In en om Assen



Erasmus Bernhard von Dülmen Krumpelmann



'Boerenbruiloft'. Een doek van Berhard van Dülmen uit zijn begintijd in Drenthe. Het gaat duidelijk om een boerenbruiloft. De linnenwagens zijn juist aangekomen. Het paard dat de sjees heeft getrokken is uitgespannen. De gasten, in hun mooiste kledij uitgedost, zijn uitgestapt en begroeten elkaar. Het is een druk en levendig tafereel op het erf van de bruidegom, waar vandaan de stoet zich straks op weg zal begeven naar het huis van de bruid. De vraag doet zich voor of dit werk misschien op Von Dülmen eigen huwelijk betrekking heeft.


Biografie

Erasmus Bernhard von Dülmen Krumpelmann werd geboren in het Duitse Kreuznach, waar zijn vader leraar wiskunde was. Nog voor de eeuwwisseling vestigden zijn ouders zich in Nederland in Amsterdam.
Zijn achternaam wordt op verschillende manieren gespeld: men komt ook het vernederlandste Van Dülmen Krumpelmann tegen of Van Dulmen Krumpelman en sinds 1921 op zijn schilderijen de korte signatuur Van Dulmen.

Hij had een goed stel en belandde op het Barlaeus - gymnasium, waar zijn tekentalent opviel. Na een paar jaar het gymnasiaal onderwijs en een aantal jaren tekenonderwijs gevolgd te hebben, met succes, maar zonder een enkel diploma, werd de jonge Bernhard door de beroemde Amsterdamse kunstenaar August Allebé, oud directeur van de Rijksacademie van Amsterdam en Georg Breitner en Willem Witsen, de impressionistische schilders van stadsgezichten, onder de hoede genomen.

Dankzij hen heeft hij zich kunnen ontwikkelen tot een groot schilder. Zijn hele leven bleef hij, ondanks de moderne invloeden en de opkomende abstacte kunst, trouw aan de stroming van het Amsterdamse impressionisme.

In 1917 bezoekt hij in navolging van zijn voorgangers en leermeesters regelmatig de provincie Drenthe. Hij logeerde er bij een tante in Zeegse en ontmoet er zijn vrouw, Geertje Bastiaans, de dochter van een landbouwer uit de streek.
Ze gaan in Zeegse wonen tot aan hun dood.
Hij is verrukt van de oeromgeving van zijn nieuwe woonplaats en houdt van de plattelandsmentaliteit. Om zijn honger naar het stadse leven te stillen, gaat hij vaak naar Amsterdam en soms naar Parijs, waar de wortels van zijn schilderkunst liggen.

Zo dicht bij Groningen ontkwam Van Dulmen niet aan de invloed van de Groninger kunstenaars van De Ploeg, zoals Jan Wiegers en Johan Dijkstra.
Onder invloed van het Duitse expressionisme werd ook zijn impressionistische werk kleuriger en losser van de toets.
Voorbeelden daarvan zijn zijn bekende olieverfschilderijen van naakte kinderen aan de Drentsche Aa.

De rassschilder Van Dulmen is bijna 90 jaar oud geworden en was tot op hoge leeftijd zeer productief.
Hij schilderde zoals een schrijver een verhaal vertelt, zeer beeldend. Zelf was hij ook een verteller, vooral van wat morbide verhalen. Bekend is zijn verhaal van de Drentse mannen en vrouwen na een begrafenis. De vrouwen hurken langs de weg om de overvloedige koffie met koek te lozen, terwijl de mannen zich discreet afwendde.
De schilder maakte snel een schets van het tafereel en werd vervolgens achterna gezeten door de woedende echtgenoten.


In 1965 maakte E.B. von Dülmen Krumpelmann deze impressie van Wilco -conservenfabriek- werknemers in Assen


Info op metzemaekers.com.

De belangstelling voor het werk van Erasmus Bernhard von Dülmen Krumpelmann is het laatste jaar fors toegenomen. Dit is o.a. merkbaar op veilingen waar met name zijn stadsgezichten het erg goed doen.

Over E. B. van Dülmen Krumpelmann

Hoewel de schilder van Dulmen Krumpelmann opgroeide in Amsterdam werd hij erg aangetrokken door het Drentse platteland en logeerde er dan ook regelmatig om het Drentse landschap en het eenvoudige boerenleven vast te leggen op vele schilderijen, aquarellen en tekeningen.
Hij vestigde zich er definitief na zijn huwelijk in 1921.

Behalve in Nederland heeft van Dulmen Krumpelmann ook veel in het buitenland gewerkt. Vanaf het midden van de jaren twintig trok hij regelmatig naar Parijs, waar hij een groot aantal doeken met gezichten op de brede boulevards heeft geschilderd. Tot op hoge leeftijd heeft hij doorgewerkt en een oeuvre opgebouwd dat uit ontelbare schilderijen, aquarellen en tekeningen bestaat van de meest uiteenlopende onderwerpen: landschappen, stads- en dorpsgezichten, kermis en circustaferelen, het boerenleven, portretten enz.

Veel succes heeft hij geoogst met zijn schilderijen en aquarellen van naakte kinderen die in de Drentse Aa zwemmen en spelen, een thema dat hij sinds de jaren dertig veelvuldig heeft vastgelegd.

Erasmus Bernhard von Dülmen Krumpelmann werd op 25 augustus 1897 in Kreuznach a/d Nahe geboren. Zijn vader, Erasmus Bernardus von Dülmen Krumpelmann, was leraar wiskunde, zijn moeder, Elisabeth Adam, werkte in een hotel in Kreuznach, waar zijn vader haar tijdens een kuurverblijf ontmoette. Hij overleed op 21 juni 1987 in Zeegse.

Von Dülmen Krumpelmann bracht zijn jeugd door in Amsterdam, waar zijn ouders zich kort na zijn geboorte hadden gevestigd en waar zij nog twee zoons en een dochter kregen. Zijn vader overleed er in 1909. Al op de middelbare school - hij bezocht in Amsterdam het Barlaeus-gymnasium - bleek zijn tekentalent. Na enige jaren op het gymnasium volgde hij korte tijd een opleiding aan de Hendrik de Keyser-school, een particuliere tekenopleiding; vervolgens ging hij naar de Rijksnormaalschool voor tekenonderwijs. Daar kreeg hij onder andere les van W.B.G. Molkenboer, Ch. Bakker en J. Visser. Na een jaar moest hij deze opleiding verlaten, vanwege te veel verzuim, maar hij behaalde desondanks in 1914 de akte LO handtekenen.

Ondertussen had Von Dülmen Krumpelmann via de rector van het Barlaeus-gymnasium kennis gemaakt met de bekende politieke tekenaar Johan Braakensiek, die hem aan enkele opdrachten voor illustraties hielp. Ook bracht Braakensiek hem in contact met verscheidene andere vooraanstaande Amsterdamse kunstenaars, onder wie de oud-directeur van de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten, August Allebé, en de befaamde impressionistische stadsgezichtenschilders Georg Breitner en Willem Witsen. Deze drie kunstenaars namen de jonge tekenaar onder hun hoede en hielpen hem zich verder te ontwikkelen.



In de Eerste Wereldoorlog moest Von Dülmen Krumpelmann korte tijd in militaire dienst en maakte daar diverse tekeningen van het soldatenleven. In 1918 werd hij lid van de kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae. Tot na de tweede wereldoorlog exposeerde hij regelmatig zijn werk op de ledententoonstellingen. In 1919 kreeg hij de opdracht om voor de journalist M.J. Brusse, die hij via Breitner had leren kennen, een serie illustraties te maken voor een gebundelde uitgave van diens artikelenreeks `Onder de menschen`. Vervolgens kreeg hij via Brusse de opdracht voor een groot aantal tekeningen voor het driedelige gedenkboek Geschiedenis van de Amsterdamsche Stoomvaart, geschreven door M.G. de Boer.

Ondertussen werkte hij vanaf 1917 regelmatig in Drenthe. In Zeegse had hij een logeeradres bij de tante van een vriend. Na zijn huwelijk in 1921 vestigde hij zich daar definitief. Zeegse inspireerde hem sterk door het toen nog zo ongerepte Drentse landschap en het eenvoudige leven van de Drentse plattelandsbevolking. Hij bleef overigens vanuit Zeegse regelmatig terugkeren naar Amsterdam om daar het jachtige leven in de grote stad vast te leggen, hetgeen voor hem een noodzakelijk tegenwicht vormde voor de landelijke rust van Drenthe.
Daarnaast legde hij al snel contacten in de Groningse kunstwereld en werd daar begin jaren twintig enige tijd lid van de befaamde kunstkring `De Ploeg`. De kennismaking met de expressionistische schildertrant van Ploegleden als Jan Altink, Jan Wiegers en Johan Dijkstra beïnvloedde blijvend zijn stijl, die losser en kleuriger werd hoewel hij de beginselen van het (Amsterdamse) impressionisme nooit heeft afgezworen.

Behalve in plaatsen als Amsterdam, Groningen en Drenthe heeft Von Dülmen Krumpelmann, die zijn werk na zijn vestiging in Zeegse meestal met `vDulmen` signeerde, ook veel in het buitenland gewerkt. Vanaf het midden van de jaren twintig trok hij regelmatig naar Parijs, waar hij een groot aantal doeken met gezichten op de brede boulevards heeft geschilderd. Na de Tweede Wereldoorlog heeft hij ook elders in Frankrijk geschilderd en nadat hij in 1947 met een Groningse coaster een reis naar Portugal en Noord-Afrika had gemaakt, zou hij nog meerdere keren naar deze streken terugkeren.

Ondertussen hield hij zich in de Drentse kunstwereld allerminst afzijdig. In 1946 behoorde hij, samen met onder anderen Reinhart Dozy, Hans Heijting en Hein Kray, tot de oprichters van de eerste beeldende-kunstvereninging in Drenthe, `De Drentsche Schilders`, die tot 1953 heeft bestaan en in die jaren op verschillende plaatsen in de provincie exposities heeft georganiseerd.
Een jaar na de opheffing van deze vereniging richtte hij, samen met onder anderen Evert Musch, Antony Keizer, Albert Torie, Arent Ronda en zijn zoon Erasmus Herman, het Drents Schilders Genootschap op, dat tot op de dag van vandaag een toonaangevende rol in het culturele leven in Drenthe speelt.

Tot op hoge leeftijd heeft Von Dülmen Krumpelmann doorgewerkt en een oeuvre opgebouwd dat uit ontelbare schilderijen, aquarellen en tekeningen bestaat van de meest uiteenlopende onderwerpen: landschappen, stads- en dorpsgezichten, kermis- en circustaferelen, scènes uit het boerenleven, portretten, enzovoort.


'Badende meisjes in de Drentse Aa'. Olieverf op linnen, 155 x 105 cm, 1943


Info op adderhorst.nl


Alles over Badende Meisjes. Van Dulmen

Over Erasmus Bernard von Dülmen Krumpelmann (Kreuznach an der Nahe / BRD, 1897 – Zeegse 1987) doen vele mooie verhalen de ronde. Eén er van vertelt dat hij rond 1917 naar Drenthe moest vluchten voor jaloerse Amsterdamse souteneurs die hem dreigden om te leggen omdat hij hun meiden tekende. In de trein, ergens tussen Meppel en Zuidwolde, trok hij aan de noodrem om de jongens en meisjes te tekenen die hij in het water van een klein riviertje zag spartelen (Bron: Gekleurd beeld, Vijftig jaar Drents Schildersgenootschap. F. van der Veen, IJhorst, 2005, pag. 18). Eenmaal op z’n stee geraakt aan de Zeegser Steeg bereikte hij een duizelingwekkende productie van “hét succesthema van zijn grote jaren: frisse kinderen, die na het zwemmen onbekommerd in hun blote bast aan de boorden van beekjes staan” , ofwel ‘Badende meisjes aan het Zeegser Loopje’.

Het moet ergens in 1957 geweest zijn dat de huidige eigenaar van Adderhorst met zijn broertje, toen nog Rémy geheten, voor het eerst ‘van Dulmen’, zoals hij zijn werk signeerde en ook genoemd werd, aan trof op het bruggetje over genoemd Loopje, met ezel, palet, kwast en doek. Twee pre-puberende jongetjes op vacantie. Van Dulmen nodigde hen uit om eens bij hem thuis, in zijn atelier te komen kijken. Zo gezegd zo gedaan. Wij kwamen op een soort sofa te zitten, beschroomd oog in frank en vrij oog met een, op ware grootte afgebeeld, badend meisje.


Leren zwemmen ging vóór de oorlog nog zonder zwembad of zwemles. En badkleding was ook niet noodzakelijk. Dit olieverfschilderij 'Baadstertjes' dateert uit de jaren dertig en werd gemaakt door de Drentse kunstschilder E.B. von Duimen Krumpelmann (1897-1988). In 1984 herinnerde hij zich hoe hij met de trein van Amsterdam naar Vries terugreizend, voorbij Meppel kinderen zag spelen in de Ruinerwoldse Aa. Dat beeld trof hem zo, dat hij aan de noodrem trok en van de trein sprong om het van dichterbij te gaan bekijken (DMA).


Nog groter was de verwarring toen ik, ongeveer vijftig jaar later, met nog steeds het zelfde oog, in oog kwam met datzelfde meisje, nu ten huize van Eppo Vroom in Zwolle. Een replica bevindt zich nu, hoe kan het anders, op Adderhorst. Daar is zij immers ‘geboren’. Bernard van Dulmen, medeoprichter van het Drents Schildersgenootschap, was een meester in het ‘fabuleren of verbouwen van de waarheid tot mythische proporties’ . Deze trek, niet onbekend in sommige families, vergroot zo mogelijk zijn aantrekkingskracht.





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl