In en om Assen




De geschiedenis van de Wilco


Bronvermelding:
Asser Historisch Tijdschrift; nummer 5 / december 1999. Een artikel van Martin Hiemink



De poort van Wilco Conserven met op de voorgrond de weegbrug midden jaren zeventig. Links de nieuwe kantoorgevel en rechts naast de ingang de portiersloge en het Wilcocentrum (collectie Gemeentearchief Assen)


Twee broers uit Warffum

De broers Henrikus Harm en Jan Enne Willemsen beginnen in 1926 in Warffum in een schuur tegenover de boerderij met het conserveren van erwten, bonen, pastinaken (aromatische wortels), boerenkool en andere groenten. De kennis en de machines komen van de firma Thomassen & Drijver. Hun groenteverwerkend bedrijf krijgt de naam Wilco (Willemsen conserven).

De onderneming houdt zich later ook bezig met het drogen van groenten en het vervaardigen van vruchtendranken. Het zoute water van de Waddenzee, op een steenworp afstand, zorgt voor zilte lucht en zout grondwater. Daarvan ondervindt de Wilco bij de verwerking van haar producten zoveel hinder, dat men al in 1928 uitkijkt naar een geschiktere plek voor een bedrijf dat groenten in blik zal gaan produceren. Om die reden worden de Drentse zandgronden bezocht. Daarbij doet de directie ook Assen aan.

Als blijkt dat Assen behalve helder grondwater – voorwaarde voor de productie van blikgroenten – ook nog over grond in de directe nabijheid van de spoorlijn beschikt, is de keuze voor vestiging van een nieuwe fabriek in de Drentse hoofdstad snel gemaakt


De werkgelegenheid zal door de komst groeien

Nu de plaats van vestiging bekend is, kunnen de onderhandelingen met de gemeente beginnen. Aan het verzoek van de heren Willemsen uit Warffum, in Assen een conservenfabriek te mogen vestigen, wil het college van burgemeester en wethouders maar al te graag gehoor geven. Te meer daar het college zich al lange tijd het hoofd breekt hoe de stijgende werkeloosheid het hoofd te bieden.

Werkgelegenheid in de tuinbouw is een optie. Met de vestiging van een conservenfabriek in Assen kan een deel van de bevolking haar bestaansmogelijkheden in de tuinbouw vinden. Maar ook in het algemeen zal de werkgelegenheid door de komst van de fabriek groeien
Het college is er wel uit. Het plan moet echter nog de goedkeuring van de gemeenteraad hebben.


‘Werkkrachten 50 tot 60’

Een telegram uit Warffum op 20 december 1928 aan burgemeester en wethouders van Assen laat geen twijfel bestaan over de serieuze bedoelingen van de gebroeders Willemsen: “Gebouw 30 bij 32 meter; werkkrachten 50 tot 60; boonendraders 80 tot 90”. Ook tijdens de gesprekken met een vertegenwoordiger van de gemeente Assen benadrukken de heren Willemsen dat de fabriek er wat hen betreft komt. En zij weten ook al waar. Zij hebben hun oog laten vallen op een stuk land naast de Exportslachterij aan de Lonerstraat.

Een belangrijke voorwaarde is dat de gemeente het terrein gratis in eigendom beschikbaar stelt. Burgemeester en wethouders leggen het verzoek voor aan de gemeenteraad, die in haar vergadering van 28 december 1928 akkoord gaat met de verkoop van het terrein. Op 11 januari 1929 kan gemeentesecretaris mr. L. Brender á Brandis de heren Willemsen meedelen dat ook Gedeputeerde Staten van Drenthe akkoord zijn. Een landmeter heeft inmiddels, in bijzijn van de directeur van Gemeentewerken, het terrein uitgezet.


Zij kochten het perceel voor één gulden

Op 4 maart 1929 kopen Henrikus Harm en Jan Enne Willemsen van de Gemeente Assen voor het symbolische bedrag van één gulden ‘een perceel land gelegen aan de Loonerstraat’, het terrein naast de NN Drentse Exportslachterij (de Drentex), groot 66 are en vijf centiare voor de prijs van één gulden.

De gemeente laat zich bij de transactie vertegenwoordigen door burgemeester Mr. Johan Bothenius Lohman. De overeenkomst vermeldt als bijzonderheid dat, ‘indien Willemsen aan de omschreven verplichting in zake bouw en inbedrijfstelling eener conservenfabriek niet voldoet’, de gemeente zich het recht voorbehoudt de overeenkomst te ontbinden. Verder moet de fabriek binnen een jaar gebouwd, in bedrijf worden gesteld en geëxploiteerd worden. Willemsen bedingt dat, ingeval de bouw en exploitatie niet slagen, er van de gemeente een bedrag van 5000 gulden voor de grond wordt ontvangen.

Het door de gemeente ontvangen bedrag van één gulden wordt bijgeschreven op de rekening van 1929 met de vermelding ‘opbrengst verkoop gemeente-eigendommen’. De Drentex deelt de gemeente Assen mee dat zij het medegebruik van de bestaande spooraansluiting, met inachtneming van de daarvoor geldende afspraken, toestaat.


’s Zomers werkten er 250 man

De officiële vestiging van het bedrijf, onder de naam Wilco Conserven, is op 8 juli 1929. Het nieuwe bedrijf richt zich op de conservering in blik van landbouwproducten als doperwten, bonen en wortelen. Eerste werknemer voor het nieuwe Asser bedrijf is de jeugdige Arnold Smit, die daarvoor als machinist op de melkfabriek werkt. Smit krijgt opdracht het aangekochte terrein te ompalen en er prikkeldraad om te trekken.

Daarna kan de bouw beginnen. Als het bedrijf er eenmaal staat en in bedrijf is, werken er tot de Tweede Wereldoorlog ’s zomers ongeveer 250 man. Omdat de Wilco een seizoenbedrijf is, zijn er in de wintermaanden slechts veertien man in vaste dienst. De fabriek is dan gesloten. Het weinige vaste personeel regelt de verzending van bestellingen en voert onderhoudswerkzaamheden uit.
Dat de werkgelegenheid de bevolking van Assen aan het hart gaat mag duidelijk worden uit het volgende.


Een luchtfoto uit het begin van de jaren 1960. In het midden de fabrieksschoorstenen van de Wilco met daarachter die van de Drentex. Linksonder het begin van de Steendijk. Aan de oostzijde van de Lonerstraat zullen de woningen worden afgebroken om plaats te maken voor het nieuw te bouwen Wilcocentrum. Het goederenspoor loopt hier nog voor de Drentex langs. (Collectie Gemeentearchief Assen)


De Assenaren dienen als eerste werk te verkrijgen

Een Assenaar stuurt burgemeester en wethouders al in 1929 een brief, waarin hij zijn verbazing uitspreekt over het aannamebeleid van de Wilco. Hij heeft uit goede bron vernomen dat er weer ‘enige meisjes zijn bedankt’. Op zich niets bijzonders, maar het gaat om meisjes uit Assen, terwijl die uit bijvoorbeeld Rolde en Smilde mogen blijven. Het komt hem voor dat de Wilco voorkeur heeft voor vrouwelijk personeel uit de buitengemeenten.

Hij vindt dat niet terecht, omdat: “In Assen menig gezin het zoo hard noodig heeft. Heb ik gehoord dat de gemeente Assen de grond gratis heeft afgestaan. Als de zaak niet rendeert is het ook deze gemeente die moet bijspringen en, dunkt mij, zijn ook de Assenaren het eerst aan de beurt om werk te verkrijgen”. De Schrijver ondertekent met de initialen J.J. Hoe dit afloopt is niet bekend.


Goedkope erwten uit het buitenland

In 1934 ontvangt het gemeentebestuur een schrijven van de Wilco-directie, waarin zij meedeelt dat de fabriek vijf jaar heeft gedraaid en het perceel grond waarop de fabriek is gebouw, volgens contract haar eigendom is geworden. Zij bedankt de gemeente Assen voor de aangename medewerking. Dat het voortbestaan van de jonge Asser conservenindustrie van belang is voor het gemeentebestuur blijkt uit twee voorbeelden.

Op 5 april 1934 laat de Wilco directie de Kamer van Koophandel weten dat zij bezorgd is over een aanstaande maatregel van de overheid, die bepaalt dat conservenfabrieken voor het drogen van doperwten slechts 30 procent van de hoeveelheid velderwten mogen gebruiken.. Het is een maatregel waar de conservenindustrie weinig heil van verwacht; het zal de werkgelegenheid niet ten goede komen. Men verwacht dat de prijs zal worden opgedreven en dat door het op de markt komen van goedkope erwten uit het buitenland de werkgelegenheid zal afnemen.


De directie moet erwten uit Noord-Brabant halen

Het gevolg zal mogelijk zijn dat de drogerij van doperwten moet worden stopgezet. Het college onderkent het probleem en schrijft een brief naar de Kamer van Koophandel, waarin zij haar verontrusting uitspreekt. Een paar jaar later wordt, met steun van het college, een verruiming van de oogstvergunningen van landbouwerwten verkregen. Ondanks dat deelt de Wilco directie het college mee dat het resultaat teleurstellend is, omdat het om niet meer dan zeven hectare land gaat.

De directie ziet zich dan ook genoodzaakt erwten in Noord Brabant aan te kopen. Maar door de extra kosten die er mee gemoeid zijn, benadrukt de directie bij het college de achterstandsituatie die hierdoor met fabrieken in het Westen is ontstaan. Zij spreekt de hoop uit dat het college in voorkomende gevallen Den Haag positief zal adviseren. Voor de Wilco begint het seizoen in de maand mei met de spinazieoogst. Er wordt dan extra personeel – meestal vrouwen – aangenomen. Na de spinazie volgen doperwten, wortels, tuinbonen, sperziebonen, waspeen, andijvie en appelmoes. De aanvoer van verse producten eindigt omstreeks de maand november.


De bonen worden naar de dorpen gebracht

Het tienjarig bestaan van de vestigingen in Warffum en Assen wordt in 1936 gevierd. Oud werknemers van de fabriek herinneren zich de topdagen van vóór 1940 met 23.000 blikken per dag. Bonen worden nog afgewogen e blikken worden met de hand gevuld. Machines die de blikken automatisch dichtfelsen zijn er nog niet.
Een belangrijk aandeel in de productie hebben de thuiswerkers, die wortels koppen, snijbonen rangen en bonen punten.

Met paard en wagen worden de bonen naar de dorpen gebracht, waar afhankelijk van de huishoudens tien tot twintig kisten worden bezorgd. Koetsier Berend Post haalt de kisten met de verwerkte groenten weer op. Men heeft de grootste moeite met het ‘onder dak’ brengen van de sperziebonenoogst.


Een dagproductie van 380.000 blikken

Al in de beginjaren draait de Wilco een aanzienlijk deel van haar productie in opdracht van andere bedrijven, waaronder de Coöperatie en Albert Heijn. Directeur Albert Hein komt het liefst op zondag zelf met de trein naar Assen, waar hij door Willemsen van het station wordt gehaald. Met regelmaat worden tussen 1936 en 1942 percelen en kleine stukjes grond door Wilco Conserven gekocht en aan het bedrijf toegevoegd.

Vanaf 1946 vindt verdere uitbreiding plaats. Een enkele keer wordt om praktische redenen een stuk grond met buurman Drentex ‘geruild’. Na de oorlog groeit de Wilco uit toe een conservenfabriek met eind jaren zestig een marktaandeel van twintig procent. De dagproductie is dan 380.000 blikken.


Vader en zoon vormen de tweehoofdige directie

In de loop der jaren kan er op het bedrijf steeds meer continue gewerkt worden. Dat werk bestaat veelal uit inpakken en uitvoeren van grote orders, waardoor er ’s winters minder mensen ontslagen hoeven te worden. Door verschil van mening over de toekomst van de bedrijven in Warffum en Assen ontstaat er een verwijdering tussen de oprichters Rieks en Jan en hun gezinnen.

In 1953 wordt het gezamenlijke bezit verdeeld. Jan Enne wordt eigenaar van de vestiging in Assen en handhaaft de naam Wilco.
Hendrikus Harm wordt eigenaar van de vestiging in Warffum, die verder gaat onder de naam Rixona (Rieks’ zoon) en zich richt op de verwerking van aardappelmeel tot o.a. kunstfriet. Jan Enne Willemsen gaat, in navolging van zijn zoon Jan, in Assen wonen. Vader en zoon vormen vanaf begin jaren vijftig de tweehoofdige directie van de Wilco in Assen.


Een foto uit het midden van de jaren '60. De tunnel is aangelegd, de Lonestraat is afgesloten, het aantal loodsen is uitgebreid en (linksonder) staat een nieuwe bedrijfskantine, het Wilcocentrum. (collectie Gemeentearchief Assen)


Voor de militair moest er een afgewogen hoeveelheid vet in

In 1956 vraag Jan Willemsen zijn overbuurman Piet Charbon, in dienst bij de Asser rechtbank als substituut – griffier, om adjunct directeur bij Wilco Conserven N.v. te worden. Charbon gaat op de uitnodiging in en komt naar eigen zeggen ‘in een heel interessant bedrijf terecht’. De activiteiten van Wilco zijn dan het inblikken en het drogen van diverse groenten. Het drogen van selderieblad, prei of uiten is in de hele stad goed te ruiken.

“Toen ik er kwam in 1956 was het in de groenteconserven een geweldige concurrentie. We waren als seizoenbedrijf blij dat er bestellingen van het leger kwamen. Die konden dan in een stillere tijd verwerkt worden. We maakten gemengde spijs, zoals stamppot met vlees. Daarvoor had de Wilco als groenteconservenbedrijf toestemming, omdat er intern een verbinding – dat was een voorwaarde – met de vleescentrale (voorheen Drentex) was. Het vlees kwam van de Vleescentrale en werd bij de Wilco verwerkt. Zo ging er ook Nasi goreng en macaroni in blik naar het leger. Het vullen gebeurde met de hand, omdat er voor de militair een bepaalde afgewogen hoeveelheid vet in moest”.


Deukblikken verkopen niet goed.

Omdat deukblikken niet goed verkoopbaar zijn, worden ze voor een zacht prijsje aan het personeel verkocht. Op die manier komen er toch blikken Nasi goreng en stamppotten onder de mensen. De adjunct directeur Verkoop, die in het Westen woont, bezoekt met enige regelmaat grote kruideniersbedrijven als De Gruyter en Albert Heijn om orders binnen te halen. Door de moordende concurrentie is het een kwestie van centen. Contracten voor het volgende jaar worden in oktober reeds afgesloten.

“Doperwten werden in het Noorden speciaal ‘over de vorst gezaaid’. Dat was het gunstigst, want dan was het land berijdbaar”. In Noord Nederland werken commissionairs in dienst van de Wilco. Zij zorgen er voor dat de contracten worden ondergebracht bij Groninger boeren. In een later stadium komen daar verenigingen van telers bij. Deze worden opgericht om de fabrikanten enig tegenwicht te bieden op het gebied van leverantievoorwaarden, het moment van oogsten, risicofactoren en zo meer.

Het eerste product dat wordt aangevoerd is in mei de spinazie. Daarop volgen doperwten, sperziebonen, snijbonen, snijbonen en appels. Na het stil komen liggen van de aanvoer van verse productie werkt de drogerij gewoon door. Na het drogen van selderieblad, de soepgroenten in oktober, volgen de uiten. In de maanden december tot en met maart is er een matige bedrijvigheid.


Doperwten betekende topdrukte

“In het hoogseizoen was er dag en nacht aanvoer. Dan zat ik de hele dag aan de telefoon. Je bestelde bij of bestelde af, want als er op de fabriek iets stagneerde dan kon je er niets bij gebruiken. Dan werden de Heerema’s, onze commissionairs in het Noorden, gebeld. Het moment dat er weer een lading geoogst kon worden om naar Assen vervoerd te worden, kwam heel precies. Bij heel slecht weer kon er niet geleverd worden. Het betekende stilstand op de fabriek. Het steeds rijper worden van de erwten was dan een probleem. De controle van rijpheid en hardheid gebeurde op de fabriek.

Tijdens perioden van regen kwamen er ladingen erwtenstro met plant en al bij de fabriek aan. Doperwten betekende topdrukte. Er kwamen dan, vooral in de beginjaren, veel polderwerkers uit Friesland om al die vrachtwagens af te vorken. Daar had je potige kerels voor nodig, die iets gewend waren. Spinazie werd ook met de hand gelost en kwamen in grote wassers, die buiten stonden, terecht. In grote ijzeren bakken met water werd de spinazie gespoeld. Het vele water betrokken we van de gemeente, maar we hadden ook een eigen watervoorziening.

Er waren meerdere putten. Pompen zorgden voor de juiste aanvoer. In de fabriek werd de spinazie gewassen en gemalen. De ellende van spinazie was, dat je het eigenlijk alleen maar als puree kon inblikken. Het vergde een vrij lange sterilisatietijd en dat kwam de smaak vaak niet ten goede.”.


Spinazie met bietenvlieg

De spoorlijn die over het fabrieksterrein koopt wordt niet veel gebruikt. Die enkel keer dat er per trein iets wordt aangevoerd, gaat het om appels uit de Betuwe. “We hadden onze vaste vervoerders, die door heel het land leverden. Dat was de Overzet. Van de blikgroenten ging niet veel naar het buitenland. Daar was het gedroogde spul meer voor geschikt; dat nam niet veel plaats in en was beter houdbaar. Onze relaties in het buitenland legden de contacten en berichtten ons daar over.

Tijdens de Koude Oorlog, in de periode dat Berlijn was afgesloten, werden er heel veel gedroogde groenten via de luchtbrug naar Berlijn verzonden. Op IJsland waren ze indertijd gek op gedroogde rode kool”. De Wilco controleert zelf regelmatig de kwaliteit van haar product. Daarnaast komt af en toe voor bepaalde groenten de Plantenziektekundige Dienst uit Wageningen. “Dat was het geval bij de spinazie waar de bietenvlieg in zat. Er verschenen een soort wittige rijstkorrels op het blad. Dat werd toen afgekeurd. Ook het leger controleerde zelf nogal eens. Dan liepen er adjudanten in witte jassen door de fabriek”.


De blikken van de Wilco hebben een codeletter ‘K’

In zijn beginjaren van Piet Charbon gebeurt er nog veel met de hand. Wel zijn er voor het afsluiten al sluitmachines. In de loop der jaren wordt het machinepark uitgebreid. Op de oogstvelden in Flevoland verschijnen rijdende erwtendorsmachines. De gedorste erwten worden, om het verzuren tegen te gaan in water gekoeld, naar de fabriek vervoerd. Blikken krijgt de Wilco geleverd van Thomassen & Drijver uit Deventer. Ze staan op voorraad in de loods. Bepaalde blikken zijn – afhankelijk van het product – aan de binnenkant met een vernislaag voorzien.

Bij de vulmachines komt het product in het blik terecht. De volgende stap is de zogeheten autoclaaf, waar het sterilisatieproces plaats vindt. De kale blikken worden daarna in een loods opgeslagen. Elke blikverwerkende industrie heeft een eigen slagmerk. De blikken van de Wilco hebben de codeletter ‘K’ met daarachter een nummer, dat naar de inhoud verwijst. Het is van tevoren niet bekend welke wikkel er om een blik moet. Afnemers van de verschillende producten leveren hun eigen wikkels aan. Onder de eigen naam Wilco verlaten in beperkte mate blikken de fabriek.

Bepaalde producten werden aan Kamp Schattenberg uitbesteedt

“De betere afnemers hadden wel voorrang als het om kwaliteit ging. Bovendien controleerden ze die vaak zelf. Erwten werden op grootte gesorteerd: middel 2, middel fijn. Fijn, zeer fijn en extra fijn. Dat ging door zeefmaten en sorteerde zich zelf uit. Ook hadden wij – ik vond ze zelf heel er lekker – zoetzure augurken in blik. Met de hand werden er alle mogelijke kruiden als laurierblad, mosterdzaad, dille en schijfjes ui aan toegevoegd”

Sinds de jaren vijftig hebben er altijd Ambonezen bij de Wilco gewerkt. Een deel van hen is in vast dienst. De eerste contracten stammen uit de tijd dat de Wilco het schoonmaken van bepaalde producten aan hen als bewoners van Kamp Schattenberg (voormalig Kamp Westerborg) uitbesteedt. Daar wordt in loodsen voor de Wilco gewerkt. “Velen kwamen later op de fabriek werken. Plezierige werknemers, merendeel vrouwen, die zeer bedreven waren in het met de hand vullen van de kleine 1/8 blikjes soepgroente”.


Buiten de campagne geldt een achturige werkdag

Er wordt zaterdags tot een uur of drie ’s middags gewerkt. Tijdens de doperwtencampagne is er een continudienst in drie ploegen. Buiten de campagne geldt de achturige werkdag. De drogerij draait ook vaak ’s avonds. “Het was wel zo, dat als je de machine eenmaal op temperatuur had, je ze ook graag op temperatuur wilde houden. Zomaar stilzetten was er dan niet bij. Uien werden op een andere plek in de fabriek gebakken, want de stank moest je niet in een drogerij hebben.

Na afkoeling kwamen ze als ‘Wilco gefruite uitjes’ in de handel”. Veel van de producten die Jan Willemsen op de markt wil brengen worden door hem zelf thuis in de keuken uitgeprobeerd. Hij legt contact met verschillende personen en organisaties. Met mevrouw Lottgering – Hildebrand, die een programma over recepten voor de radio verzorgt. Maar ook met de Peulvruchtenstudie Combinatie in Wageningen.


Een ontvelmachine is een té grote investering

Het is voor hem een kwestie van goed van de ontwikkelingen op de hoogte blijven en kijken of je er iets mee kunt, want de concurrentie is groot. Het besluit om krieltjes in te blikken geeft direct al problemen, vanwege de kans op stootblauw. Een ander idee is het inblikken van gevilde tomaten. Ook dat moet men laten varen, omdat een ontvelmachine een te grote investering voor een product is, waarvan men niet zeker weet of het gaat lopen. De mogelijkheid om Egytische uien, die minder vocht bevatten, te verwerken wordt nader onderzocht. Uiteindelijk is dit product niet interessant, omdat tegen uiten, die in het land van herkomst in de zon gedroogd worden, onmogelijk valt te concurreren.


Huisarbeid vindt in aanzienlijke omvang plaats

Reeds lang heeft de Wilco behoefte aan uitbreiding van haar fabrieksterrein. Daaraan kan pas worden voldaan als in 1959 de Rijkswerkplaats voor vakontwikkeling naar Hoogeveen verhuist en er een perceel vrij komt. Het terrein waarop de Wilco directie een recht van eerste koop bezit, wisselt voor fl. 13.400,- van eigenaar. Tussen 1957 en 1959 zijn er bij de Wilco gemiddeld per maand 260 mensen, merendeels mannen, in dienst.

Daarnaast vindt er nog geregeld huisarbeid in aanzienlijke omvang plaats. Het gaat daarbij om het afhalen van snijbonen en het koppen en sorteren van wortels. In 1958 wordt een nieuwe loods in gebruik genomen, waardoor de opslag van blikgroenten aanmerkelijk kan worden opgevoerd. In het najaar van 1959 komt daar een tweede loods bij. Met de bouw van de Tunnel – de verbinding tussen het centrum en de weg naar Rolde – in het vooruitzicht, ziet de Wilco directie zich genoodzaakt het industriespoor, dat dan nog voor de Vleescentrale langs loopt, om te leggen. Tegelijkertijd krijgen zowel de aanwezige industrieën als de omwonenden nieuwe riolering.


‘Over het spoor’ is geen zaalruimte aanwezig

Door afbraak van vier woningen tegenover het kantoor aan de Lonerstraat komt er nieuwe grond vrij voor de bouw van een nieuwe personeelskantine. Deze wordt in 1960 in gebruik genomen. De directie wil het gebouw, behalve voor personeel, voor andere doeleinden beschikbaar stellen. Het is haar niet ontgaan dat ‘Assen als congres- en prille industriestad bepaald niet royaal van zaalruimten is voorzien’. Ook wordt opgemerkt dat ‘over het spoor’ eigenlijk geen zaalruimte aanwezig is, terwijl verwacht mag worden dat in de toekomst dit stadsdeel tot ontwikkeling zal komen.


Een muurschildering herinnert aan de ingebruikneming van de nieuwe kantoren begin jaren '60. De schildering toont het proces van oogsten tot conserveren in blik ( foto Bert Vennik, Assen)


Het Wilcocentrum

In verband daarmee is een kantinegebouw ontworpen, dat plaats biedt aan ongeveer 450 mensen. De zaal heeft een toneelpodium met bijbehorende kleedkamers. Ook is er voldoende garderobe- en toiletruimte. Onder de grote zaal wordt een kegelbaan aangelegd. Assen heeft volgend de Wilco directie voor buurtverenigingen van ‘over het spoor’ en voor andere evenementen nu de beschikking over moderne zaalruimte en het gebouw vormt een bijdrage tot de verdere verbetering van het woonklimaat. En noviteit is de vloerverwarming. Een leidingsysteem van circa zes kilometer verwarmingsbuis wordt in de betonvloer mee gestort. Het kantinegebouw zal weldra in Assen bekend staan als het Wilcocentrum


De Lonerstraat werd deels een doodlopende straat

In november 1962 verkoopt de gemeente Assen aan de Wilco een strook grond aan de Lonerstraat en een perceel grond aan de Van Goghstraat. Er wordt overeengekomen dat de Wilco zorgt voor nieuwe beplanting van de dichtgegooide sloot door een zogeheten ‘molsgoot’. Hierin komen op afstanden van ongeveer 25 meter opvangkolken met een stankscherm. Het systeem wordt aangesloten op de gemeentelijke riolering.

Tegen het plan om de Lonerstraat ‘aan het openbare verkeer te onttrekken’ en vervolgens over te dragen aan de Wilco bestaan nog al wat bezwaren bij de omwonenden. Tot dan loopt de Lonerstraat langs de fabrieksterreinen van de Wilco en de Vleescentrale. Die situatie zal veranderen. De Lonerstraat zal vanuit de richting Loon ter hoogte van de Van Goghstraat een doodlopende straat worden.


Een aantal percelen lagen aan ‘de blinde darm’

De Wilco directie pleit voor het doorgaan van de plannen. In een brief aan de gemeenteraad legt zij uit dat het haar niet zal verbazen, als de aan de ‘blinde darm’ gelegen percelen te zijner tijd deel zullen gaan uitmaken van de Wilco.  Verder is de directie van mening dat bij handhaving van dat gedeelte van de Lonerstraat als openbare weg de verkeersveiligheid voor alle betrokken partijen in ernstige mate te lijden zal hebben.


De grond van de speeltuin wordt Wilco-terrein

De aanleg van een pad, dat de Lonerstraat met de Vermeerstraat verbindt, heeft de instemming van de directie. De ingang van het bedrijf met een portiersloge komt aan de kant van de Rembrantslaan / Wethouder Buningstraat te liggen. Alleen tijdens de doperwtencampagne is er, gedurende vier á vijf weken, nog kans dat er van de ingang aan de Van Goghstraat gebruik wordt gemaakt. De uitbreiding gaat door. In mei 1964 moet de vereniging Keerpunt Lonerstraat Combinatie (KLC) de grond waarop zij haar speeltuin heeft aan de Wilco afstaan. Een nieuwe speeltuin zal worden ingericht op het sportveld van de Jozef Israëlschool aan de Jozef Israëlweg


De Wilco wordt door Duyvis overgenomen

Eind jaren zestig wordt de Wilco overgenomen door de Koninklijke Fabrieken T. Duyvis Jz. NV uit Koog aan de Zaan. Er wordt een perceeltje grond gelegen op de hoek van de Lonerstraat en de Van Goghstraat gekocht en toestemming verkregen om een uitrit naar de Van Goghstraat aan te leggen. Op 1 augustus 1976 is het met het merendeel van de activiteiten van het Asser conservenbedrijf echter gedaan. In 1977 koopt bandenbedrijf Holland Tyre BV het gehele complex – inclusief het Wilcocentrum – van Duyvis. Voor de beperkte productie van onder andere slamixen huurt Duyvis daarna een deel van de gebouwen van Holland Tyre. In dat zelfde jaar wordt het Wilcocentrum verkocht aan de firma Bremer, die er een drukkerij vestigt onder de naam Bremer Drukkerijen. Duyvis sluit in 1979 definitief de poorten van de Asser vestiging. De conservenproductie en andere activiteiten worden elders in Nederland ondergebracht 


Ook de ‘Wilco fruitjes’ gingen ter ziele

Wilco conserven is vanaf 1972 een Bv (Besloten Vennootschap) met als zetel Amsterdam en met de Van Nelle Tobacco International Holding BV sinds maart 1998 als enig aandeelhouder. Wilco Fruitjes, een product dat tot voor kort nog bij Albert Heijn te verkrijgen was, is onlangs uit het assortiment van de grootgrutter genomen.

Duyvis is met de productie ervan gestopt. Rixona in Warffum is uitgegroeid tot een toonaangevend bedrijf, dat jaarlijks miljoenen aardappelen tot aardappelgranulaat (pureepoeder) verwerkt. Holland Tyre verhuist in de loop van 2000 naar een nieuw te bouwen pand aan de Scherpersmaat in Assen. Na sanering zullen op de grond van de voormalige complexen van de Coveco en de Wilco woningen worden gebouwd.





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl