In en om Assen





Egbert Hovenkamp



foto Bert Jippes


Biografie van Egbert Hovenkamp


Egbert Hovenkamp komt uit Eext, waar hij in 1953 geboren is aan de Eexterhalte. Zijn vader was daar boswachter. Omdat Egbert vernoemd is naar zijn opa, noemt hij zichzelf ook ook wel Egbert Hovenkamp de 2e.
Na veel omzwervingen in Noord – en Oost Nederland is hij uiteindelijk in Assen terechtgekomen. Daar woont hij nu al weer dik twintig jaar.

Schrijven en vertalen zit hem in het bloed. Aangezien hij in de jaren ’80 wat werk opstuurde naar Gerard Nijenhuis, heeft die zijn belangstelling voor het schrijven in het Drents gestimuleerd, maar ook schrijft Egbert vaak in ‘het Nederlands’.
Zijn gedichten zijn gepubliceerd in Roet, Oeze Volk en Poëzie van de Hunebedden.

Hij noemt zichzelf een ‘vrij blijvend kunstenaar’. Hij werkt als vrijwilliger bij ‘het Huis van de Taal’ (Huus van de Taol), Radio Assen en DEFKA, wat staat voor Departement voor Filosofie en Kunst Assen.
Egbert leest regelmatig voor uit eigen werk.

Naast het schrijven houdt Egbert zich bezig met vertaalwerk. Hij vertaalt liedteksten en in maart 2008 komt er een vertaling van Die Winterreise van hem uit bij de Stichting Het Drentse Boek onder de titel “Kolde Tocht”.
Wanneer je zijn gedichten leest valt je direct op dat hij speelt met het Drentse dialect. Hij verwerkt zijn ‘Eexters taalgebruik’ en woorden uit Zuid-Drenthe in zijn gedichten wanneer hem dat beter uitkomt. Opvallend is ook zijn gebruik van de Drentse spelling.
Hij weet hoe hij in het Drents moet schrijven, maar bij bepaalde woorden kiest hij voor een afwijkende spelling; zoals niks met een ‘x’.

De gedichten van Hovenkamp zijn sociaal bewogen, herkenbaar en toegankelijk waardoor zij waarschijnlijk ook jongeren aanspreken.
Behalve ‘haiku-achtige’ gedichten schreef hij ook muzikale verzen, die door de ritmiek bijna op songteksten lijken. Hovenkamp haalt zijn inspiratie uit het Drentse landschap en uit de rockmuziek.
Hij bewijst in zijn gedichten dat het Drent-zijn, maatschappijkritiek, ‘neimoouds’ levensgevoel en muzikaliteit prima kunnen samengaan in de Drentse schrijverij.

Egbert Hovenkamp is op 30 januari 2008 verkozen tot stadsdichter van Assen

Een tekst van Daniël Lanois ‘I’m still learning how to crawl’ vormde de aanzet tot het schrijven van het gedicht ‘Braanbaor’. Het is het gedicht van een schrijver die open in de wereld staat, maar wel bevestigd wil zien dat het verdomd moeilijk is om je een plekje in die wereld te veroveren.


Braandbaor


Mien haanden braandt in de buus
mien kop gluit in het duuster
de weg die ik vun -
de weg waorop ik mijzölf antröf
is begaonbaor, lig open

Allent het locht dat schienen zul
krieg ik niet an de praot -
ik tast nog in het duuster -
ik kom oet het duuster teveurschien
schrik mèensen of
met mien braandende haanden en gluiende kop.


Info op (de verdwenen blogpagina) lucaswashier

Hoe moeilijk het is om een plekje in de wereld te veroveren en daarna te behouden bewijst onderstaand artikel waarin een conflict tussen Egbert en het Gezinsblad op een zeer treffende wijze wordt beschreven:

Een dichter kan in Nederland van zijn poëzie nauwelijks zijn internetabonnement betalen, maar een podium is erg belangrijk, wil je niet letterlijk in je eigen werk stikken. Zo heeft de poëet Egbert Hovenkamp II een podium bij Het Gezinsblad, een gratis huis-aan-huis orgaan in Assen. Zulke kranten zijn sterk sociaal wijkbewogen, en dan wil je als dichter ook wel eens sociaalbewogen dichten. Een van zijn wekelijkse bijdragen aan Het Gezinsblad zette met de eerste strofe al de toon:

Een bericht aan de gemeente
dat zegt:
weet waar u aan begonnen bent
een stadsdichter te benoemen -
doe een wezenlijk beroep op hem
via opdracht of verzoek

De vierde bevat (via een andere doelgroep) een boodschap aan Het Gezinsblad zelf:

Een bericht aan de lezers
dat zegt:
dank voor het lezen
en de reacties
al verscheen dit blad
heel vaak niet in de bus

Het punt waar het om gaat: de redactie van die krant drukte Egbert’s werk af, maar niet na strofe vier er uit geratst te hebben.
Daar werd in een andere krant, het AsserJournaal, op kritische wijze melding van gemaakt. Waarop Het Gezinsblad des duivels werd en de stadsdichter via een mailtje mededeelde dat de samenwerking beëindigd was.
Weg podium.

Waarom schreef Egbert die strofe?
Hij verwees op lichtelijk spottende toon naar het feit dat de bezorging van dit huis-aan-huis blad problematisch is. Ik ken het dagloon van de Assener krantenbezorger niet, maar kennelijk is het geen vetpot. De Drentse fietsmeiden- en scooterboys keilen die pakken Gezinsblad – Drentse gezinnen, dus extra zwaar – vaak ergens in een plantsoentje achter de struiken en spoeden zich naar huis of hangplek.

Als abonnement-vrij weekjournaal moet Het Gezinsblad het hebben van reclame inkomsten. Hoe meer mensen de krant niet ontvangen en niet van de advertenties kunnen genieten, hoe minder de adverteerders bereid zijn hun geld in het blad te steken. Een ramp. De nieuwste generatie in cup-a-soup automaten dreigt dan weer van de redactie weggehaald te worden.
Maar Het Gezinsblad biedt niet alleen Appies af- en aangeprijsde sudderlapjes, er staan regelmatig gemeentelijke mededelingen in. ‘Vanaf begin volgende week moet u er rekening mee houden dat bij het ophogen van uw straat het traceren van uw auto enigszins bemoeilijkt kan worden.’ Ook die belangrijke berichten bereiken veel burgers niet. Het in gebreke blijven van een deugdelijke bezorging aan huis kan dus verregaande consequenties hebben voor de Drentse infrastructuur, als die eventjes opgehoogd moet worden.

Een schrijver die vervolgens op creatieve wijze de lezer en de redactie van Het Gezinsblad er op wijst dat ze al een tijdje een Probleem heeft (het AsserJournaal publiceerde meedogenloos foto’s van de plek van de moorden), krijgt vervolgens stank voor dank. Zoiets als de barstudente die in haar internetdagboek publiceerde hoe die en die minister op kosten van de belastingbetaler de beest uithing in het buitenland. Zij verloor haar baan en kon haar internetaansluiting niet meer betalen. Zoals Egbert zijn podiumaansluiting afgenomen zag worden. De wrake der lokale goden.

The Assen Case heeft in uw ogen misschien een wat provinciaals karakter, maar de grootste fout van Het Gezinsblad is van mondiaal belang: censuurpleging. De auteur werd over die redactionele ingreep niet van te voren ingelicht. Hij sloeg de krant open en sprak het ook voor mij zo herkenbare ‘Wáááát??’ uit.
De redactie bleek te hebben gereageerd op een manier die op preventieve geweldspleging lijkt.

Egbert Hovenkamp II stond zijn werk kosteloos af aan de krant, ook al kunnen de bovenbazen b.v. een jaarlijks boekenbonnetje best financieren. Maar adverteerders zijn keiharde zakenmannen, geen kunstwollensokkendragers. Een ander podium zoeken, Egbert, je hebt natuurlijk geen poot om op te staan.

Wat dit duidelijk maakt, is dat de professionele media meent zich niet aan fatsoen te hoeven houden. Het probleem van de bezorging gaat ongetwijfeld opgelost worden – met de hete adem van adverteerders en gemeentelijke voorlichters in de nek zijn de krantenlijken inmiddels uit het plantsoen verwijderd – maar Egbert zal het niet nog eens mogen proberen, bij Het Gezinsblad.
Lullig.

Het pad van Egbert moet wel over rozen gaan want hij voelt de doornen!

Wat under was
komp boven

Wat in het duuster lag
komp an het locht

Zichtbaor
waj zeein kunt

Waj niet zeein kunt
is hier niet.

Egbert Hovenkamp II


Egbert Hovenkamp is altijd anders geweest


Info op woestenledig d.d. 31 mei 2010

De naar patchouli ruikende, boomlange Egbert Hovenkamp II (Eext, 1953) is een opmerkelijke verschijning in het literaire leven . Ook uiterlijk en in voordracht. Tot februari was hij stadsdichter van Assen. Sinds vorige maand is hij gemeentedichter van Aa en Hunze.


Eext

"Ik ben geboren in Eexterhalte. Mijn vader werkte bij Staatsbosbeheer: eerst mende hij de paarden bij het verslepen van boomstammen, later werd hij boswachter. Toen ik vier jaar was, zijn we verhuisd naar een woning midden in het bos. Mán! Een fantastische tijd! Al die natuur! Al die ruimte! Ik kon kilometers door het bos dwalen zonder mensen tegen te komen. Er hoefde nauwelijks op ons gelet te worden, er kon toch niks gebeuren. We – ik heb een jongere broer – zijn vrij opgevoed. Waarschijnlijk vond ik het daarom zo moeilijk alle dagen naar school te gaan."


Rolde

"Na de lagere school volgde de Mulo in Rolde. Fietste ik langs het boerderijtje in Grolloo waar Harry Muskee oefende met Cuby. Ik vond het machtig interessant, al die mensen: Van Morrisson, Eddie Boyd. Maar durfde er niet op af te stappen. Ik was veertien jaar en veel te jong voor zulke dingen. Ik was toen te jong voor de hippies en later te oud voor de punk. Ik ben altijd al anders geweest. Dat is geen keuze. Ik hoef mij niet te manifesteren. Het is gewoon zo."


Beat Generatie

"Mijn vader kreeg een andere baan bij de boswachterij en we verhuisden naar Den Ham bij Almelo. Volgens mijn ouders had ik een goed stel hersenen, maar van de havo heb ik weinig gemaakt. Eenmaal op school was het een sport om zo snel mogelijk weer buiten te staan. Ik zat de helft van het jaar niet in de klas. Veel blowen. Er waren twee vakken waar ik goede cijfers voor haalde: Nederlands en Engels. Het laatste omdat ik wilde weten waar de liedjes van Bob Dylan over gingen. Dylan heeft voor mij de deur geopend naar de dichters van de Beat Generatie, naar Jack Kerouac, Neal Cassady, Allen Ginsberg, William Burroughs."


Kunstenaar

"Ik wilde naar de Decoratie Etaleer Vakopleiding in Almelo. Ik wilde kunstenaar worden. Maar mijn ouders zagen dat niet zitten, daar kon je geen brood mee verdienen. En ik durfde het niet door te zetten. Wat me aansprak was de vrijheid, de state of mind. Ik herinner mij dat ik de Incredible String Band op televisie zag. Mán! Dat kwam binnen! Ik herinner mij ook dat in Eext de zigeuners kwamen. Ze kwamen ieder jaar, seizoensarbeid, aardappels krabben. Het klassieke beeld: wapperende gewaden, oorringen. Dat heeft ook een diepe indruk gemaakt. Die losse manier van leven. Dát wilde ik."


Macrobioot

"Na mijn dienstplicht kwamen de uitzendbureaus op. Ze liepen toen bij Randstad niet in mantelpakjes, maar in spijkerbroeken rond. Een oud bankstel, bier op vrijdag en cash geld in je hand. Ik ben landmeter geweest, heb in de textiel gewerkt, ben pons-typist geweest. Uiteindelijk belandde ik in een natuurvoedingswinkel in Steenwijk en kwam ik in aanraking met de macrobiotiek. Mán, ik heb wat aan bruine rijst gegeten. Ik werd macrobiotisch kok en leerde mensen die een macrobiotisch dieet moesten volgen hoe ze hun eten klaar konden maken – dan woonde ik twee weken bij ze in. Zo ben ik ook in Zen geïnteresseerd geraakt."


Vinkenoog

"Mijn belangstelling voor de literatuur dank ik aan school; ik heb altijd goede docenten Nederlands gehad. Sinds mijn twintigste schrijf ik poëzie. Niet alleen vrije vormen, maar ook vormvast: sonnetten, haiku’s. Mijn eerste gedichten verschenen in de Kraakrant, de Werkrant, kleine alternatieve tijdschriften. Later in de Bres. Zo heb ik Simon Vinkenoog goed leren kennen. Ik las zijn rubriek in Bres, ’Wereld in beweging’. Mán, dat kwam binnen. Het was alsof ik naar binnen werd gezógen. Die vrijheid, die drive. Dezelfde drive als in On the road van Jack Kerouac. Later, ik woonde toen even bij mijn oma, wilde hij langskomen in Eext – dat heb ik afgehouden."


Triantaling

"In de jaren tachtig ben ik begonnen met het vertalen van het gedicht Howl van Ginsberg naar het Drents: Galp. Het is wat ik een triantaling noem: het is niet naar de letter, maar naar de geest en dan in het Drents. Ik heb het in Eext voorgedragen tijdens de Zeuvendaagse (literaire wandeltocht door Drenthe in 2007, red.) en kreeg daar zulke goede reacties op, dat ik nog diezelfde week een triantaling van het tweede deel heb gemaakt. Galp duurt als voordracht in totaal 25 minuten. Er bestaat een studio-opname van, maar het lijkt of niemand hem durft uit te brengen. Ik heb ook een triantaling gemaakt vanLeaves of Grass, van Walt Whitman. En van de gedichten die Wilhelm Müller schreef voor de Winterreise van Schubert: Kolde Tocht."


II

"Het romeinse getal II achter mijn dichtersnaam staat voor verschillende dingen. Typografisch is het een deur die openstaat, dat zegt iets over mijn state of mind. Maar het is ook een verwijzing naar mijn grootvader, naar wie ik vernoemd ben, en die ik erg bewonder – een aanhanger van Domela Nieuwenhuis. Het verwijst naar mijn sterrenbeeld, tweelingen. Het cijfer twee speelt een belangrijke rol in mijn leven. Het is de tweede keer dat mijn naam Egbert is, ik heb ook een tijd Martijn geheten. Ik was de tweede stadsdichter van Assen."


Gemeentedichter

"Sinds april ben ik gemeentedichter van Aa en Hunze. Het verschil met Assen is erg groot. In Assen moest ik het vooral hebben van de reacties van het publiek. Ambtelijk was er nauwelijks belangstelling voor wat ik deed. Assen wilde een stadsdichter hébben, maar wilde er eigenlijk niets mee doen. Burgemeester Eric van Oosterhout heeft mij gevraagd omdat Aa en Hunze volgend jaar culturele gemeente van Drenthe is. Ik mocht meteen beginnen. Het voelt als thuiskomen. Als de gelegenheid zich voordoet wil ik ook wel naar Aa en Hunze verhuizen, terug naar het platteland."






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl