In en om Assen





De geschiedenis van de TT
Periode 1970 - 1992


Bronvermelding:
'Honderd jaar Drenthe, de Drenten en hun TT'. Tekst Ton Kruis en Bertus Streutker. Uitgeverij Waanders b.v. Zwolle 1992.
ISBN 90 400 0142 1


Traangas en paarden

Rond 1970 was er niets meer over van de oude, gezellige TT-nachten. Er werd gevochten in de stad. Winkelruiten die niet met planken waren afgeschermd, sneuvelden onder een regen van straatstenen. Glazen en blikjes vlogen door de lucht. De ME voerde charges uit, politiepaarden galoppeerden over de trottoirs. En terwijl het traangas langzamerhand ook de mudvolle cafés binnendrong, speelde de jukebox 'Baby, baby it's a wild world'... De Asser politieman Piet Kinkel vertelt dat de politie aanvankelijk nauwelijks op de provocaties van de 'opgeschoten jongeren uit het westen' was ingespeeld. Spoedig echter kreeg men de zaak beter onder controle: 'De treinen uit het Westen werden nauwkeurig in de gaten gehouden. De mogelijke rellenschoppers waren gemakkelijk herkenbaar aan hun gedrag en kleding. Zij werden geschaduwd op hun weg naar het centrum door agenten in burger.

Vaak waren deze gasten verbaasd over de snelle manier waarop we wisten in te grijpen. We hadden namelijk op verschillende plaatsen uitkijkposten ingericht. We zaten bijvoorbeeld nauwlettend te loeren vanuit het huidige pand van Scapino op de hoek van de Groningerstraat en de Oudestraat. Ook op het Koopmansplein was boven de tegenwoordige Trekpleister-winkel een kijkpost ingericht. Alle posten stonden met elkaar in verbinding en we konden daardoor heel snel vaak in burger reageren. Verder hadden we daarbij de hulp van talrijke ME-agenten uit het hele Noorden en zelfs uit Nijmegen. De bereden politie zat in de schuur van Göbel in de Rolderstraat klaar om uit te rukken.' Deskundigen van de Rijkspsychologische Dienst werden ingeschakeld om achter de oorzaken van de ongeregeldheden te komen. Kinkel zegt hierover:

'Men kwam al snel tot de conclusie dat de verveling een beslissende rol speelde. De kermis speelde zich af op het Veemarkt-terrein, de Rolderstraat - de toegangsweg naar dat evenement - was een kokende verzameling mensen. Iedere oneffenheid bracht vormen van agressie. En de drank speelde daarbij een overheersende rol. Het advies was duidelijk: probeer tot een spreiding van evenementen over de binnenstad te komen. De hele binnenstad werd voor het verkeer afgesloten. Er kwamen kartraces op de weg bij het politiebureau. Op de Brink, de Kolk en het Koopmansplein kwamen podiums met popgroepen. Overal in de stad stonden voortaan stalletjes met eten en drinken en souvenirs.' Deze tactiek slaagde. Voortaan was het weer gewoon gezellig druk op de vrijdagavond voor de TT. Hoewel sommige mense altijd zullen blijven zeggen dat het vroeger veel gezelliger was.


De twee T's langs de Vaart in Assen aan het begin van de jaren zeventig. Later zou het gevaarte verhuizen naar een plaats langs de A-28 (collectie Boivin)


Witte Reus Wil Hartog

Halverwege de jaren zeventig was een scherpe scheiding in het rennersveld heel gewoon geworden. Aan de ene kant had je de grote fabrieksteams van de Japanse motorgiganten, gesteund door sponsors die niet op een ton hoefden te kijken, terwijl aan de andere kant de privérijders hun laatste verdiende cent nog in hun zo innig gekoesterde machine stopten. Deze tegenstelling leek met name in de 500cc - de koningsklasse - onoverbrugbaar. Slechts een enkeling slaagde erin op dat niveau aansluiting bij de top de vinden. Een uit dat selecte groepje was Wil Hartog, de 'Witte Reus' van Abbekerk. We schrijven 25 juni 1977, de dag van de 47-ste TT. Hartog kwam al met een respectabele staat van dienst naar deze race: meer dan tien nationale titels, vijf Grand Prix-overwinningen en twee vierde plaatsen in het eindklassement van de 500cc zijn in de loop van de tijd door hem veroverd.

Even na drie uur stond Hartog op de derde startrij. Een darminfectie leek aan alle kansen op een overwinning in Assen een eind te hebben gemaakt, want aan de training had hij nauwelijks mee kunnen doen. Hij had slecht geslapen en KNMV-dokter Ab Rozijn had hem een injectie moeten geven. Dan de spanning van het vertrek. Wil Hartog deed alles op zijn routine: drie stappen, de koppeling loslaten, gasgeven, de choke los en op de motor springen. Als een raket vloog de machine naar voren. Alleen de Franse coureur Christian Estrosi kwam langzaam dichterbij en passeerde de Nederlandse topper zelfs. Samen nam het tweetal een duidelijke voorsprong op het peloton met Giacomo Agostini en Barry Sheene. Plotseling lag de Witte Reus weer in koppositie; Estrosi was gevallen. Vanuit de pits probeerde het team Hartog te waarschuwen dat Sheene snel kwam opzetten. Twee ronden voor het einde had Wil Hartog nog een voorsprong van zestien seconden.

Het bleek voldoende en Wil Hartog, de grasdroger uit Abbekerk, werd de eerste Nederlandse winnaar van de 500cc klasse. Een menigte van 120.000 bezoekers schreeuwde het uit van pure vreugde. Tevredenheid ook in het kamp van sponsor Ton Riemersma waarvoor Wil Hartog tussen 1969 en 1981 zou rijden. Ondanks het feest ging Wil Hartog de volgende avond gewoon weer maar de grasdrogerij, waar hij werkte. Maandagmorgen stond hij om zes uur de geur van het hooi op te snuiven. Als je hem mocht geloven werkte dat verslavend.


Hosphality area voor hoge gasten

In de ontwikkeling van het motorracen gingen het ontwikkelen van steeds sneller materiaal en het stellen van steeds strengere veiligheidseisen hand in hand. Dit zorgde ervoor dat ook aan de TT-baan voortdurend veranderingen moesten worden aangebracht. Zo werd in 1976 de veel te snelle Kniebocht waar het publiek min of meer bovenop zat, vervangen door een chicane die naar Geert Timmer, de Asser motorcoureur en TT-bestuurder van het eerste uur, werd genoemd. Voortaan moesten de coureurs de machines van 'het ene oor op het andere' leggen voor ze bij de finish kwamen. Een grondige face-lift van het hele complex was in de jaren tachtig wenselijk. Een meerjarenplan van miljoenen guldens bracht een vernieuwde accommodatie met een aangepast tijdwaarnemershuis, pits en VIP-rooms.

Na de brand in 1982 verrees in 1984 een nieuwe perstribune en werd voor de permanente bereikbaarheid van het rennerskwartier een tunnel aangelegd. Voortaan konden hoge gasten worden ontvangen in de 'Hospitality area' met mobiele ontvangstruimten van teams en sponsors, een fraai terras, een kinderspeelplaats en twee speciale tribunes. In het kader van de face-lift kreeg de beroemde Stekkenwal een eigen tribune met een schitterend uitzicht op de bocht, de Veenslang en het traject naar de Bult. Bedeldijk, Stroomdrift en De Vennen verdwenen in 1984 van de plattegrond van de TT-baan. toen het circuit werd ingekort tot 6,1 kilometer. De paan werd verbreed tot tien meter en kreeg een speciale asfaltlaag.


Als aan de kop stuivertje wordt gewisseld, staat het publiek in Assen regelmatig op de banken. Hier leveren de Honda's van de Spanjaarden Pons (1) en Cardus (8) en de Zwitser Cornu (3) een bloedstollend gevecht om iedere centimeter. Regelmatig raken in dit soort duels de stroomlijnkappen elkaar (VW Drenthe).


Sleutelwonder Egbert Streuer

Als er iemand is die het sleutelen tot kunst heeft verheven, dan is het de in Assen geboren en getogen zijspancoureur Egbert Streuer. Deze supertechneut begon zijn lange racecarrière met iet sleutelen aan brommers en maakte vervolgens via zijn plaatsgenoot Jan Ubels kennis met de motorsport. Het zakgeld bleek niet voldoende om aan voldoende financiële middelen te komen. Zijn compagnon Johan van der Kaap [verkocht zijn auto en van het geld werd een zijspan aangeschaft. Het werd een succes. Na drie jaar werden Egbert Streuer en Johan van der Kaap Nederlands kampioen en begonnen ze Grand Prix-races te rijden. De tabaksfirma's zagen in de motorsport een ideale gelegenheid aan te tonen dat hun merken pasten bij het stoere rokersbeeld. Zo werd de British American Tabacco Company met merken als North State, Barclay en Lucky Strike de hoofdsponsor van Streuer.

In de jaren 1984, 1985 en 1986 won Egbert Streuer met Bernard Schnieders in de bak het wereldkampioenschap. In hun geboortestad Assen zegevierden zij vreemd genoeg pas voor het eerst in 1987. Minstens zulke goede herinneringen zal Egbert Streuer bewaren aan de TT van 1991, toen er dat seizoen ongeveer alles was misgegaan wat er mis kon gaan. Tot overmaat van ramp kwam Streuer met bakkenist Peter Brown bij de start van de race in Assen zo slecht weg dat ze na de eerste ronde pas als elfde doorkwamen. De tijd was rijp voor een indrukwekkende opmars. De Britse favoriet Steve Webster viel tien ronden voor het einde uit door een vastloper van zijn Krausermotor. Even later tuimelde Shaun Smith uit de bak van Steve Abbott. Zo sneuvelden de concurrenten.

Bij de pits zag Streuer zijn helpers het bordje P2 opsteken. Een tweede plaats? De eerste plek van de Zwitser Rolf Biland was binnen bereik. En het lukte ze; voor de tweede keer werd Egbert Streuer winnaar van de Asser TT. Steve Webster en Gavin Simmons werden in 1991 weer wereld¬kampioen met een puntentotaal van 181. Rolf Biland en Kurt Waltisperg kwamen met 168 punten op een tweede plaats en Egbert Streuer bleef in zijn achtervolging op een derde plaats steken.


Duizelingwekkende getallen

Meer dan 200.000 mensen komen jaarlijks op de Asser Speedweek af: zo'n 50.000 in de loop van de week en circa 150.000 op de dag van de races. Veertig procent van hen is afkomstig uit het buitenland; veruit de meesten van hen komen uit Duitsland. Tijdens de TT-week zijn 1400 medewerkers actief. Hun functies variëren van controleur, parkeerwachter en kaartverkoper tot de medische dienst en de horeca. Nog meer TT-cijfers. Het aantal zitplaatsen langs de baan bedraagt 64.500, het aantal staanplaatsen het meervoudige. De parkeerterreinen kunnen 60.000 voertuigen gemakkelijk aan, tenzij - zoals bij de TT van 1991 - de regen de grasvelden ontoegankelijk maakt voor auto's en een groot deel van de bezoekers hun wagen op de A-28 moest parkeren.

Gedurende de Speedweek is er op de TT-baan een consumptie van 100.000 hamburgers, 20.000 hotdogs, 20.000 koppen koffie, 100.000 blikjes frisdrank en 125.000 tinnetjes bier. De omzet van de Stichting Circuit van Drenthe wordt exclusief BTW geschat op zo'n zeven miljoen gulden. Voor de gemeente Assen heeft de TT als prettige bijkomstigheid een opbrengst van circa vier ton bij de verpachting van de jaarlijkse TT-kermis en een vergoeding van de Stichting Circuit van Drenthe van drie ton voor de gemeentelijke ondersteuning voor het opruimen van de achtergelaten troep in de stad, de geleden schade en de politiesteun.


De laatste jaren is een aantal beroemde klassen afgeschaft, zoals de 350cc, de 50cc en de 80cc. Hier de 50cc start in 1975 met de Kreidlers van Hummel (10) en Rittberger (3) (VVV Drenthe)


De laatste zaterdag van juni

De secretaris van een motorclub uit de buurt van Keulen heeft een zware taak. Hij moet voor zijn leden zorgen voor dertig tribunekaartjes. Het kunnen op het laatste moment ook meer zijn, dus nestelt hij zich op de vrijdagmorgen voorafgaande aan het jaarlijkse Asser motorsportfeest op de bank bij de bali in het kantoor van de Asser VVV. De overhandiging van de fles cognac hoort bij het ritueel en heeft niets met omkoping te maken. Als op een bepaald momer aan de balie een tribuneplaats wordt ingeleverd, koopt hij die onmiddellijk op. Zo verzamelt hij het gewenste aantal. Door daarna weer te ruilen krijgt hij zijn clubleden tegen het vallen van de nacht aardig dichtbij elkaar op de banken. Tevreden stort hij zich vervolgens in het feestgedruis.

Is gemiddelde bezoeker van de TT een rasechte motorsportfanaat of een sensatiezoeker? Voer voor psychologen wellicht zeker is wel dat de maandag na de TT de brievenbussen van het TT-bureau en het Asser VVV-kantoor propvol zitten met bestellingen voor tribunekaartjes voor het volgend jaar. Want wie het eerst komt, heeft de zekerheid van een mooie plaats. Regen of mooi weer spelen nauwelijks een rol bij het aantal bezoekers. Een bezoek aan de TT hoort bij het levenspatroon van velen. De laatste zaterdag van juni staat steeds weer met een groot kruis in duizenden agenda's aangegeven.


De toekomst van de Asser TT

De toekomst van de TT is voor een deel in nevelen gehuld. Zo maakt de motorsport deel uit van de grote milieudiscussie. Alle activiteiten op het TT-circuit worden de komende tijd getoetst aan scherpe normen. Ondertussen gaat de professionalisering van de motorsport in snel tempo verder. Onlangs heeft de motorsportbond FIM bekendgemaakt in zee te gaan met de Engelsman Bernie Ecclestone van Two Wheel Promotions en het Spaanse sportmarketingbureau Dorna. Een bedrag van circa honderd miljoen gulden is de compensatie.

De belangrijkste renners zijn inmiddels onder contract gekomen bij Ecclestone die grote faam heeft verworven door zijn aanpak in de autosport Formule I. De FIM blijft zorgen voor de reglementen en de sportieve aspecten. De Drentse TT-organisatoren zijn in de slag gegaan met de Engelse koopman in motorsportactiviteiten. Men heeft een uiterst prettig uitgangspunt: meer dan zestig jaar ervaring en een uiterst modern circuit dat ieder jaar op de laatste zaterdag van juni zeker is van rond de 150.000 aanhangers van de motorsport. Dat zal Bernie Ecclestone als muziek uit een uitlaatpijp in de oren klinken.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl