In en om Assen





Drenthe verandert


Bronvermelding:
'Drenthe verandert'; auteur Dr, K. van Dijk. NV Uitgeverij A. Roelofs van Goor, Meppel 1947. Illustraties; Hans Heyting




Boerderij en gezin



Dat Drenthe verandert is geen nieuws. De kranten staan er vol van en alle mogelijke voorlichtingsdiensten houden niet op ons voor te lichten over nieuwe methoden, nieuwe landbouwmachines en wat al niet meer. En als we zelf eens met vrienden en kennissen praten over „de goede oude tijd", dan zeggen we in Drenthe al heel vaak, „dat de tieden zo veraandert bent". Lang niet het minst veranderden boerderij en gezin, als we deze vergelijken met de tijd van onze grootouders. We zullen eerst eens kijken wat er dan wel niet gebeurde met dat gezin, dat in Drenthe zo vaak woont op een boerderij.

Een gezin bestaat in een normaal geval uit vader, moeder en kinderen. Niets bijzonders voor onze begrippen, en toch als wij ons even indenken hoe het nog was in Drenthe voor zo'n 20 a 30 jaar, dan is het toch wèl bijzonder. Het Drentse gezin van vroeger was groter, uitgebreider. Behalve de vader, de moeder, de kinderen, behoorden bij het gezin nog meer mensen in de oude boerensamenleving: Ten eerste wel de verdere familie: grootvader en grootmoeder („otien"). En dan denken we ook aan het „oompien", de meestal ongetrouwde broer van de vader, die b.v. zijn vader verving en moeder geholpen heeft, als zij vroeg weduwvrouw was geworden. Deze grootouders en heel vaak ook dat z.g.n. „suker-oompien" hoorden vroeger in alle opzichten bij het gezin.

Ten tweede kende men vroeger op de Drentse boerderij de inwonende knechten en meiden, die, als ze er al een hele poos waren, volkomen werden opgenomen als gezinsleden. Zij noemden de boer en zijn vrouw bij de voornaam; de boer was Jobk en de vrouw was Geertien voor knecht en meid. En dat hele grote gezin sliep onder een en het zelfde dak en at 's middags en 's avonds aan de ene grote tafel. Een vreemde, die onder etenstijd de deel opstapte, kon haast niet uitmaken wie van de jongemannen aan tafel de zoon, en wie de knecht was. Zij allemaal met elkaar vormden vroeger het grote geheel van het Drentse gezin.

Het was een gemeenschap waarin men met elkaar voor elkaar werkte of ... „knooide", zoals men wel vaak zegt van de Drentse boer, omdat hij zo zwaar en zo lang op het koppige zand moest „knooien" om de grootst mogelijke opbrengst te krijgen. De hele lange dag was zon heel gezin bezig op het boerenbedrijf om het eigen gezin voedsel, warmte en veiligheid te geven: men bouwde voor eigen brood en aardappels, men melkte en karnde voor eigen boter en kaas, men slachtte voor eigen vlees en op de zogenaamde „spinsteraovend" sponnen de jonge meisjes de wol voor eigen kleren. In dit produktieproces voor eigen gebruik had ieder gezinslid, vader, moeder, opa, otien, knecht en meid, en heel vroeg ook al de kinderen een eigen taak of functie.

Ieder knooide zon hele dag mee voor eten, onderdak, veiligheid en warmte. Alle zorgen van de Drentse boer en boerin waren gericht op het bevredigen van deze eerste levensbehoeften en op de opvoeding van de kinderen. In de opbrengst van al dat werken, maar ook in de warmte van het gezinsleven deelden de andere inwonende familieleden en zeer sterk ook het personeel: de knecht en de meid. Het Drentse gezin had, als kleine groep, de vensters op die manier wijd open staan voor de grotere groepen, waartoe de mens behoort: voor de familie en de dorpsgemeenschap. Bij een bruiloft („wasschup"), geboorte en versterf toonde de belangstelling van de grote familiekring en de hulp van de buren („naobers"), hoezeer men met die familie en die buren samenop leefde.

En in de oogst of hooitijd en bij het boerwerken werkte men samen-op met het hele dorp. Men wist van eikaars werk en dat zelfde werk was het onderwerp van het gesprek van iedere dag. Die gesprekken gingen over land en vee en daarover gingen ook de verhalen in het gezin als men thuis was en rond het haardvuur rustte voor het naar bed gaan. Het Drentse gezin was altijd bereid om zonder enig bezwaar leden van die familie of die dorpsgemeenschap te ontvangen of in zich op te nemen. En nóg is dat zo: in de oude brinkdorpen zijn de erven van de „naobers" niet scherp afgescheiden; als er al een haagje of een greppel is, dan nog is er bij het „pompstraotien" altijd wel een gat in die heg of een dam in de sloot, waar de buurvrouwen altijd wel gauw even over en weer kunnen lopen om elkaar het laatste nieuws te vertellen.

En bovendien, men belt in Drenthe nog nooit aan de voordeur, maar gaat rustig achterom en kondigt met het roepen van „vollek" zijn komst aan. Het Drentse gezin is nog altijd een open gezin. Ook vandaag loopt men nog gemakkelijk even bij elkaar aan, men stelt zijn huis gemakkelijk open voor de ander en nog altijd hangen in de oude boerenhoeven de gordijnen zo, dat het licht het best naar binnen valt en het inkijken niet wordt belemmerd. Dat alles is er nog over van vroeger, maar in de laatste jaren is er veel veranderd ... Inwonende knechts of meiden zijn er praktisch niet meer. Het nieuwe leven op het dorp, nieuwe voorschriften en andere mogelijkheden om aan de slag te komen, maken dit voor beide partijen minder aantrekkelijk.



En nieuwe machines nemen de mens ook heel wat werk uit handen. De kinderen gaan veel langer en geregelder naar school. De jongens na de lagere school naar de landbouwschool, terwijl steeds meer meisjes naar het landbouw-huishoudonderwijs trekken. De burenplichten sterven uit. Slechts hier en daar leven ze nog, vooral op de kleinere dorpen. Bij een geboorte komt nu de kraamverzorgster, bij een sterfgeval heeft meestal een begrafenisvereniging het werk van de buren overgenomen. De boer, die vroeger zijn eigen plaggen moest steken, zijn eigen turf won en zijn eigen mest verzamelde, bestelt deze benodigdheden op het ogenblik door de telefoon bij zijn leveranciers.

Het verenigingswezen en de coöperatie nemen steeds meer de plaats in van de oude dorpsgemeenschap. Landbouwverenigingen, jongerenbonden, boerinnenbonden aan de ene kant, coöperatieve verenigingen, voor aankoop, dorsen en vele andere dingen zijn als paddestoelen uit de grond verrezen. Men reist meer, men is meer uit huis en men heeft ook tijd voor deze dingen, terwijl men daar vroeger nooit aan toekwam. Het moderne Drentse gezin bestaat in onze dagen, net als in de stad, inderdaad alleen nog maar uit vader en moeder en kinderen. Soms wonen de ouders van de ouders er nog wel bij in, maar dan meestal in een afgetimmerd gedeelte van het huis of in een apart woninkje op het erf.

En vaak is dan de woningnood van tegenwoordig uiteindelijk nog de reden daarvan. Personeel wordt tegenwoordig voor bepaalde tijd en voor bepaalde werktijden tegen loon aangenomen, net als overal elders. Er wordt veel gesproken en geschreven over de veranderingen, die mechanisatie en specialisatie hebben gebracht voor het werk op de boerderij en de opbrengst van het land, voor het dorsen, voor het melken, voor het ploegen, voor het maaien, kort gezegd voor de techniek van het boerenleven. Maar over de gevolgen voor het gezinsleven en voor de dorpsgemeenschap is vooral bij de boeren zélf veel minder aandacht te bespeuren. En toch is ook dat belangrijk.

De oude werkgemeenschap die het Drentse gezin eens vormde, bestaat niet meer: brood haalt men bij de bakker, boter (of margarine) bij de kruidenier, turf (of kolen) bij de brandstoffenhandelaar. Al die dingen, waar men vroeger zelf voor zorgde, vertrouwt men nu aan anderen toe. Het Drentse gezin heeft veel van zijn oude functies verloren. Veel meer dan vroeger kan de Drentse boerin huisvrouw worden in plaats van medewerkster, compagnon van haar man en meer dan vroeger is ook de Drentse boer zakenman geworden in plaats van zuiver landbouwer, die met knecht en zoons de hele lange dag op karige akkers knooit. Wij mogen ons de oude toestanden zeker niet mooier voorstellen dan ze geweest zijn, wat men tegenwoordig nog al eens graag schijnt te doen.

Drenthe van toen was voor heel wat mensen niet zo'n prettig land als nu, maar het zij duidelijk, dat de komst van landbouwmachines en kunstmest, dat de mechanisatie niet alleen een oude vorm van landbouw liet verdwijnen, maar ook een hele plattelandssamenleving, èn een gezinsleven op de kop heeft gezet.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl