In en om Assen



Gerard van de Weerd



Info op woestenledig.nl d.d. 27-10-10


Gerard van de Weerd verliest zich in het schilderen

Gerard van de Weerd (Hoogeveen, 1952) exposeert tot half november 26 van zijn nieuwste schilderijen bij Galerie Wildevuur in Hooghalen. Daarnaast werkt hij (foto Gerrit Boer) samen met Herman van Hoogdalem, Flip Gaasendam en Hendrik Elings in Het Kasteel in Coevorden aan een muurschildering naar de Slag bij Ane.


Hoogeveen

"Toen mijn vader in 1947 terugkeerde van de politionele actie in Nederlands-Indië solliciteerde hij naar een baan in Weesp én naar een baan in Hoogeveen. Hij correspondeerde destijds met mijn moeder, die in Emmen is geboren. Omdat zij in Hoogeveen woonde, werd het Hoogeveen. Ik ben enig kind. Mijn vader werkte eerst bij een blikfabriek, toen bij Philips en daarna als werkmeester bij Howerco. Hij speelde amateurtoneel, was ook regisseur en kon aardig tekenen."


Flipje

"Als jongen hield ik erg van tekenen en tekeningen: de schoolplaten van Jetses en Isings, de Donald Duck, Flipje van Tiel. Ik ben echt een beeldfiguur. Regelmatig werd ik door mijn oma aan vaderskant meegenomen naar het museum, naar het Rijksmuseum en naar Singer in Laren. Breitner, dat vond en vind ik fantastisch. Met m'n neus bovenop zo'n schilderij naar die dikke klodders verf kijken."


Bankwerker

"School was een ramp. Het interesseerde mij niet. Ik wilde niet in de bankjes, ik wilde naar buiten. Na de lagere school ging ik naar na Ulo, daar bleef ik in het eerste jaar zitten. Waarop mijn vader mij naar de technische school stuurde en ik uiteindelijk mijn diploma bankwerker heb gehaald. Vervolgens naar de detailhandelsschool, maar dat wilde ook niet. Alleen voor tekenen, reclame-illustratie en kunstgeschiedenis haalde ik voldoendes."


Heftruck-chauffeur

"Na de middelbare school heb ik verschillende baantjes gehad: in een supermarkt, in een magazijn, een autowasserij. Ik vond het wel best, ik lag er niet wakker van. Via mijn vader kreeg ik een baantje in de Philipsfabriek aan de lopende band: mixers in elkaar zetten. Later mocht ik een opleiding volgen als heftruck-chauffeur. In 1994 ben ik halve dagen gaan werken bij Philips, en daarnaast bij ICO en Scala docent portret- en modeltekenen geworden, ook zat ik in de redactie van tijdschrift Atelier."


Minerva

"Op mijn achttiende trouwde ik mijn eerste vrouw; ze was zwanger. Ik wilde wel graag schilderen, werd ook lid van een schilderclubje, maar er moest gewerkt worden. Toen ik 22 jaar was, ben ik naast het werk en het gezin – we hebben drie dochters gekregen – naar de zaterdagschool en vervolgens naar de avondacademie van Minerva gegaan. Kreeg ik les van mensen als Ben van Voorn, Jan van Loon en Matthijs Röling. Drie avonden in de week, vijf jaar achtereen. Ik voegde me naadloos. Ik heb al die jaren één les gemist. Het was nog een heel gedoe om toegelaten te worden. Je moest minimaal Havo hebben gedaan en ik had alleen mijn diploma's bankwerker en Mavo. Ik ben toegelaten bij gebleken geschiktheid, zoals dat zo mooi heet."


Abstract

"Toen ik bij Minerva op de zaterdagschool zat, wilde ik graag abstract schilderen, maar ik begreep het niet zo goed. Totdat Anton Buytendijk mij er op wees, dat het helemaal niet erg was. Hij zei: ‘Als je een vaas wilt schilderen, moet je er voor zorgen dat je rand van de hals kunt zien én de bodem van de vaas. Alles wat daar tussen zit, maakt dan niet uit.' Toen begreep ik het ineens. Ik heb veel geluk gehad met mijn docenten. Op de avondacademie zeiden ze: ‘Je bent hier niet om succes te krijgen. Je bent hier om lekker te schilderen.' "


Modellen

"Ik ben begonnen met het schilderen van landschappen, zoals vrijwel iedereen. Tegenwoordig schilder ik veel naar model, maar bewandel ik ook zijwegen. Zo heb ik een reeks schilderijen van geisha's op olifanten gemaakt. Wat mij aanspreekt in zo'n onderwerp is op de eerste plaats de sfeer. Maar het zijn ook de kleuren en de kleding, de haartooi – allemaal dingen met een diepere betekenis waar je als schilder naar op zoek moet."


De Hooghe Kamer

"De Hooghe Kamer is door Jan Geert de Boer opgericht om liefhebbers van figuratieve kunst en kunstenaars met elkaar in contact brengen. Vaak deden we dat met kunstproeverijen op locatie: bij kunstenaars in hun ateliers, maar ook andere plekken. Een lezing, presentatie van nieuw werk, eten en drinken, praten over kunst. Met de proeverijen zijn we deze maand na tien jaar gestopt. We hebben ons doel bereikt, vinden we. Figuratieve kunst wordt tegenwoordig gewaardeerd, de formule van de proeverij wordt zelfs gekopieerd. We gaan nu andere dingen doen."


Edouard Vuillard

"Edouard Vuillard (laatimpressionist uit Frankrijk 1868 - 1940, red.) is een grote inspiratiebron voor me. In 1991 las ik bij toeval op zondagmorgen in de krant over een expositie met zijn werk in het Van Gogh Museum. Het was de laatste dag. Ik ben meteen naar Amsterdam gereden. Bij binnenkomst ben ik naar de museumwinkel gelopen, heb ik een boek en poster gekocht, en daarna de expositie bekeken. Na een kwartier moést ik naar huis. Schilderen. Zo snel mogelijk."


Wall of Fame

"In De Tamboer zag ik een affiche hangen van de voorstelling Wilhelmina met Anne-Wil Blankers. Het beeld sprak mij zo aan dat ik haar voor een portret heb gevraagd. Daarna heb ik hetzelfde gedaan met Youp van 't Hek, ook van hem heb ik een groot portret gemaakt. Twee jaar geleden volgde Liesbeth List. Bedoeling is in totaal zes schilderijen te maken van artiesten die in Hoogeveen hebben opgetreden. Ze krijgen een plek aan de Wall of Fame in De Tamboer."


Frank Boeijen

"Naast schilderijen maak ik graag boeken. Kerels van het hoge veen is ontstaan nadat ik met Herman van Hoogdalem een groot schilderij van veenarbeiders had gemaakt. De schrijver Jan Veenstra beweerde dat hij de kerels op dat schilderij bij naam kende en heeft er toen verhalen bij geschreven. Voor mijn derde boek, Verstilde schoonheid, heeft Frank Boeijen speciaal een tekst gemaakt: De streken van de meester. Een jaar geleden belde hij op: of hij die tekst voor zijn cd Camera mocht gebruiken. Prachtig toch?"


Handle with care

"Op een dag moest ik de zoon van mijn vrouw naar gitaarles brengen. De leraar, Gijs Kos, wilde leren schilderen en dus sloten we een deal. Daardoor speel ik ook gitaar. Sinds twee jaar zit in een bandje: Handle with care. We treden vier keer per jaar op, dat gesleep met spullen daar hou ik niet van, maar we repeteren iedere veertien dagen. Dat moet ook wel. Net als schilderen moet je het bijhouden, anders wordt het geploeter. Je moet je er helemaal in kunnen verliezen, want dat levert de mooiste dingen op."



Artikel van Tjakko Kars in ‘Kijk op het Noorden'. 'De schilderende Drent Gerard van de Weerd uit Hoogeveen':


‘Mijn huidige olieverven zijn meer doorwerkt


Hij oogt op het eerste gezicht wat terughoudend. Zijn ‘kunstambassadeur’ Jan-Geert de Boer werd tijdens hun eerste contact getroffen door de ‘rustige manier van benaderen’ die hij uitstraalde. Wie Gerard van de Weerd (55) uit Hoogeveen - ‘ik ben een schilderende Drent en geen Drentse schilder’ - echter wat beter leert kennen, zal al snel concluderen dat zijn weloverwogen spreektrant wordt gecombineerd met een onderhuids gevoel voor humor. Zijns inziens het gevolg van de genen van zijn Amsterdamse vader.

Bovendien heeft Van de Weerd al in een vroeg stadium ervaren om met beide benen midden in de maatschappij te (moeten) staan. Hij is wars van iedere vorm van opsmuk en dat maakt de conversatie wel zo eenvoudig en ook genoeglijk. Zijn professioneel kunstenaarschap werd voorafgegaan door een carrière in het bedrijfsleven: hij werkte aan de lopende band en was gediplomeerd heftruckchauffeur bij de inmiddels opgeheven Philips-vestiging in zijn geboorte- en woonplaats. Een langdurig dienstverband van zo’n 32 jaar. ‘Het was een heel gezellige periode’, zegt hij nu, ‘en ik had geweldige collega’s.’ Collega’s en ook leidinggevenden die hem de avondopleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten Minerva in de stad Groningen en zijn eerste schreden op het pad van het zelfstandig schilderschap van harte gunden.

Gerard van de Weerd heeft zich in de afgelopen jaren ontpopt tot een van de succesvolle exponenten van de hedendaagse Nederlandse figuratieven en realisten. Niet alleen gewaardeerd in het noorden van het land, maar ook daarbuiten. Dankzij zijn relaties met onder andere Galerie De Twee Pauwen in Den Haag, Museum + galerie Van Lien in Fijnaart en het Museum en galerie MØhlmann in Venhuizen, waar zijn werk regelmatig werd en wordt geëxposeerd en verkocht, kreeg hij landelijke aandacht. ‘Ik vermoed dat ik, om even een vergelijking te maken, bekender in Den Haag dan in Groningen ben’, zo wordt er enigszins aarzelend betoogd. Toch zal Van de Weerd zijn Drentse achtergrond nooit verloochenen.


Vanaf het eerste moment voelde het goed op de academie.

Al in 1983 exposeerde hij in het Drents Museum, dat werk van hem in de collectie heeft opgenomen, en hij heeft een warme band opgebouwd met conservator Harry Tupan. Bovendien waren en zijn zijn olieverven in Noord- Nederland te zien bij De Hooghe Kamer in Hoogeveen, Galerie Wildevuur in Hooghalen en bij Galerie Wiek XX in Nieuweschans. Als kind was Van de Weerd bezeten van tekenen. Het weekblad Donald Duck was een van zijn eerste inspiratiebronnen. Hij kon ‘heel moeilijk stilzitten’ en dat betekende dat hij na twee dagen de plaatselijke kleuterschool al voor gezien hield. Met geen stok was hij naar de fröbelschool te bewegen.

Op de lagere school draaide de juf in het klaslokaal de wandplaten van Jetses en Isings om, zodat de kleine Gerard niet werd afgeleid. ‘Ik hield en houd van plaatjes. Een boek is voor mij alleen interessant als er een groot aantal illustraties in staat, ik ben dus ook een grote liefhebber van stripboeken.’ Al dat geleer vond hij destijds maar niks. En om nog even bij de plaatjes te blijven: in zijn kinderjaren bezocht hij met zijn oma het Rijksmuseum in Amsterdam en het Singer museum in Laren en dat maakte een onvergetelijke indruk. De jeugdige Hoogevener ging na de basisschool naar een aantal instellingen van het vervolgonderwijs, rondde als machinebankwerker de lagere technische school af, volgde nog enige tijd de lessen op de vakschool voor detailhandel (‘het vak kunstgeschiedenis vond ik erg leuk’) en hij kwam op zestienjarige leeftijd in de productiehallen en magazijnen van Philips terecht.

Maar zijn interesse voor het tekenen en het schilderen bleef onverminderd groot. Vandaar dat hij zich in 1976 inschreef voor de avondopleiding vrije schilderkunst in Groningen. Drie avonden in de week en op vrijdagavond een verplicht uurtje kunstgeschiedenis. ‘In 1981 studeerde ik af. Van de 24 cursisten bereikte een tiental, waaronder Flip Gaasendam en Sam Drukker, met succes de finale. Vanaf het eerste moment voelde het goed op de academie. We hadden het geluk dat we heel goede docenten hadden. Onder andere Matthijs Röling, Wout Muller, Jan van Loon, Ben van Voorn en Folkert Haanstra. Zij gaven ons veel bagage mee. In het bijzonder Ben van Voorn, zonder de overigen tekort te doen, heeft me veel bijgebracht.


Mijn penseelvoering is en blijft herkenbaar

’ Een belangrijk vak tijdens deze opleiding was het aquarelleren en deze schildertechniek heeft een stempel op de werkwijze van Van de Weerd gedrukt. ‘Je kunt dat nog altijd in mijn olieverven terug zien. Je leert trefzeker een opzet voor een schilderij te maken. Het moet in één keer goed zijn. Die technische snelheid van mijn handschrift is essentieel.’ Hij wil in zijn fraaie en royale atelier in het centrum van Hoogeveen, direct naast zijn woonhuis, ‘lekker schilderen’ en ‘schuwt geen middel’ om zijn doel te bereiken. Dat is, zo stelt hij, zijn onderscheidend vermogen. ‘Een mooie ondergrond vind ik ook heel wezenlijk. Oude en veelal onafgemaakte doeken, waarover hij niet of onvoldoende tevreden was, worden dan ook zelden weggegooid. ‘Daar zit toch sfeer in, ik kan ze later weer gebruiken.’ De schilderende Hoogevener kent een strak en gedreven werkritme.

Wie mocht denken dat hij als het ware fabrieksmatig produceert, wordt door hem stante pede gecorrigeerd. Als het lekker loopt, zet hij zijn werk veelal weg om er even afstand van te nemen. ‘Een amateurschilder, met alle respect, fietst in één keer door, een professional voelt aan dat hij moet stoppen. Dat is het grote verschil.’ Een goed schilderij bestempelt hij als een creatie ‘waarvan ik achteraf eigenlijk niet goed meer weet hoe ik het heb gedaan’. Zijn volgende werk is dan weer totaal anders. ‘Maar mijn penseelvoering is en blijft herkenbaar, dat is mijn karakteristieke kenmerk.’ Toch zijn zijn techniek en stijl voortdurend aan veranderingen onderhevig. ‘Je verschuift en elk thema vereist een andere aanpak. In vergelijking met vijf jaar geleden werk ik anders en dat is te zien.

Mijn huidige olieverven zijn meer doorwerkt, meer verflagen over elkaar, ze zitten dikker in de verf.’ Hij maakt dan ook gebruik van schuurmachines, verfbranders en -krabbers om het ultieme doel te bereiken. ‘Ik ben continu op zoek naar nieuwe onderwerpen. Ik ga nooit en te nimmer op de automatische piloot verder.’ Creativiteit en technisch vakmanschap zijn en blijven voor hem absolute prioriteiten en hij werkt nog steeds met een ongekende bezieling en inspiratie. Hij moet dus schilderen. ‘Ik kan me herinneren dat ik in het Van Gogh Museum eens een expositie van de Franse laatimpressionist Edouard Vuillard bezocht. Eenmaal binnen kocht ik onmiddellijk een boek over hem en vervolgens liep ik langs zijn schilderijen.



Durven weglaten is veel moeilijker dan men denkt

Niet voor lang, want ik dacht: allemachtig, ik moet hier weg, ik moet naar huis, ik moet zelf schilderen.’ En tijdens een bezoek aan een grote stad vindt hij het niet verstandig om een winkel met schildersbenodigdheden binnen te stappen. ‘Als ik daar de lijnolie ruik, wil ik meteen terug naar Hoogeveen.’ In het boek ‘Gerard van de Weerd fluisteren in verf’, uitgegeven door Museum van Lien in het kader van een overzichtstentoonstelling, die mede in het kader van zijn 50ste verjaardag stond, meldt de schilder dat hij ‘een hekel aan routine heeft’ en vandaar dat ‘ieder schilderij altijd anders moet zijn’. Rob MØhlmann tekende kernachtig aan: ‘Gerard van de Weerd, een man van weinig woorden, met een buitengewone opmerkingsgave en een wondermooie schildertechniek, die gewoon schildert wat hij mooi vindt’.

Het licht in en de transparantie van zijn werk worden ‘indrukwekkend’ genoemd. Kunstrecensent Wim van der Beek bestempelde hem in het boekwerk ‘Onder de huid Gerard van de Weerd’ als een ‘verfverslaafde’. ‘Every inch a painter’ die altijd kritisch op zijn werk is. En tegen kunstkenner Janna van Zon, die hem ervaart als een ‘sfeermens’ verklaarde hij: ‘Ik ben een olieverf mens (…) Durven weglaten is veel moeilijker dan men denkt (…) een schilderij heeft spanning nodig, het moet emotie oproepen’. Van de Weerd, zowel ambachtsman als kunstenaar, heeft in de loop der jaren tal van thema’s uitgekozen en uitgewerkt. Van (winter)landschappen, schepen, modellen en ballerina’s tot geisha’s, olifanten, (atelier)interieurs en portretten.

Van groot tot klein en steeds weer uitgediept. ‘Als het goed is moet je stoppen met een thema. Dan heb ik het zo’n beetje gehad.’ Ondanks de verkoopsuccessen van zijn serie geishaportretten en ondanks de op hem uitgeoefende druk om door te gaan, hield hij voet bij stuk. ‘Ik wist zo langzamerhand wel hoe het moest.’ Tijdens zijn structurele zoektochten naar afwisseling en variatie heeft hij zich gedurende de jaren ’90 ook nog als auteur voor het magazine Atelier (voor de serieuze amateur) gemanifesteerd. In zijn artikelen ontpopte hij zich als een plastisch schrijver die zijn onderwerpen tot op het bot ontleedde. ‘Ik kan goed schrijven, althans dat werd me verteld.


‘Weet je dat ik vroeger eigenlijk filmregisseur wilde worden'?

Bovendien moest er brood op de plank komen.’ In 2001 liet de schilder de Philips-werkvloer definitief achter zich. ‘Ik maakte er successievelijk steeds minder uren en ik heb in de laatste twee decennia van de vorige eeuw tal van bijverdiensten gehad om financieel het hoofd boven water te kunnen houden. Uiteindelijk konden we leven van de verkoop van mijn werk. We hebben overigens nooit serieus overwogen om naar de Randstad te verhuizen. Het is me er te druk. Bovendien wil ik niet ontkennen dat ik geluk heb gehad door op het juiste moment die mensen te ontmoeten die mij verder hebben kunnen helpen. Het waren de juiste mensen op de juiste plaats.’

Van de Weerd is continu gespitst op nieuwe uitdagingen, op nieuwe mogelijkheden en perspectieven. In deze context kan ook zijn samenwerking met collega’s worden genoemd. Samen met Flip Gaasendam vervaardigde hij enkele monumentale olieverven: ‘De wonderlijke reizen I en II’. En met Herman van Hoogdalem, die hij heeft leren kennen als lid van de Noordelijke Aquarellisten, schilderde hij onder meer ‘De Kerels van het hoge veen’, een vierluik van 2,10 x 5,20 meter dat werd aangekocht door de verzekeraar Univé OBM Hoogeveen. Met dezelfde Van Hoogdalem maakte hij in het kader van het 60-jarig bestaan van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) een aantal schilderijen dat in het teken staat van de vaderlandse olie- en gasindustrie.

‘Je maakt via zo’n opdracht kennis met een industriële sector waar je nauwelijks iets, of beter gezegd niets vanaf weet. Het werkt heel grensverleggend en verfrissend.’ Het werken met collega’s ervaart Van de Weerd als inspirerend. ‘Je leert van elkaar, waarbij we elkaar alle vrijheden geven.’ Met Van Hoogdalem wil hij nu een serie modellen met Venetiaanse maskers op het doek gaan zetten waarvoor inmiddels een uitgebreide fotosessie is gemaakt in de tuin van Galerie Wildevuur. Bijzonder is het gegeven dat Gerard van de Weerd, bijgestaan door zijn altijd op de achtergrond aanwezige partner en ‘muze’ Ilse Buré, zijn artistieke creaties regelmatig in boekvorm presenteert.

Goed beschouwd een slimme (gesponsorde) promotionele activiteit. ‘Daar is niets mis mee, het is een hobby en het werkt super’, zo constateert hij. ‘Volgend jaar geef ik een nieuw boek uit met al mijn recente modelschilderijen en Harry Tupan verzorgt de tekst. Daar kan ik me nu al op verheugen.’ Ten slotte nog een - achteloze - bekentenis: ‘Weet je dat ik vroeger eigenlijk filmregisseur wilde worden. Dat leek me geweldig. Maar het is er nooit van gekomen. Helaas? Och… dat weet ik niet, maar ik moet en zal zeker niet zeuren.’


Bezoek hier de website van Gerard van de Weerd


Naar boven




© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl