In en om Assen





Eric Dekker



“Erik Dekker is de beste wielrenner die Drenthe ooit heeft gehad”



Beeldmateriaal van Eric Dekker


Parijs - Tours 2004 - Erik Dekker

Erik Dekker wint op briljante manier Parijs Tours 2004. Zie hier de beelden


Tour de France 2000: Driemaal Dekker

Dekker wint 3 etappes in 1 Tour. Een prestatie van formaat met als extra beloning de prijs voor de meest aanvalslustige renner. Zie hier de beelden


Dekker klopt Armstrong

In de Amstel Gold Race van 2001 werd Lance Armstrong, net als in die van 1999, door een Nederlander naar de tweede plaats verwezen. Zie hier de beelden


Laatste race Erik Dekker

Verslag van de laatste race van Erik Dekker.  Zie hier de beelden


Oud-prof Erik Dekker rijdt Vuelta-toertocht

Erik Dekker is de beste wielrenner van Drenthe ooit. Hij won vier etappes in de Tour de France, Olympisch zilver én de wereldbeker. Dekker vertelt ons deze week in het speciale Vuelta Journaal 'Drenthe Vuelta Hoy' hoe wielrenners de Vuelta beleven en wat ze ervoor moeten doen én laten.

Hij heeft zelf ook nog altijd lol in het fietsen. Oud-profwielrenner Erik Dekkeris ook één van de 10.000 deelnemers die op zaterdag 29 augustus op de fiets stappen om de Toerversie van de Vuelta te rijden. Dekker heeft zich, samen met een aantal fietsvrienden, ingeschreven voor de tocht van 120 kilometer. Andere oud profs die meedoen met de toerversie zijn Gré Knetemann, Fedor den Hertog en Bart Voskamp. Ook zijn broer Dick Dekker rijdt mee. Zie hier de beelden


Vreselijke dag voor Erik Dekker

De Raboploeg had een regelrechte baaldag in de Ronde van Vlaanderen. Ploegleider Erik Dekker vertelt wat er allemaal mis ging. Zie hier de beelden



Info op wikipedia.nl

Erik Dekker (Hoogeveen, 21 augustus 1970 is een voormalig Nederlandse profwielrenner. Hij was profwielrenner van 1992 tot 2006. Sinds 2007 is Erik Dekker actief als ploegleider bij de Rabobank Wielerploeg.

Biografie

Dekker reed als achtjarige zijn eerste wielerwedstrijd voor de Peddelaars, en was al snel succesvol. Op twaalfjarige leeftijd won hij in zijn categorie in 1983 de Tour de Junior in Achterveld. In 1985 werd hij dan ook uitgenodigd om tot de nationale juniorenselectie toe te treden. Wapenfeiten uit zijn junioren- en amateurtijd zijn onder meer tweede plaatsen op het WK jeugd in Bergamo in 1987 en de wegwedstrijd van de Olympische Spelen van Barcelona (1992).

In 1994 haalt hij zijn eerste overwinning als professional, een etappe in de Ronde van het Baskenland. Ook deed hij dat jaar voor het eerst mee aan de Ronde van Frankrijk, wat hij tot 2002 jaarlijks zou doen. Op 24 november 1994 trouwt hij met Petra van der Veen.
In 1997 blijkt dat Dekker meer is dan alleen een 'waterdrager', en hij rijdt mee in een ontsnapping in de Tour de France. Later dat jaar wint hij in de Ronde van Nederland de rijdrit en het eindklassement. Met de tijd van de overwinningen is echter ook de tijd van de blessures aangebroken, het jaar 1998 gaat voor een groot deel verloren door een hamstringblessure.

In het jaar 1999 op 9 oktober in Verona vertoonde zijn bloed een hematocrietwaarde van 52 en op grond daarvan niet mocht meedoen aan de wereldkampioenschappen op de weg, een zwarte bladzijde in de carrière van Erik Dekker
De doorbraak voor Dekker komt in het jaar 2000. Dat jaar behaalt hij maar liefst drie etappezeges in de Ronde van Frankrijk, hetgeen als een ongelofelijke prestatie wordt gezien voor iemand die sprinter noch klassementsrijder is. Datzelfde jaar behaalt hij ook zijn eerste grote zege in een klassieker; de Clasica San Sebastian.

In 2001 wordt de goede lijn voortgezet: Dekker wint de Amstel Gold Race en het eindklassement van de wereldbeker. In de Tour pakt hij een etappe, na eerder al zijn ploeggenoot Marc Wauters aan de overwinning te hebben geholpen. Het jaar 2002 begint goed voor Dekker, maar bij een val in de klassieker Milaan – San Remo breekt hij zijn heup. Hoewel nog niet volledig fit, doet hij mee met de Tour de France, en weet daar in de achtste etappe Karsten Kroon aan de overwinning te helpen. In de rest van het seizoen loopt het niet zo soepel met Dekker.

Heel 2003 wordt gekenmerkt door een knieblessure. In een van zijn vele comebacks van het seizoen wint hij nog wel de Grote Prijs Erik Breukink. Aan het eind van het jaar, (oktober), gaat het langzaamaan weer beter met Dekker. Als blijk daarvan mag hij op het Wereldkampioenschap starten. In 2004 maakt Dekker een ijzersterke comeback. Hij wordt 11e in de wereldbekerwedstrijd Milaan – San Remo en 5e in de Ronde van Vlaanderen. Op 10 april komt hij voor het eerst sinds 2 jaar weer juichend over de finishlijn, in de Ronde van Drenthe.

Eind augustus wint hij voor de derde keer de Ronde van Nederland, 1 seconde voor de Rus Vjatseslav Jekimov. Op 10 oktober wint Dekker na een monsterontsnapping de wereldbekerwedstrijd Parijs - Tours. In december van dat jaar wordt bekend dat hij de nieuwe voorzitter wordt van de wielrennersvakbond VVBW. In juni 2005 verlengde hij zijn contract bij Rabobank tot en met het einde van 2006.
Erik Dekker genoot een grote populariteit onder wielerfans, onder andere vanwege zijn altijd humoristische commentaren na afloop van een koers. Zo had hij tijdens de Ronde van Frankrijk elke dag een bijdrage (Hallo, met Erik!) in het radioprogramma De Avondetappe op Radio 1

Tijdens de Ronde van Frankrijk van 2006 maakt Dekker een ongelukkige val, wat hem een hersenschudding, enkele gebroken tanden en verwondingen aan het gezicht opleverde. Als gevolg van deze val kondigt Dekker op 7 augustus 2006, enkele maanden eerder dan gepland, het einde van zijn actieve loopbaan aan. Hij zegt het niet meer te kunnen opbrengen om nog een keer terug te komen.
Zijn laatste wedstrijd in Nederland was het criterium De Gouden Pijl in Emmen op 8 augustus, de laatste officiële wedstrijd was op 4 november 2006 op het eiland Curaçao.


Belangrijke overwinningen

1994
Ronde van Zweden

1995
Ronde van Zweden

1997
Nederlands Kampioenschap (tijdrit)
Eindklassement Ronde van Nederland

1999
Grand Prix Eddy Merckx (koppeltijdrit, met Marc Wauters)

2000
Nederlands kampioenschap (tijdrit)
3 Etappes in de Ronde van Frankrijk
Profronde Heerlen
Clasica San Sebastian
Eindklassement Ronde van Nederland
Rode rugnummer in de Tour de France

2001
Eindklassement Wereldbeker
Amstel Gold Race
1 Etappe in de Ronde van Frankrijk
Grand Prix Eddy Merckx (koppeltijdrit, met Marc Wauters)
Eindklassement Ruta del Sol
Ronde van Rijnland - Palts
Guldensporentweedaagse

2002
Nederland kampioenschap (tijdrit)
Tirreno-Adriatico
Acht van Chaam
Guldensporentweedaagse

2003
Grote Prijs Erik Breukink

2004
Nederlands kampioenschap
Eindklassement Ronde van Nederland
Ronde van Drenthe
Parijs-Tours

2006
1e etappe Internationaal Wegcriterium


Erik Dekker won hiernaast etappes in:

  • Ronde van Baskenland
  • Ronde van Zweden (6x)
  • Ronde van Nederland (3x)
  • Rheinland-Pfalz Rundfahrt (4x)
  • Ronde van Mallorca
  • Ruta del Sol
  • Tirreno-Adriatico


Ereplaatsen

  • Olympische Spelen: 2e (1992)
  • Wereldkampioenschap voor junioren: 2e (1987)
  • Eindklassement Wereldbeker wielrennen: 1e (2001)
  • Nederlands kampioenschap: 3e (1996), 1e (2004)
  • Nederlands kampioenschap (tijdrit): 2e (1997, 1999)
  • Ronde van Luxemburg: 2e (1998)
  • Rheinland-Pfalz Rundfahrt: 2e (1999)
  • Ronde van Nederland: 2e (1999, 2001)
  • Ronde van Zweden: 3e (2000)
  • Grand Prix Eddy Merckx: 3e (2000) (met Marc Wauters)
  • Driedaagse van De Panne: 2e (2001)
  • Ronde van Vlaanderen: 2e (2001)
  • HEW Cyclassics: 3e (2001)
  • Kampioenschap van Zurich: 5e (2001)
  • Wereldkampioenschap: 4e (2001)


Onderscheidingen
Dekker was Nederlands sportman van het jaar in 2001. Hij werd driemaal onderscheiden met de Gerrit Schulte Trofee, in 2000, 2001 en 2004.



Het leven en carrièreverloop van Erik Dekker

Op vrijdag 21 augustus 1970 werd ik geboren in het Bethesda ziekenhuis in Hoogeveen. Niet zonder problemen, want volgens de overlevering zou ik, hoewel ik mij er niks van herinner, te vroeg geboren zijn en in de couveuse nog 1 kilo hebben gewogen! Als laatste van de vier kinderen gaf ik het gezin Dekker definitief vorm. Vader Henk en moeder Nel konden zich gaan opmaken voor een leven waarin de wielersport een voorname rol zou spelen.

Weldra zouden de oudste kinderen, Marja en Gerard beginnen met wielrennen. Hoewel mijn ouders niks met wielrennen hadden, werden mijn broer en zus lid van de Peddelaars in Hoogeveen. De gevolgen waren niet te overzien. Elk weekend ging het gezin Dekker naar een wedstrijd. Al snel werd mijn jongste broer, Dick, ook lid en wilde ik maar een ding; Wielrennen! Toen ik eenmaal de minimum leeftijd van 8 jaar had bereikt ging ik ook wedstrijden fietsen. Uiteraard als lid van de Peddelaars!

Op 31 maart 1979 reed ik op de wielerbaan in Hoogeveen mijn eerste officiële wedstrijd; 6e. Hoeveel deelnemers er waren weet ik niet. Mijn tweede wedstrijd werd ik 5e en bij mijn derde wedstrijd had ik het podium te pakken; 3e! Alle drie werden gewonnen door een meisje; Simone Elzer! Mijn eerste overwinning was in Peize en kwam op een aparte manier tot stand. Simone Elzer kon ik ondertussen bijhouden, maar haar sprint was beter. Maar in Peize viel zij in de laatste bocht en kon ik de wedstrijd winnen. Zes keer won ik dat eerste jaar. De rest van de familie won nog meer dan ik, zodat het niet opviel. Wat wel opviel was dat naast de kinderen, ook vader en moeder allerlei functies beoefenden. Jeugdleider, bestuurslid, ploegleider, sponsor (van hun kinderen) en jurylid. Tot op de dag van vandaag zijn beide nog altijd jurylid.

Bij de 9-jarigen was het 10 keer raak en dat werd elk jaar meer en meer. Bij de laatste jeugdcategorie, de 14-jarigen, was het 17 van de 20 wedstrijden raak. Vooral de mini Tour de Francen, of terwijl vakantie kampen, waren hoogtepunten. Met echte gele en groene truien, waande je Joop Zoetemelk. De Jeugdtour in Assen won ik een keer en de Tour de Junior twee keer. Echte gele truien, waar ik erg trots op was. In bijna 7 seizoenen behaalde ik 105 overwinningen.

Door een reglementswijziging was ik 1985 maar een seizoen nieuweling. Klassiekers rijden en versnellingen op de fiets waren de grootste veranderingen. Zeventien keer eerste en alle wedstrijden bij de eerste 6. Behalve het Nederlands kampioenschap in Munstergeleen. Daar maakte ik voor het eerst kennis met heuvels en dat leverde kramp op.

Aan het einde van het seizoen was dit evenwel voldoende voor een uitnodiging van de nationale junioren selectie van Piet Kuys. In de winter van '86/'87 maakte ik ook nog deel uit van de nationale veldrit selectie o.l.v. Cees Zoontjens. Mijn eerste buitenlandse trip was dan ook die winter naar Polen. Door een slecht NK viel ik buiten de boot voor het WK.

De eerste kennismaking tijdens een trainingskamp in de polder van Vlijmen, was niet geweldig. Gelost in mijn eentje. Een fenomeen wat zich nog vele jaren zou herhalen. Het seizoen verliep behoorlijk met een paar kennismakingen in het buitenland. Uiteindelijk werd ik geselecteerd voor het WK in Bergamo.

Het was 1987. Als 16 jarige moest ik het opnemen tegen renners van soms 18 jaar. Na Pavel Tonkov kwam ik als tweede over de streep! Zilver voor dat ventje uit Drenthe. Er ging een nieuwe wereld voor mij open. Pers en interviews waren het logisch gevolg. In het tweede jaar bij de junioren reed ik beter, maar mijn zilveren medaille verbeteren was er niet bij. Integendeel, ik reed een matige wedstrijd en eindigde op een anonieme plaats. Een andere hoofdprijs won ik daar wel; ik leerde op dat WK mijn huidige vrouw, Petra van der Veen kennen. Zij nam ook deel aan het WK als juniordame.

Ondertussen had ik mijn Mavo-diploma gehaald, maar omdat mijn aandacht steeds meer uitging naar mijn wielercarrière, heb ik het Meao diploma nooit behaald. Ook een avond cursus om de ontbrekende certificaten te halen, mislukten jammerlijk. Ook van militairendienst is niks gekomen. Na een paar keer uitstel werd de verplichte militaire dienst afgeschaft!

In 1989 stapte ik, evenals juniorencoach Piet Kuys, over naar de amateurselectie. In het eerste jaar reed ik in verband met mijn school een rustig internationaal programma. Wel reed ik een aantal criteriums. Mijn eerste overwinning was in Roden (De woonplaats van..... Petra). Er zouden er nog een paar volgen. Het tweede jaar was ik een volwaardig 'international'. Hoewel het WK in Japan een mislukking werd, ging het de goede kant op met diverse overwinningen en ere plaatsen. 1991 werd ik 4e in de wereldbeker en deed ik weer een goede stap.

1992 werd mijn 4e en laatste jaar bij de amateurs. 18 overwinningen, waarvan velen in het buitenland. O.a. De koninginnerit in de Ronde van Oostenrijk, Rundum den Henningertum, twee etappes plus het eindklassement in Viscaya Bira en twee etappes in de Tour de L’avenir. De tweede etappewinst was in een rechtstreeks sprintduel met ene Lance Armstrong (waar heb ik dat meer gezien?). Deze ronde was medio september mijn laatste wedstrijd bij de amateurs.

Anderhalve maand eerder had ik zilver op de OS van Barcelona gehaald. In een sprint met drie, moest ik het afleggen tegen de Italiaan Fabio Cassartelli. Dolblij was ik maar ook mijn twee ploeggenoten, Groenendaal en Compas. Immers, de laatste jaren waren de WK's niet bepaald een succes geweest.

Dit zorgde er voor dat ik op 16 september 1992 mijn eerste proflicentie had. Op 22 september debuteerde ik in het Belgische Vichte in het Buckler-shirt. De eerste paar wedstrijden gaven indrukwekkende uitslagen; tweede in Berlare, 11e in de wereldbekerwedstrijd van Montreal, 10e in Parijs-Tours en 8e in Milaan-Turijn. Dat beloofde veel voor de toekomst. Jaren later kon ik de uitslagen van deze WB wedstrijden passend verbeteren.

1993 was eigenlijk pas mijn eerste jaar als professional. Een mooi programma, zonder Tour de France, maar met een aantal WB wedstrijden. Behoudens een overwinning in een ploegentijdrit tijdens de Dupont Tour, werd er niet gewonnen in het nieuwe shirt van Word Perfect. De volgende twee jaar ging het steeds beter en begon ik ook enkele wedstrijden te winnen.

Mijn eerste overwinning was op 4 april 1994 in de Ronde van Baskenland. Een massasprint voor Jalabert. Vooral mijn tijdrit werd een wapen. Opvallend was wel dat de Tour de France en WB wedstrijden te hoog waren gegrepen. De Tour de France dus. In '94 stond in voor het eerst aan de start. Afzien, maar het was ook genieten. Helemaal kapot kwam ik die jaren uit de Tour. Aan het eind van 1994, op 24 november traden Petra van der Veen en ik in het huwelijk.

In '95 was Novell de sponsor, maar in 1996 begon het Rabobank project. Raas haalde Adri van Houwelingen en Theo de Rooy als ploegleiders en werd zelf manager. Voor mij betekende het dat er met nieuwe trainingsschema's van Geert Leinders gewerkt werd. Dat wierp zijn vruchten binnen de hele ploeg wel af. Boogerd en Sorensen wonnen beide een Tour de France etappe. Ik zette de opgaande lijn ook door met diverse overwinningen. In de Tour van '97 kwam voor mij de ommekeer. Tijdens de laatste week, kwam Adri van Houwelingen bij mij op de kamer en 'verbood' mij om nog bidonnen te komen halen. 'Jij bent nog veel te goed. Morgen moet je mee zijn'. Dus, Dekker zat mee en deed mee voor de etappezege (5e). Dat was de eerste keer dat ik in de buurt kwam van een etappezege.

Een maand later won ik de tijdrit in de Ronde van Nederland (voor Ullrich) plus het eindklassement! Voor mij toch een beetje een doorbraak. Vanaf toen begon de ellende met blessures en valpartijen. Polsbreuk, zodat mijn seizoen er voortijdig op zat! Het volgende jaar, 1998, ging bijna helemaal verloren door problemen met mijn hamstrings. Vlak voor de Tour de France leek ik in bloedvorm, maar een valpartij in de eerste rit zorgde er voor dat ik de Tour de France al vroeg moest verlaten. Daarna kreeg ik weer last van mijn hamstrings en was buiten een 7e plaats op het WK tijdrijden in Valkenburg het jaar voorbij.

Door cyclocrossen te rijden en andere specifieke trainingen, maakte ik mijn spieren sterk genoeg voor een nieuw seizoen. 1999 werd een heel goed jaar, getuige mijn 37e plaats op de UCI-ranking. Geen tegenslagen tot dat een dag voor het WK in Verona bij een hematocriet controle ik 'te hoog zat'. Geen WK, maar vooral veel heisa. Gelukkig deed een door Rabobank ingestelde commissie een voor mij heel prettige uitspraak; 'Erik Dekker heeft geen EPO gebruikt en de te hoge waarde is waarschijnlijk veroorzaakt door een te strakke stuwband'. Zo kwam er een einde aan een periode die voor mij en mijn gezin helemaal niet leuk was. Gelukkig stonden de ploeg, familie, vrienden en kennissen achter ons.



Het jaar 2000 ging ik dan ook met veel moraal in. Helaas ging het in de eerste rit van Parijs-Nice miss. Valpartij en mijn rechter elleboog gebroken. Weg voorseizoen. Na drie dagen zat ik al weer 2-3 uur per dag op de hometrainer. Maar met een arm die niet functioneert kun je niet optimaal fietsen. Pas tijdens de Giro d’Italia was dat weer voldoende. Met de conditie ging het toen erg snel. Ik groeide in die ronde en daarna was ik vertrokken. Over die Tour de France hoef ik niet veel te vertellen denk ik. Drie keer een etappe gewonnen en gehuldigd op de Champs Elysee als strijdlustigste renner.

Dat was zo bijzonder, dat ik toen al wist; dit ga ik nooit meer verbeteren. Na de Tour ging het winnen 'gewoon' door. De Classica San Sebastian, mijn eerste WB overwinning, en de Ronde van Nederland waren de meest in het oogspringende overwinningen. In 10 weken tijd 14 overwinningen! Op de Olympische Spelen in Sydney was dan ook alle energie uit mijn lichaam en sloot ik dat seizoen voortijdig af.
2001 werd een jaar zonder tegenslagen en dat resulteerde in een bijzonder jaar met winst in de wereldbeker, Amstel Gold Race en een ritzege in de Tour. Die winter kreeg ik het in mijn hoofd om te proberen nummer een op de UCI ranking te worden (ik stond tweede), maar daarvoor moest ik 'wel even' Tirreno-Adriatic winnen. Alles liep super en de Tirreno won ik en dat was gelijk al mijn 6e overwinning van het nog prille jaar. Nu moest alleen Zabel Milaan-San Remo niet winnen en ik stond eerste. Cipolini won, maar ik stond niet eerste, maar lag eerste! Valpartij met een heupbreuk........

In De Tour stond ik weer aan de start, maar wat heb ik afgezien. Na de Tour behaalde ik de Nationale titel tijdrijden en tweede in de Ronde van Nederland. De comeback had zoveel energie gevergd, dat het seizoen weer voortijdig werd beëindigd. Het jaar 2002 was nog niet afgelopen of ik botste op 31 december met mijn knie tegen de deur. Een ogenschijnlijk onbelangrijk incident, maar toch betekende dat opnieuw een verloren jaar. Veertig wedstrijden heb ik totaal gereden, maar geen voorjaarsklassiekers en Tour de France. Desondanks kon ik de GP Eric Breukink toch nog winnen. De laatste twee maanden kon ik zonder knie problemen het seizoen uitrijden.

Het jaar 2004 stond in het teken van de terugkeer op top niveau. Eindelijk weer een normale winter. Tijdens de eerste wedstrijden voelde het al goed. Een paar keer 'won' ik een beetje, zonder als eerste over de streep te komen. Milaan-San Remo was voor mij het moment dat ik zeker wist dat ik een heel eind was. De andere drie WB wedstrijden reed ik in de top tien. Ik was tevreden. Een week voor de Tour werd ik, een beetje onverwacht, Nederlands Kampioen op het biljart vlakke parcours in Rotterdam. De Tour gaf niet het gewenste resultaat (etappe-winst). Na de Tour ging het wel weer goed.

Uiteindelijk leverde dat de winst in de Ronde van Nederland op. Ook was ik gewoon echt de sterkste en dat was lang geleden. Vlak voor dat het seizoen ten einde was, kwam er met de winst in Parijs-Tours nog een schitterende prijs bij. De rest van de wielerwereld wist het nu ook zeker; Dekker is Back! 2005 werd mijn eerste jaar zonder overwinningen, maar toch ervaarde ik het niet als een slecht jaar. Parijs-Nice ging de mist in (11e) door een lekke band, anders was een 2e of 3e plek mijn deel geweest. Het vervolg moest komen in de klassiekers en daar was ik een fractie minder goed als gehoopt.

Volgens mij ook het enige falen van 2005. De voorbereiding op de Tour liep goed en de Tour zelf ook. Helaas waren er maar twee kansen voor Dekkertje. In de Tour worden de kansen steeds schaarser. Bijna was ik (opnieuw) in Tours op weg naar een stunt. Helaas hield ik er alleen een paar dagen bolletjestrui aan over. Na de Tour zette ik alles op de Eneco-Tour. Tweede, achter een ongenaakbare Jullich. Goed dus. Een week later verloor ik met miniem verschil van Thomas Dekker op het NK Tijdrijden. Een zinderend gevecht, dat wel. Een dag voor mijn verjaardag sloeg het noodlot toe: sleutelbeenbreuk. Het herstel ging zeer snel en drie weken later was ik klaar voor de Ronde van Polen. Daar sloeg het noodlot opnieuw toe. Ziek. Een virus zorgde er voor dat het seizoen direct kon worden afgesloten.

Tijdens de ploegenvoorstelling in januari 2006, werd officieel bekend gemaakt dat ik per 1 januari 2007 ploegleider zou worden bij de Rabobank wielerploeg. Nieuws, maar voor velen een logische stap. Mijn doel voor mijn laatste seizoen was, dat ik van het begin tot het eind op nivo zou rijden. Het jaar begon goed met winst in de strandrace van Egmond. Een nietszeggende mountainbike wedstrijd, maar het gaf wel gelijk aan dat ik goed bezig was geweest in de winter. Het voorseizoen ging prima. Met winst in de eerste etappe van het Criterium International won ik mijn eerste koers sinds Parijs-Tours 2004. Door kramp lukte het de dag er op niet en werd ik tweede in het klassement achter ene Ivan Basso.

De voorjaarsklassiekers waren echter niet goed genoeg. Goed, maar niet goed genoeg. De voorbereiding op de Tour verliep naar wens. Op het NK tijdrijden werd ik helaas nipt geklopt door Stef Clement. Heel jammer. Ook op het NK Weg, vervulde ik een prominente rol. Boogerd kroonde zich echter als Nederlands Kampioen. Vol vertrouwen ging ik naar de Tour, maar tijdens de derde etappe op weg naar Valkenburg kwam er een zeer abrupt einde aan mijn carriere. Een zware val, ontnam mij de vechtlust en moraal om er nog iets van te maken de rest van het seizoen. Tijdgebrek deed de rest.

Op 7 augustus mocht iedereen het weten; per direct werd ik ploegleider. Een beetje eerder als gepland en niet op de manier die ik wilde. Helaas. Daarmee komt er ook een einde aan de biografie van de wielrenner Erik Dekker.


 


Info op wielerhelden.blogse.nl

Wielerhelden

Erik Dekker
In zijn eerste rondgangen door Frankrijk kon Erik Dekker bepaald geen potten breken. Goede renner, harde werker, leuke vent voor de camera, maar geen enkele ereplaats. Een renner voor de bus met soms een uitschieter in de tijdrit, zoals zijn opmerkelijke vijfde plaats bij de slottijdrit van de Tour' 97.

Nee, dan de ronde van 2000. Dekker is een volgroeid renner geworden, een man met vorm en panache. Alsof hij zijn benen niet voelt, gaat hij tekeer en bezorgt de Nederlandse Tour-volgers heel wat plezierige momenten.
Het is enige tijd geleden dat een renner in La Grande ,Boude drie 'normale' etappes op zijn naam heeft geschreven, maar Dekker doet het. Steeds weer gaat hij gedurfd aan, steeds weer is hij de slimste, steeds weer verbaast hij zichzelf, de andere renners en het miljoenenpubliek.

Zijn triptiek zette hij in op weg naar Villeneuve-sur-Lot. De etappe kende een snel vertrek, Jans Koerts loste meteen, veertien man reden weg en Dekker was steeds als eerste boven op hele kleine klimmetjes. Nee, het was geen grote groep met grote namen, maar toch... Dekker won solo en de geklopten achter hem waren de heren Xavier Jan, Vicente Garcia-Acosta en de anderen van de groep, onder wie Bart Voskamp. Koerts kwam overigens te laat binnen (op 44.16) en de Nos-ploeg, die juist op die dag een 'special' gepland had over Koerts, moest snel switchen naar Dekker, die vrolijk en blij zijn eersteTouretappezege vierde: nuchter en grappig.

Nummer twee vond plaats op 11 juli. De lucht was warm, de wegen recht en Dekker was vertrokken met de vierkante Kelme-renner Santiago Botero. Dekker had de routine, Botero de aanvalslust. De Hollander was slim, de Colombiaan liet zich in de luren leggen. Dekker, na afloop: 'Ik stond op breken en blufte. Op een klimmetje vlak bij de finish ging ik naast hem rijden... echt, het was bluffen, want als hij versneld had, had ik moeten lossen. Hij was toch geïmponeerd, want hij hield in en dat was mijn geluk. In de sprint was ik beter, dat wist ik vooraf. Ik hoopte alleen dat hij niet nog een keer zou aanzetten, want ik had niets meer over.'

Na deze tweede zege was nummer drie bijna een klassiekertje. Het was 19 juli en de Tour verloor die dag renners van naam, Pantani en Zülle. En weer vonden vroeg in de etappe de heren Dekker, Voskamp en Garcia-Acosta elkaar in een vluchtgroep. Terwijl ploeggenoot Jan Boven opgaf, liet Dekker zich weer inlopen. Hij had de finale van de etappe goed bestudeerd; de streep lag op Zwitserse bodem in Lausanne en het aankomstcircuit was gemaakt voor Dekker; draaien en keren, met hoogteverschil. De Belg Mario Aerts probeerde het wiel van de Rabobank-renner te houden, maar had geen kans.

Ook de aanstormende meute, met de sprinters Zabel, Rodriguez en McEwen op kop, kon net niet meer in het wiel van Dekker komen, die dus zijn derde symfonie in een Tour schreef. De reactie van Lance Armstrong bij binnenkomst van de grote groep was fraai. De Texaan riep, terwijl Dekker in triomf teruggevoerd werd bij het passeren: 'Hey Dekker, this isn't run anymore.' De jubelende renner liep na zijn huldiging op sokken over een groot parkeerterrein om zich, aan de oevers van het meer, te laten interviewen. Toen iemand hem vroeg of hij dat een makkelijke manier van lopen vond, zei Dekker: 'Mijn voeten gloeiden en als je gewonnen hebt, voel je toch weinig. Weet iemand overigens waar mijn fiets en schoenen zijn?'

Vanaf dat moment was Dekker een Tour-held, vooral in eigen land. Ineens ook behoorde hij bij de grote meneren van de koers. Hijzelfbleefflink nuchter over alles wat er om hem heen gebeurde. Als je wint, heb je vrienden, bemerkte hij al snel. Maar adel verplicht ook. Zodat hij in de Tour van 2001 op weg naar Pontarlier, ondanks de hevige regenval die de hele dag duurde, nog maar eens won. De grote kopgroep had bijna 35 minuten voorsprong op het verzbpen peloton en Dekker bleef in een spannende finale maar net de baas over de Spanjaard Aitor Gonzalez. Onder de geklopten: Servais Knaven, Jacky Durand, Stuart O'Grady, François Simon en Bram de Groot.

De spoorbomen sloten die dag bij 29 minuten en 55 seconden; iedereen die later zou arriveren zou buiten tijd zijn. Volgens de letter hadden slechts veertien man de volgende dag mogen starten, maar de op grote afstand gereden menigte kreeg een algemeen pardon van de jury en de Tour-directie. Dekker won dus een historische etappe in de Tour. De dag van het Grote Pardon in de Regen.
Met deze zege maakte Dekker duidelijk dat hij gearriveerd was in de Tour.

Van meerijder, van aanvaller was hij winnaar geworden. Weliswaar kroop hij in de bergritten veilig in de eerste bus, maar hij had naam gemaakt en was een te vrezen... ja, hoe heet dat eigenlijk? De Fransen noemen het 'finisseur'. Moeten wij het dan maar 'afmaker' noemen? Oké, hij was een te duchten afmaker geworden. In de fraaie voorherfst van zijn rijke wielerbestaan.








© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl