeft een vleesdistributiebedrijf het nog gehuurd, maar al vrij snel na de sluiting wordt het verkocht aan de Haagse zakenman E. Gassler, die plannen maakt voor woningbouw. De slachtlijn gaat naar een bedrijf in Hongarije. De rest van de inventaris wordt bij een veiling in café De Aanleg in Deurze verkocht. Anno 1999 bestaat Coveco niet meer. Het is na een fusie opgegaan in Dumeco.





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl