In en om Assen





Drenthe, uw velden mijn luilekkerland


Bronvermelding:
'Kijk op Nederland; Drenthe'. Tirion b.v., Amsterdam, 1977. ISBN 90 10 01644 7. Tekst: Roel Reijntjes


foto © Sietse Kooistra


De Olde Landschap

Drenthe is zóó mooi,
zoozeer pakt het me algeheel in
en voldoet mij absoluut, dat ik,
indien ik niet voor altijd hier kon zijn,
ik liever 't maar niet gezien had.
Het is onbeschrijflijk schoon.


Aldus Vincent van Gogh in een van zijn brieven en inderdaad, maar weinige bezoekers zullen erin slagen te ontkomen aan de bekoring van het Drentse landschap. Als geen andere provincie heeft men hier het gevoel dat dit gebied een lange, lange geschiedenis kent.

Drenthe behoort tot de oudst bewoonde landschappen van ons land. Vroeger dan in de omringende gebieden bouwde een eenvoudige boerenbevolking al enkele nederzettingen op het Drents plateau. Rendierjagers en hunebedbouwers trokken vele duizenden jaren geleden door dit gebied. De prehistorie van Drenthe is uiterst belangrijk. In tegenstelling daarmee is de weinige kennis die we van de eerste paar eeuwen na het begin van de jaartelling hebben. Een boerenbevolking, min of meer in afzondering levend, in kleine nederzettingen tussen de heiden, gewend aan een zeer eenvoudig en sober bestaan. Voor die periode heeft een opeenvolging van volkeren de Drentse heiden en bossen bewoond. Men heeft zelfs voorwerpen gevonden, gebruikt door Neanderthalers of tijdgenoten hiervan, die de Drentse geschiedenis zo'n 50 000 jaar geleden laten beginnen.

De Olde Landschap is woongebied geweest van rendierjagers, vissers uit de middensteentijd, het trechterbekervolk dat de hunebedden bouwde, opgevolgd door herdersvolken uit het oosten, Germaanse stammen en later de Angelsaksen die als de stamvaders van de huidige Drenten kunnen worden beschouwd. Het Drentse landschap lijkt doordesemd van dit verleden. Al in de zeventiende eeuw schreef dominee Picardt, naar wie een ANWB-route is genoemd, dat Drenthe 'krielt en overvloeyt van ongewoonlijcke antiquiteiten'. Een treffender omschrijving dan 'de Olde Landschap' is voor Drenthe dan ook moeilijk te vinden.


De pagus Threant

De naam 'Threant' komt pas voor het eerst voor in een oorkonde van 820, waarin Drenthe nog 'pagus' of 'streek' heet. De hertogskroon boven zijn wapen dankt Drenthe aan het feit dat het heeft behoord tot het hertogdom van hertog Gozelinus. De rechten van het bisdom Utrecht over Drenthe in wereldlijke zin zijn in 944 in een oorkonde van koning Otto i omschreven als jachtrecht, in 1024 en in 1046 als grafelijke macht. De eenheid onder de boeren was, in tegenstelling tot die onder de geestelijke en wereldlijke heersers over het Drentse gebied, onverbrekelijk. Vanaf 1300 vormde zich een ware boerencommune, waarin alle boeren gemeenschappelijk de venen, heiden, bossen, weiden en woeste gronden beheerden. Akkers en erf waren persoonlijk bezit.

De bisschoppen van Utrecht zijn landsheer van Drenthe geweest, totdat zij in 1522 hun gezag verloren aan Karei van Gelre. De bisschop werd ingehuldigd op de Bisschopsberg te Havelte en ook wel te Coevorden. Zo nu en dan maakte de bisschop een rondreis door de Lantschap om de belastingen te innen en bezocht dan alle kloosters en hoven (bisschoppelijke boerderijen). De eigenerfde boeren, mandélig in de Marke, het gemeenschappelijk bezit, moesten de tienden betalen. De boeren waren echter niet zeer gesteld op de bisschoppelijke hoven en kwamen in 1227 onder Rudolf van Coevorden in opstand.

De relatie tussen de bisschop en de kastelein, later drost, van Coevorden was vaak zeer vijandig. In het moeras van Ane wisten zij de ridders van Otto 11 van Lippe vernietigend te verslaan. Uiteindelijk won de bisschop toch. Als zoenoffer moest in Drenthe een klooster worden gesticht, het klooster Maria in Campis. Dit zou de basis worden voor het huidige Assen.


Het dingspil

In het begin van de vijftiende eeuw kwam het Landrecht tot stand waarin de rechten van de boer wettelijk werden vastgelegd. Voor het maatschappelijk leven kende men de indeling van Drenthe in zes 'dingspelen' - enkelvoud 'dingspil'. Drenthes hoogste rechtscollege, de Etstoel, bestond uit afgevaardigden der dingspelen; het lagere rechtswezen, dat evenals de Etstoel in handen van de eigenerfde boeren was, berustte op het dorpsleven. Uit de Etstoel, voorgezeten door de drost, scheidde zich gaandeweg een bestuursvergadering af; zo ontstond in de 16de eeuw de 'Landdag van Ridderschap en Eigenerfden, vormende de Staten van de Landschap Drenthe'.

Veel invloed heeft de adel nimmer gehad. (De leden ervan moesten tot de ridderschap behoren, een van de 18 haveza¬ten bezitten - en in Drenthe wonen.) In het midden van de 17de eeuw kwamen de eigenerfden niet meer zélf ter vergadering, doch vaardigden gevolmachtigden af. Vergaderd werd bij Coevorden, op de Bisschopsberg te Havelte en in het Grollerholt. Men vergaderde meestal in de openlucht... het liefst onder het bladerdak van de eiken. Toen Drenthe in 1536 onder Karei v kwam, deed in de Drentse geschiedenis de stadhouder zijn intrede.

Een van die stadhouders was Rennenberg, die in 1580 - in hetzelfde jaar waarin Drenthe de Unie van Utrecht tekende - door zijn terugkeer tot het gezag van Filips de 2e , Drenthe met heel het noorden in handen van de hertog van Parma speelde.


foto © Sietse Kooistra


Stiefzuster van de gewesten

Hoewel Drenthe in 1595 door prins Maurits was veroverd, kreeg het nog geen plaats in de Staten-Generaal. Het mocht niet dansen met de zusters, de zeven andere gewesten. In 1596 werd prins Willem Lodewijk stadhouder. Het bestuur ging weer naar Coevorden en zijn kasteel. In 1614 kreeg Drenthe een nieuw landrecht. Slechts één zaak bleef onopgelost: Drenthe werd ondanks herhaalde pogingen niet tot de Staten-Generaal toegelaten, wat psychologisch van veel invloed op Drenthe is geweest. Mede hierdoor bleef Drenthe tot in de Franse tijd een sterker gesloten geheel dan de meeste andere gewesten.

Het droeg wel bij in de lasten der Republiek en koos zijn eigen stadhouder, gewoonlijk die van Groningen. Drenthe bleef tot aan het eind van de 16de eeuw roomskatholiek. Het protestantisme is aan de bevolking opgelegd en het heeft decennia geduurd voor het aanvaard werd. In de Bataafse en de Franse tijd werd Drenthe meermalen verdeeld over buurgewesten of als geheel bij een buurgewest gevoegd.

De herleving van de Olde Landschap in 1814-1815 strookte volkomen met de wensen der bevolking, die van 1795 tot 1813 zoveel mogelijk aan de oude instellingen had vastgehouden. Landrecht en Etstoel gingen echter in deze tijden verloren. Nadat Drenthe in 1796 voor het eerst de landsvergaderzalen betreden had, gewende het zich er meer en meer aan een provincie te zijn. De Grondwet van 1814 noemde Drenthe nog 'Landschap'; in 1815 was het ook in titel provincie.


De Drentse meng

De samenstelling van de bevolking is in sterke mate bepaald door de ontginningsgeschiedenis. De inwoners van de uitgestrekte veenkoloniale gebieden zijn vooral uit Groningen, Friesland, Overijssel en Duitsland gekomen en verschillen nog min of meer van de oorspronkelijke zandbevolking wat bijvoorbeeld instelling, dialect en boerderijenbouw betreft. In de laatste 150 jaar hebben ook vele duizenden uit de andere Nederlandse provincies in de openlegging en ontplooiing van Drenthe een aandeel gehad. Lange tijd gold Drenthe als de armste provincie van Neder-land - een soort achtergebleven gebied. Maar vooral sinds de Tweede Wereldoorlog is het van de onderste sport van de nationaal-maatschappelijke ladder omhooggeklommen.

De ontwikkeling van deze provincie is laat begonnen en misschien heeft ze daaraan haar hoge tempo te danken. De Olde Landschap kreeg opeens een nieuw 'klimaat'. De opkomst van Emmen is daarvan wel het meest sprekende voorbeeld. In het hart van de provincie ontstond een grote coöperatieve zuivelfabriek en reeds in dat woord coöperatie steekt een mooi stuk oud-Drentse traditie, waarin boeren-samenwerking en 'noaberschap' eeuwenlang tot de ongeschreven wetten behoorden.


'Oeze volk'

De Drent bestaat natuurlijk niet. Ook in dit gewest zijn de mensen verschillend van temperament, gedrag en karakter. Toch is er wel een algemene lijn van herkenning. De Drentse bevolking is Saksisch van oorsprong, hetgeen nog uit vele typische verschijnselen blijkt. Woningbouw, klederdrachten en tradities hebben zich weliswaar aan de moderne tijd aangepast, maar herhaaldelijk spreekt de onderlinge sociale verbondenheid met de aloude dorpsgemeenschappen. Het 'noaberschap' laat zich moeilijk door de hedendaagse onverschilligheid-jegens-de buurman vervangen. De autochtone Drent is een gemeenschapsmens. Als hij een persoonlijke keuze moet maken dan zal hij eerst graag overleggen met 'zien volk'.

De Universitas Terre Threntiae was opgebouwd uit zelfstandige boerschappen: een boerenrepubliek waarin men zich voegde naar het algemeen belang, een communisme zonder leerstellingen. De Drent werkt op zijn gemak; altijd tijd voor een praatje, zijn arbeidsdag is lang. Hij 'knooit' de hele dag aan. Zijn bijzondere belangstelling is gericht op het oude en geheimzinnige: een zeldzame steen of urnscherf zet hij op de 'bossum' (schoorsteenmantel). Er zijn in de loop der jaren wel allerlei innerlijke spanningen in de Drentse gemeenschap opgetreden, allereerst een spanning tussen oud en jong, tussen de meer conservatieve ouderen en de vooruitstrevende jongere generaties.

Daar komt dan nog bij het verschil van de mensen in de veengebieden en op de zandgronden. In een plaats als Emmen, waar de verschillende typen bij elkaar komen, vindt men een duidelijk onderscheid tussen zand- en veenjeugd. De laatste, robuuster, avontuurlijker van aanleg, voelde zich in het 'nieuwe' beter thuis dan de eerste categorie, die zachter en mystieker is en minder openstond voor de dynamiek van de moderne maatschappij. Merkwaardigerwijs staan beide groepen niet tegenover, maar naast elkaar, in het allesomvattend Drents saamhorigheidsbesef. Het is niet zo verwonderlijk dat het oudste Nederlandse opbouworgaan Opbouw Drenthe heet. Dit orgaan, in samenwerking met het culturele Drents Genootschap, heeft enorm veel gedaan ter versterking van het Drentse maatschappelijke leven.


foto © Sietse Kooistra


Goed moedertje Drenthe

Wie in Drenthe woont of er van houdt is Drent met de Drenten. Van enig 'nationaal-provinciaal' gevoel is geen sprake. De wereld is groter. Drenthe is een lief land, een voorrecht om er te wonen. In de televisieserie Bartje heeft Willy van Hemert Anne de Vries' roman schitterend verbeeld. De spelers, amateurs, gaven ontroerend gestalte aan het oud-Drentse leven. Naast de oude boerenbeschaving het lijden van de arbeidersbevolking. Armoede en grote gezinnen. Tóch was Bartjes moeder een 'Keunegin' zoals ze daar met haar kleine beschermer, op de aardappelakker zittend, een oude zak om haar hoofd voor de regen, uitkeek over de wijde velden van het land van Bartje, van goed moedertje Drenthe.





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl