In en om Assen





Het Fochteloërveen


Foto Sietse Kooistra



Info op nl.wikipedia.org

Het Fochteloërveen (soms: Fochtelooërveen) is een 2500 ha groot natuurgebied op de grens van de Nederlandse provincies Friesland en Drenthe. Het is geldt als een van weinige en een van de best bewaarde hoogveengebieden in Nederland. Het gebied is een restant van het uitgestrekte Drents-Friese hoogveengebied, dat sedert 1660 grotendeels is afgegraven (met name de Smilder venen aan de Drentse Hoofdvaart). Dat het gebied bewaard is gebleven geldt als een historisch toeval en mogelijk een gevolg van de geïsoleerde ligging op een provinciegrens. Pas laat werd een vrij beperkt kanalenstesel aangelegd, zodat veel veen is blijven liggen en zich zelfs altijd een kleine 'actieve' hoogveenkern heeft kunnen handhaven.

Het Fochteloërveen is een kerngebied in de Ecologische hoofdstructuur, een (door Europa beschermd) Natura2000-gebied en aangewezen als wetland volgens de conventie van RAMSAR. Van het gebied is ca 1100 eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten, dat samen met de ca 1400 ha van Staatsbosbeheer wordt beheerd. Om de groei van hoogveen te bevorderen is het gebied vernat door aanleg van damwanden, het dempen van sloten en het plaatsen van stuwen. Ook wordt rondom het eigenlijke natuurgebied een bufferzone ingericht. Vanouds ligt aan de Noordzijde reeds het bosgebied Bankenbos en de Kolonie Veenhuizen. Naar het zuiden en oosten toe, bij Fochteloo en Ravenswoud, worden landbouwgronden ingericht als natuurgebied, hetgeen voor de waterbeheersing als onmisbaar geldt en veel kansen biedt voor de fauna.

Het gebied is beperkt toegankelijk. Er loopt een fietspad over een zandrug door het gebied en er zijn enkele voetpaden. Er staat een vogelkijkhut en nabij Ravenswoud staat een bijzondere uitkijktoren vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over het natuurgebied. Onderzoek in 2004 heeft uitgewezen dat de vernatting goed is geweest voor de plantengroei. Het, in Nederland uiterst zeldzame, bruin veenmos is terug. Het pijpenstrootje, een bruingele, grasachtige plant die de overhand kreeg toen het veen uitdroogde, krijgt steeds minder ruimte. Hiervoor in de plaats komen nu het eenjarig wollegras en de lavendelheide.


Flora

De veenmossen, bouwstenen van het veen, komen langzaam terug. Hiertoe behoren het waterveenmos, het hoogveenveemos
en het rood veenmos. Ook andere bedreigde planten zoals klokjesgentiaan en dwargvlas worden talrijker.

Fauna

Een vlinder als het veenhooibeestje heeft hier weer een van zijn laatste grote populaties.
In het Fochteloërveen heeft in 2001 voor het eerst in 250 jaar een succesvol broedgeval van de Europese kraanvogel (Grus grus) plaatsgevonden. Dit heeft in de jaren daarna een vervolg gekregen. In sommige jaren overzomert een Slangenarend in het gebied.
In 2004 werd de bosruiter weer gesignaleerd. Door het verhogen van de grondwaterstand en werkzaamheden waren er blubbervelden en platgereden modder ontstaan die voor een bosruiter aantrekkelijk zijn.
In het Fochteloerveen leven tientallen paapjes en daardoor is dit gebied misschien wel het beste natuurgebied om deze soort tegen te komen. De ringslang, de adder en de gladde slang zijn vaste bewoners van het Fochtloërveen.
In het voorjaar van 2008 doet een groep van zo'n dertig roodpootvalken zich tegoed aan de vele witsnuitlibellen in het Fochteloërveen


Foto Sietse Kooistra


Info op encyclopediedrenthe.nl

Fochteloërveen; een van de laatste hoogveengebieden in Nederland. Het Fochteloërveen ligt half in Drenthe en half in Friesland. Dit is een restant van de uitgestrekte Smildiger venen; een hooggelegen plateau-hoogveen. Grootschalige verveningen en daarna ontginningen hebben dit gebied tussen 1600 en 1990 volledig van karakter doen veranderen. Het Fochteloërveen en het Witterveld zijn resten die als natuurreservaat in stand gehouden worden. De Vereniging Natuurmonumenten wil de veengroei sterk bevorderen. In het gebied worden werken uitgevoerd om het water beter vast te houden en rond het gebied worden gronden aangekocht en ingericht als buffer en versterking van het geheel.

Hiermee wordt een natuurgebied van formaat (ca. 3000 ha) ontwikkeld waarbinnen voldoende garanties ontstaan om hoogveen te regenereren. Het gebied is beperkt ontsloten. In de kern het veengebied ligt het accent op rust. Alleen via een fietspad over een zandrug kan men dwars door het gebied van Veenhuizen naar Fochteloo. Om het gebied beter te kunnen zien en ervaren heeft Natuurmonumenten in 1999 een architectonisch bijzondere kijkhut van 15 m hoogte aan de rand van het veen, bij het veenkoloniale dorp Ravenswoud, geplaatst.

In de vegetatie komen karakteristieke hoogveenplanten voor, zoals diverse soorten veen- en levermossen,
Lavendelheide, Kleine veenbes, Witte en Bruine snavelbies, Eenarig wollegras en Ronde zonnedauw.

Het gebied herbergt een karakteristieke vogelstand met broedvogels als de Wulp, Grutto, Velduil, Boomvalk,
Paapje, Tapuit, Roodborsttapuit, Geelgors, Veldleeuwerik, Grauwe klauwier en - na een afwezigheid van enkele eeuwen uit Nederland - kwam ook de Kraanvogel tot broeden.
Recente bezoeken van de Slangenarend en van de Koningsarend. Ganzen, roofvogels en zwanen overwinteren in en rond het Fochteloërveen.
Het gebied is ook een bolwerk voor amfibieën en reptielen zoals de ringslang, de Adder en de Gladde slang. Ook de Levendbarende hagedis en de Heikikker zijn specifiek.


Info op provinciedrenthe d.d. 2 februari 2010. Een artikel van Hans Dekker

In de 17e eeuw bestond het gebied tussen Assen en Oosterwolde uit één onafzienbaar hoogveengebied, moerassig en ontoegankelijk. Aan de randen deze Smildigervenen op de grens van Drenthe en Friesland, gebruikten boeren het veen voor steken hun eigen brandturf. In 1626 krijgt Adriaan Pauw de rechten om het veen op grote schaal te ontginnen. Om de turf af te voeren wordt de Drentse Hoofdvaart gegraven en in Friesland de Opsterlandse Compagnonsvaart. Deze oer-Hollandse handelsgeest betekent het einde van het veengebied in zijn oorspronkelijke gedaante. Gelukkig blijven twee gebieden overeind, het Fochteloërveen en het Witterveld, beide opgenomen in het netwerk van Natura 2000-gebieden.

Eén van de opvallendste kenmerken van het huidige Natura 2000-gebied is de uitgestrektheid. Bijna 2600 hectare veen, heide, water, bos en grasland rijgen zich aaneen tot een vlakte van bijna on-Nederlandse afmetingen. Vanaf de uitkijktoren bij Ravenswoud lijkt het net alsof heel Nederland uit natuur bestaat. Bovendien sluit het veengebied naadloos aan aan de bossen van de boswachterij Norg, onderdeel van de vroegere kolonie Veenhuizen, bekend van het boek Het Pauperparadijs. Een tweede opvallend kenmerk is het vrijwel afwezig zijn van wegen en paden. Het gebied is bijna net zo ontoegankelijk als vier eeuwen geleden. Alleen over een wat hoger gelegen zandrug die het gebied als het ware in twee delen verdeelt, ligt een veel gebruikt fietspad. Vogelaars gebruiken dit fietspad om op zoek te gaan naar slangenarend, kraanvogel en smelleken.

Iets meer dan 20 jaar geleden was de vervening nog actueel. Daardoor en ook door de modernisering van de landbouwgebieden rondom kreeg het gebied flinke klappen, vooral door ontwatering en daarop volgende verdroging. Bovendien is een deel van het huidige natuurgebied oppervlakkig afgeturfd. Toen de vervening stopte resteerde een grote en wat versnipperde grasvlakte met hier en daar nog kernen met de karakteristieke hoogveenbegroeiing. Bovendien waren er nog enkele landschappelijke en geomorfologische belangrijke onderdelen bewaard gebleven zoals het Esmeer, een grote pingoruïne, overblijfsel uit de laatste ijstijd.


Foto Sietse Kooistra


Natura 2000

Natuurmonumenten zag al in 1975 kansen om het gebied her in te richten om de hoogveenvegetatie te behouden en verder te ontwikkelen. Daarvoor werden compartimenten aangelegd, omsloten door veendammen, om de waterstand zo hoog mogelijk te houden. Europees geld gaf een flinke duw in de rug van de diverse herstelprojecten. Dat resulteerde in het herstel van aangetaste veenvegetaties in het centrum van het gebied. Tevens kocht Natuurmonumenten een groot deel van de randzones aan om de hydrologie verder te verbeteren. Inmiddels is het succesverhaal bekend. Met het hoogveen gaat het de goede kant op. Maar er is meer. Voor de vlinder veenhooibeestje bijvoorbeeld is het veen het belangrijkste leefgebied in Nederland. Bovendien broedt de kraanvogel hier al weer een flink aantal jaren. Slangen als adder en gladde slang zijn hier zo talrijk dat de slangenarend jaarlijks terugkeert uit het zuiden om hier op slangen te jagen. Redenen genoeg om het gebied in het netwerk van Natura 2000 op te nemen.

Bij het opstellen van het concept-beheerplan zijn alle in de regio belangrijke organisaties betrokken, zoals beide provincies, vier gemeentes, de LTO en natuurlijk waterschappen en beheerders. Gezamenlijk is er een plan opgesteld dat voorziet in het verdere herstel van het veengebied. Het accent ligt vooral op de hydrologie van het gebied, maar ook op het herstel van de openheid en de ontwikkeling van `levende' overgangszones naar de omgeving. Bovendien is de relatie met de voormalige kolonie Veenhuizen een punt van aandacht. Van de habitattypen Zure vennen, Droge heide, Natte heide, Actieve hoogvenen en Herstellende hoogvenen vormt het type Actieve hoogvenen de belangrijkste omdat actieve hoogveenkernen in Nederland uiterst zeldzaam zijn. Deze kernen voldoen nog niet aan de criteria voor actief hoogveen op landschapsschaal, maar zijn een goede aanzet in de richting.

Actief beheer en verdere inrichting zijn echter noodzakelijk. Vanuit het perspectief van soorten gaat het in het gebied om geoorde fuut, porseleinhoen, paapje en roodborsttapuit. Het behoud en verdere ontwikkeling van de populaties van deze soorten is goed haalbaar. Bovendien betekent de vestiging van de kraanvogel een positief signaal over de ontwikkeling van het gebied. Van de wintervogels is het grote aantal overwinterende toendrarietganzen het meest spectaculair. Maar ook voor zwanen, kolgans, wintertaling en slobeend is het gebied van belang als overwinteringgebied. Een punt van aandacht zijn de foerageergebieden van deze soorten, omdat die zich voor een groot deel buiten de begrenzing bevinden. Rust en de afstand tot de slaapplaats zijn factoren die meespelen bij het behoud van deze soorten.


Foto Sietse Kooistra


Draagvlak bij omwonenden is van groot belang

Om een hoogveengebied als het Fochteloërveen optimaal te ontwikkelen en te behouden is de waterhuishouding de belangrijkste factor. Ofschoon het goed gaat met de kleine actieve veenkernen is het absoluut noodzakelijk de waterhuishouding te optimaliseren om robuuste, duurzame veenkernen te ontwikkelen. Een voor het veen optimale waterhuishouding kan nadelige gevolgen hebben voor de omliggende landbouwgronden. Om hier voldoende inzicht in te krijgen is uitvoerig onderzoek noodzakelijk. Het blijft een grote uitdaging om het gebied zo in te richten dat er een optimale waterhuishouding ontstaat die zo min mogelijk nadelig effect heeft op de omgeving. Een ander niet te verwaarlozen aspect is het effect van de depositie van ammoniak op de kwetsbare heide- en veenvegetaties. Ook een oplossing voor dit probleem vormt een grote uitdaging voor de nabije toekomst.

Om oplossingen te generen is niet alleen onderzoek nodig. Ook draagvlak bij omwonenden is van groot belang. Daarom werkt de provincie Drenthe samen met de andere partners aan het ontwikkelen van draagvlak. In gesprek gaan en het mee naar buiten nemen van bewoners zijn twee van de middelen die benut worden om de uniciteit van het gebied beter voor het voetlicht te brengen. Ook in de nabije toekomst zal het werken aan draagvlak absoluut noodzakelijk blijven. Veel zal afhangen van de oplossingen die in beeld komen voor het oplossen van de problemen die nog bestaan bij de waterhuishouding en de ammoniakdepositie.

Intussen gaat beheerder Natuurmonumenten, gesteund door waterschap, provincies en gemeenten gewoon door met het herstelbeheer, wederom gesteund door Europese en provinciale subsidies. In 2009 is als voorlopig slotakkoord een bedrag van 1 miljoen LIFE-subsidie toegezegd. Daarnaast stelt de provincie Drenthe een bedrag van 1,9 miljoen euro beschikbaar en leveren andere betrokkenen een bedrag van 100.000 euro bij. Voorwaar, een flinke steun in de rug voor de verdere ontwikkeling van een grenzeloos natuurgebied!


Wandelroute

Een wandelroute over het Fochtelooerveen kunt u hier downloaden






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl