In en om Assen





Frans Westenbrink




Biografie op streektaalzang


Frans Westenbrink (Ruinen, 10-9-1943) begon op 15-jarige leeftijd als lichtmatroos te werken. Daarna voerde hij nog vele, uiteenlopende beroepen uit. Op zijn zesentwintigste werd hij vakbondsbestuurder en bleef dat tot aan zijn pensioen. Tegenwoordig woont Westenbrink in De Kiel. In zijn vrije tijd ging hij als vervangend schaapherder van de kudde Drentse Heideschapen in Ruinen de hei op. Hoewel hij door zijn werk in andere provincies deze hobby niet altijd kon uitoefenen, bleef zijn liefde voor de Drentse hei en het Drentse Heideschaap bestaan. Hij schafte enkele schapen aan en richtte later zelfs een Fokkersvereniging voor Drentse en Schoonebeeker Heideschapen op.

Westenbrink schreef vaker teksten; o.a. in tijdschriften maar sinds de negentiger jaren schrijft hij liedjes in het Drents. Vaak stemmen die tot nadenken. Enkele liedjes zong hij ook zelf maar ondertussen is hij gestopt met zingen. Wel maakt hij columns die hij voorleest voor Radio Drenthe. Op de in 2004 verschenen cd van Tiny Klomp werden de meeste teksten door Frans Westenbrink geschreven.


Drentse portretten, verhalen van 'buitengewone' Drenten


Frans Westenbrink ging op zoek naar gewone, maar toch ook wel weer buitengewone mensen. Mensen uit Drenthe en, op één na, allemaal geboren voor 1940. Mensen die op de tram door Drenthe hebben gereden en zich konden redden zonder auto, telefoon, radio en elektriciteit. Mensen met 'gewone' beroepen: een kleuterjuffrouw, turfgravers, een kampbewaarder, een schaapherder, muzikanten, een winkelier, een oberkelner, huisvrouwen, een gezinsverzorgster, een mijnwerker, arbeiders, een huisschilder en boeren. De grote thema's komen erin voor zoals: industrialisering, de oorlog en de grote veranderingen in het landschap door vervening, ontginning, schaalvergroting en ruilverkaveling. Al deze levensverhalen samen geven een helder beeld van de Drentse samenleving in de vorige eeuw.


'Drentse Portretten'. Frans Westenbrink.
ISBN 9065091661


Info in het FNV-magazine; 28 april 1994


"Girrelzaand"

Dijenkletsers zijn het niet. Meer een beetje beschouwend. "Zeg maar luisterliedjes," zo typeert schrijver, componist en zanger Frans Westenbrink zijn repertoire. De districtsbestuurder van de Industriebond FNV is een veelzijdig man. Schaapsherder, vakbondsbestuurder, artiest. Westenbrink draait zijn hand er niet voor om. Zelf kan hij geen noot schrijven, laat staan lezen. Toch bracht hij begin dit jaar een eigen CD uit met maar liefst zeventien Drentse liedjes. "Hoe ik die CD voor elkaar heb gekregen? Nou, ik schreef al lang liedjes. In het Drents. Voor een kennis van me. Maar het waren er onvoldoende om een CD mee te vullen. Mijn omgeving drong wel aan om er wat meer werk van te maken. Slecht weer op een vakantie was eigenlijk het laatste duwtje dat ik nodig had. Aan mijn eerste CD heb ik drie weken intensief gewerkt. Kijk, ik kan geen noot schrijven. Maar de melodie zingt wel door mijn hoofd.

Ik heb dus een dictafoon aangeschaft en daar mijn muziek op ingezongen."
Het resutaat van zijn vakantie-activiteiten mag er zijn. Je moet wel een beetje Drents verstaan om de liedjes goed te begrijpen. Maar gecombineerd met de muziek klinken de liedjes ook voor een eenvoudige Brabander aangenaam in de oren. Drie liedjes zingt Frans zelf. De overige 'chansons' worden gezongen door Drentse artiesten. "En dat dialect geeft gewoon meer warmte."
"Girrelzaand", heeft Frans zijn CD genoemd. "Want wat is er mooier dan zand? Je maakt je eigen wereld met de mooiste vormen. In je fantasieën ben je steeds weer iemand anders. Je droomt jezelf andere levens. Je beleeft  vanuit de veilige zandbak grootste avonturen. Het girrelzaand speelt het spel mee. De liedjes op deze CD zijn net als girrelzaand. Er zit wel wat verband in, maar niet alles ligt vast. Verlangen, twijfel, zoeken naar zekerheid, teleurstelling, hebzucht, eenzaamheid, warmte en romantiek, je kunt het er allemaal in vinden."

Het mooiste liedje van de CD vindt Westenbrink zelf "Bram". Zonder enige schroom zet hij het liedje voor FNV Magazine in. Het liedje gaat over een Joods Drents jongetje, Brammegie. Het jongetje komt in de oorlog in Westerbork terecht en 'Ausschwitz was zien lot'.
"Kijk", zo legt Frans uit, "De Nederlanders zijn niet zo moedig geweest in de oorlog. Die haat tegen Duitsers heeft misschien te maken met een beetje schuldgevoel. Ik ben in Ruinen opgegroeid. Daar waren meer NSB'ers dan mensen die in verzet zaten. Een grote groep was tegen de bezetters, maar deed niets. En net als toen zouden de mensen duidelijker moeten aangeven waar ze voor staan. Je moet een keuze maken. Kijk naar Bosnië. We doen niks. We kopen het af." De Tweede Wereld oorlog. Die periode houdt Frans bezig. Hij heeft een prachtig lied geschreven over Ibrahim Azem. Een Syriër die op 10 april 1945 bij Assen samen met zes Franse parachutisten door de Duitsers uit de lucht is geschoten. Voor deze slachtoffers is in Zeyerveld een oorlogsmonument opgericht.


'Girrelzaand' van Frans Westerbrink
Te bestellen bij:
Frans Westenbrink
Rolderstraat 44
7849 PD, De Kiel
Tel.: 0591-381608


De Syriër Ibrahim Azem

Veur hum zing ik dit requiem
Zien naam' stiet op een stien vermeld
Hij sneuvelde in Zeyerveld
't Was tien april een lentedag
Hij wis niet iens waor Drenthe lag
Hij wus niet iens wat vrijheid was
En hij was bange.'

Frans zwijgt. Het verleden leeft. Dat is ook het geval bij het liedje de oude Hunze, een riviertje in Drente. Een liedje met een beetje autobiografische inslag. Het verhaalt over het harde en zware Drentse leven. "Hoe mijn vader heeft moeten werken, dat gun ik niemand. Mijn zusters moesten met dertien aan het werk. Over dat oude riviertje wordt heel romantisch gedacht. Maar voor mij is het geen tijd om naar terug te verlangen.
Frans zingt het laatste couplet.


Ik heb nog echt de stilte kend

Ik drunk nog oet een slootje
Maor dat dat zo romantisch was
Dat is beslist een prootie
Een kiend van dartien, veertien jaor
Much al gien kiend meer blieven
Het mus er oet veur dag en nacht
Bij vrömde mènsen dienen
Het weur gewoonweg oetbesteed
Het mus wat metverdienen
Te weinig, want de bakker mus
Vaak op de latte schrieven

Ik heb nog echt stilte kend
Ik heb het veen nog zien....


DE BROGGE;

De vaort die hef een brogge
En wij kunt daor aoverhen
Wij kunt er aoverhen
Der is altied wel een brogge
En daor magge wij aoverhen
Daor kuw toch aoverhen

Zoe nou en dan, dan longer ik
An het raandtien van de vaort
Dan wi'k allent mar hen die aandere kaant'
't Is net of het daor nooit ies regent
't Is altied opeklaord
Het grös is daor veule gruner
Ik zie gien modder op het laand

De vaort die hef een brogge
Dus daor kan ik aoverhen
Daor kan ik aoverhen
Het gelok gaf mij die brogge
Dus daor gao ik dan aoverhen
Daor muu ik dan aoverhen

Een tegenslag, een min bericht,
Een ongelok, een ströpp'
Een ruzie, of ie bint de fietse kwiet
Verkering uut, een rot gevuul
Ontslag, de centen op
Wat hangerig, een slecht rapport
Wat krig een mèense niet?

Dan wèens ie oe een brogge
En daor wi'j dan aoverhen
Daor wi'j geern aoverhen
Een mooie, grote brogge
Dus daor drekt er aoverhen
Gewoon der aoverhen

Dus gao ies naor die brede vaort
Aj ien de putte zit:
De ofstaand over het water lek dan groot
Ontdek het machtig uutzicht
Ien de veerte aover het riet
En duur aover die brogge
Want det helpt oe uut de nood

De vaort die hef een brogge
Daor kuj zo mar aoverhen
Gewoon der aoverhen
Misschien een smalle brogge
Mar ie kunt er aoverhen
Ie kunt er aoverhen

As het möt make wij een brogge
En daor lope wij aoverhen
Of kroept er aoverhen






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl