In en om Assen





De komst van de eerste militairen in Assen


Bronvermelding:
'Welkom aan het garnizoen, 157 jaar militaire aanwezigheid in Assen'. A.E.S. de Mol Moncourt en H.M. Luning. REGIO-PRoject 1998. ISBN 90 5028 116 8



“Soldiers Arming Themselves” (1635) ; a painting from the Dutch painter Jacob Duck


De Asser gevangenis was gehuisvest in een nog uit 1609 daterend deel van het oude klooster dat met kloostermoppen, leem en koemest overeind werd gehouden. De muren vormden nauwelijks een belemmering voor de naar vrijheid hunkerende bewoners. Regelmatig vonden dan ook ontsnappingen plaats. Juist met deze ontsnappingen begint de geschiedenis van het Asser garnizoen.


Ontsnapping

In de nacht van 28 op 29 augustus 1841 ontsnapten zes gedetineerden gelijktijdig uit het aan de Kloosterstraat gelegen Huis van Arrest en Justitie. Zij waren uitgebroken uit het zogenaamde 'potjesgat' en het 'keldertje'. De regenten van de gevangenis waren van mening dat de gevangenen vermoedelijk hulp van buiten hadden gekregen.3 Hoe was het anders mogelijk dat de sloten en grendels van de deuren aan de buitenkant waren geopend? Zij meenden dat de ontsnappingszaak het gevolg was van de slechte toestand in de gevangenis en het feit dat de gevangenen met drie man in een cel moesten zitten, en vermoedden dat er een complot was gesmeed. De noodzaak voor een nieuwe gevangenis was hiermee volgens hen overduidelijk aangetoond.

De vluchtelingen profiteerden niet lang van hun vrijheid: enige uren na hun ontsnapping werden zij 'aan deze zijde van Leeuwarden' door enkele nachtwachten in de kraag gevat4 en op 30 augustus weer in de gevangenis ingesloten. Na verhoor bleek dat de complottheorie van de regenten niet klopte. De vluchtelingen hadden met een kromgebogen spijker de sloten van de buitendeur geopend. Aan de spijker was een handvat bevestigd, gemaakt van het krukje dat bij het pijpedopvlechten werd gebruikt. Door het spijsgat in de deur wisten zij met de zelfgemaakte loper de sloten te openen. De benedengrendels aan de deuren werden met een in hun cel liggende bezemsteel met daarop een spijker door het spijsgat opengeschoven.

De bovengrendel was met de hand te bereiken. De buitendeur die het moeilijkst was te openen, hadden ze met een ijzeren eetvork via de deurstijl opengeschoven. Een met stopverf gevuld gat dat een van hen had ontdekt, werd met een breinaald opengemaakt en met een ijzeren staaf die in het 'wandelhok' lag, werd de laatste schuif weggeschoven. De uitbraakpoging werd bijgelicht door een lapje poetskatoen, brandende in boter op een potscherf en aangestoken met een kooltje, dat de cipiersknecht gevangenen soms voor hun pijp gaf. Om te beletten dat het licht naar buiten scheen, hingen zij hun deken voor het venster boven de straatdeur.


Infanterie ter bewaking

De gouverneur, J.D. graaf van Rechteren rapporteerde de zaak aan de minister van Binnenlandse Zaken. Deze reageerde met een brief waarin hij zijn bevreemding uitsprak over het ontbreken van bewaking van de gevangenis door een nachtwacht, militairen of schutters. Volgens hem was het legeren van een militair garnizoen in Assen het beste middel tegen soortgelijke uitbraakpogingen. Het was zijns inziens ondenkbaar dat een gevangenis, zelfs in de bouwvallige toestand waarin die van Assen zich bevond, zonder behoorlijke bewaking van schildwachten zou blijven. Het stedelijk bestuur zou moeten zorgen voor een doelmatig lokaal voor kazernering van de militairen.

De gouverneur verzocht de regenten van de gevangenis dan ook met het stedelijk bestuur in contact te treden omtrent gepaste maatregelen en hem hierover binnen acht dagen te adviseren. Het was de minister ernst met zijn pogingen een detachement Infanterie te zenden: reeds drie dagen later verzocht hij de gouverneur hem te berichten welke maatregelen er in Assen werden overwogen. Als een detachement voor de bewaking onmisbaar zou worden geacht, zou hij daar bij het departement van Oorlog op aandringen. De tot spoed gemaande gouverneur vroeg de regenten en het stedelijk bestuur eveneens snel te reageren. De regenten antwoordden nog dezelfde dag. Na rijp beraad waren zij van mening, dat militairen de enige waarborg vormden voor een veilige gevangenis.

In bewaking door een nachtwacht van burgers of schutters zag men geen heil. De regenten verwachtten dat ongeveer dertig militairen voldoende zouden zijn om 's nachts twee posten te bezetten, waarvan er één aan de straat en één op de binnenplaats zou moeten komen. In dat geval moesten er wel twee schilderhuisjes (wachthuisjes) worden gemaakt. De regenten gooiden nog wat olie op het vuur. Zij verzochten de gouverneur toestemming om een aantal gevangenen naar een andere gevangenis over te brengen als niet spoedig in een betere bewaking werd voorzien. Ook de gemeenteraad van Assen reageerde snel, maar op onverwachte wijze. Zij was op geen enkele manier bereid om mee te helpen het bewakingsprobleem, dat een provinciale zaak was, op te lossen.


Het verblijf van militairen zou vertier en andere voordelen opleveren

Assen had namelijk zo'n slechte ervaring met het inkwartieren van miltairen, dat het verblijf voor lange tijd van een heel detachement als onaanvaardbaar werd beschouwd. De lasten voor de burgers zouden in deze situatie behoorlijk verzwaard worden. Drie jaar daarvoor, toen in de omstreken veel diefstallen en inbraken voorkwamen, was een detachement militairen in Assen ingekwartierd geweest. Dit had groot misnoegen tot gevolg gehad onder de burgers, die bij de 70 cent vergoeding van kosten per persoon door het Rijk, nog 80 cent moesten toeleggen. Als er een nieuwe gevangenis gebouwd kon worden, luidde het voorstel van de raad, zou misschien een gedeelte van de oude gevangenis met de ciperswoning door vertimmering tot een kleine kazerne gereed kunnen worden gemaakt.

Meubilair voor het detachement zou door tussenkomst van de gouverneur kunnen worden gevorderd in het garnizoen Coevorden, omdat daar zeker meubels in groten getale voorhanden waren. De gouverneur reageerde verbaasd. Het was toch onvoorstelbaar dat in een plaats als Assen geen gelegenheid was om met weinig geld een lokaal in gereedheid te brengen? Zelf had hij de fabriek van de heren Sluis en Vos in gedachten, die buiten werking was. Het meublement van een kleine kazerne zou weinig kosten met zich meebrengen, terwijl het nachtleger door het korps waartoe de miliciens behoorden, zou worden geleverd. Het argument van de raad dat het hier slechts een rijksbelang betrof, verwierp hij met de bewering dat door de aanwezigheid van de militairen ook de veiligheid van de ingezetenen bevorderd zou worden.

Bovendien zou het verblijf van militairen vertier en andere voordelen opleveren en bevorderden zij de vermeerdering van de bevolking van de stad. Al met al verwachtte hij dat de aanwezigheid van een garnizoen bloei en welvaart tot gevolg zou hebben. Daarom wilde hij zich inzetten, indien de mogelijkheid tot huisvesting voor dertig militairen gevonden kon worden, dit garnizoen later uit te breiden tot honderddertig of honderdvijftig man. Wat burgemeester en wethouders niet wisten was, dat de gouverneur tegelijkertijd brieven verstuurde aan de minister en de provinciaal commandant, waarin hij aangaf geenszins te berusten in de beslissing van het stedelijk bestuur.


Een dringende behoefte bij de bevolking aan een garnizoen in Assen

Hij stelde voor het gemeentebestuur onder druk te zetten en vroeg de minister te bewerkstelligen dat een detachement in Assen zou worden geplaatst, waardoor het gemeentebestuur gedwongen zou worden naar goede kazernering om te zien. Het voorstel om de komst van een detachement te forceren viel bij de minister in goede aarde. Hij achtte het noodzakelijk dat er ter bewaking van de gevangenis te Assen een militaire wacht zou komen. Er bleef derhalve niets anders over dan, bij gebrek aan kazernering, inkwartiering bij burgers. Hij verzocht de gouverneur nogmaals zijn invloed aan te wenden bij het stedelijk bestuur. Vooruitlopend op de verwachte medewerking vroeg de minister de directeur-generaal van het departement van Oorlog zo spoedig mogelijk een detachement van plusminus vijfentwintig man infanterie naar Assen te dirigeren.

De gemeente was nu gedwongen een gepaste locatie te vinden. De gouverneur had nog diezelfde dag de hoofdingenieur van Waterstaat en Publieke Werken gevraagd met de meeste spoed twee behoorlijke schilderhuizen (schildwachthuisjes) te laten maken. De regenten van de gevangenis bracht hij op de hoogte van de beschikkingen en hij droeg hen op de bewaking binnen de gevangenis af te stemmen op de bewaking buiten het gebouw door de militairen. De komst van een militair garnizoen was zeker gesteld en het gemeentebestuur stond voorlopig buiten spel. Ook de Drentsche en Asser Courant, die de gebeurtenissen op de voet volgde, onderstreepte de dringende behoefte bij de bevolking aan een garnizoen in Assen.

Zij wees op de toestand bij de gevangenis, maar ook op de openbare terechtstellingen op het galgenveld. Ook onderstreepte de krant het nut van de militairen als nieuwe bron van welvaart voor de middenstand. Op 21 oktober 1841 begaf zich een detachement van het 3e Bataljon van het 9e Regiment Infanterie uit Groningen op weg naar Assen ter sterkte van een officier, een sergeant, vier korporaals, een hoornblazer en vijfentwintig soldaten. Het detachement onder leiding van luitenant Weijtlandt meldde zich op het aangegeven tijdstip b ij burgemeester Oosting.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl