In en om Assen





Gerard Stout


Info op drentsetaol.nl

Gerard Stout (1950)

Gerard Stout wör geboren in Emmen in 1950. Hij gaf nao zien studie scheikunde in Grunning een jaor of wat les in Zambia. Tegenwoordig warkt e as docent bij de Noordelijke Hogeschool in Leeuwarden.

Gerard Stout schrif al vanof 1985 körte verhaolen, benaom in Roet. Hij is eein van de meeist productieve schrievers van Drenthe. Hij hef dreei novelles op zien naom staon: Zwak ies, Matglaozen dreum en Wanda. Veul te dooun was der over ’t deur Stout schreven Roet-nummer Eroetiek oet 1992.

Een koppel Drèentse schrievers kommen der in veur in erotische situaotsies. Niet elkeneein was der over te spreken. In 1999 hef Stout de SNS Cultuurpries van Drenthe veur literatuur kregen. In 2004 binnen de beste verhaolen van Stout deur ’t Drentse Boek verzaomeld in An de reize.

Stout zien proza is mangs luchtig, mor ok wel ies eernsachtig. Bij toeren geeit e met zien beschouwings tegen de stroom van Drèentse zelfgenoegzaomheid in, maor hij bruukt ok zölfspot in zien verhaolen. Stout speult met de taol en der steeit in zien proza vaok meer as der steeit. Al jaoren schrif e recensies over streektaolschrieverij in ’t Dagblad van ’t Noorden.

Begun 2005 hef Stout zien eigen oetgeverij opricht. Dizze oetgeverij heeit Ter Verpoozing. Wark van Stout dat aans misschie niet in de booukhandel terechtkommen was, kan noe toch oetgeven worden. Een Drèentse streekroman met de titel 'Wisseling van de wacht' was eein van de eerste boouken die der verscheen bij Ter Verpoozing. ’t Wör ankondigd as een roman met streken. ’t Boouk geeit over “nei leven, dood, zeeikte, familieperikels, draank en bliedschop en humor wisselt mekaar of.


Info op woestenledig d.d. 12 februari 2010

Gerard Stout scherpt zichzelf met streektaal

Nog geen jaar geleden won Gerard Stout (Erica, 1950) de DvhN Streektaalprijs met zijn novelle In paradisum. De winnaar had het prijzengeld nog niet nageteld of hij kondigde direct een vuistdikke roman aan, wederom in het Drents. Inmiddels is de eerste versie van dat boek – Ningtien – klaar. Bijna vijfhonderd bladzijden in de taal waar de thans in Peize woonachtige schrijver mee is opgegroeid.

Stout schreef zijn nieuwe boek naast zijn baan aan de Noordelijke Hogeschool in Leeuwarden. "Ik kan aardig snel werken," verklaart hij de vlotte totstandkoming. En: "Het winnen van de prijs, maar ook de reacties op mijn novelle hebben mij zeer geïnspireerd. Van In paradisum is gezegd dat het een mooi tijdsbeeld geeft, het is gebaseerd op het leven van mijn moeder. Nu vertel ik mijn eigen verhaal, het is een geromantiseerde biografie die zich afspeelt in de jaren zestig, zeventig en tachtig."

Romans in de streektaal zijn zeer zeldzaam – oorzaak is een gebrek aan schrijvers én aan lezers. "Mensen die streektaal spreken, zijn meestal geen lezers. Je mag blij zijn als er een paar honderd exemplaren worden verkocht." Op dit moment voert de schrijver gesprekken om Ningtien uitgegeven te krijgen. Daarnaast werkt hij aan een vertaling in het Nederlands; nog even en ook die is klaar.

"Een uitgever zou streektaalboeken ouder dan vijf jaar gratis beschikbaar moeten stellen als pdf-bestand, als eBook", oppert Stout. "En van jongere titels zouden fragmenten via internet vrijgegeven kunnen worden, zodat geïnteresseerden worden overgehaald het boek te kopen."
De markt is klein, maar dat wil niet zeggen dat er niets mogelijk is: "Ik ben ook voor gelegenheidsgedichten in de streektaal, gratis voor verjaardagen en in rouwadvertenties."

Donderdag wordt Stout in zijn woonplaats geëerd met een filmportret door Albert Haar, gemaakt in opdracht van het Huus van de Taol. Een kwart eeuw is hij nu actief in de streektaal. "Het Drents wordt steeds Nederlandser", constateert hij. "Dat heeft ook met de veranderende samenleving te maken. Vroeger kon je schrijven ‘zo lek as ’n teers’. Tegenwoordig weet niemand meer dat een teers een filter op de melkbus is. En de melkbus is ook al verdwenen."

Een krimpende markt mag geen reden zijn de pen stil te houden. "Ik ben begin jaren tachtig begonnen met schrijven in de streektaal toen ik in een boekhandel in Emmen tijdschrift Roet zag liggen. Dat moet ik ook kunnen, dacht ik. Wat ik instuurde, werd geplaatst. Daarna heb ik verhalen in het Nederlands gestuurd naar het Nieuw Wereld Tijdschrift en Hollands Maandblad. Daar kwam ik niet aan de bak. Het argument was dat ik niet bekend genoeg zou zijn."

Gerard Stout doet waar hij zelf zin in heeft. "Als ik schrijf denk ik niet aan een publiek", zegt hij. "Ik ben wel ijdel, maar er zijn andere manieren om die ijdelheid kwijt te raken. Het gaat mij om het spel met de taal – de subtiele verwijzingen. En het gaat om het ordenende principe. Of ik nu lees of schrijf, in streektaal of een andere taal, ik vraag mij voordurend af welke levensles ik er uit kan halen. Het schrijven scherpt ook mezelf."


Info op woestenledig d.d. 8 november 2011

Ningtien: een euro tussen dubbelties en kwarties

Gerard Stout (Erica, 1950) had als winnaar van de Dagblad van het Noorden Streektaalprijs in 2009 het podium nog niet verlaten of hij kondigde iets nieuws aan. Hij was begonnen aan wat de dikste Drentstalige roman ooit zou kunnen worden, vertelde hij met een oorkonde in de ene en een boeket bloemen in de andere hand. Iets anders dan zijn net bekroonde novelle In paradisum. Nog persoonlijker dit keer.

Binnen een jaar was die dikke Drent af. Ningtien heette het boek, goed voor bijna 500 bladzijden in het Drents uit Erica en omstreken. Kort daarop verscheen een Nederlandstalige versie, ook Ningtien geheten. Mocht uitgeverij Het Drentse Boek er niet aan willen, redeneerde Stout, dan kon hij zo door naar een Nederlandse uitgever. Dat laatste is – vooralsnog – niet gebeurd. Het Drentse Boek hééft Ningtien uitgegeven. In aangepaste vorm. Met bijvoorbeeld een grotere bladspiegel, zodat het nu ‘slechts' 360 bladzijden telt. Met op bladzijde 6 een noot waarin de uitgever opmerkt dat de titel van het boek niet conform de Drentse spelling is. Het Drents kent officieel geen ‘ningtien'. Wel een ‘niggentien' en een ‘negentien'.

Het gebruik van het woord 'ningtien' is in meerdere opzichten veelzeggend. Het geeft aan dat Stout zijn eigen ideeën heeft over wat wel en niet tot de Drentse taal gerekend moet worden.


Zijn Drents is geen taal uit oude woordenboeken, maar een toegankelijke, levende taal, die door iedereen gelezen kan worden. Drentse komaf is overbodig, beter is een open geest. In die zin kan zijn Nederlandstalige versie uit 2010, hup, de kast in. 'Ningtien' staat bovenal voor een geestesgesteldheid, halverwege naïeve verwondering en het confronterende inzicht. Kind af, bijna volwassen. Dát is wat in deze barstensvolle, zeker voor Drenthe belangrijke roman ‘over de ieuwige jeugd van Johannes de Mens' wordt beschreven. Hoe een jongen van het platteland zijn verleden achter zich laat en uiteindelijk het drama ontmoet dat het ware leven heet te zijn. De compositie die Stout zijn lezers voorschotelt is overzichtelijk: weken worden maanden, maanden worden jaren.

Soms schiet het leven in deze kroniek van Johannes de Mens vooruit, zoals na de vroege dood van zijn moeder. Soms gaat het opvallend traag, als wordt beschreven hoe een kwarktaart in een koelkast naast een fles terpentine binnen anderhalf uur van smaak verandert. Tel daar bij op dat Johannes in de eerste helft van Ningtien nauwelijks tegenwind krijgt. Hij is verlegen en kent onzekerheid, maar traumatisch hinderen doet het hem niet. Alles overkomt hem: zijn schoolprestaties, zijn ontluikende seksualiteit. Stout zet een nieuwsgierige puber en student neer, die echter nauwelijks in staat lijkt tot soepel sociaal contact. Illustratief zijn de dialogen: mededelingen en conclusies die heen en weer kaatsen.

In grove streken laat het leven van Johannes de Mens zich aldus samenvatten: scholier uit Erica gaat naar de kunstacademie in Groningen, stapt over op een studie chemie, vertrekt met een Poolse vriendin naar Afrika, wordt gemeenteraadslid in Emmen, verhuist naar Eelde en wordt docent in Leeuwarden. Als Johannes 40 jaar is wordt hij voor het eerst verliefd, op een vrouw uit een contactadvertentie. Ze krijgen een kind. Spanning kent Ningtien weinig, wel veel stuwing. Het levert uitermate intrigerend proza op, ook omdat het verhaal zo'n veertig jaar bestrijkt, van begin jaren zestig tot in het nieuwe millennium. Gedetailleerd schetst Stout het verloop van die tijd, zonder dat er echt veel verandert.

Precies zoals het in de werkelijkheid gaat: we staan er bij en kijken er naar, maar zien het pas als het voorbij is. Opvallend is de rol die seks in Ningtien speelt. Seks is onweerstaanbaar en altijd beschikbaar. Niet alleen in het fietsenhok, maar ook in de jongenskamer waar Johannes wordt bezocht door zijn stiefmoeder, een uitgetreden zuster die zich over zijn dementerende vader heeft ontfermd. Seks staat nooit ter discussie. Als de oudere zus van Johannes achter de ramen belandt, wordt dat ter kennisgeving aangenomen en behoudt zij haar status. Het lichaam is sterker dan de geest, luidt de boodschap van de lustschrijver Gerard Stout. Mede aan die moraliteit ontleent Ningtien het karakter van een schelmenroman.

Je zou het een Drentstalige Ik Jan Cremer kunnen noemen, ware het niet dat de hoofdpersoon over minder bravoure en meer intellect beschikt. Ningtien is veel beter geschreven dan Ik Jan Cremer. Diepzinniger, filosofischer, erudieter. Wat ook best mag, vijftig jaar na dato. Het verschil zit in de kentering, als Johannes vastloopt in de verwezenlijking van zijn achteloos verzamelde idealen. Als gemeenteraadslid wil hij nieuwe straten vernoemd krijgen naar verzetshelden als Ghandi, Mandela, Neto en Cabral. De meerderheid kiest voor huis-, tuin- en keukenvogels. Hoewel het echte drama nog moet komen, kan het leven van Johannes daarna niet langer onschuldig blijven. Maar wat volgt er na het verlies van onschuld? Verslagenheid? Berusting? Een daad?

In Ningtien wordt Drenthe afgeschilderd als een land van dubbelties en kwarties. Wie iets wil leren, kennis wil maken met kunst en wetenschap, moet naar Groningen. Wie iets wil zien, moet de grens voorbij – op de fiets Europa in, met het vliegtuig de evenaar over. Wie carrière wil maken, moet de provincie uit. Op Drentse bodem komt weinig van de grond. Dat geldt evenzeer de Drentstalige literatuur. De laatste Drentstalige roman, Het verbörgen leven van Gerard Nijenhuis, stamt uit 2004. Daarna is het Drents vooral levend gehouden middels novellen, verhalen en columns, liedteksten en poëzie. Waar niets mis mee is; die korte baan past bij de snelheid van deze tijd.

Maar een taal is pas echt literair volwaardig als het serieuze, hedendaagse romans oplevert die op indringende wijze over onze werkelijkheid vertellen. Ningtien is zo'n roman. Is daarmee ook de Drentse taal literair volwassen? Het antwoord op die vraag luidt ontkennend. Daarvoor verschijnen er domweg te weinig Drentstalige romans. Om het Drents volwassen te noemen, moeten er na Ningtien nog veel meer aangrijpende romans geschreven worden. Gerard Stout bewijst dat het kan. En dat het de moeite waard is.


Info op woestenledig

Zestien jaar geleden schudde Gerard Stout de Drentse schrijverij op met de pornografische verhalencyclus Eroetiek. Vorig jaar deed hij dat opnieuw, met het veel kuisere In paradisum, een in intelligent Drents geschreven novelle over de laatste dagen van een hoogbejaarde vrouw. We lezen over haar leven en liefdes, haar jeugd, haar kinderen en mannen. Over Zuidoost-Drenthe voor en na de oorlog en vooral hoe het is om ouder te worden en los te laten.

In paradisum kent een listige structuur waarin volop naar de Bijbel wordt verwezen, op een volwaardige manier: kritisch, maar zonder rancune. Bijzonder is ook dat Stout er in is geslaagd een generatie te karakteriseren die de overvloed heeft zien ontstaan maar daar nooit ten volle gebruik van heeft willen maken – uit schroom en schuchterheid.

Ooit waren mensen karig met woorden en was taal bijzonder, vertelt de schrijver. Dankzij In paradisum zijn we ons daar weer volledig van bewust.


Info op Literatuurlog; 29 april 2009. Artikel van Coen Peppelenbos

God spreekt Drents

Enkele weken geleden won Gerard Stout de Dagblad van het Noorden-prijs voor literatuur. Daniel Lohues won de prijs voor de beste cd. Toevallig waren beide winnaars medewerkers van het Dagblad van het Noorden. Daar maakte ik een blogje over met een licht ironische ondertoon. Dat Lohues de prijs won kon ik zeer billijken, maar dat Gerard Stout met een prijs wegliep niet.Ik kende Stout van mijn werk waar hij als ingezondernbrievenschrijver mij eens vergeleek met Wilders na een column die hem niet aanstond. Hoe kan een man die niet eens de ironie in een column begrijpt weglopen met een prijs? Het prijswinnende boek In Paradisum had ik niet gelezen. Dat werd mij, terecht, verweten door mensen die reageerden op mijn blog.

Inmiddels heb ik het boek wel gelezen en ik moet mijn mening herzien. In Paradisum is het verhaal van Engeltie Volken. Ze is oud en op en ligt op sterven. Haar man Henderk is al 24 jaar eerder overleden. Het boekje van Stout beslaat inclusief veel witpagina's zo'n zeventig bladzijden. In zeven dagen blikt Engeltie terug op haar leven. Zes dagen terwijl ze ligt te versterven in bed, omringd door haar kinderen, de zevende dag in de hemel waar ze in gesprek komt met God. In die zes dagen dat ze nog op aarde is, overdenkt ze haar hele leven. Haar ietwat harde jeugd, waar ze onwetend werd gehouden over de liefde. Haar eigen koppigheid in het gezin. De tijd na Henderk, het overspel, de oorlog - alles komt even langs.

Nergens word je erg verrast door de gebeurtenissen, maar Stout weet de vaart er wel in te houden en bezondigt zich niet teveel aan weemoed en sentiment. Daarvoor is Engeltie een te dwarsige vrouw. Helemaal geloofwaardig is het boek niet, soms zegt ze dingen die haar tot een intellectuele vrouw maken (die zelfs Nietszche kent), maar haar reactie op haar homoseksuele zoon is zo benepen dat het onwaarschijnlijk wordt dat het om een en dezelfde vrouw gaat. Uit de rest van haar levensverhaal blijkt ook niet een enorme culturele bagage behalve dan de kennis die ze heeft opgedaan tijdens tochtjes met meneer Van Essen, die zich na de dood van haar man over haar ontfermd heeft.

Stout weet echter wel het leven van een vrouw uit Drenthe te evoceren en dat doet hij in een taal die makkelijk te volgen is. Dit was mijn eerste Drentse roman en ik had geen problemen om het verhaal te volgen. Het enige nadeel aan het boek is het einde. Van een realistisch boek stap je opeens over naar een satirisch surrealistisch tafereel in de hemel. God komt ook nog even langs om met Engeltie haar leven door te nemen en gelukkig spreekt hij Drents. En hij maakt grapjes.

'Kiek Engeltie. Ik heb de wereld in zeuven dagen maakt. En elke dag zee Ik dat het goed was. De zesde dag maakte Ik de mèensen. Dat was een krappe planning. Ik had der beter eerder met begunnen kund. Moar dat is achterof. Op eerde zegt lu: Achterof kiek ie een koe in de kont. Maor hier in de hemel: achterof, dat bestiet niet veur Mij.' Dat is een beetje jammer, omdat de toon van de rest van het boek dan niet volgehouden wordt. Desalniettemin: In Paradisum is het beste Drentse boek dat ik ooit gelezen heb.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl