In en om Assen





De geschiedenis van de TT
Periode 1925 - 1970


Bronvermelding:
'Honderd jaar Drenthe, de Drenten en hun TT'. Tekst Ton Kruis en Bertus Streutker. Uitgeverij Waanders b.v. Zwolle 1992.
ISBN 90 400 0142 1


Motorclub Assen en Omstreken

Op 11 juli 1925 stond de commissaris der koningin in de provincie Drenthe in het zwart gekleed op de Brink van Rolde. Mr. J.T. Linthorst Homan zag een jarenlang gekoesterde wensdroom in vervulling gaan. Tot dan toe waren wegwedstrijden in Nederland bij de wet verboden geweest. De sportieve vertegenwoordiger van Hare Majesteit - zelf was hij een enthousiast motorrijder - had met vreugde geconstateerd dat artikel 21 van de Motor- en Rijwielwet in 1924 de mogelijkheid bood om ontheffing te geven. De in 1922 opgerichte Motorclub Assen en Omstreken maakte dankbaar gebruik van die mogelijkheid toen in het kader van een werkgelegenheidsproject een stuk weg was aangelegd bij Borger. Zo ontstond een aaneengesloten wegendriehoek van 28,4 kilometer lengte tussen de dorpen Rolde, Borger en Schoonloo.


Beelden van de eerste TT op het circuit bij Assen in 1926 met van links naar rechts op de voorgrond Bieze, Raangs en Van de Weel. De start en finish zijn door de jaren heen ongeveer op dezelfde plaats gebleven (Spaarnestad Fotoarchief).


Racen in een geleende broek

Hoofdredacteur Koolhaas Revers van het blad 'Het Motorrijwiel en de Lichte Auto' had kennelijk aarzeling bij het initiatief dat in een paar weken van de grond was gekomen. Hij vond het in ieder geval nodig om via een hoofdartikel een waarschuwende vinger op te steken: 'Heren in Drenthe, onderschat dit karwei niet!' De financiële middelen waren beperkt. De penningmeester had precies twee en een halve: cent onder beheer. En de risico's waren groot. In het traject zat een stuk zandweg waar de rijders elkaar niet mochten passeren, omdat anders gemakkelijk ongelukken zouden kunnen gebeuren. Een paar duizend bezoekers keken geboeid toe. Frans Vermaak zorgde op zijn AJS mei een gemiddelde snelheid van 93,1 km per uur die dag voor de snelste ronde in de 350cc klasse. Deze waaghalzerij moest hij bekopen met een valpartij bij Grolloo waarbij zijn leren pantalon ernstig werd beschadigd.

Met een geleende broek van een inwoner van het dorp werd de wedstrijd echter onverdroten voortgezet... 'Opa' Dieters, een van de bestuursleden van het eerste uur, moet meteen na afloop hebben beweerd dat een traditie in het verschiet zat: 'Let op mijn woorden. We trekken nog wel eens meer dan 30.000 man publiek. En ooit zal Assen baden in een zee van licht.' Minder waardering was er bij de boeren langs het parcours. Zij hadden ernstige klachten, omdat de melkopbrengst van de koeien door het motorgeweld drastisch zou zijn teruggelopen. De kippen schenen zelfs van de leg te zijn geraakt. Het was voor de motorsportbestuurders geen beletsel om door te gaan. Wel verhuisden ze het volgende jaar de wedstrijd naar een circuit in de gemeenten Assen en Beilen. Dat lag tussen Assen, Hooghalen, Laaghalerveen en De Haar en was ruim zeventien kilometer lang.


De Dutch TT

Het is nauwelijks voor te stellen dat de toegestane maximumsnelheid voor een motorfiets op de openbare weg ooit eens werd vastgesteld op twintig kilometer per uur. Sneller rijden werd als roekeloos beschouwd en met een forse geldboete bestraft. Is het dan vreemd dat de echte enthousiastelingen in die dagen op zoek gingen naar gelegenheden waar ze het gas wat verder konden opendraaien? Engeland was rond de eeuwwisseling een van de belangrijkste producenten van motorrijwielen. Races op een openbare weg waren in het land verboden, maar op het autonome eiland Man in de Ierse Zee kregen de initiatiefnemers de volledige medewerking van de lokale overheid. Daar ging in 1907 de eerste motorrace onder de naam TT van start. De naam was afgeleid van 'Tourist Trophy': de grote beker die Markies de Mouzilly St Mars voor de eerste race op Man beschikbaar stelde.

Naast initiatiefnemer van deze wedstrijd was hij daar-voor in 1904 ook al mede-oprichter van de overkoepelende internationale motorsportbond, de Fédération Internationale des Clubs Motocyclistes (de voorloper van de huidige FIM, de Fédération Internationale des Motocyclistes). De bond had toen als belangrijkste doelstelling de zorg voor een eensluidende. reglementering bij internationale motorwedstrijden. De races op Man kregen navolging in tal van andere landen waarbij men ook de naam TT overnam. Na protest van de Engelse organisatie bij de internationale bond mocht uiteindelijk alleen Assen bij wijze van hoge uitzondering de naam TT blijven voeren. Sinds 1936 heten de races in Drenthe dan ook: 'Grote Prijs van Nederland der KNMV (Dutch TT)'.

In het jaar 1934 was er voor het eerst een Europees kampioenschap ingesteld. Ieder jaar werd in een ander land een wedstrijd verreden, waarvan de winnaar in elke klasse zich kampioen van Europa mocht noemen. Bij het tweede lustrum van de Asser TT-races in 1934 was het de beurt aan de Drentse organisatoren om deze Grote Prijs van Europa te organiseren. In 1938 werd het puntensysteem ingevoerd en moesten er voor het eerst acht wedstrijden worden verreden waar punten konden worden gehaald voor het kampioenschap. Na 1949 werd er gestreden om het wereldkampioenschap, zoals we dat tegenwoordig nog steeds kennen, hoewel de puntentelling later nog herhaaldelijk zou veranderen.


Na afloop van de TT-races zat het verkeer in de Asser binnenstad binnen de korste keren muurvast. Een blik op de Nassaulaan eind jaren twintig (fotoarchief DMA)


Assen-Hooghalen v.v.

Op 26 juni 1926 ging men voor het eerst van start bij De Haar. In Hooghalen en Laaghalerveen waren tribunes gebouwd. Ruime parkeergelegenheid stond de bezoekers ter beschikking In totaal was een bedrag van meer dan 15.000 gulden geïnvesteerd. De organisatie had uiteindelijk een strop van 5000 gulden, omdat er slechts 2600 kaartjes werden verkocht. De toeschouwers zagen de Belg Craet razendsnel over het parcours gaan. Hij moest zijn Lady in de 250cc klasse onderweg twee keer stilzetten om de carburateur schoon te maken. Daarom werd hij geen eerste in het klassement, maar eindigde hij slechts als vierde. In de 350cc klasse was Bertus van Hamersveld op een water-gekoelde tweetakt Gillet de grote favoriet. 'De bougiespuwer' zoals de bijnaam van de motor luidde, moest af en toe een nieuwe bougie hebben en kreeg in de laatste ronde een gebroken benzineleiding.

Daardoor ontglipte Van Hamersveld de zege op het laatste nippertje en eindigde hij slechts op een vierde plaats. De tijden in de 750cc klasse gaven de stand van zaken van dat moment daarentegen aardig weer. De Hagenaar Dom, die in Zwitserland studeerde, was de snelste renner van de dag. Zijn tijd over de bijna 300 kilometer was 3 uur, 10 minuten en 52,4.5 seconde. Göllner was op een Norton tweede met een achterstand van maar liefst een half uur! Het verlies van 5000 gulden werd in 1926 manmoedig gedragen en was geen aanleiding om het bijltje erbij naar te leggen. Investeren was het motto. Het circuit werd verbreed van 2,5 meter tot 4 meter en de startplaats bij De Haar zelfs tot zes meter, bomen werden in de bochten omgehakt en voor het stofvrij maken van het gedeelte tussen Assen en Hooghalen werd van de gemeenten Assen en Beilen een bedrag geleend waarvoor de organisatoren zich persoonlijk aansprakelijk moesten stellen. De komst van 14.000 bezoekers in 1927 bracht het heerlijke gevoel van tevredenheid. Zij zagen onder andere hun landgenoot Han van Kooten een overwinning halen in de 350cc klasse.


De Bocht van Bartelds

Het was al snel duidelijk dat de duizenden bezoekers behoefte hadden aan directe informatie. De lengte van het circuit was zodanig dat zij minutenlang moesten wachten om de stand van zaken te kunnen zien. In 1928 hadden de Asser organisatoren een wereldprimeur. Met behulp van een geluidsinstallatie konden de ontwikkelingen voortaan op de voet worden gevolgd. Vanaf posten langs de baan werden de gegevens razendsnel doorgebeld naar de centrale post bij De Haar. De KRO begon in 1931 met een rechtstreeks radioverslag van de TT-races. Piet Nortier heeft het evenement een zeer grote bekendheid gegeven. De enthousiaste reporter was een groot kenner van de motorsport. In de huiskamers zaten de luisteraars met namenlijsten in de hand de ontwikkelingen te volgen. Piet Nortier was een gedreven radiojournalist en in die dagen ook secretaris-penningmeester van de KNMV. Met veel gevoel voor spanning wist hij te verhalen over de gevaren van de 'Bocht van Bartelds'. Oude Tol, Laaghalerveen, Strubben, Mandeveen en Hooghalen kregen door de jaren heen landelijke bekendheid.


Vanaf het eerste begin af was de 'nacht van Assen' onlosmakelijk met de TT verbonden. De kleding mag veranderd zijn, de piano mag vervangen zijn door een electronisch orgel, het bier en de vrolijke gezichten in de Asser binnenstad zijn van alle tijden (SF)


Nederlandse toppers

In het jaar 1933 kwamen de Nederlandse deelnemers in de eerste gelederen voor. De publieke belangstelling was een stuk toegenomen, doordat de Afsluitdijk gereed was gekomen. Ademloos keken de bezoekers naar de strijd tussen Geert Timmer op een New Imperial en De Ridder op zijn snelle Grindlay Peerless. De Asser garagehouder Geert Timmer had in de laatste ronde een lichte achterstand en slipte helaas weg in de alles-of-niets poging om de kop te veroveren. De eindsprint was helaas onvoldoende om meer dan een derde plaats te behalen. In de 350cc klasse toonde Arie van der Pluym zijn talenten op onmiskenbare wijze. Een derde plaats lag halverwege nog in het verschiet, maar een valpartij leek alle succes te vernietigen. In een niets en niemand ontziende inhaalrace wist hij uiteindelijk toch nog als derde te eindigen.

In de 500cc klasse werd dezelfde Van der Pluym weer derde. De dood van Van der Pluym een jaar later in België was voor de internationale motorsportbond mede aanleiding om de veiligheidseisen voor de circuits te verscherpen. Alleen het gedeelte tussen Assen en Hooghalen bleek aan de nieuwe eisen te voldoen. De rest van het circuit was slechts vier meter breed. In 1935 kwam het besluit dat de baan voor een internationale wedstrijd minimaal vijf meter breed moest zijn. Wel kregen de Assenaren nog een jaartje uitstel. In die tijd werd de baan ook nog eens nauwkeurig opgemeten en bleek toen - tot grote ontsteltenis van de organisatoren - maar liefst 750 meter korter te zijn dan steeds was aangenomen. Alle gemiddelde snelheden in de recordboeken kelderden naar beneden. Zo kwam er een onverwacht einde aan het prestigegevecht met het Noordierse Ulster om de kwalificatie 'snelste circuit ter wereld'...

Het doorgaan van de races van 1936 heeft nog een tijd aan een zijden draad gehangen, omdat men de investering van f 120.000 in de noodzakelijke aanpassingen maar niet rond kon krijgen. De leden van de TT-commissie waren zeer enthousiast, maar een dergelijke investering ging de mogelijkheden verre te boven. De oplossing was de oprichting van de Stichting Circuit van Drenthe waarin de gemeenten Assen en Beilen en de Motorclub Assen en Omstreken deelnamen. Het wedstrijd-technische gedeelte bleef in handen van de KNMV. De burgemeesters van de beide gemeenten waren in staat om de leden van de gemeenteraden te overtuigen van de juiste opzet. De Grote Prijs van Nederland werd in datzelfde jaar omgedoopt tot Dutch TT.


Op zoek naar de verdwenen tribunes

Directeur en hoofdredacteur Clewits van de Provinciale Drentsche en Asser Courant stond bekend om zijn daadkrachtige manier van werken. Toen de TT-commissie na de Tweede Wereldoorlog besloot om opnieuw met de TT van start te gaan, lag er nog een verbod op het houden van dergelijke wedstrijden vanwege de brandstofschaarste. TT-commissielid Clewits wist uit ervaring dat in dergelijke gevallen slechts één oplossing mogelijk was: de persoonlijke benadering. Hij stapte in de trein om in Den Haag de stemming te peilen. Zijn overredingskracht was zodanig dat de toestemming uiteindelijk werd gegeven. Omdat de kas van de penningmeester Henricus Mulder leeg was, legde Clewits de Asser zakenlieden persoonlijk een aanslag op. Ondertussen struinden Jalving en Wijnbergen van de TT-commissie de omgeving van het circuit af.

Het hout van de tribunes had een veilig onderkomen gekregen bij de boeren rond de baan die er stallen en schuren van hadden gemaakt. Aan de buitenkant waren de nummers van de banken en de reclame vaak nog zichtbaar. Beide bestuurders hadden er dus weinig moeite mee de nieuwe "eigenaren' te overtuigen wie de rechtmatig eigenaar van het hout was. Het publiek kwam in grote getale op de eerste naoorlogse TT af. Bijna 80.000 liefhebbers passeerden de van strobalen gebouwde controleposten en zorgden daarmee voor een nieuw bezoekersrecord. Hooghalen had op een dergelijke toestroom niet gerekend. De kaartjes waren daar al snel op en de bezoekers kregen het vriendelijke verzoek hun geld maar gewoon in de kussensloop van de controleur te gooien...


Daags voor de races werden de machines aan een strenge keuring onderworpen. In vroegere jaren gebeurde dat op het Asser Veemarktterrein, waar motorliefhebbers zich urenlang konden vergapen aan de nieuwste technische snufjes. Op deze foto uit 1947 staat op de voorgrond de Norton van de Engelsman B. Forsters. De keuringscommissie heeft de machine van zijn landgenoot C.E. Beischen onder handen (Fotoarchief DMA).


De eerste TT van Jaap Timmer

Jaap J. Timmer was de TT met de paplepel ingegeven. Vader Geert was in de vooroorlogse jaren een succesvol deelnemer door in 1926 als beste Nederlander in de 175cc en in 1929, 1931, 1932 en 1936 als beste Nederlander in de 250cc klasse te eindigen. Na afloop van zijn actieve racecarrière werd Geert Timmer lid van de TT-commissie. Zoon Jaap erfde van zijn vader de liefde voor de motorsport, in 1970 werd hij radioverslaggever voor motorwedstrijden en later begeleidde hij televisiebeelden. Van 1974 tot 1988 was hij bestuurslid en later voorzitter van de Stichting Circuit van Drenthe. Verder was hij lid, vicevoorzitter en voorzitter van e FIM Wegrace-commissie en van 1981 tot 1989 voorzitter van de ROPA, het overkoepelend orgaan van de organisatoren van motorsportevenementen. Van alle races die hij in zijn leven heeft gezien, bewaart hij de beste herinneringen aan zijn eerste TT - de eerste van na de oorlog - waar hij als zevenjarig kereltje met zijn grootvader mee naar toe mocht:

Op de grote dag mocht ik met opa naar de baan. Op de fiets, lesje prik en pinda's mee en gewoon op de tribune. De kaartjes voor het rennerskwartier waren toen al net zo schaars Is tegenwoordig en zeker niet bestemd voor kinderen. Mijn oudoom Boele Geerts had daar trouwens een oplossing voor.Hij gaf zich net zo lang bij de controleurs uit als journalist tot hij uiteindelijk op de perstribune belandde. Het was de enige manier om van hem af te komen.'. 'Wat de meeste indruk op mij maakte, was dat ik die dag bij wijze van hoge uitzondering met mijn vader mee mocht in de 'sluitwagen'. De sluitwagen moest controleren of alle boerenhekken wel goed dicht zaten. Natuurlijk geniet ik nu nog steeds volop bij het zien van mannen als Rainey, Doohan, Zeelenberg en Streuer. Maar mijn eerste TT wordt in mijn gedachten steeds mooier.'


VVV Hooghalen profiteert

De VVV Hooghalen heeft vanaf het prille begin van het ontstaan van de vereniging na de Tweede Wereldoorlog dankbaar van de TT geprofiteerd. Het feit dat H. Jalving behalve lid van de TT-commissie ook VVV-voorzitter werd, was daaraan natuurlijk niet vreemd: 'We kregen de gelegenheid om in het TT-programma een wervende advertentie te plaatsen. We mochten ook de entreegelden tijdens de trainingen houden. Als we zelf maar voor controle zorgden. Zo kwam de VVV er steeds beter voor te staan. In de TT-week zetten we een tent in het dorp neer, waarin in de avonduren voor gezelligheid werd gezorgd. De bezoekers konden zich ook 's avonds amuseren, het bier vloeide rijkelijk en iedereen profiteerde.'

Uiteraard had men in Hooghalen ook aandacht voor het 'gewone' VVV-werk. Het aantal aanvragen om kampeerplaatsen tijdens de TT nam voortdurend toe. De boeren langs de baan waren al snel tot de conclusie gekomen dat een paar honderd gulden aan kampeergelden mooi meegenomen was. H. Jalving herinnert zich: 'We hadden zelf ook een terrein gehuurd van boer Eleveld bij het Hooghalerzand. Jager was binnen ons bestuur belast met de afbakening, borden en richtingaanwijzingen. We probeerden water te krijgen vanaf de ijsbaan, waar een waterput aanwezig was. Het mislukte om daar een afzonderlijke pomp op aan te sluiten en toen hebben we zelf maar een put gegraven.'


Het nieuwe circuit

Halverwege de jaren vijftig lagen de gloriejaren van de legendarische Geoffrey Duke, winnaar van de 500cc klasse tijdens de TT's van 1953, 1954 en 1955 op zijn Gilera. Jaren waarin de TT in alle opzichten een grote gedaanteverwisseling zou ondergaan. In 1954 kwam de nieuwe provinciale weg van Assen naar Hooghalen gereed die ook deel ging uitmaken van het circuit. Het verschil tussen de oude en nieuwe weg was zo groot dat men besloot het jaar daarop een nieuw circuit in gebruik te nemen. In de bestuursvergaderingen van de Stichting Circuit van Drenthe was de Asser burgemeester De Dreu voortdurend in een woordenwisseling gewikkeld met zijn Beiier collega Römeling. De plannen van de TT-commissie om een nieuwe weg aan te leggen bij Laaghalerveen vonden geen genade in Beiier ogen.

De TT-commissie had het heideveld tegenover het Militaire kamp aangekocht om te zijner tijd een nieuwe weg aan te leggen, die aansloot bij de binnenweg naar Laaghalerveen. Daardoor was het weer mogelijk op het oude traject te komen. De Beiler gemeentearchitect H. Jalving - we kwamen hem eerder al tegen als TT-man en VVV-voorzitter - had daarvoor een ontwerp gemaakt. Burgemeester Römeling had echter grote bezwaren tegen deze aanpak. Jalving herinnert zich: 'Omdat we beiden in het stichtings¬bestuur zaten, wilde de burgemeester graag samen met mij naar de vergaderingen in Assen rijden. Dat heb ik één keer gedaan, maar hij wilde mij steeds overtuigen van zijn gelijk, dus gingen we in het vervolg maar afzonderlijk. Ik had geen zin in dergelijke discussies. De ruzie van Römeling met de Assenaren is uiteindelijk zo hoog opgelopen dat werd beslote om het circuit binnen de grenzen van de gemeente Assen aan te leggen.'

De aanleg van het nieuwe circuit verliep aanvankelijk niet voorspoedig. De veenachtige bodem moest op sommige plaatsen wel tot 3,5 meter worden afgegraven, maar het eindresultaat mocht er zijn: een baan met een lengte van 7705 meter die als de veiligste van Europa gold. De minimumeis van zeven meter breedte maakte het mogelijk dat er in 1955 voor het eerst de zijspannen op het programma kwamen. De bochten kregen namen, die waardige vervangers zouden worden van legendarische voorgangers als de Bocht in Bartelds en Oude Tol. Men gebruikte oude veldnamen uit ; marke Witten als Bedeldijk, Stroomdrift en Veenslang. Behalve een nieuw circuit zou de TT-organisatie ook weer een nieuwe absolute topper kunnen verwelkomen: John Surtees die met zijn MV Agusta de 500cc in Assen vanaf 1956 maar liefst vier keer op rij zou winnen!


Model van de 500cc MV Augusta racer van Lesley Graham uit Engeland. Het model werd vervaardigd door de Asser broers George en Jos van de Hoek (collectie Streutker)


De nacht van Assen

Iedere Assenaar bewaart speciale herinneringen aan de TT. Jaap Timmer bijvoorbeeld herinnert zich vooral hoe gemakkelijk je als Asser jongen in de buurt van je favoriete coureur kon komen: 'Je ging gewoon bij de plaatselijke garages en hotels op wacht staan. Dan was er natuurlijk de machinekeuring op het Veemarkt-terrein en voor een paar gelukkigen de prijsuitreiking in het Concerthuis, het huidige cultureel centrum De Kolk. Dat werd afgesloten met een vuurwerk dat steevast eindigde met een 'Tot ziens in Assen'. Gegarandeerd kreeg je altijd hand¬tekeningen en speldjes van de toppers van toen. We stonden de Italiaanse coureurs aan te gapen bij het horeca-etablissement van Harm Werndley, nu discotheek Parkzicht. Welke Asser jongen reed tijdens de TT-week niet op een fiets met een wasknijper en een Erdal schoensmeerdoosje aan het voorwiel om het echte motorgeluid te imiteren...'

De TT maakte van Assen een andere stad. Spandoeken ('Volg Caltex-pijlen naar circuit') versierden de doorgaande wegen en winkeliers richtten speciale TT-etalages in. De Asser jeugd was de hele TT-week op het Veemarktterrein op de kermis te vinden. Voor de allerjongsten reed het 'Wilcotreintje' van de stad naar de kermis en weer terug. Bertus Boivin legde in 'De nacht van Assen' onder andere de volgende jeugdherinneringen uit de jaren vijftig vast: 'Trots liep je in die tijd als kind met pa en moe De nacht van Assen in en tuurde door beslagen ramen. De kroegen vol, drie afgeleefde muzikanten bij 't biljart. De ober, 't volle blad, de handen die de glazen namen. Een paar uur lang woonden we in een andere stad, Een stad waar mensen zongen, vochten, dansten, zopen.

We stonden erbij en keken elkaar eens aan. En aten terug naar huis een warme worst onder het lopen.' Ook de Asser jongens die niet naar de races gingen, waren de volgende dag - de dag van de races - al weer vroeg op pad om in dikke schriften zoveel mogelijk nummerborden van auto's op weg naar de TT te noteren. Deze belangstelling voor de bezoekersstroom deelden ze met vele anderen uit Assen en wijde omgeving. Of je ging naar de races of je ging kijken naar de onafzienbare rij auto's die bumper aan bumper op weg was naar het circuit. Daarna haastten de kijkers zich naar huis om op de radio Piet Nortier verslag van de races te horen doen...






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl