In en om Assen





Daniel Lohues


foto Ilvy Njiokiktjien


Biografie Daniel Lohues


Daniel Lohues wordt op 16 februari 1971 in Emmen geboren Daniël Lohues kreeg de muziek letterlijk met de paplepel ingegoten. Zijn ouders hadden al vroeg door dat Daniël alleen met muziek echt rustig te houden was. Vader Lohues bracht Daniël de eerste kneepjes van het toetsenspelen bij. Op jonge leeftijd verving Daniël zijn vader als organist bij het R.K. Kinderkoor ‘de Kleine Klokjes’. Binnen een paar jaar schopte hij het zelfs tot organist van het Jongerenkoor en het begeleiden van de volkszang in de kerk te Erica.

Met het aanbreken van de pubertijd kwam de liefde voor gitaren. Met zijn drummende neef Marco Geerdink begon hij een band genaamd ‘the Bedrock Shuffle’. In die tijd ontstonden de eerste zelfgeschreven liedjes. In zijn muziekhok in de schuur van zijn ouders begon Daniël te experimenteren met opname technieken en verschillende instrumenten. Hij was tot ergernis van leraren, ouders en jeugdliefdes alleen maar met muziek bezig.


The Charlies

De groep ontstaat uit de band Peep University en gaat door wisselingen in de bezetting in 1988 door onder de naam Bojangles. Deze naam wordt echter al gebruikt door de begeleidingsband van Terence Yrent D’Arby en moet veranderd worden. Er wordt gekozen voor The Charlies. De band brengt een drietal singles uit en vestigt zich in 1989 in Utrecht. Na het vertrek van zanger Leo Oldenburger in 1990 treden Daniël Lohues en zangeres Popke Koolhaas tot de band toe. Na het uitbrengen van de debuut-cd Popkiss valt de band uit elkaar. In 1993 gaan enkele bandleden verder onder een andere naam Toe Jam Bobsleigh.


Skik

Maar ondertussen bleef de stapel eigen liedjes groeien. Met twee jeugdvrienden, in een komkommerschuur in Erica kregen die liedjes een uiteindelijke vorm. Dit was het ontstaan van Skik Skik wordt in de zomer van 1994 opgericht door Daniel Lohues (zang/gitaar), Maarten van der Helm (bas) en Marlen Davers (drums). De heren kennen elkaar al jaren en hebben met elkaar in allerlei verschillende bandjes gespeeld. Na een aantal repetities in de schuur van Maartens vader in Erica volgt in augustus 1994 het eerste optreden op het Muzemfestival in Emmen. De reacties op de eerste optreden zijn overweldigend. De mix van rock, pop, blues en punk met de Drentstalige teksten van Daniel Lohues zorgen voor een aanstekelijk geluid.

De eerste en enige democassette verschijnt in oktober 1994. Op deze tape, wat met zijn 50 exemplaren een waar collectoritem is, staan nummers als 'Tomme', 'Elvis (als ik hum was)' en 'Klotenweer'. Ook Hilversum merkt de band op want in december '94 geeft Skik zijn eerste landelijke radio-optreden in Leidse Kade Live, het programma van Marc Stakenburg. In 1995 wordt er veel gespeeld en gewerkt aan het eerste album wat in de zomer van '95 wordt opgenomen in de Silvoxstudio in Silvolde. Het titelloze debuutalbum verschijnt aan het eind van 1995 en zorgt ervoor dat Skik een groter publiek bereikt. De band wordt uitgenodigd voor het Noorderslagfestival in Groningen waar een uiterst succesvol optreden wordt gegeven.

Het album staat maandenlang hoog in de Moordlijst van muziekblad Oor en de eerste twee singles verschijnen in de vorm van 'Tomme' en 'k Heb Weleens Zo'n Dag'. Live heeft het trio een uitstekende reputatie en in 1996 wordt er door het hele land opgetreden. Zo spelen de mannen in het voorprogramma van Iggy Pop en Bon Jovi. Ook tekent de band een platencontract bij Polydor.


'Op Fietse'

In 1997 staat de band voor de tweede keer op het Noorderslagfestival en wordt er hard gewerkt aan het nieuwe album. In februari ontvangt Skik uit handen van Frits Spits de Zilveren Harp voor het eerste album. In mei maakt de band haar debuut op het Pinkpopfestival nadat in april de cd Niks Is Zoas 'T Lek is verschenen. Samen met Wim Rigter van de Arbeidsvitaminen worden in juli de Spaanse stranden onveilig gemaakt. In augustus staat de band voor het eerst op het Lowlandsfestival en in september verschijnt de single 'Op Fietse' wat Skiks eerste hit zal worden. In dit nummer beschrijft Daniel een fietsstocht door het zuid-oosten van Drenthe wat voor de VVV van Emmen aanleiding is om deze route ook daadwerkelijk op kaart te zetten en uit te brengen; de Skikroute is geboren.

Ook de provincie laat zich niet onbetuigd met het verlenen van de SNS-cultuurprijs. In 1998 wordt is het jaar van de festivals. Skik speelt op Pinkpop, Lowlands, Parkpop en Noorderslag, maar ook bijna alle andere festivals worden door het trio bezocht. Ook deelt de band het podium met The Jayhawks. Aan het eind van het jaar Flashbacked de band de Rolling Stones. Voor die speciale gelegenheid wordt aan de tot dan toe traditionele line-up een extra gitarist toegevoegd in de persoon van Michel Hendriks die de band nog kent uit Emmen. Aan het einde van dit drukke jaar blijkt nogmaals de veelzijdigheid van Skik. Op de VPRO-cd 'Zo dit is Kerstmis' verschijnt het speciaal voor deze compilatie geschreven kerstnummer 'De Sneij'.

Andere artiesten die acte de prèsence geven op dit speciale Kerstalbum zijn o.a. Daryll-Ann, Extince, Bettie Serveert, Guus Meeuwis, Ceasar en Wim de Bie. In 1999 verschijnt het derde album 's Nachts. Dit album, opgenomen in de Zeezichtstudio in Spaarnwoude bevat met 'Giet Zoas 't Giet' wederom een grote hit voor de band. Ook verandert er iets in de bezetting. Skik is trio af door de intrede van Marco Geerdink. Met Marco op gitaar toert de band ook in 1999 weer het hele land door. Op 5 mei vliegen ze in het kader van het bevrijdingsfestival naar Assen, Amsterdam, Rotterdam en Groningen. Ook verschijnt er een speciale bevrijdingssingle in de vorm van 'Als Ik Wil', waarop Daniel voor het eerst Nederlandstalig te horen is.

Wederom speelt de band dat jaar op het Lowlandsfestival en deze keer gelijk maar twee keer: 's Ochtends in de Charlietent samen met het Riciottiorkest en 's middags op het grote buitenpodium. Utrechts Filmfestival in premiere gaat. Ook tourt Daniel met de Louisiana Bluesclub het tweede gedeelte van 2003 door geheel Nederland. Maarten van der Helm realiseert zijn droom eveneens in het buitenland en vertrekt voor een 9 maanden durende wereldreis terwijl Marlen Davers zich stort op het geven van drumlessen en het begeleiden van beginnende bands. Als de band begin 2004 weer bij elkaar komt blijkt dat de vriezer zijn werk goed gedaan heeft en dat de jongens de draad moeiteloos weer op kunnen pakken.

Het 10-jarig jubileum van de band staat voor de deur en daarom verschijnt in mei 2004 het overzichtsalbum Best Tof Samen met de nieuwe single Grachten van Amsterdam, een cover van het Gram Parsons-nummer Streets of Baltimore, laat Best Tof horen wat Skik de afgelopen 10 jaar zoal heeft uitgespookt. Ondertussen wordt er als vanouds getourd en wordt op 30 april het bezoek van de koninklijke familie aan Groningen door de band op de Grote Markt voor meer dan 15.000 man in een groot feest afgesloten. Het blijkt dat Skik na 10 jaar, 6 albums en ontelbare optredens nog steeds springlevend is.


Lohues & the Louisiana Blues Club

Op zijn reizen door Amerika en Canada kreeg Lohues het idee om zijn haat/liefde verhouding met de Blues eens om te zetten in iets concreets. Hij zocht en vond een studio en bluesmuzikanten in het diepe zuiden van Amerika. Lohues & the Louisiana Blues Club was geboren. De in Baton Rouge opgenomen CD met bijbehorende film over het ontstaan daarvan, smaakte naar meer.

Volg Daniel op zijn reis door Amerika in de onderstaande afleveringen van de documentaire 'hoogste tied voor de blues':


zie: hoogste tied veur de blues deel 1 van 7
zie: hoogste tied voor de blues deel 2 van 7
zie: hoogste tied voor de blues deel 3 van 7
zie: hoogste tied voor de bleus deel 4 van 7
zie: hoogste tied voor de bleus deel 5 van 7
zie: hoogste tied voor de blues deel 6 van 7
zie: hoogste tied voor de blues deel 7 van 7


Er werd met de Amerikanen getourd door Nederland. Volgens Daniël was dit een muzikaal en levenskunsttechnisch gezien zeer leerzame periode. Dan komt het moment dat Daniël zijn liedjes wil gaan spelen zoals hij ze zelf in zijn eentje thuis speelt. ‘Een jeugddroom werkelijkheid maken.’ Dat was de drijfveer van Daniël Lohues om een paar jaar geleden naar Amerika te gaan om een bluesplaat op te nemen met lokale bluesmuzikanten.

Een uitvoerige speurtocht in de zuidelijke staten brengt hem inspiratie en een duidelijk beeld van wat hij wil en wat de mogelijkheden zijn. In Baton Rouge, de hoofdstad van Louisiana, staat een kleine ouderwetse studio. De studiobaas van die Mainstreet studio heeft een agenda vol bluesmensen. Daniëls grote neef Marco Geerdink gaat mee om rhythmgitaar te spelen en de rest van de muzikanten komt uit Baton Rouge. Vier dagen hebben ze nodig om de ondertussen, in de zuid-oost Drentse streektaal, geschreven bluesnummers op te nemen. Volgens Lohues zijn de teksten ‘bij elkaar geraapt persoonlijke liefdesperikelen van de afgelopen 20 jaar.’ De cd wordt ‘Ja Boeh’ gedoopt.


"Grip, weejwel?’

The Louisiana Blues Club wordt naar Nederland gevlogen en speelt op festivals, in clubs en er wordt een hele theatertoer gedaan waarin Lohues zijn verhaal met de blues uit de doeken doet. Inmiddels heeft Paul Ruven een documentaire gemaakt over Lohues & the Louisiana Blues Club. Na een optreden op North Sea Jazz is het weer tijd voor Lohues om andere dingen aan te pakken. Iedereen gaat z’n eigen weg weer. Opeens is het begin 2005. ‘Ik begon het te missen. De lol, de strakke, stomende band, de heerlijke avonden.’

Begin dit jaar belt Lohues elk lid van de Louisiana Blues Club om de boel weer op gang te brengen. Samen met tourmanager Pieter Spoelstra reist hij naar het zuiden van Amerika om bluesnummers te bedenken en de drummer op te zoeken die hij al meer dan een jaar niet gesproken of gezien heeft. Na een paar weken staat de band klaar in Studio Zeezicht in Spaarndam. Een weerzien van strijdmakkers. Keith Keyes op bas, Marco Geerdink rhythmgitaar, Gralin Neal drums, Rob van Donselaar toetsen. Binnen een paar dagen staat er een plaat op de band die the Louisiana Blues Club laat horen in zijn ultieme vorm. Niet slechts pure blues, nee, ook veel andere stijlen uit het swingende zuiden komen voorbij.

In de studio doen ook Jan Koopers blazers een duit in het zakje. Als Candy Dulfer een paar nummers mee jamt is het feest niet te overzien. ‘Niet alleen tekstueel, ook muzikaal is er weer een cirkeltje rond. Grip, weejwel?’ , aldus Lohues. Volgens Daniël was dit een muzikaal en levenskunsttechnisch gezien zeer leerzame periode. Dan komt het moment dat Daniël zijn liedjes wil gaan spelen zoals hij ze zelf in zijn eentje thuis speelt


Allennig

Een theatertour volgt onder de naam Allennig. Het project Allennig is opgezet als een vierluik. Als eerste deel hiervan verscheen in 2006 het album Allenig, dat de winter verbeeldt. Hierna volgden de albums Allennig 2 (de lente, 2008), Allenig 3 (de zomer, 2009) en Allennig 4 (de herfst, 2010). De liedjes in hun puurste vorm worden door middel van bijkomende verhalen een voorstelling die indruk maakt.

Volle theaters, genietende mensen en een blije Lohues als gevolg. Nummers over de liefde, religie en het platteland komen zeer goed tot hun recht in deze vorm. Lohues zelf mompelt na zulke voorstellingen vaak dat hij nog lang niet op de helft is. Wat er nog allemaal uit het vat gaat komen weet alleen Daniël Lohues zelf. En zo hoort dat.


Daniël Lohues wordt steeds meer verhalenverteller


Info op woestenledig d.d. 1 februari 2012

Daniël Lohues geldt als een van de grote publiekstrekkers in de theaters. Dat blijkt niet alleen uit het succesvolle vierluik Allennig. Dat blijkt ook uit Hout moet en uit zijn nieuwste programma Gunder waarmee hij met ingang van deze week langs de theaters trekt. Of hij nog weet hoe hij met het theater in aanraking is gekomen? Lohues denkt na. “Als kind ging ik met mijn ouders wel eens naar Vredenburg in Utrecht, naar een pianoconcert. Machtig mooi. En op zondag draaiden we elpees van Wim Sonneveld en Toon Hermans”, zegt hij. “Maar theater als zodanig? Met de lagere school ben ik ooit naar een kindertheatervoorstelling in De Muzeval geweest. Daar kan ik mij nauwelijks iets van herinneren.

Het zal aan de voorstelling hebben gelegen. Het meeste uit die tijd weet ik nog.” Sinds een jaar of vijf geldt Daniël Lohues als een succesvol podiumkunstenaar. In Drenthe en daarbuiten. Cruciaal in dat verband is Allennig, het gelijknamige album en soloprogramma dat in 2006 volgde op zijn werk met The Louisiana Blues Club. Allennig – dat uiteindelijk uitmondde in een vierluik – betekende een terugkeer naar de eenvoud voor de zanger, componist, schrijver en producer uit Erica: een man alleen, met snaren, toetsen en liedjes. En het betekende een verhuizing van popconcerten en festivals naar schouwburgen en theaters.

Daar ging geen plan aan vooraf, benadrukt Lohues (Emmen, 1971) nu hij met Gunder aan zijn zesde theaterprogramma begint. “Het gaat altijd vanzelf. En het begint met muziek. Ik ben bezig liedjes te maken, met schrijven. Later, als er een stapel nummers ligt, zie ik dat het een bepaalde kant op gaat, dat ik het ergens over wil hebben, dat iets mij dwars zit. Het gaat allemaal op gevoel. Zo ging het met The Charlies, met Skik, met The Blues Club, met Allennig, met Hout moet. Achteraf blijken het projecten.” Inmiddels wordt het theater gekoesterd. “Met Skik probeerden we zo te spelen dat het er niet toe deed in welke taal de liedjes werden gezongen”, vertelt hij. “Nu merk ik hoe fijn het is als je de taal wél kunt verstaan.

In het theater is de akoestiek vaak geweldig. Je hebt er een mooie vleugel, je kunt er fantastisch musiceren, er zitten soms wel twaalfhonderd mensen naar je te luisteren. Ik zeg niet dat ik nooit meer rock ‘n’ roll wil spelen – als ik het doe moet het knoerthard. Maar mooi zacht is ook heel fijn.” Net als bij Hout moet werd voor Gunder de hulp ingeroepen van gitarist Bernard Gepken en bassist Guus Strijbosch. Toch is Lohues in veel opzichten een onmiskenbare doe-het-zelver. In de studio schrijft, speelt en registreert hij veel in zijn eentje. In het theater opereert hij – opvallend – zonder producent en regisseur. “Dat is niet omdat ik het onnodig vind. Dat is omdat ik alles graag zelf doe. Ik vind het mooi dingen zelf te verzinnen.

Uiteraard luister ik naar de opmerkingen van collega’s. Ik heb veel geleerd van de maestro’s, van Herman Finkers, Freek de Jonge en Herman van Veen.” Geen optreden is hetzelfde, bezweert hij. “Ik mocht altijd al graag iets zeggen op het podium. Maar sinds ik in het theater sta, voel ik mij steeds meer een verhalenverteller. Het kristalliseert zich uit. Gaandeweg leer je over timing, over spanning en waar je een bepaalde grap moet maken. Wat niet wil zeggen dat je na de zeventigste keer op een knop kunt drukken. Want het publiek reageert iedere keer anders. Dat kan aan het theater liggen: in Almere is het anders dan in Amstelveen. Maar ook aan de wereld: toen Japan werd getroffen door de Tsunami merkte ik dat aan het publiek. Zelfs als het buiten volle maan is, kun je dat in de zaal voelen.”






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl