In en om Assen




Gerard Nijenhuis


Foto © Bert Jippes


Info op het geheugenvangieten


Biografie van Gerard Nijenhuis

Gerard Nijenhuis werd op 22 januari 1932 in Gieten geboren. Hij was de derde zoon van Gerhard Nijenhuis en Jentje Werners. Zijn vader was burgemeester van Gieten en vervulde diverse functies in agrarische organisaties. Onder meer secretaris van het Drents Landbouw Genootschap (DLG).

In de oorlog werd zijn vader al gauw door de Duitsers ontslagen, omdat hij bij de opening van een Oostermoertentoonstelling een anti-duitse toespraak hield. Vader Nijenhuis zat anderhalf jaar in de gijzelaarskampen Haaren (NB) en Sint Michielsgestel. Moeder Nijenhuis werd in die periode ernstig ziek (tbc) en moest vijf jaar kuren.

De familieomstandigheden en het feit dat Gerard Nijenhuis een nakomertje was en weinig contact kreeg met zijn broers hebben een stempel op zijn jeugd gezet. Daarbij kwam de al vroege ontdekking van zijn homosexualiteit. Hij heeft zich daardoor, met name in de puberteit, eenzaam gevoeld en begon al vroeg met schrijven.

Het dorp Gieten heeft voor hem een belangrijke rol gespeeld, omdat in de periode dat het gezin, waarin hij opgroeide, uiteenviel -zijn broers gingen naar een kostschool, omdat er thuis geen toezicht meer was- de mensen uit het dorp hem opvingen. Hij was overal welkom en voelde -soms zelfs op een wijze, zoals hij zelf zegt, die hem verlegen maakte- hun sympathie.

Jaren later heeft hij het dorp 'bedankt' voor hun steun in het lange gedicht De Meensken oet de Dorpen uit de bundel Schoolschrift.
Eén van de gezinnen, waar hij altijd welkom was, was het gezin van dominee Boonstra, die met vrouw en drie dochters tegenover Nijenhuis woonde. Boonstra was een briljante figuur, muzikaal, literair begaafd -hij preekte in een prachtige stijl- en vol humor.

Door zijn voorbeeld geïnspireerd, besloot hij later theologie te gaan studeren. Hij volgde de HBS in Assen en deed daarna Staatsexamen Gymnasium A en studeerde theologie in Groningen en Amsterdam. In die tijd schreef hij ook steeds en publiceerde in de studentenpers gedichten en een verhaal. Met een ander verhaal -ongepubliceerd- won Nijenhuis een prijs in België.

In Groningen op kamers, kreeg hij contact met de mensen van het Drents programma van Radio Noord en Oost (RONO) en ging teksten schrijven, die door Hans Heyting werden voorgelezen. Deze teksten, korte verhalen, werden later uitgegeven onder de titel Um t Hemelriek, waarbij hij de schuilnaam Harm Werners gebruikte. Hans werd een van zijn beste vrienden met wie hij later enkele toneelstukken schreef.

Gerard Nijnehuis heeft zijn leven lang telkens weer radiowerk gedaan, eerst voor de RONO, later voor de VPRO, zowel religieuze als literaire programma's en vanaf de oprichting voor Radio Drenthe. In 1955 hield hij de eerste radio-kerkdienst.
In de jaren in Groningen (1952-1956) richtte hij mede de Drentse schrieverskring op en nam het initiatief voor het opzetten van het tijdschrift Oeze Volk.

Van 1959 tot 1968 was Nijenhuis voorganger-predikant van de Vrijzinnige Gemeente in de IJmond. In die tijd trouwde hij en uit dat huwelijk werden vier zoons geboren. In 1968 werd hij benoemd tot hervormd predikant van Koog aan de Zaan en Zaandijk. Hij had inmiddels een doctoraal examen gedaan met als hoofdvak Arbeidverhoudingen en maakte in 1968 de overstap van het kerkelijke naar het maatschappelijk werk.

Hij heeft vanaf 1972 tot zijn pensionering gewerkt in het bedrijfsmaatschappelijk werk en ook nog zeven jaar les gegeven aan de Sociale Academie De IJsselpoort in Kampen.
Toen hij in 1972 in Groningen werd benoemd, verhuisde de familie naar Eext, waar zijn zoons zijn opgegroeid. In die periode begon hij opnieuw te schrijven.

In 1978 verscheen er een dichtbundel -Leven op Afstand - en in 1979 de roman Het Jaar van de Ooievaar. Zowel in zijn roman als in zijn gedichten speelde de homosexualiteit een steeds duidelijker rol. In Onteigening, zijn tweede roman, die speelt in het gebied, waar zijn moeder geboren is (Ruinerwold, De Wijk), al weer meer dan in Het Jaar van de Ooievaar en in zijn nieuwste roman Het Portaal uit 1997 is het het overheersende thema.

Het huwelijk werd een onmogelijke levensvorm en in 1986 volgde de scheiding.
Sinsdien woont Nijenhuis in hoofdzaak in Bronneger -op een periode van twee jaar na, toen hij weer bij zijn jongste zoon in Eext verbleef- en sinds acht jaar woont hij met Jan Gilhuis samen op De Hereboerderij in Bronneger, waar ze sinds 1998 een klein hotelletje hebben en sinds kort een kleine galerie, De Kunstkamer.

Bovendien beheren ze een landgoed in Frankrijk bij Le Blanc in de Brenne. Al meer dan twintig jaar komt Nijenhuis daar veel en houdt er nu en dan cursusweken.
Naast literatuur is muziek een ware passie van Nijenhuis -vooral opera, waarbij de ontmoeting met het fenomeen Gre Brouwenstijn van grote invloed was- en beeldende kunst.

Hij heeft een klein collectie schilderijen verzameld en is zeer geboeid door het oog van de schilder, evenzeer als door het oor van de muzikant.
Geregeld houdt hij, op uitnodiging, lezingen over zijn werk, waarbij hij fragmenten proza en vooral gedichten laat horen, zowel in het Drents als in het Nederlands. Gerard Nijenhuis heeft altijd in beide talen geschreven.


Het werk van Gerard Nijenhuis

Nederlandstalige Romans

Het Jaar van de Ooievaar - 1979
Onteigening - 1987
Het Portaal - 1997
Het verbörgen leven - 2004 (Drents)
Een plek um te blieven - 2007 (Drents)

Nederlandstalige poëzie

Leven Op Afstand - 1978
Het Dorp Bestaat Niet Meer - 1981
Dubbelspel - 1983
Novemberlicht - 1986
In Aankomst Ligt Vertrek Besloten - 1990
Het Omslaan Van De Tijd - 1994
Land In Zicht - 2000 (Amsterdam, De Beuk)

Drentstalige poëzie

Onlaand - 1983
Schoolschrift - 1987
Tekens Van Gemis - 1992
Toonsoort van de tied - 2005


In 1983 publiceerde hij een bloemlezing Drentse gedichten onder de titel: Mandielig
In de serie Achter Het Verhaal Aan, schreef hij een deel over de rivier De Hunze onder de titel: Het Geheim Van De Hunzeschipper - 1997
Voor TV Drenthe presenteerde hij een serie over Drentse landschappen, waarbij hij voor elke aflevering een nieuw gedicht schreef.


We schrijven nu november 2004:

Gerard Nijenhuis heeft weer een nieuwe roman uitgebracht.
En net als bij het Jaar van de Ooievaar staat naast Amsterdam, het dorp Gieten weer centraal. Een aantal locaties en personen lijkt regelrecht van het ene verhaal in het andere te zijn overgestapt. Moesten we in Het jaar van de Ooivaar nogal eens raden naar wie er bedoeld zou worden met bepaalde personen, in dit boek worden de mensen gewoon bij naam genoemd.

Eerst nog wat aarzelend, want dan wordt er nog gesproken over Henk V. van de bussen, maar verderop worden met name genoemd personen als electricien Zwinderman, aannemer Warners, timmerman Meertens, de winkel van Mans Balkema etc.  We kennen ze allemaal van onze site.

Alleen sommige  personen, zoals bijvoorbeeld Richter Rommelpot lijken een samenstelling te zijn van verschillende in Gieten zeer bekende personen.  Zo lijkt ook 't Grote Hoes een hybride gebouw te zijn. Gemaakt van de boerderij uit het Het jaar van de Ooievaar en een ander voornaam wit huis aan de Brink.

Hoewel op de achterkant van het boek is te lezen 'dat ok niet-Drenten het makkelk kunt lezen', zal dat voor hen nog niet meevallen. Wat te denken van woorden als tweeduuster, kediet en riw?? Helemaal in het Drents dus. Wie nu onvermoed denkt te beginnen aan een ouderwets Drents romannetje kan in het begin nog wel behoorlijk van de kaart raken.

Al in het eerste hoofdstuk heeft een jongen in de bossies achter 't Zwaonemeer de dik tuul van een ander manspersoon in de mond!!
En nu even jullie aan zet. Waaraan denken jullie in de Gieter context als is te lezen:

"...as hij weg was naor de grote stad, zul hij in het geheugen van zien computer dat zo groot was dat 't hele geheugen van aal die levens erin opslaogen worden kun - het geheugen schrieven van zien dörp, de méensen die hij kende, de verhaolen die hij heurde. en niet allén de bekende feiten zul hij opslaon, zeg maor de boetenkaant, maor veural ok het verbörgen leven. Hij glumlaachte doe hij dat bedaacht: Het verbörgen leven..."
"Het verborgen leven van Gieten" dus... 

In ieder geval is het boek zeker voor iedereen die Gieten kent of heeft gekend weer een regelrechte aanrader. Met op de voorkant een mooi schilderij van zijn zoon Simeon van het Nooordhegenbossie!!


Het Drentse boekenweekgeschenk 

(2008-02)  In november 2007 was het de Drentse Boekenweek. Het speciale Boekenweekkado was geschreven door Gerard Nijenhuis.

Het heet Een Plek um te Blieven. Het gaat over een aantal kunstschilders die bij Hotel Braams logeren en daar verzeild raken in een wedstrijd portretschilderen. Verder belangrijk punt in het boek is het besluit van de gemeenteraad, dat ook bij Braams vergadert, geld beschikbaar te stellen voor de spoorlijn Assen-Stadskanaal.

Ter gelegenheid van die Drentse boekenweek werd  De Drentse Boekenkraant 2007 uitgegeven. Hierin staat het boek ook mooi in het Drents aangekondigd:

Midden in het olde dörp lig de harbarg van Rolina Jobing. Rolina is nog niet old en beheert allén de harbarg, die zij opwarkt tot een hotel. 't Is end 19 e eeuw en een neie tied brek an. Een spoorlien zal 't dörp dichter bij de grote wereld brengen. Oet die grote wereld, Amsterdam, koomt drie schilders naor 't dorp um het mooie landschap vast te leggen. Zie arriveert op de aovend dat de raod, die vergaodert in de jachtweide, een neie wetholder kiezen zal. Zit Rolina in de kelder under de jachtweide um alles te heuren... of hef ze een oogien op de neie wetholder?

En wat gebeurt er as de jongste van de drie schilders in een spannende schilderwedstried een petret mak van de jonge scheper? Gerard Nijenhuis hef nao zien roman Het verbörgen leven vanneis een

mooi verhaol schreven. In tachtig bladzieden krieg je een panoraoma van het Drenthe oet de negentiende eeuw.

En omdat Gerard Nijenhuis het boekenweekgeschenk had geschreven hield Frans Westenbrink een uitgebreid vraaggesprek met de schrijver. Ook deze stond afgedrukt in de Drentse Boekenkraant 2007.

Westenbrink begint het interview over "Het verbörgen leven", dat hij zelf niet gelezen heeft. Hij gaat af op het oordeel van een kameraod. Is dat niet vreemd? Dat iemand een uitgebreid interview met een schrijver gaat houden en niet eens het werk van hem heeft gelezen? Het interview is ook in het Drents.


Lees hier: In Gesprek met Gerard Nijenhuis


Radio programma ‘de mooie kaomer’

Interview door Gerard Nijenhuis in het radioprogramma De mooie kaomer.

Jan Hollenbeek Brouwer was op 27 juni 1993 te gast bij dichter/schrijver Gerard Nijenhuis die jarenlang wekelijks in de studio van Radio Drenthe het culturele radioprogramma De mooie kaomer presenteerde.

Het interview is (in verband met de presentatie op deze webpagina) verdeeld in 16 fragmenten. U kunt zelf fragmenten kiezen via de pijlknoppen links en rechts. Wanneer u niets doet wordt het hele interview automatisch afgespeeld. Tussen de fragmenten hoort u telkens een korte stilte. Het totale interview duurt 55 minuten.

Hollenbeek Brouwer en Nijenhuis spreken in dit interview drents met elkaar. De verschillen in klankkleur en uitspraak tussen de Valtermondse streektaal van Hollenbeek Brouwer en de in Gieten gewortelde taalvariant, die Gerard Nijenhuis gebruikt, zijn interessant voor iedereen die in streektaal geïnteresseerd is.

De inhoudelijke kant van het vraaggesprek kan worden omschreven als 'openhartig en boeiend'. Er komen verschillende onderwerpen aan de orde die interessant zijn voor luisteraars die willen weten hoe de geïnterviewde in het leven stond (en staat).
Het gaat daarbij niet alleen om de maatschappelijk-belangrijke rol die hij 'een leven lang' speelde als bestuurder/beleidsmaker maar zeker ook om persoonlijke opvattingen en zienswijzen die hem, ook als privépersoon, tot een boeiende gesprekspartner maken.

Beluister HIER het interview


Gedichten van Gerard Nijenhuis

Onlaand

Dichten is niet wat in de boekies steet:
De chaos in een vittien-regelig verbaand
bedapperen en dan an vaoders haand
staon kieken of de zun al under geet.

Dichten is ok niet 't zo mooi zeggen
dat 't leven, tot de tweede macht verheven,
je even zun raor geveul kan geven.
Het is gien toverij, gien haand opleggen.

Dichten is duren: 't Woord boeten 't vaast verbaand
gebruken, tegendraodse oetleg geven
van dat hemmele, ingeperkte leven.
Dichten is: wonen op 'n stuk van 't onlaand

Scherensliepen. Met je waor langs de deuren gaon,
waorvan je zeker weet: zie laot oes staon!

Oet: Onlaand


Vrumde

Verkaoveling legde de nes terecht:
Waor ies oes bes een goorn har met slaot,
geet nou ’t kombein en slag zien zwaore maot.
De grenssteen van de marke is verlegd.

Het hoes daor wij in zaten weur verbouwd.
Geluden die wij heurden, ’t zachte soezen
van d’aovend, ’t tweedonker van vleermoezen,
het is veurbij, al was 't nog zo vertrouwd.

Wat is nog eigen as alles overal
het zölfde wezen mot, de tied gien kleur
meer kriegen wil en in gien dörp de geur
van heui de zummeraovend kruden zal.

Waor blief ik zölf met witte boord en handen,
waor heur ik thoes - met wel heb ik nog banden?

Oet: Onlaand


’t Leste

As ’t um het leste geet,
dat ogenblik van schien en wezen,
as locht gien locht meer is,
maor glaanzen dat verguldsel is, waorin nog eenmaol alles straolt,

laot mij dan kleine woorden lezen
die kalm ontstaot in ’t tussenlaand
van taol en die jij met je haand
umschrieft, de rimpels over
van mien vel

Oet: Tekens van gemis


Gelieksoortigheid

Gelieksoortigheid drung tot oes deur.
Wij weurden oet middeleeuws verbaand verlöst
en kwamen saomen in één grote kaomer.

Doe weur het leven identiek: De naom,
de burgerlieke staand, één grote noemer
kreeg oes kollektief. Het recht
dat zegevierde. ’t Kun niet anders gaon.

Het laand weur kaol, de akker slecht.
Grafheuvels blieft as vrumde rudimenten
wiezen naor ’n vergaone warkliekheid.

En oeze taol - die zachte, die het nunern
kende van een kind, het longern van een vrumde,
die weur beheerst deur het getal.
Het rekenwark was meerder as de stille zin
van oeze ingekrömpen woorden,
die wij aal meer verzwiegt.

Wij weurden zo ieselijk geliek, egaol,
zo identiek.
Gien man of vrouw, gien dood of leven,
alles wat anders is, was overdreven.

Gelieksoortigheid drung tot oes deur. Een lot
kwam bovendrieven, een vrumde god,
die oes gien vrijheid braachde
en gien broederschap.
Mandeligheid verdween.
Wij woont apart achter de blinde muren van oes gemis.
En oeze naobers weurden buren.

Oet: Onlaand


Ongewoon kerstfeest

Langzaom ontwaokt het dorp oet ’t gries bestaon
van de gewone weken. Ok wel niet wil
moet wal geleuven, der is wat aans op til,
diep-in wet elk: zo kan ’t niet wieder gaon.

Een boer betreurt de saomenvol van stille daogen,
dat e niet volop naor zien laand kan gaon.
Hij blef umslachtig bij zien trekker staon,
die op de deel wacht veur ’n lege waogen.

In ’t keuken zeg zien vrouw: wij doet maor niet
an kerst, wij slaot het één keer over, wij spaort
de vrede op, die kan tot volgend jaor bewaord.

Maor as de hemel opengeet, heurt zij het lied
dat mèensken vortrop oet heur daogelieks bestaon.
Ze zeg: kom, Rieks, zul wij oet kuiern gaon?


Info op woestenledig.nl d.d. 09 april 2010



De dag dat vader verdween

Gerard Nijenhuis heeft een nieuwe roman: De dag dat vader verdween. Het boek wordt vrijdag 9 april gepresenteerd in het gemeentehuis van Exloo; het eerste exemplaar wordt in ontvangst genomen door burgemeester Marco Out van Borger-Odoorn.

In De dag dat vader verdween vertelt Nijenhuis het verhaal van een burgemeesterszoon die zijn vader in de Tweede Wereldoorlog afgevoerd ziet naar Sint Michelsgestel en achterblijft met zijn zieke moeder. De zoon raakt bevriend met een dominee en ontdekt de herenliefde. Decor van de roman is een Drents dorp waarin Gieten herkend kan worden.

Kort na de presentatie treedt Nijenhuis op in de Literaire Hemel in café De Amer in Amen. Andere gasten zijn dan Ad van Liempt, historicus en maker van de televisieserie De oorlog, en Henk Tijssen auteur van De dominee van de NSB over W.Th. Boissevain (1880-1945).






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl