In en om Assen





Egbert Streuer


Egbert Streuer (Foto © Sake Elzinga)


Zijspancoureur en wereldkampioen Egbert Sreuer: "In het begin reden we zuiver voor de lol"

"Toen ik een jaar of elf, twaa lf was ben ik voor het eerst naar de TT gegaan. Op de fiets, samen met mijn kameraad Fokke Huizinga. Vanaf mijn vijftiende ging ik in de nacht voor de races ook de stad in. De 50 cc begon toen al om tien uur en die miste ik meestal. We waren dan om zes uur nog in de stad en behoorlijk lam. Het was de tijd van het knokken in de TT-nacht. Ik heb gezien hoe politiepaarden een glazen vitrine van schoenwinkel Boersma kapot maakten. De politiemensen wisten niet hoe ze moesten omgaan met rellen. De treinen naar Assen zaten vol met mensen die op de rotzooi afkwamen en de TT-nacht was toen nog drukker dan nu. Door mijn kameraad Jan Ubels ben ik in de motorsport terechtgekomen. Jan had al een racemotor.

Een andere kameraad was de zoon van de smid van Loon en daar konden we sleutelen. Mijn bromfiets stond vaak in Loon en dan gingen we racen op de zandpaden, we kwamen tot Tynaarlo toe. Ik had vooral plezier in het sleutelen. Ik hielp Jan met het prepareren van zijn motor voor de races, de techniek van het motorblok interesseerde me het meest. Op een keer zat ik samen met mijn vriend Johan van der Kaap aan de bar van het café van Jaap Geerts. Jaap was ook coureur en had zijn BMW-zijspan te koop. Dat was midden jaren zeventig. Johan heeft die zijspancombinatie gekocht van zijn spaargeld en we zijn mee gaan doen aan wedstrijden. Ik als rijder, Johan als bakkenist. We reden toen zuiver voor de lol. Hoe hoog we eindigden maakte niet veel uit.


Een spontane persconferentie

"Deze foto spreekt boekdelen," zegt ex- zijspancoureur Egbert Streuer. "Wat je ziet een spontane persconferentie, meteen na de wedstrijd. De coureur zit erbij met ontbloot bovenlichaam, hij voelt de hitte van de race nog. Wie het is, kan ik zo niet zien. Vanwege het kapsel kun je denken aan Boet van Duimen of Jack Middelburg. Maar ik zie veel buitenlandse pers, van de Nederlanders herken ik alleen Jaap van Brummelen. Als het een Nederlandse coureur was, dan zouden er ook andere Nederlanders journalisten en fotografen bij moeten staan. Daarom denk ik, dat het een buitenlander is.


Je moet blindelings op elkaar kunnen vertrouwen

In ieder geval kan het zo niet meer vandaag de dag, zegt Steuer: "Nu heb je strak georganiseerde persconferenties en speciale persmomenten. Verder is er weinig openheid, zoals je die nog wel op deze foto ziet. Daarom spreekt die wat mij betreft boekdelen.". Het was voor de lol, maar het ging wel goed. Zo goed, dat we in 1978 konden meedoen aan de TT. Toen was het afgelopen met de TT-nacht. Of eigenlijk was het daarmee al eerder afgelopen. Toen ik Jan Ubels hielp met sleutelen kon dat al niet meer, daar was je dag en nacht mee bezig. In 1978 kregen we een sponsor, drankenhandelaar Bill Braaksma uit Assen. Die betaalde onze leren pakken en we mochten zijn busje met Grolsch-reclame gebruiken. Wat later begon de motorsport echt te professionaliseren.

Het werd steeds zakelijker en ook bij ons ging het serieuzer toe. Het grote geld deed z'n intrede, de Japanse motorfabrikanten kwamen erbij en de media werden belangrijker. De sfeer in het rennerskwartier bleef nog een tijd gemoedelijk. Dat veranderde pas in de jaren negentig. Toen Johan en ik begonnen, kon je overal gewoon binnenlopen en rondkijken. Als het zo uitkwam, wisselde je onderdelen of gereedschap uit. Er werden veel geintjes gemaakt, we hebben wel eens bommetjes laten ontploffen. Alles begon te veranderen en wat dat betekent zie je nu. Rijders en monteurs kennen elkaar nauwelijks meer. Wij sliepen vroeger in een oude tent met een paar beste gaten erin. Het doek was aangetast door accuzuur.

Tegenwoordig slapen ze niet meer bij de baan, maar vertrekken ze na het werk naar een hotel. Alles is computergestuurd, dus er valt ook minder te overleggen en te sleutelen. Je moet wel meer standaardmateriaal gebruiken en dat is een verbetering omdat de racerij daarmee nog wat betaalbaar blijft. Johan is in 1980 gestopt als bakkenist. Het werd hem allemaal te serieus en hij hield niet van de aandacht. Johan is wel altijd een vriend gebleven, hij is onlangs helaas overleden. In de plaats van Johan kwam Bernard Schnieders, met wie ik drie keer wereldkampioen ben geworden. Het werk van een bakkenist moet je niet onderschatten. Hij moet de motor mee op koers houden en omdat Bernard ook technisch inzicht had en zich goed in de media kon presenteren, was hij een waardevol teamgenoot.

En hoe dan ook, je doet het samen en je moet blindelings op elkaar kunnen vertrouwen. Jammer genoeg is ook Bernhard al overleden. Ondertussen had ik me van sleutelaar ontwikkeld tot coureur. Ik leerde de fijne kneepjes van dat vak. Het komt heel nauw, je rijdt voortdurend tegen de grens aan. Een bocht waar je met maximaal 140 doorheen kunt, moet je niet met 139 nemen want dan verlies je terrein op je tegenstanders. Rijd je 141 dan ga je te hard en moet je corrigeren wat ook weer tijd kost. De TT-baan is ook veranderd. Dat was nodig, daar niet van, maar het is soms te ver gegaan. Voor de Bult zat een kleine knik in het parcours en die is rechtgetrokken.

Dat was nou net een plek waar je het verschil kon maken. Als je die knik vol gas nam, dan was je de man voor je kwijt. Je moest dan wel heel laat en heel hard in de remmen voor de Bult, maar je had je tegenstander wel te pakken. Er zaten meer van die plaatsen in het circuit en die zijn jammer genoeg bijna allemaal verdwenen. Tegenwoordig ben ik minder met bezig met motorraces. Mijn zoon rijdt ook zijspan en daar ben ik bij betrokken, maar voor een wedstrijd op de televisie blijf ik niet thuis. Ik ga nog wel naar de TT, maar als ik in de VIP-room Boet van Duimen tegenkom dan is het voor mij wel goed. Dan blijf ik met Boet praten en ga ik niet meer naar de races kijken."


Bronvermelding:


Interview met Egbert Streuer;
'TT in opdracht' van Sake Elzinga.
Teksten: Eric le Gras en Casper le Gras.
Koninklijke Van Gorcum, Assen 2011.

ISBN 10 902324799X of 13 9789023247999


Egbert Streuer de beste coureur aller tijden


In de motorsport heeft Streuer meer bereikt dan welke andere Nederlandse coureur dan ook . Hij heeft niet alleen als enigste Nederlandse coureur drie wereldtitels , maar heeft ook als enigste twee keer de TT gewonnen !

De TT van 1991 was koud en vochtig , de taluds rondom het circuit een grote modderpoel . Wij zitten op de stekkenwal onder een plastic zijl en zien zeelenberg in de 250cc bij de eerste drie eindigen , waardoor we al wat opgewarmd raken . Later in de 500cc wint Swantz zodat er weer wat te vieren is . Dan komt de zijspanrace en ondanks dat Streuer met Peter Brown vooraan staan voor de start gaan er al enkele mensen terug naar huis .

De race begint en Streuer heeft een slechte start en komt ergens in de middenmoot terecht , waardoor er al een hele stroom van toeschouwers vertrekken . Iedereen heeft al een beetje de moed opgegeven behalve Streuer ! Hij laat weer eens een sterk staaltje van zijn vechtlust zien en jaagt elke ronde wel een aantal zijspannen voorbij en rijdt geregeld de snelste rondetijd . Halverwege de race zien we schuin voor ons op de veenslang Webster zijn zijspan in het gras parkeren door pech .

Nu ligt Biland op kop en streuer zit er dan nog ver achter , maar als hij het laatste zijspan wat tussen hem en Biland zit inhaalt krijgt Streuer vleugels ! Er zijn nog maar 5 ronden te gaan en de achterstand is meer dan 5 seconden . Streuer jaagt als een duivel over de baan en met nog twee ronden te gaan zit hij al vlak achter Biland en vlak voor onze neus voor de stekkenwal bocht wordt Biland vakkundig uitgeremd en ligt Streuer op kop ! De stem van Jan de Rooy jubelt door de speekers en het publiek begint te juichen waardoor diezelfde stroom mensen die eerst naar de uitgang ging nu massaal weer terug komt !

De laatste ronde is ingegaan en we zien ze in de verte nog net met zijn tweeen de GT bocht ingaan en dan wordt het doodstil . Dan horen we dat Streuer en Brown gewonnen hebben en breekt er een groot feest los . Ondanks dat het zo nat is worden er grote vreugdevuren gemaakt , er wordt in modderpoelen gesprongen en gerold , het is een grote chaos . Het is dat jaar erg lang onrustig gebleven op het circuit .


Foto © Sake Elzinga


Schnieders als vaste bakkenist

Egbert Streuer begon zijn lange carriere in 1975 met Johan v/d Kaap en een BMW zijspan . Dit jaar worden ze zesde in het Nederlands kampioenschap . Ook in de jaren erna zullen ze in de top tien eindigen . In 1978 racen ze met een Schmid-Yamaha en worden Nederlands kampioen , en beginnen nu ook internationaal te racen in de GP's . Hun eerste race is in Oostenrijk en ze zullen meerdere GP's gaan rijden en behalen de zevenentwintigste plaats . Het jaar daarna gaat beter en dan worden ze al negende .

Begin jaren tachtig houd v/d Kaap ermee op en zullen er verschillende mannen in het bakje zitten , maar uiteindelijk zal Bernard Schnieders zijn vaste bakkenist worden . Met Schnieders zal Egbert vele successen behalen en ze worden een begrip in Nederland . Ze zijn niet alleen regelmatig nationaal kampioen , maar van 1984 t/m 1986 zijn ze ook wereldkampioen ! een prestatie die waarschijnlijk nooit meer door een Nederlandse coureur geevenaard zal worden . Door deze successen zijn zij natuurlijk de grote favorieten voor de TT in Assen maar het lukt ze steeds weer niet om te winnen . Pas in 1987 winnen ze de TT en heel Assen staat op zijn kop , het is voor Streuer en Schnieders ook echt een thuis circuit omdat zij er vlakbij wonen .

In de daarop volgende jaren blijven ze in de top maar zullen nooit weer wereldkampioen worden . In 1989 houdt Bernard Schnieders er opeens radicaal mee op met als belangrijkste reden dat hij genoeg heeft van het commerciele gebeuren rondom de sport waardoor hij er geen aardighijd meer aan heeft . Vanaf die tijd zullen er weer verschillende bakkenisten meerijden . In 1991 weet hij toch weer de TT te winnen , nu met Peter Brown in de bak , wat ook weer een unieke prestatie is . Begin jaren negentig begint het tij voor de zijspan racerij te keren en komen ze in de verdrukking . Ze krijgen steeds minder aandacht en rijden steeds minder races waardoor ze natuurlijk ook minder sponsorgeld krijgen .

In 1992 rijdt Streuer met Hollywood als sponsor en vormt een team met Rolf Biland . Hij blijft ondanks alles toch in de top meedraaien en niemand kan dan nog vermoeden dat het zijn laatste jaar is in de racerij . In die tijd is Streuer bezig zelf een nieuw motorblok te bouwen voor zijn zijspan , maar heeft door gebrek aan sponsor geld niet de gelegenhijd om die goed te ontwikkelen . Ook door alle slechte ontwikkelingen in de zijspan racerij besluit hij begin 1993 om dan maar te stoppen . Nu blijkt dat zijn laatste race die van september 1992 tijdens de superbike in Assen te zijn . Dan zijn de zijspannen dus al verbannen uit de GP racerij . Deze race weet Streuer toch nog te winnen dus zo neemt hij waardig afscheid van de racerij met een overwinning

Streuer en Schnieders zijn na het behalen van de wereldtitels een begrip , iedereen kent ze . Daarmee is Bernard Schnieders de bekendste bakkenist , terwijl de meeste andere bakkenisten vaak vergeten worden . Schnieders was een echte (motor)sportman . Het was vooral de liefde voor de sport dat hij altijd zijn uiterste best deed en daaardoor samen met de altijd fanatieke Streuer zoveel succes had . Toen hij in 1989 besloot om radicaal te stoppen , was de reden dan ook dat de aardighijd er van af was . Alles was professioneler geworden en vooral commercieler . Het geld werd belangrijker dan de sport en dat stond hem tegen .

Vele jaren doet hij niks meer met motoren totdat hij in een motorblad een zelfgebouwde chopper ziet . Hierna besluit hij ook om zelf motoren te gaan bouwen . Jammer genoeg raakt hij ernstig ziek en overlijd hij op 47 jarige leeftijd . Weer is er een groot motorsportman op veel te jonge leeftijd overleden Egbert Streuer en Hans Spaan lijken wel wat op elkaar . Bijde hebben ze een grote vechtlust maar zijn het ook goede techneuten die veel zelf deden . Het zijspan is niet direkt nadat hij gestopt is weggegaan omdat hij nog bezig was met het ontwikkelen van zijn Stredor motorblok en hij wou daarmee uiteindelijk ook weer racen . Hij heeft ook nooit gezegd dat hij definitief zou stoppen en ik hoopte elk jaar weer dat hij toch weer zou beginnen wat jammer genoeg nooit gebeurde .

De zijspanrace tijdens de TT van 1983 werdt mede door toedoen van Streuer en Schnieders weer bijzonder . In dat jaar breken ze echt door in het WK en rijden vooraan mee . De start van de race in Assen begint goed want Streuer zit gelijk vlak achter Biland en het lijkt erop dat er een spannende strijd tussen die twee zal volgen . Maar Streuer heeft problemen met de brandstof toevoer en zal zelfs even naast de baan stoppen . Toch krijgen ze het zijspan weer aan de praat , maar zullen later met nog meer problemen in de pits stoppen Streuer wil de motor laten afkoelen , maar als blijkt dat ze nog kans maken om bij de eerste tien te eindigen gaan ze al snel weer de baan op en komen vlak achter Biland terecht .

Alhoewel ze een ronde achterstand hebben gaan ze toch in gevecht met biland en halen hem in . Biland ziet de humor er wel van in en zo ontstaat er een spannend gevecht totdat Streuer definitief moet stoppen met pech .
Ook Egbert heeft een zoon die is gaan racen namelijk Bennie . Uiteraard racet Bennie met een zijspan met als bakkenist Mickel lugtmeijer . Dit jaar (2007) is het eerste jaar dat ze zijn gaan rijden in het ONK en dat doen ze niet slecht . Ze eindigen zeer regelmatig in de top tien en in de einduitslag na de laatste race zijn ze op een zesde plek geeindigd ! Niet slecht in een debuutjaar


Resultaten

Werelkampioen in '84,'85 en '86
Vice Wereldkampioen in '83,'87,'89,'90
GP overwinningen : 22
Podiumplaatsen : 56
Nederlands kampioen : 11x


29 Juni 1991. (Foto © Sake Elzinga)


Info op racesport.nl. Een artikel van Asse Klein


Streuers haat-liefdeverhouding met Assen

Egbert Streuer is ongetwijfeld de meest succesvolle coureur die Nederland voortgebracht heeft. Met drie wereldtitels in de zijspanklasse staat hij op eenzame hoogte. Streuer heeft vele jaren aan de top gestaan en in totaal 22 GP’s op zijn naam geschreven. Een overwinning tijdens de Dutch TT zat er echter voor de Drent lange tijd maar niet in.

Streuer kwam menig maal in aanraking met de pechduivel en er leek daarom een bepaalde vloek over de overwinning te heersen. Toch slaagde Egbert er uiteindelijk in drie WK-races op Assen te winnen, waarvan twee keer tijdens de TT. Mede ook door de zware druk om voor eigen publiek goed te presteren, kreeg Streuer een soort van haat-liefdeverhouding met de TT van Assen.

Na op de Salzburgring zijn GP-debuut te hebben gemaakt, verschijnt Egbert Streuer voor het eerst aan de start van de TT in 1978. Samen met bakkenist Johan van der Kaap is Streuer al enige jaren succesvol op de Nederlandse circuits. Tijdens hun eerste TT rijden de twee een vrij onopvallende race. Liggende op een knappe negende plaats moet Streuer zijn, toen nog, korte span aan de kant zetten vanwege motorpech.

In 1979 verschijnt Streuer met een soort gelijk zijspan opnieuw samen met Van der Kaap aan de start van de TT en dit keer met meer succes. Streuer rijdt ijzersterk en mengt zich in de strijd om de topklasseringen. Egbert eindigt op een knappe zesde plaats achter grootheden als Biland, Steinhausen en Taylor. Een nette negende plaats in de eindklassering van dat jaar geeft aan dat Streuer langzaam de aansluiting met de wereldtop begint te vinden.

De vooruitzichten voor de TT-race in 1980 zijn voor Streuer goed. In de trainingen is hij er samen met Van der Kaap in geslaagd het zijspan op de eerste startrij te kwalificeren. Bij de start is Egbert goed weg en neemt hij zelfs de leiding in de wedstrijd. Al vrij snel moet hij de koppositie afstaan en wordt hij gepasseerd door Taylor, Michel en Ayres. Streuer behaalt zijn beste prestatie op Assen tot dan toe met een vierde plaats, de positie die ze aan het eind van het jaar ook in het algemeen klassement zouden innemen.

Voor aanvang van de TT in 1981 is er voor Streuer al veel veranderd. Johan van der Kaap is niet langer de bakkenist van Egbert en na gereden te hebben met een aantal gastbakkenisten wordt Bernard Schnieders zijn nieuwe vaste duopassagier. Daarnaast is het korte Yamaha zijspan ingeruild voor een nieuw en langer LCR-Yamaha span. Bovendien heeft Streuer voor het eerst de beschikking over een grote tabakssponsor, North State.

De TT in 1981 zou voor de twee mannen uit Drenthe echter rampzalig aflopen. Op de Veenslang crasht het zijspan, liggende op een derde plaats, hard. De driewieler breekt van achter weg en begint te glijden, doordat de banden enigszins hun grip hebben verloren. Egbert valt half uit de kuip, blijft met de voet aan het span haken en wordt door de machine meegenomen. Bernard laat zich pas uit de bak vallen op het moment dat ook Streuer zich van het span bevrijd heeft. Het lege span slaat vervolgens op hol en steekt de baan bij de Ramshoek over en komt tot stilstand in de greppel. Gelukkig heeft dat laatste geen gevolgen. Meest spijtige is nog wel het feit dat de twee coureurs zo goed voorin zaten en de aansluiting hadden met de wereldtop en nu zonder punten naar huis moeten.

Het seizoen 1982 betekent de daadwerkelijke doorbraak van Streuer in de zijspanklasse. Tijdens de TT komt Streuer samen met Schnieders, dit keer in de kleuren van Lucky Strike, echter niet verder dan een vijfde plaats. Een beslagen vizier is hiervan de oorzaak. Later dat jaar winnen Egbert en Bernard hun eerste GP op Silverstone en worden ze opnieuw vierde in het kampioenschap.

In 1983 wordt de goede lijn doorgezet en winnen ze de GP van Duitsland. Bij de TT staat het Asser duo dan ook als één van de favorieten aan de start. Bij het verspringen van het licht komt Streuer als tweede weg achter de combinatie van Biland/Waltisperg. Het geluk is echter opnieuw niet aan de zijde van Egbert en Bernard. Nog in de eerste ronde moeten ze het zijspan aan de kant zetten, vanwege de benzinetoevoer die er mee ophoudt.

Even later wordt het span aan de pits gebracht om de koppeling bij te stellen. Bij het verlaten van de pits komt Streuer net voor leider Biland de baan weer in en een aantal ronden lang maken de twee combinaties het elkaar behoorlijk moeilijk, ondanks het feit dat Streuer geen rol van betekenis meer speelt. Het gevecht duurt echter maar een paar ronden als Egbert het door Barclay gesponsorde span bij de Bedeldijk opnieuw maar nu ook definitief aan de kant moet zetten. Wel wordt de Nederlandse combinatie vice-wereldkampioen in 1983.

Als leiders in de tussenstand komen Streuer en Schnieders in 1984 naar Assen en daardoor heeft het publiek hoge verwachtingen van het duo. Gedurende de race raken de twee Nederlanders opnieuw in gevecht met de Zwitsers Biland en Waltisperg, die ook de leiding in de wedstrijd nemen, gevolgd door Streuer en Schnieders. Op een gegeven moment passeert Streuer de Zwitserse combinatie in de Strubben, maar hij wordt al vrij snel weer terugverwezen naar een tweede plaats. Als het licht begint te regenen en sommige plekken van de baan lelijk glad kunnen zijn, neemt Streuer geen verdere risico’s met het oog op de titel en laat hij Biland gaan. Aan het eind van de race komt Streuer nog akelig dichtbij als het opgehouden is met licht regenen, maar het is niet genoeg voor de overwinning. Het Nederlandse span wordt tweede, maar mogen aan het eind van het seizoen wel de wereldtitel mee naar huis nemen.

Zou de TT van 1985 meer geluk meebrengen? Het antwoord is nee, alhoewel het daar totaal niet op leek. Na een sterke opmars vanaf de derde positie en de crash van Webster hebben Streuer en Schnieders de leiding in een verregende TT riant in handen en het heeft er alle schijn van dat ze de race winnen. De voorsprong op de tweede man bedraagt op een bepaald moment zelfs 18 seconden. Maar dan verliest Streuers span alle rembruk, het gevolg van te zachte remblokken uit een verkeerd doosje die nu versleten zijn. Een paar kilometer voor de finish wordt Streuer nog ingehaald door twee combinaties en moeten de mannen uit Drenthe genoegen nemen met een derde plaats. Als troost worden Streuer en Schnieders wel voor de tweede keer achtereenvolgend wereldkampioen in 1985.


Foto © Sake Elzinga


Egbert verlaat het circuit van Assen en de zijspanwereld in stijl.

De TT van 1986 is het tegenovergestelde van de TT van het jaar daarvoor. Het weer is prachtig en Streuer heeft geluk als Biland in de eerste ronde van de race zijn span al aan de pits moet brengen. Streuer bouwt langzaam zijn voorsprong uit, totdat in de zesde ronde Biland opnieuw in de baan komt vlak voor Streuer. Een herhaling van de TT van 1983 alleen zijn de rollen nu omgedraaid. De twee combinaties maken het elkaar ontzettend moeilijk, totdat het span van Streuer en Schnieders bij het ingaan van de Strubben komt stil te vallen. Een kapotte ontsteking is de oorzaak.

Toch zouden Streuer en Schnieders het geluk een keer aan hun zijde hebben en dat is tijdens de TT van 1987. Met het nummer één op de kuip en opnieuw de Lucky Strike sponsoring zijn Streuer en Schnieders oppermachtige in de drijfnatte koers. Bij de start pakken de Assenaren de kop om deze de hele race niet meer uit handen te geven. Met een grote voorsprong komen ze als eerste over de finish en lijkt de vloek op Assen eindelijk doorbroken.

In 1988 verschijnt Streuer voor het eerst sinds drie jaar niet meer aan de start als de regerend wereldkampioen, want het jaar daarvoor hebben ze de titel moeten laten aan Webster/Hewitt. In de TT-race ontstaat een bikkelhard gevecht tussen de beste zijspancombinaties van dat moment. Biland, Streuer en Webster vormen samen een kopgroep van drie spannen en maken het elkaar een hele tijd erg lastig. Biland blijkt uiteindelijk een klasse apart en Streuer en Webster moeten hem dan ook laten gaan. Streuer weet in de slotfase van de race Webster van zich af te schudden en pakt de definitieve tweede plaats. Na de winst in 1987 betekent dit de tweede uitstekende klassering op rij tijdens de TT.

Bij de TT van 1989 verschijnt Streuer aan de start met bakkenist Gerald de Haas, nadat Schnieders er aan het eind van het vorige seizoen mee is opgehouden. Het wordt voor Streuer zelf misschien wel de meest spannende TT die hij tot dan toe heeft verreden. Gedurende de hele race is hij in gevecht verwikkeld met de Britse combinatie van Webster en Hewitt. De twee spannen domineren de race. De eerste ronden van de race is het Streuer aan de leiding en volgt Webster, tijdens het tweede gedeelte van de race zijn de rollen omgedraaid.

Bij het ingaan van de laatste ronde is Streuer er ingeslaagd opnieuw de leiding in handen te nemen, maar wordt hij op de Veenslang gepasseerd door Webster. Streuer probeert er in de laatste kilometers voor de finish nog voorbij te komen, maar zelfs een laatste inhaalpoging door het gras in de GT-bocht mag niet baten. Streuer wordt opnieuw tweede, dit keer achter Webster/Hewitt.

In 1990 rijden Streuer en De Haas een vrij onopvallende TT. De combinaties van Michel en Biland nemen de eerste twee posities in en Streuer eindigt onbedreigd op een derde plaats. Bij het verspringen van het licht komt Streuer in 1991 enorm slecht weg. Met slechts zo’n vijf spannen achter zich duikt Streuer, nu samen rijdend met Peter Brown, de eerst bocht in. Bij de eerste doorkomst over start/finish zijn ze al opgerukt naar een twaalfde positie. De wijze waarop Streuer zich zou hervatten is fantastisch. Egbert zet de ene na de andere snelle rondetijd neer en bevindt zich een paar ronden voor het eind op een tweede plaats achter Biland.

Om Biland te passeren moet Streuer gemiddeld een seconde sneller per ronde rijden dan Biland, een onmogelijk opgave lijkt het, maar Streuer gooit het span door de bochten zoals hij nog nooit eerder heeft gedaan. Anderhalve ronde voor de finish is Streuer tot aan Biland genaderd en uit de slipstream komend van de Zwitser, zet Egbert zijn span in de Stekkenwal binnendoor. De laatste 9 kilometer van de race rijdt Streuer gedecideerd uit, op de voet gevolgd door Biland, en samen met Brown komt Egbert als eerste over de finish, misschien wel de meest felbevochten overwinning in Egberts gehele carrière.

Uiteindelijk blijkt dat Streuer zijn laatste seizoen rijdt in 1992, het jaar dat de zijspannen twee keer Assen aandoen, in juni tijdens de TT en in september tijdens het WK Superbike. Bij de TT verprutst Streuer opnieuw de start en begint hij samen met Brown net zoals het jaar daarvoor aan een opmars. Het duo komt echter niet verder dan een vierde plaats, omdat het gat met de drie combinaties van teamgenoot Biland, Engelsman Webster en de Oostenrijker Klaffenbock te groot is geworden.

Egbert verlaat het circuit van Assen en de zijspanwereld in stijl. Tegelijkertijd met het WK Superbike wordt op Assen een speciale Zijspan GP verreden. Inzet voor deze wedstrijd is de titel waar alleen Webster en Biland nog aanspraak op maken. Samen met Streuer vormen de twee gegadigden voor de titel de kopgroep in de wedstrijd. Als Webster uitvalt, is Biland zeker van de titel en mag teamgenoot Streuer de laatste race van het seizoen winnen, een nette vriendendienst van de nieuwe wereldkampioen.

In 1993 verschijnt Streuer niet meer aan de start van een zijspanwedstrijd. Gebrek aan sponsors en negatieve nieuwe ontwikkelingen in de wereld van de driewielers zorgen voor een grote afkeer bij Streuer. Egbert beperkt zich tot het sleutelen aan zijn Stredor-motor en hoewel de mogelijkheid bestaat dat Streuer op ieder moment weer in een race mee kan doen, verschijnt de man wonend in Grolloo niet meer in de baan. Ook niet op zijn eigen TT-circuit waar voor Streuer het verschil tussen vreugde en verdriet soms zeer klein bleek te zijn.


In memoriam: Bernard Schnieders

Een artikel van Hans van Loozenoord geplaatst in ‘Het Wegraceboek editie 2005/2006 van Henk Keulemans’


Even in de remmen

Een brede gulle lach, boven de dito brede schouders, was zijn handelsmerk. Althans in de roemruchte periode dat ik Bernard Schnieders mocht meemaken als de beste bakkenist ter wereld. De uitzinnige vreugde na die eerste overwinning in Silverstone en een oerkreet uit het bakje, in 1984, na het veroveren van de wereldtitel in Anderstorp. Bernard behaalde zijn drie mondiale titels en vijftien GP-zeges aan de zijde van Egbert Streuer.

Het koningskoppel handhaafde zich in de top  van de zijspanklasse van 1981 tot 1989 en ver buiten onze landsgrenzen werden hun namen met respect uitgesproken. Wie Streuer zei, zei meteen ook Schnieders. Het duo werd in één adem genoemd en zo hoorde het ook, want de successen werden samen behaald.

Hij was een sportman die fysiek zijn mannetje stond

Met de komst van Bernard trad een atleet de zijspanwereld binnen. Hij was een opvallende verschijning in de uithoek van het rennerskwartier, waar de techneuten en de calorieën nog de overhand hadden. Hij was een sportman die wist dat hij fysiek zijn mannetje moest staan, om ook na twintig slopende ronden nog over goede reflexen te beschikken. Als diverse vitale lichaamsdelen zich bij een snelheid van 200 km/uur enkele centimeters boven het asfalt bevinden, dan kan de kleinste verkeerde beweging de kwetsbare combinatie in onbalans brengen.


Dat wist hij als geen ander. Slechts een handjevol equipes had zich ontworsteld aan de middelmatigheid van de vrijetijdsbesteding op drie wielen in de tachtiger jaren, maar met mannen als Biland / Waltisperg, Webster / Hewitt en Michel / Fresc ging het toen wel ergens om en Streuer / Schnieders gaven nog meer cachet aan deze competitie.

Even in de remmen

Een brede gulle lach, boven de dito brede schouders, was zijn handelsmerk. Althans in de roemruchte periode dat ik Bernard Schnieders mocht meemaken als de beste bakkenist ter wereld. De uitzinnige vreugde na die eerste overwinning in Silverstone en een oerkreet uit het bakje, in 1984, na het veroveren van de wereldtitel in Anderstorp. Bernard behaalde zijn drie mondiale titels en vijftien GP-zeges aan de zijde van Egbert Streuer. Het koningskoppel handhaafde zich in de top  van de zijspanklasse van 1981 tot 1989 en ver buiten onze landsgrenzen werden hun namen met respect uitgesproken. Wie Streuer zei, zei meteen ook Schnieders. Het duo werd in één adem genoemd en zo hoorde het ook, want de successen werden samen behaald.

Hij was een sportman die fysiek zijn mannetje stond

Met de komst van Bernard trad een atleet de zijspanwereld binnen. Hij was een opvallende verschijning in de uithoek van het rennerskwartier, waar de techneuten en de calorieën nog de overhand hadden. Hij was een sportman die wist dat hij fysiek zijn mannetje moest staan, om ook na twintig slopende ronden nog over goede reflexen te beschikken. Als diverse vitale lichaamsdelen zich bij een snelheid van 200 km/uur enkele centimeters boven het asfalt bevinden, dan kan de kleinste verkeerde beweging de kwetsbare combinatie in onbalans brengen. Dat wist hij als geen ander. Slechts een handjevol equipes had zich ontworsteld aan de middelmatigheid van de vrijetijdsbesteding op drie wielen in de tachtiger jaren, maar met mannen als Biland / Waltisperg, Webster / Hewitt en Michel / Fresc ging het toen wel ergens om en Streuer / Schnieders gaven nog meer cachet aan deze competitie.

Hij had een afkeer van opgeklopte opsmuk van reclamemakers

Bernard hield van zijn sport en genoot van de erkenning die hij soms kreeg. Toen hij in 1985 de Hans de Beaufortbeker van de KNMV kreeg toegekend, beschouwde hij dit als een waardering voor de inzet van alle zijspanpassagiers. Zaken die minder met de directe sport te maken hadden, hadden niet zijn belangstelling. Hij wilde graag publiciteit maken, maar had een afkeer van opgeklopte opsmuk van reclamemakers. Gelukkig hebben we in 2000 nog de mooie documentaire ’75 jaar TT’ met hem kunnen maken. Samen in de NOS-studio met Egbert, Wil Hartog en Hans Spaan.

Het trieste nieuws, op 21 oktober 2005, van zijn overlijden op 47-jarige leeftijd, deed ons allen in die snelle motorwereld even in de remmen knijpen. Ik was hem wat uit het oog verloren, zoals met zo vele mensen gebeurt als je elkaar een tijdje niet privé of op de circuits treft. De herinnering en de dankbaarheid aan Bernard zullen er niet minder door zijn.


Info op RTV-Drenthe d.d. 11 januari 2010



Het project Poortenaar


Het project Poortenaar nadert zijn einde. Ex Coureur Rob Janssen uit Assen van het Motor Mobiliteit Team is bezig een Yamaha 660 CC aan te passen voor Leendert Poortenaar uit Deurne. Poortenaar is een klein mens en kan niet op een gewone motor rijden, en daarom wordt de motor aangepast..

Eind november vorig jaar zag u in onze uitzending hoe de stand van zaken toen was. Maar inmiddels is er veel veranderd. Omdat Poortenaar bijvoorbeeld kleine armen heeft moet het stuur helemaal aangepast worden. En dat is geen eenvoudige klus. Maar niet minder dan oud-wereldkampioen zijspan Egbert Streuer uit Grolloo zegde zijn hulp toe. Doel is om motoren aan te passen voor mensen met een lichamelijke beperking.







© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl