In en om Assen



Evert Musch



Een zeer geliefde Drentse kunstschilder is de in 1918 te Groningen geboren Evert Musch. Geliefd om zijn schilderijen van het Drentse landschap en de strijd om het behoud van de natuurlijke omgeving van voornamelijk Anloo, zijn woon- en werkomgeving. Dit werk van Evert Musch met als titel 'Toom kippen bij pomp' dateert uit 1945 (DMA)


Biografie van Evert Musch (Groningen 16.03.1918 – Anloo 07.12.2007 )


Toen men na de Tweede Wereldoorlog met betrekking tot de landinrichting uitging van het idee om stroompjes en beken te kanaliseren, dreigde ook de Drentse Aa hieraan niet te ontkomen. De stroom die eeuwenlang zijn weg door het dal had gevolgd, zou verworden tot een rechtlijnig kanaal. Hevig geschrokken door dit bericht greep Evert Musch naar zijn penselen en schilderde in een breed panorama het landschap tussen Schipborg en Oudemolen, waardoor de rivier hevig meanderend zijn weg zocht en exposeerde dat rond 1950. Het was een protest tegen de aantasting van een landschap waardoor hij, Groninger van huis uit, in hoge mate werd geïnspireerd.

In 1985 ging Musch, samen met andere Drentse kunstenaars, opnieuw op de barricaden staan voor het behoud van een waardevol landschap. Het militaire gebied in de Schipborger Strubben zou platgewalst worden om zodoende beter tot oefenterrein te kunnen dienen. Daarmee zouden vele grafheuvels, standplaatsen van hunebedden en sporen van oude wegen verdwijnen. Exposities van schilderijen en tekeningen van dit gebied, evenals andere manieren om de aandacht hierop te vestigen, hebben er misschien toch aan bijgedragen dat het plan niet doorging.

Heeft kunst invloed op politieke besluitvorming? In ieder geval werden Strubben en bos gespaard en stroomt de Aa als vanouds door het Drentse land. Na de HBS liet Evert Musch zich in 1936 inschrijven aan de Gemeentelijke Kunstnijverheidsschool, die later Academie Minerva zou gaan heten. De aanpak van het kunstonderwijs was niet veel anders dan in de tijd van F.H.Bach. Er werd veel naar de natuur gewerkt. De leraren A.W.Kort en C.P.de Wit van wie Musch les kreeg, hielden zich verre van het expressionisme, dat door "De Ploeg" zo enthousiast in huis was gehaald. Breed, klassiek, grondig en ambachtelijk zijn begrippen die Musch nog altijd te binnen schieten als hij terugkijkt op zijn tijd aan Minerva die hij in dankbare herinnering houdt.

Na voltooiing van zijn opleiding kon hij als vrij kunstenaar aan de slag. In 1945 trok hij, inmiddels getrouwd met zijn vakgenote To Jager, naar Drenthe. Daar kwam het paar na omzwervingen via Midlaren, Zeegse en Schipborg, tenslotte in 1975 in Anloo terecht in een boerderij die al door Egbert van Drielst was vereeuwigd. In 1947 had Musch ondertussen een betrekking aangenomen als docent aan de Academie Minerva, waar hij zelf was opgeleid. Tot aan zijn pensionering in 1981 heeft hij dit werk gedaan. Talloos vele schilderijen ontvloeiden ondertussen aan zijn penseel, Drentse, maar ook werken gemaakt op buitenlandse reizen naar Italië, Duitsland en vooral Frankrijk.

Landschappen, portretten, stillevens en interieurs, neergezet in een overwegend impressionistische stijl vormen een oeuvre dat opvalt door fraaie compositie en helder kleurgebruik. Evert Musch stond aan de wieg van "De Drentse Schilders" en het "Drents Schildersgenootschap". In 1985 ontving hij de Culturele Prijs van Drenthe.


Bronvermelding:

'Schilders van Drenthe'. Roel Sanders.
Dit zeer fraai uitgevoerde boek is te bestellen onder ISBN 90-6509-604-3


literatuur:

• Mieke van der Wal, "Evert Musch", (Assen,1988).
• Diederik Kraaijpoel, "Evert Musch, kunstschilder te Anloo", (s.l.,1995).


Info op noorderbreedte.nl


Minerva en de verbeelding van het landschap

Toen Academie Minerva in 1798 werd opgericht, was er niet een specifieke opleiding voor het schilderen van landschappen; die is er eigenlijk ook nooit geweest, stellen oud-docent Evert Musch en kunstkenner Cees Hofsteenge. Er zijn veel landschappen geschilderd, getekend en geaquarelleerd door docenten en studenten van de Academie. De waardering voor landschapschilders kende echter hoogte- en dieptepunten. De eerste leerlingen van Minerva die enige naam verwierven in het schilderen van landschappen, waren Roelof Jacob Tiddens (1793-1879) en lan Hendrik Aikes (1790-1846). Ook directeur Jacob Bruggink (1801-1885) schilderde veel landschappen en gefantaseerde en geïdealiseerde stadsgezichten, evenals zijn leerling Albert J. van Prooyen (1834-1898), die aanvankelijk vooral stadsgezichten en pas later landschappen en riviergezichten op het doek zette.

Cees Hofsteenge: 'De landschappen uit de eerste periode waren geromantiseerd en geïdealiseerd. Die romantische stroming, die rond 1830 begint en tot begin 1900 doorloopt, schildert en tekent niet naar de werkelijkheid. Schilderijen werden gecomponeerd. Een mooi stukje bos uit Frankrijk of van de Veluwe werd moeiteloos gecombineerd met een landschapje langs een rivier in Italië, Duitsland of in Limburg.' Evert Musch stelt: 'Buiten schilderen was toen niet aan de orde. Men maakte wel eens een schetsje en dat werkte men in het atelier uit met veel fantasie. Het landschap moest mooier worden dan het al was.'


Romantische Drentse landschappen

Bij de opkomst van de Haagse School rond 1860 wordt het en vogue om direct naar de natuur te schilderen, onder invloed van de school van Barbizon. De eerste figuur die er echt op uit trok was Gerrit van Houten. Volgens Cees Hofsteenge toont Gerrit van Houten, als een van de eerste Groninger kunstenaars, deze nieuwe, vrije manier van schilderen. Deze schilder werd later wel vergeleken met Van Gogh, niet alleen vanwege artistieke overeenkomsten, echter ook door overeenkomsten in beider tot de verbeelding sprekende levensloop. 'Drenthe was erg gezocht om te schilderen in de romantische tijd. De leuke boerderijtjes en mooie heideveldjes waren elementen in een heerlijk landschap. Het kwam overeen met hun eigen emoties', aldus Evert Musch.

Tijdens het bewind van Academiedirecteur Johannes H. Egenberger (1822-1897) woonde er een aantal bekende en vooraanstaande families in Groningen. Sommige leden van die families kregen les van Egenberger, zoals H.W. Mesdag, Taco Mesdag, Sientje Mesdag-Van Houten en Gerrit en Alida van Houten. Een deel van deze schilders heeft later furore gemaakt in de Haagse School. Hofsteenge: 'H. W. Mesdag heeft als oud-leerling van Minerva aanvankelijk prachtige landschappen, stadsgezichten en later zeegezichten geschilderd waar hij beroemd mee is geworden. Ook doorhem en zijn minderbekende broerTaco en jozefIsraëls, ook een Minervaleerling, werden de landschappen geschilderd in Drenthe.

De broers Mesdag woonden in Groningen aan de Hoge derA, maar de familie had een buitenhuis in Vries, waar 's zomers werd geschilderd. Vaak werden hier bevriende schilders van de Haagse School ontvangen.' Mesdag en Israëls worden niet echt beschouwd als Groninger kunstschilders, omdat ze al op jonge teeftijd naar het westen vertrokken waar het culturele klimaat aanzienlijk aantrekkelijker was. Otto Eerelman is een van de meest bekende leerlingen van Egenberger. Hij is naast het schilderen van honden en paarden vooral beroemd geworden met zijn rijkgestoffeerde stadstaferelen waarvan de Paardenkeuring op de Grote Markt op de 28ste augustus tot zijn populairste schilderij behoort.


Een aantal stroompjes die vanaf het Drentse plateau lopen, vormen in de buurt van Schipborg uiteindelijk een mooi riviertje, dat nu de Drentse Aa wordt genoemd. Deze ingekleurde pentekening van een gezicht op het dal van de Drentse Aa bij Schipborg vanaf de Kymmelsberg, is van de hand van de meest vooraanstaande kunstenaars in Drenthe Evert Musch. Hij besteedde bijna tien jaar aan dit werk. In 1955 was het gereed. In een interview zei Evert Musch over dit werk: "Moet je zien: rond het midden van de twintigste eeuw is er nog zo'n landschap! Hier heeft geen bulldozer ooit gewerkt, alleen de boer met zijn schop". (DMA)


In de vrije natuur

In de negentiende eeuw werd niet gedoceerd in landschapschilderkunst. Hofsteenge: 'Als je destijds met olieverf mocht werken, had je als student al enige jaren op Minerva gezeten. Er werd dan vaak gekopieerd naar oude meesters als bijvoorbeeld Ruysdaei, Hobbema of Vermeer. Pas na de onderwijsvernieuwingen die in 1906 door directeur Dirk de Vries Lam op Minerva werden doorgevoerd, komt er ook ruimte om leerlingen in de vrije natuur te laten schilderen.' Dan is het met name Minervaleraar Franciscus Herman Bach die de studenten mee neemt naar het Groningse landschap. De omgeving van Blauwbörgje, net buiten de stad, en het Reitdiepgebied zijn dan de favoriete plaatsen.

Zijn leerlingen zijn bij uitstek de mensen die het Groninger landschap gaan schilderen. De beroemdste zitten in De Ploeg. Evert Musch heeft geen les gekregen van Bach, maar heeft hem wel goed gekend. 'Ik heb een schilderijtje gekregen dat hij in 1905 had gemaakt in Schipborg. 'Musch vindt echter dat niet alleen Bach van grote invloed is geweest; ook Dirk de Vries Lam en de Cornelis Pieter de Wit waren landschapschilders en docent op de Academie. 'Zij hebben ook veel invloed gehad op de Ploegschilders als jan Altink, johan Dijkstra, jan Wegers, jan van der Zee, George Martens, johan Faber en Alida Potf, aldus Musch. Evert Musch is van 1937 tot 1941 student geweest en heeft daar zijn akte gehaald om les te geven.

Van 1947 tot 1981 is hij docent op Minerva. Ook hij heeft les gehad van De Vries Lam, De Wit en Arnold Willem Kort. In die tijd stond het weergeven van landschappen op een hoog niveau en werd ook alom gewaardeerd, jan van der Baan, Ruurd Elzer en Jan ten Have waren belangrijke landschapschilders.


Onzinkunst

Evert Musch: 'ik was iets jongeren toen wij klaar waren, hadden we de pech dat we geen kans kregen door die verrekte oorlog, johan Bolling en ik waren ondergedoken. Hij op een zolderschuit in Friesland en ik bij mijn ouders in de stad Groningen.' 'Na de oorlog neemt de waardering voorde landschapschilderkunst zienderogen af', aldus Hofsteenge, 'vooral de schrijvende pers vindt het oubollig, saai; het past niet meer in het toenmalige tijdsbeeld. Men is aan vernieuwing toe. Dijkstra, die hier overschrijft, vindt dat de jongeren een nieuw elan moeten to nen, maar die jongeren willen niet meer schilderen naar de natuur. Hun belangstelling richt zich op de abstractie, op het minimalisme en de andere nieuwe stromingen van de en jaren vijftig en zestig. Dijkstra vindt het onzinkunst.'


Drentse Aa

Musch heeft zich nooit iets aangetrokken van een richting in de schilderkunst. !n de uitgave Leraren van de Academie Minerva schrijft Francis van Dijk over de 8o-jarige Musch: 'Zijn vrije werk, waarvan landschappen, stillevens en portretten het hoofdbestanddeel vormen, is niet aan een bepaalde stijl of tijd gebonden. Hij schildert wat hem boeit, gaat zijn eigen weg en stoort zich niet aan modes of trends. Grote veranderingen heeft zijn werk in de loop van al die jaren niet ondergaan, hoewel er wel een zekere ontwikkeling is waar te nemen. Het vroege werk issoberder, donkerderen vooral gedetailleerder dan het latere.

Langzamerhand wordt de vorm vrijer, het coloriet lichter en de toets forser en breder. Soms kon hij opeens door een idee worden gegrepen en daarin helemaal opgaan.' Het bekendste schilderij van Musch is wellicht de Drentse A bij de Kymmelsberg geschilderd tussen 1946 en 1955. 'Dit werk heeft Harry de Vroome, de bekende kenner van het Drentse landschap, geïnspireerd om het gebied te beschermen', volgens Musch. 'Ik woonde toen in Zeegse en het zwaard van Damocles hing boven de Drentse A; men was al begonnen om de bovenloop aan te pakken en de bedoeling was de hele Drentse A te kanaliseren. Dat was voor mij aanleiding om die rivier in zijn totale weidsheid te schilderen. Alles watje ziet, moet erop. Dus is het een langvormig schilderij geworden van meer dan twee meter. Het landschap is topografisch vastgelegd, wat natuurlijk idioot is, want een schilder doet dat nooit. Dat is ook de enige keer dat ik zo gewerkt heb.'


Verlengstuk van je kunnen

Evert Musch heeft als docent veel leerlingen gehad die landschappen bleven schilderen, etsen of aquarelleren. Hij trok er ook met zijn studenten op uit om buiten te werken, meestal in de directe omgeving; werkweken werden onder andere op Terschelling, in Havelte en Limburg doorgebracht. 'Ik heb altijd gezegd tegen mijn studenten: landschap schilderen is een verlengstuk van je kunnen. 'Musch noemt vele kunstenaars die nog steeds het landschap als thema hebben: 'Reinder Homan is een oud-leerling van mij en een typische landschapsetser, jan van Loon, een geweldige aquarellist en olieverfman uit de periode van na de oorlog; Herman van Duimen en Ben van Voorn zijn buitengewoon knappe landschapschilders.

Sternen Dijkstra maakt ongelooflijke houtsneden, uniek in de wereld; een comingman die houtsneden maakt met een reductietechniek die hij heeft opgepakt op de Academie. Ben van Voorn, Bart Pots, Maarten Klompien, Arent Ronda waren allen leerlingen van Minerva en zijn bekwame landschapschilders, evenals Tonny Buytendijk, Berend Groen, Rikus van der Meer en Ben Snijders.' Hoewel na 1960 het buiten schilderen niet meer gedaan wordt vanuit de opleiding aan Minerva, is het interessant om te zien hoe in de eindexamenexposities nog steeds leerlingen het Noord-Nederlandse landschap verbeelden.


Naar boven



© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl