In en om Assen





De Dichtershof in de jaren vijftig en zestig


Bronvermelding:
'Leef lang in blij herdenken voort'. Geboorte en wedergeboorte van de Dichtershof in Assen. Concept, interviews, teksten en productie: Bertus Boivin. Een uitgave van Actium, Assen, 2010


De Jacob Catslaan begin jaren zestig


In het Nederland van na de Tweede Wereldoorlog werd de woningnood al snel uitgeroepen tot 'Volksvijand nummer 1'. De bouwproductie kwam maar moeizaam op gang en de vraag naar woningen overtrof het aanbod vele malen. Jonge gezinnen konden onmogelijk zelf aan woonruimte komen. Velen waren gedoemd om jarenlang bij de familie te blijven inwonen. In 1949 was in Assen door de woning schaarste de gemiddelde woningbezetting opgelopen naar 4,8 personen per woning. Het was een getal dat daarvoor nog nooit bereikt was en daarna ook niet meer gehaald zou worden. Tijd voor nieuwe woningen, zo veel en zo goedkoop mogelijk.


Assen bouwt nieuwe woningen in Uitbreidingsplan Over het Kanaal

Aan het eind van de jaren veertig besloot de overheid om op volkshuisvestingsgebied zelf de touwtjes meer in handen te nemen. Het rijk bepaalde voortaan de hoogte van de huren. De gemeenten kregen de verantwoordelijkheid voor de toewijzing van woningen. In zijn afscheidstoespraak stond burgemeester Bothenius Lohman van Assen eind 1949 ook even stil bij de zaken waar hij als verantwoordelijke voor het Gemeentelijk Huisvestingsbureau dagelijks mee te maken had gehad. De burgemeester zei in zijn laatste toespraak onder andere: 'De vele teleurstellingen die ik in die functie aan woningzoekenden en woningbehoevenden moest bereiden, gingen mij aan het hart, doch ze waren onontkoombaar.'

Om snel veel woningen te kunnen bouwen verwachtten de gemeenten veel van hun nieuwe mogelijkheden om voortaan zelf de bouw van woningwetwoningen ter hand te nemen. Voordeel was dat men niet langer afhankelijk was van de woningcorporaties die men bepaald niet als kampioen snel en goedkoop bouwen beschouwde. In Assen betekende dit dat de Bouwvereniging Assen en de Bouwstichting Boaz tussen 1951 en 1957 door de gemeente gepasseerd werden bij het bouwen van nieuwe woningen. De gemeente bouwde die jaren alle woningwetwoningen zelf en verhuurde ze. Beide corporaties hadden slechts de zorg voor het beheer van de gemeentewoningen.

Assen probeerde de problematiek krachtig aan te pakken met een aantal grote uitbreidingsplannen. Zo hoopte men in korte tijd veel woningen uit de grond te kunnen stampen. De twee belangrijkste waren de plannen Over het Spoor en Over het Kanaal die respectievelijk in de periodes 1948-1952 en 1963-1956 gerealiseerd werden. In het eerste uitbreidingsplan Over het Kanaal was nieuwbouw van een 'landelijk karakter met een stedelijke inslag' ingetekend ten oosten van de Venestraat tussen het Kanaal en de nieuwe Thorbeckelaan. Later kwam er een tweede plan Over het Kanaal dat het gebied ten westen van de Venestraat bebouwde. Dit werd tussen 1957 en 1963 uitgevoerd. Binnen de nieuwe uitbreidingsplannen werd de ruimte in deelplannen tot in detail geordend.


26 Grote huurwoningen met vijf slaapkamers

Zo kreeg de plattegrond van wat later de Dichtershof zou heten, in december 1952 definitief zijn vorm in een gewijzigd uitbreidingsplan 'Over het Kanaal ten Oosten van de Groningerstraat'. In het plan stonden vijf blokken met in totaal 52 etagewoningen in twee bouwlagen getekend. Ze zouden aan een soort rondweg tussen de hoek Thorbeckelaan-Groningerstraat en de Industrieweg komen te liggen. Aan de zuidkant van de wijk was een weg evenwijdig aan het Kanaal getekend. Daar wilde men 26 grote huurwoningen met vijf slaapkamers bouwen. Het moesten de grootste woningwetwoningen van Assen worden. Er was veel vraag naar, wist men op het Huisvestingsbureau. Midden in het buurtje had de Dienst Gemeentewerken drie woonstraatjes gedacht met in totaal 108 kleinere eengezinswoningen.

Achteraf lijkt het erop alsof de etagewoningen van de Vondellaan en de huizen van de Catslaan de eenvoudige kleine woningen midden in de Dichtershof aan het oog van buitenstaanders moesten onttrekken. Over deze woningen schreef de waarnemend directeur van Gemeentewerken eind 1952 in een toelichting op de plannen: 'In verband met het zeer grote tekort aan woningen voor de minst draagkrachtigen en de ten hemel schreiende toestanden van vele nog bewoonde krotten besloten Burgemeester en Wethouders om te trachten zo spoedig mogelijk te komen tot de bouw van zeer eenvoudige arbeiderswoningen in een huurprijs van maximaal 4,50 gulden per week.' De provincie kon met de plannen instemmen.

Wel kwam men richting gemeente met de suggestie om de woningen midden in het plan geen eigen voortuintjes te geven, maar aan de voorkant gemeentelijk plantsoen aan te leggen waardoor 'de betreffende woonstraatjes een fleuriger karakter verkrijgen'. In de brief voegden Gedeputeerde Staten eraan toe: 'Zou men voor elke woning een eigen voortuintje moeten aanleggen, dan valt te voorzien dat deze straten eerlang een armoedig uiterlijk zullen krijgen, daar de woningen zelve immers van weinig welstand zullen getuigen.' In de marge van de officiƫle brief krabbelde iemand van Gemeentewerken later met potlood: 'Wordt voor de gemeente een dure geschiedenis en een lijdensweg'. Het zal niemand verbazen dat de gemeentelijk onderhouden voortuinen er niet gekomen zijn...

De Asser architect A. de Vries Mzn. kreeg de opdracht de woningen te tekenen. Er was geen discussie over de rechttoe-rechtaan ontwerpen van De Vries. Op 17 december 1953 besloot de Asser gemeenteraad de vaderlandse dichters Willem Bilderdijk, Jacob Cats, Petrus A. de Genestet, Constantijn Huygens, A.C.W. Staring en Joost van den Vondel te eren met een naar hen genoemde straat in wat al snel de Dichtershof ging heten. Begin 1954 werden de eerste huizen betrokken. Jelle Post en zijn gezin werden op 26 maart 1954 de eerste bewoners van de Bilderdijkstraat. Eind augustus 1956 waren de laatste woningen van de Jacob Catslaan klaar en was de hele Dichtershof bewoond.


Uitzicht vanaf de oude watertoren (schaduw) aan het spoor bij de Rolderstraat eind jaren vijftig. Achter het slachthuis (schoorsteen) ligt de da goednieuwe buurt de Dichtershof. Het witte gebouw links is Stork Pompen


Herinneringen aan een nieuwbouwbuurt, eind jaren vijftig

In april 1956 verhuisde de familie Stel vanuit het Groninger dorp Oosternieland naar de Jacob Catslaan in Assen: vader Ginus, moeder Jantje en hun zes kinderen. Vader Stel was in 1954 al naar Assen gekomen om in een loods aan de Industrieweg voor de firma Gorter uit Roodeschool een filiaal van het garagebedrijf op poten te zetten. Ginus Stel ging de eerste tijd in de kost in Assen.

Ook in Assen was het in de jaren vijftig onmogelijk om snel aan een woning te komen. Ze wachtten ruim een jaar op positief nieuws van de kant van het Gemeentelijk Huisvestingsbureau. Toen kon het gezin op voorspraak van de werkgever zon grote, splinternieuwe eengezinswoning aan de Jacob Catslaan betrekken met maar liefst vijf slaapkamers. De heer Stel overleed in 2000, mevrouw Stel woont tegenwoordig in de Wijde Blik. Haar eerste jaren in Assen vond ze eigenlijk helemaal niet leuk: 'Het was voor het eerst dat ik in een rij woonde. In Oosternieland woonden we in een oude pastorie.

Een groot huis waar je om toe kon lopen. We waren de ruimte gewend en Assen zei me eigenlijk helemaal niets. Voor mijn gevoel zaten we ook een heel eind van de stad vandaan.' De jongste dochter van het gezin was nog een baby. Overdag legde Jantje Stel haar in een wit babyhuisje in de tuin. Een gewoonte van het Groningerland. In de Dichtershof had je er toen veel bekijks mee: 'Iedereen dacht dat we een konijn in het hok hadden'. Voor de dan achtjarige Gerard Stel was de Dichtershof een waar paradijs. 'We woonden in een straat met allemaal kinderen waar je mee kon spelen.


Ze waren niet de laatsten die in de loop van de jaren zestig de Dichtershof verlieten...

De oude ijzergieterij stond er toen nog tussen de Catslaan en het Kanaal. We beleefden de spannendste avonturen in de verlaten hallen. Naast de oude fabriek was de betonfabriek van Haack waar we verstoppertje speelden in de enorme betonnen buizen. Toen er per ongeluk een keertje een omgevallen was, stond de volgende dag de politie bij ons op de stoep. De jongens van Stel zouden er wel meer van weten, dachten ze.'

Gerard Stel herinnert zich de familie Wagenmakers een eindje verderop in de straat die als eerste in de buurt televisie had: 'Op nummer 33 zat het op woensdag- en zaterdagmiddag afgeladen vol...'. Moeiteloos somt mevrouw Stel ruim een halve eeuw na dato op wie er die eerste jaren bij haar in de Catslaan in het laatste blok tussen de Huygensstraat en de Vondellaan woonden.

Ze vertelt: 'Op de hoek van de Vondellaan woonde Weistra, die speelde in de JWF-kapel. Daarnaast had je Weidgraaf die was zetter bij Van Gorcum, dan Zuidberg die volgens mij in de bouw zat. Dan kreeg je postbode Hendriks, dan wij op nummer 43. Naast ons woonde meneer Apcar, die werkte als maatschappelijk werker bij de reclassering, dan had je Selles de marktkoopman en Bruser die net als buurman Hendriks bij de post zat. Dat was ons blokje.' Ze voegt er stellig aan toe: 'Allemaal keurige gezinnen'.

Hoe was het om in de jaren vijftig in de Dichtershof te wonen? Het eerste dat mevrouw Stel te binnen schiet, is het lavet. Een destijds hypermodern snufje. Het was een kleine ronde badkuip waar je met een grote 'klutser' een wasmachine van kon maken met daarnaast een ingebouwde centrifuge: 'Toen waren het woningen met alles d'r-op en d'r-aan. In Assen had je alleen in de Dichtershof woningen met vijf slaapkamers.' De Dichtershof eind jaren vijftig: een moderne woonbuurt waar gewone arbeidersgezinnen woonden. Aan de Jacob Catslaan woonden gewone, grote gezinnen. In 1962 verhuisde de familie Stel naar een woning achter de garage aan de Industrieweg. Ze waren niet de laatsten die in de loop van de jaren zestig de Dichtershof verlieten...


De Dichtershof in 2001 (foto Sietse Kooistra)






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl