In en om Assen



De TT van Jaap Timmer


Bronvermelding:
'TT Assen, 80 jaar verzameld'. Tekst: Martin Hiemink. Een uitgave van 'Het Noorden in woord en beeld'.


Start van de TT in Assen in 1948. (foto TT-Archief /Drents Archief)


Hoe het alemaal begon

Jaap Timmer (Assen 1939) groeit op tussen de geur en het geluid van motoren. Zijn vader, Geert Timmer, is in de jaren twintig en dertig één van de deelnemers aan de TT-races op het circuit bij Assen. De geschiedenis van de TT gaat min of meer hand in hand met die van het bedrijf Wander. Van de Collardslaan verhuist deze onderneming rond 1950 naar de Vaart Z.Z.

Het verhaal van Jaap Timmer is een mix van eigen belevenissen, van anekdotes en van wat hem via anderen ter ore kwam


Zoon van een typograaf

De Timmers, van oorsprong zijn ze boer van beroep, komen uit de Sellingerbeetse in Oost-Groningen. Omstreeks 1900 kiest Jaaps grootvader er voor die traditie niet voort te zetten. Hij wordt typograaf en treedt in dienst van de Provinciale Drentsche & Asser Courant aan de Torenlaan in Assen.

“Zo groeide mijn vader, Geert Timmer, in Assen op als zoon van een typograaf. Om echter in de voetsporen van zijn vader te treden, dat leek hem niets. Het was zijn grote wens aan het werk te gaan in de wereld van auto’s en motorfietsen en … hij wilde graag racen. Toen hij door zijn ouders voor de keus werd gesteld te gaan leren of aan het werk te gaan, koos hij voor het laatste. Het leren kwam later via avondstudies”.

Geert Timmer begint in 1942 als leerling-monteur bij ‘de’ Wander aan de Collardslaan in Assen. De oprichting van de N.V. Noord Nederlandsche Automobiel en Motorenhandelmaatschappij Wander is enkele jaren daarvoor: in 1919 op initiatief van de Assenaren Dietsers, Hunse, Staal en Meijer. De vier vinden dat Assen versterkt  moet worden met een nieuw bedrijf op het gebied van auto’s en motoren. Dieters, eigenaar van een handel in elektrische piano’s in de Marktstraat, wordt de eerste directeur. Men gaat op zoek naar producten om te verkopen. In Duitsland komt Dieters in Chemnitz in contact met de auto- en motorenfabriek Wanderer, die bereid is met de Asser onderneming in zee te gaan. Eenmaal terug in Assen is dan ook een aanvullende naam voor het bedrijf gevonden: Wanderer wordt ingekort tot Wander.


De Markt, eind jaren veertig. Op de achtergrond de TT - kermis op de Gedemte Kolk. De mast met wereldbol symboliseerde jarenlang de TT. (collectie gemeentearchief Assen)


De eerste stratencircuits

“Min of meer parallel aan de beginjaren van Wander liep het initiatief tot het organiseren van een wegrace. Dezelfde vier heren waren eveneens enthousiaste leden van de Motorclub Assen en omstreken en droegen de motorsport een warm hart toe. Hoewel de wet het niet toestond, was er in Nederland wel animo voor wegwedstrijden met motorfietsen. Men kende de Engelse TT, ontstaan als betrouwbaarheidsrit, op het eiland Man in de Ierse Zee. En er waren plannen om op het toen al befaamde circuit van Spa-Francorchamp in de Belgische Ardennen een Grote Prijs van Nederland te organiseren, vanwege de onmogelijkheid in eigen land”.

In 1924 wordt echter de Motor- en Rijwielwet gewijzigd. Het betekent een soepeler houding t.a.v. het organiseren van snelheidswedstrijden: ontheffing van het verbod daarop wordt mogelijk. De Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging (KNMV) aarzelt geen moment en nodigt haar provinciale vertegenwoordigers uit om te kijken naar plaatsen waar zoiets zou kunnen. Een paar voorstellen kunnen zo de prullenbak in, maar de heer Dieters, die de aanleg van de nieuwe weg Rolde – Borger gevolgd heeft, attendeert de Motorclub Assen en Omstreken daarop. Voorzitter Kramer loopt alle instanties af en ontmoet vrijwel overal een willig oor. Korte tijd later komt het tot de eerste snelheidswedstrijden op de weg in Nederland. Op zaterdag 11 juli 1925 wordt er gereden op het 28,4 km lange parcours op de driehoek Rolde – Borger – Schoonloo. Het wordt een succes en het batig saldo is 2,5 cent.

“Het destijds bekende blad Het Motorrijwiel en de Lichte Auto waarschuwde vooraf: “Heren daar in het Noorden, weet wel waar U aan begint; want dat kan nooit zo snel (in een paar weken) geregeld worden”. Maar de mannen van Assen vonden dat het wel kon en deden het ook. De ervaren baanrenners Maarten Flinterman en Willem Breeman (later vanwege zijn strenge technische motorkeuring bekend als ‘de beul van Assen’) inspecteerden namens de KMNV het traject. Tijdens die inspectie kwamen ze op een stuk zandweg (!) in het parcours met de sturen in elkaar ten val. Ze besloten dat op dat gedeelte niet mocht worden ingehaald. De meeste deelnemers trokken zich echter daarvan weinig aan…”


De Engelse rijders Johmston (op Cotton) en Fernihough (op Exelsior) komen aan op het station in Assen (gemeentearchief Assen)


Timmer op New Imperial

Naast zijn bezigheden als leerling – monteur krijgt Geert Timmer vanaf 1925 van zijn werkgever die er een goede reclame in zag, de kans zich toe te leggen op zijn andere wens, het bedrijven van motorsport. De N.V. Wander is dan eveneens importeur van motorfietsen van het merk New Imperial.

“Die Engelse fabriek maakt ook racemotoren en zo ging mijn vader racen. Tegenwoordig zijn coureurs gespecialiseerd en is het of wegrace of motorcross, toen nog gewoon terreinrit genoemd. Mijn vader deed dus alles. Hij werd zes keer Nederlands kampioen wegrace. Een Nederlands terreinkampioenschap (motorcross) bestond nog niet. Je kon wel provinciaal kampioen worden. Dat werd hij van alle provincies waar wedstrijden waren. Ook reed hij in de internationale Zesdaagse, die nog steeds bestaat en won daarbij drie keer een gouden medaille. Kwam hij in die tijd op maandag na een wedstrijd op de zaak en hij was tweede geworden, dan was de oude heer Dieters boos op hem. Hij had natuurlijk moeten winnen…”.

Van leerling – monteur wordt Geert Timmer monteur en vervolgens verkoper en bedrijfsleider. Als de heer Dieters rond 1937 met pensioen gaat, volgt hij hem op als directeur en mede – aandeelhouder van Wanders. Vanaf 1946, als hij niet meer actief is als coureur, komt hij in 1946 in het bestuur van de TT.


Vaart ZZ

In 1939 wordt Jaap Timmer aan de Collardslaan in Assen geboren. De familie Timmer woont dan naast het bedrijf. Dat bestaat uit een complex van verschillende hallen, die in elkaar overlopen. Aan de achterzijde in de Gymnasiumstraat bevindt zich een uitrit. Na de tweede Werdeldoorlog is er behoefte de zaak uit te breiden. Men laat het oog vallen op het perceel aan de Beilerstraat (nu woonzorgcentrum De Boshof). Omdat de gemeente Assen daar  niets voor voelt, gaat men opnieuw op zoek. Aan de Vaart Z.Z. worden het huis met tuin van aannemer Strabbing gekocht.

“Naast ons huis stond begin jaren vijftig nog het oorspronkelijke koetshuis. Een van de broers Engberts, die een beurtschip op Meppel hadden, woonde in dat koetshuis. De ander woonde op het schip. De familie Engberts verkocht het schip en verhuisde naar de Molendwarsstraat, waar ze met een vrachtauto een transportbedrijf begonnen. Het koetshuis, met bovenin nog allemaal koetsiers – en dienstbodekamertjes, werd toen afgebroken om plaats te maken voor de showroom. Nu zou dat waarschijnlijk niet meer kunnen. Achter de huizen langs de Vaart lagen diepe tuinen. Er was in die tijd in onze tuin een vijver met daarachter een heuvel (het zand uit de vijver) en ook nog een tennisbaan. Als kind liep ik vaak over het paadje langs de Emmaschool naar de Nassaulaan”.

“Daarna is ook het huis met tuin van de voedselcommissaris gekocht. Het huis werd weer verkocht, maar de grond bleef bij Wander in bezit: daar kwam een deel van de werkplaats. Vandaar het redelijk smalle front van autobedrijf Wander en de breed doorlopende  achterkant. Toen de Irenestraat werd aangelegd, moest er een stuk grond worden prijsgegeven. Voordien was daar geen straat”.


Verkoop van TT - spullen in de Oudestraat, jaren vijftig (collectie Martin Hiemink)


Tourist Trophy

Meerdere plaatsen in Nederland hebben lange tijd geprobeerd de TT naar zich toe te trekken. Zo hebben het Circuit van Zandvoort, Tubbergen met zijn T.T.T.T. (Twentse TT Tubergen) en een stel Limburgers hun enthousiasme voor de TT nooit onder stoelen of banken gestoken. Door ieder jaar weer een stap voorwaarts te doen weet Assen zich verzekerd van het voortbestaan en het behoud van de TT als dé officiële Grand Prix. In 1949 worden de officiële wereldkampioenschappen ingesteld. Voor die tijd bestaat alleen de strijd om de F.I.M. – Cup: een soort Europees kampioenschap. In 1934 wordt Assen het predicaat Grand Prix van Europa verleend; in hetzelfde jaar bieden de Asser sportverenigingen het TT – monument op het circuit aan.

De naam TT komt uit Engeland, van het eiland Man, waar de winnaar, de beste Tourist, een beker krijgt. Zo ontstaat de Tourist Trophy (TT). In allerlei landen worden deze motorraces onder de naam TT verreden, zo ook in Assen. Eind jaren zeventig komt er vanuit Engeland een verbod op het gebruik van de naam. Reden is het in ongenade raken van het stratencircuit op het eiland Man voor de Grand Prix – serie. Om het evenement toch in stand te houden, wordt er voortaan volgens een eigen formule om TT – wereldtitels gereden. De overige landen krijgen bericht dat de naam TT nu is voorbehouden aan het eiland Man.

“Assen reageerde met: “Wij hebben ooit een brief van jullie gekregen, in de jaren dertig, waarin staat dat wij onze wedstrijden ook voor altijd TT mogen noemen”. Toen gingen ze in Engeland op zoek naar een afschrift van die brief. In de Tweede Wereldoorlog bleek die echter bij een bombardement op het ACU – kantoor in Londen verloren te zijn gegaan. Of wij een kopie wilden sturen. Assen antwoordde dat in de oorlog ook hier alles was verbrand en dat wij die brief niet meer hadden. Toen is maar aangenomen – we waren en zijn goede vrienden – dat de brief ooit bestaan had. Zo kwam Assen als enige Grand Prix ter wereld – het eiland Man hoort daar dus niet meer bij – in het bezit van de naam TT. Hoewel de naam nu officieel Rizla Dutch Grand Prix is, heeft men het in de volksmond natuurlijk nog steeds over de TT van Assen. En dat zal wel zo blijven ook, denk ik”.


Met een wasknijper en elastiekje

Ook het verhaal van TT – penningmeester Rieks Mulder mag volgens Jaap Timmer niet ontbreken. Mulder leent – vanwege een zeer krappe begroting – de organisatie uit eigen zak 5000 gulden. Als hij na enige tijd het bedrag weer voor zijn zaak – een distilleerderij / slijterij naast het Concerthuis (nu de Kolk) – nodig heeft, vraagt hij een ander bestuurslid het bedrag zolang voor te schieten.

“En zo circuleerde die 5000 gulden als lening aan de eigen organisatie jarenlang door het bestuur. Zij waren de echte ‘Mannen van Assen’. Bij alles wat zij hier rond de baan opbouwden, werd ieder dubbeltje omgekeerd. Dat gaat tegenwoordig wel anders als je hoort hoe er nu over miljoenen gesproken wordt”.

“Ik was een kind als ieder ander. Wij bonden een leeg schoensmeerblikje met daarop een wasknijper onder een elastiekje aan de spatbordknijper van de fiets. Onder het rijden ratelde die wasknijper via de spaken tegen het schoensmeerdoosje en zo imiteerde je motorgeluid. Op het stuur deed je een groot kartonnen nummer en je ging naar De Moriaan van Thabel Bies aan de Torenlaan om te zien welke beroemdheden er arriveerden. Direct na de oorlog was dat TT- bureau eerst gevestigd in de showroom van Wanders aan de Collardslaan. Via de voormalige brandweerkazerne, ook aan de Collardslaan, kwam het aan de Torenlaan terecht. En dan ging je natuurlijk op vrijdagmiddag naar de motorkeuring op het Veemarktterrein om handtekeningen van de renners te krijgen. Die keuring verhuisde later naar de baan en is nu als publieksevenement helemaal verdwenen.

Assen had ooit, tot kort na de oorlog, aan de Collardslaan en op de Markt een meikermis. Wij woonden aan de Collardslaan en hadden een benzinepomp voor de deur, maar dood die kermis was het toen lastig tanken. Leuk was het wel. Je hoefde maar een stap buiten de deur te zetten en je bevond je midden tussen het feestgedruis. Later werd de kermis verplaatst naar het Veemarktterrein en gekoppeld aan de TT – activiteiten. Door de kermis naar de TT – week te brengen sloeg de gemeente twee vliegen in een klap: meer vertier voor de TT – bezoekers en veel hogere opbrengsten bij de verpachting. Vroeger ontving de gemeente Assen ook vermakelijkheidsbelasting over de verkochte TT – kaartjes. Daar stond tegenover dat de gemeente zorgde voor de investeringen in het wegdek van de TT – baan. Toen die vermakelijkheidsbelasting verdween kwam men overeen, dat er een jaarlijks bedrag door de TT aan de gemeente zou worden betaald”.


Sprookjesachtige sfeer in de binnenstad van Assen, eind jaren zestig (collectie TT - archief / Drents archief)


Motorenthousiasten

Terwijl andere stratencircuits in de loop der jaren zijn vervangen door nieuwe racebanen, borduurt men in Assen in feite nog steeds voort op dat wat men in 1926 is begonnen – toen de TT dichterbij Assen kwam – met de startplaats op De Haar. Tegenwoordig kent de organisatie een professioneel management. In die hele omschakeling er naar toe krijgt Jaap Timmer nog een keer – nu al twaalf jaar geleden – ruzie, omdat hij sneller wil professionaliseren dan de rest. Ironisch genoeg krijgt hij op zakelijk gebied zijn gelijk. Naar zijn zeggen gebeurt het nu volgens de structuur en exploitatie die hij destijds voor ogen had. Wel is het allemaal wat afstandelijker geworden. Het hoeven van hem niet per definitie motorenenthousiasten te zijn. De directie is de uitvoerder van het beleid. De directeur is aangetrokken om zijn managementkwaliteiten en niet vanwege zijn motorliefde.

“Trouwens, de heer Rieks Mulder was ook geen volbloed motorsport – enthousiast. Het gaat er om de juiste balans te vinden. Mulder zie altijd: “Ik ben penningmeester en die rijders moet je op een armlengte afstand houden. Het zijn meestal zeurders,  die altijd meer willen; meer geld, meer ruimte, vaak lastige kerels”. In die jaren was mijn vader het contact naar de coureurs; uiteraard samen met directeur Jan Weggemans. Die link naar de motorsport heeft dus al altijd in onze familie gezeten. Na de oorlog had je ook de heer Henk Wijnbergen, hoofd van de Heidemaatschappij, die er alles aan gelegen was dat de terreinen er goed bijlagen. Het was min of meer zijn hobby. Terreinknecht – later werd hij chef – was toen ‘Demps’ Greving. Wel waren de bestuurders allemaal leden van de Motorclub Assen”.

“In 1936 werd de Stichting Circuit van Drenthe opgericht, omdat men vond dat de verantwoordelijkheid – mede met het oog op de grote investeringen – niet alleen bij een vereniging kon liggen. Vanaf de oprichting las vast, dat de nieuwe stichtingsbestuursleden – behalve die er qualitate qua, zoals de KNMV vertegenwoordigers, in zaten – alleen maar benoemd konden worden ‘gehoord hebbende de Motorclub Assen’. Trouwens, als je niet kon klaverjassen dan kwam je niet in het bestuur. Dat was en bij de motorclub en bij de TT al jaren zo. Het was en bleef, ondanks de veranderende structuur, een vriendenclub. Op de KNMV – afgevaardigden na, waren het in feite allemaal mensen uit Assen. De heer Henk Clewits, directeur en hoofdredacteur van de Provinciale Drentsche en Asser Courant, was de man van de publiciteit. Deurwaarder Nuy van Loozenoord was met de RR opgegroeid. Later kwam Jan Staal, de veearts en toen voorzitter van de Motorclub, het bestuur versterken en kwam ook ik erbij. Wij hadden als penningmeester mr. Jaap Kodde van de ABN – bank. Die woonde wel in Assen maar was van oorsprong geen Assenaar. Hij begreep echter het belang van de TT terdege. In mijn voorzittertijd heb ik er voor gezorgd dat de sport goed vertegenwoordigd bleef. Daarom haalde ik de Groninger Grieto Halsema er bij: een man met veel ervaring. Op dit moment ben ik in het bestuur nog de enige Assenaar; de rest woont elders”.


De pyjama van Stanley Woods

Officials en juryleden worden tijdens de TT bij bestuursleden en de leden van de Motorclub Assen ondergebracht. Ze logeren o.a. bij de burgemeester, bij dokter Mook, bij penningmeester Mulder en bij de familie Timmer.

“Na de races kwamen die mensen ’s avonds bij ons thuis. Er werd dan een borreltje gedronken. Het waren per slot van rekening allemaal vrienden en bekenden van mijn vader, die hem uit de sport kenden. Zo kwam graaf Giovanni Laruni, iemand met een hoge positie bij de F.I.M., ook eens bij ons thuis. Laranis was nogal onder de indruk van de tegeltjes die de TT – organisatie elk jaar uitgaf. Op verzoek van mijn vader (‘Jij krijgt wel weer nieuwe’) heb ik toen mijn tegeltjes aan graaf Lurani gegeven. Vele jaren later kwam ik hem op een FIM – congres in Montreux weer tegen. Ik vertelde dat ik uit Assen kwam, waarop hij zei ooit bij Geert Timmer thuis te zijn geweest en toen van een jongetje TT – tegeltjes had gekregen. Ik vertelde hem uiteraard dat ik dat jongetje was geweest…”.

“Stanley Woods werd een legende door zijn prestaties. Op een foto in de Provinciale Drentsche en Asser Courant lag hij in pyjama in bed in hotel Het Wapen van Drenthe met een carburateur in zijn hand. Het bijschrift was ‘Stanley Woods, de beroemde coureur, bestudeert zijn carburateur voor het slapen gaan om morgen goed beslagen ten ijs te komen’.

“In die tijd was er ook een rijdersbal voorafgaand aan de wedstrijd. En na afloop van de prijsuitreiking in het Concerthuis was er een geweldig vuurwerk. Tradities die allemaal zijn verdwenen”.

“Daarnaast heb ik jeugdherinneringen aan allerlei raceteams, fabrieksteams. Die waren bij ons in de werkplaats aan de Collardslaan bezig; tegenwoordig hebben ze op het rennerskwartier complete garages bij zich. Wij hadden vaak het team van DKW en de mensen van Dunlopbanden. Bij Cafe Wendly (nu De Tijd) tegenover de oude HBS zaten altijd de Italianen. Zo zocht iedereen een plaats waar gewerkt en gerepareerd kon worden. Pietro Taruffi van Gilera riep eens in onze werkplaats tegen smid Loman: “Arbeiten, arbeiten!”, toen het hem niet vlug genoeg ging. Het was waarschijnlijk het enige Duits dat hij kende. Die smid werd toen zo kwaad dat hij zei: “Als hij nog een keer ‘arbeiten’ zegt gooi ik hem een hamer naar zijn kop”.


Gezellige drukte op De Markt, 1950. In het midden van de foto staat een cameraman van het filmjournaal op de rapportagewagen (collectie gemeentearchief Assen


Catering en horeca

De invloed die de TT op Assen heeft,  is volgens Jaap Timmer tweeërlei. In de eerste plaats is de naamsbekendheid van Assen door de TT ontzettend groot geworden. Ook niet – motorsportenthousiasten hebben er – tot ver in het buitenland – wel eens van gehoord. Waar de Asser middenstand en horeca altijd veel aan gehad hebben, is de hoeveelheid geld die door de TT – bezoekers wordt uitgegeven. Al voor de Tweede Wereldoorlog maakt de Asser middenstand ruimschoots kennis met de gunstige bijwerkingen van het fenomeen TT.

Hoewel materiaal – beheerder ‘Opa’ Hof in de oorlog veel probeert te behouden door spullen te verstoppen, is er in mei 1945 het nodige verdwenen. Zodoende gaat de organisatie van de nationale TT – races in 1946 met een nagenoeg lege kas van start. Om de organisatie weer op poten te krijgen wordt onder de Asser bevolking een verloting gehouden. Er is zelfs jarenlang een vereniging ‘Vrienden van de TT’. De bevolking draagt enthousiast haar steentje bij. Men is trots op zijn TT, die door Assenaren als iets van henzelf wordt beschouwd.

“De catering gebeurde voor de oorlog nog min of meer ongeorganiseerd. Na de oorlog besloten de ‘Grote Drie’, dat waren de horecaondernemers Dekker (van café De Witte Bal), Bergsma (van de lunchroom aan het Kerkplein) en Bijlsma (van café Spoorzicht), de catering op zich te nemen. Zij regelden de hele eet- en drinkvoorzieningen. Het woord catering kende men nog niet. De ondernemers werden in natura betaald: glaswerk, potten en pannen. Later werd de verdeling van de opbrengst tot ieders tevredenheid geregeld. Na het overlijden van de “Grote Drie’ hebben hun vrouwen het nog een tijd voortgezet. Als boekhouder hadden zij Jan Hidding van het Stationskoffiehuis uit Rolde in de arm genomen, die nam het uiteindelijk van hen over. Zijn gehaktballen waren vermaard. Ze werden met de hand door Rolder huisvrouwen gedraaid. Toen Hidding er mee ophield, werd de catering via professionele firma’s aangepakt. Nu is alles verpacht.


De Bartelds – bocht

Goede herinneringen bewaart Jaap Timmer aan namen als de Bartels – bocht en Oude Tol. Als kind is hij al bekend met deze begrippen. In de eerste jaren, zijn opa leeft nog, gaat hij met hem naar de race. Met kaartjes uiteraard via zijn vader (maar niet voor het rennerskwartier) krijgen ze een plaatsje op de tribune. Sinds jaar en dag ziet hij de TT vanaf de omgeving van de start. Verslaggevers als Piet Nortier en Louis van Noordwijk – ze horen later tot zijn vrienden – doen van zich spreken.

“Van Noordwijk zat bij de Oude Tol. Die riep steeds de legendarische woorden: “Ik hoor de motoren brullen, maar ik zie ze nog niet”. Piet Nortier maakte de TT reuze spannend: voor de radio, want televisie was er nog niet. En al lag nummer één ver voor op nummer twee, bij Piet gingen ze altijd naast elkaar over de finish. Hij maakte het zo mooi, dat thuisblijvers het gevoel hadden dat ze iets gemist hadden. En die kwamen dan het volgende jaar naar Assen. Overigens wilde de VARA het spektakel aanvankelijk niet uitzenden: men vond motorsport meer iets voor de elite dan voor arbeiders. Pas vanaf begin dertiger jaren was de KRO de enige omroep die de TT op de radio bracht. Daar werd Piet Nortier de grote man. Illustratief is het verhaal van motorhandel Witberg uit Monster in het Westland. Er was daar een vader met twee zoons. Beide zoons deden aan motorcross. Omdat de zaak op de TT – dag open moest blijven, ging de vader ieder jaar naar de TT en nam om beurten een zoon mee. Eens was er op zo’n TT – dag niets te beleven; de race was ronduit saai. Dus gingen vader en zoon Witberg – mede door een lange TT – nacht – op tijd terug om niet in de file terecht te komen. Thuisgekomen was de TT nog aan de gang. En de broer die niet mee was en aan de radio gekluisterd zat, verbaasde zich en riep: “Zijn jullie nu al terug? En het is zó spannend!”. Dat was de verdienste van Piet Nortier.


De beroemde souvenier etalage van Stuit, 1977 (collectie W.J. Kleppe)


Uniek in de wereld

In verband met de veiligheid moet het circuit in 1955 weer een keer helemaal aangepast worden. De toenmalige burgemeester van Beilen, de heer Römelingh, vindt het een onmogelijke opgaaf zoiets in één jaar te realiseren. Het moet immers tussen twee TT’s door gebeuren. Maar burgemeester de Dreu van Assen heeft er wel vertrouwen in en zet door. Sinds die tijd ligt het circuit in de gemeente Assen; pal langs de grens met de gemeente Beilen.

Sinds Jaap Timmer official is, neemt hij wel eens even de tijd om in de training de baan rond  te gaan. Maar dan wel binnendoor. Het fantastische, zowel vroeger als nu, vindt hij dat het publiek op Assen van zeer nabij de race kan volgen. Men staat redelijk dicht op de baan. Ook al zijn nu overal grintbakken.

“De oorsprong ligt in het feit dat je vroeger geen permanente circuits had, op een enkele uitzondering na. Het waren stratencircuits waar het publiek langs de weg stond; in wezen levensgevaarlijk. Maar je was wel een met het geheel. Tegenwoordig vergt iedere aanpassing een enorme investering, zowel qua veiligheid als om gelijke tred te houden met andere ontwikkelingen. De exploitatie houdt dan ook niet op bij alleen motor – of autoraces. Een groot deel van de inkomsten komst uit andere zaken. Van rijvaardigheidstrainingen tot klootschieten. Toch is het Circuit van Drenthe uniek in de wereld onder de groten, met een heel zwaar motoraccent.


Zo is de TT groot geworden.

Met de oprichting van de Stichting Circuit van Drenthe ontstaat de TT – commissie, uitvoerder van de dagelijkse werkzaamheden. Machtigste man is dan de voorzitter van de commissie. De burgemeester van Assen is wel voorzitter van de Stichting, maar dat is meer een symbolische functie.

“Dat de burgemeester van Assen deze rol vervulde, was gebruikelijk. Men zorgde er altijd voor dat de kern in Assen bleef.  In de statuten stond ook dat een bestuurslid uit Assen of aangrenzende gemeente moest komen. Die regel is nu al lang verdwenen. Burgemeester Masman was de eerste die bij zijn aantreden weigerde die rol te vervullen. Hij wilde geen belangenverstrengeling. Uitzonderingen daargelaten, de verstandhouding tussen de TT – organisatie en de gemeente Assen was altijd heel goed. Dat zelfde geldt voor de relatie met de KNMV. Tot 1988 was het zo – ook al hadden wij onderling wel eens een verschil van mening – dat wij naar buiten één front vormden.

Dan sloten zich de gelederen. Dat is toen doorbroken; met geweldige gevolgen.  Nu – ruim twaalf jaar later – is er weer een flinke mate van saamhorigheid. Het was een vriendenclub. En die vriendschap hield men in stand met onder meer de voorwaarde dat je moest kunnen klaverjassen. De wekelijkse vergaderingen in De Moriaan werden rond tien uur beëindigd en de volgende week weer opgepakt. Toch kwam men doorgaans pas na middernacht thuis. Zolang werd er dan nog gekaart of gebiljart. En als er dan eens wat was, dan kwam dat er na een borreltje wel uit. Dat was geen code, er was helemaal geen code. Ook nu niet. Het heeft te maken met de synergie en de chemie tussen mensen. Begin je daar in te roeren dan krijg je moeilijkheden. Ze deden het ook allemaal pro deo, al was het logisch dat meneer Mulder zijn jenever verkocht; meneer Wijnbergen er voor zorgde dat de Heidemaatschappij het werk deed en mijn vader de auto’s leverde.

Destijds stapte ook de KNMV, na een etentje met een goed glas wijn en een goed gesprek achteraf, over de meningsverschillen heen. Daarna begon men  weer met een schone lei. De gezamenlijke geschiedenis met de TT was meer waard dan een individuele onenigheid. Uiteindelijk had men een gezamenlijk doel voor ogen. Er werd ook nooit gestemd. Er werd net zolang gepraat tot men het eens was. En als ze het niet eens konden worden, dan begonnen ze er niet aan. En daarmee is de TT groot geworden.


Bekijk het huidige TT- terrein via de Visuele tour TT – circuit


Voor uitgebreide informatie over de motorsport en zijn renners zie de website van Gerard van der Pot.







© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl