In en om Assen




De Groningerstraat, tussen Noord-Willemskanaal en Zwartwatersweg


De Groningerstraat omstreeks 1939 met zicht op het gedeelte tussen de Groningerbrug en de Zwartwatersweg (coll. Gemeente Archief Assen)


Jan Leering vertelt over de straat van zijn jeugd.

Midden jaren dertig was de Groningerstraat de verbindingsweg tussen Groningen en Zwolle. Ik was vier toen wij in het gedeelte tussen het kanaal - toen nog Noord-Willemskanaal - en de Zwartwaters-weg kwamen wonen. De straat zag er heel anders uit dan tegenwoordig. Langs de straat stonden dikke eiken. Achter de bomen was een looppad en voor de huizen liep een sloot voor de afvoer van regen en afvalwater. Er was nog geen riolering. Winkels waren er bijna niet. Alleen een kruidenierswinkeltje met een smederij, waar ook paarden werden beslagen. Verder een garagebedrijf (nu het Asser Bowling Centrum) en een wasinrichting, die inmiddels is afgebroken. Zijstraten waren er tot de Zwartwatersweg niet. Alleen wat landweggetjes, die naar afgelegen boerderijtjes voerden.

Enkele jaren voor de Tweede Wereldoorlog veranderde de straat ingrijpend. De bomen werden allemaal gekapt. Protesteren had toen geen zin. Alle sloten werden gedempt, er kwamen fiets- en voetpaden en we kregen riolering. Langs ons huis werd rails aangelegd waarover lorries reden die het zand aanvoerden. Voor alle huizen werden hekken geplaatst, die allemaal gelijk waren: betonnen palen met ijzeren stangen en daartussen stevig gaas. Hier en daar zijn die hekken nog steeds. Eigenlijk heeft de straat anno 2004 nog dezelfde inrichting. Alleen de parkeerstroken zijn smaller gemaakt en de middenweg is van asfalt voorzien.

Aan ons deel van de straat woonden het echtpaar Cieraad van de stoffeerderij en behangzaak, postbesteller Boering, politieman Taai, varkenskoopman Ubels, aannemer Hendriks en onderwijzer Arkema. In het grote huis naast ons woonde mevrouw Van Dam. Die had als eerste in de buurt televisie. Tegenover ons huis was de sigarenfabriek 'Borneo' van Barelds. In de oorlog was in het pand, waar nu Technisch Bureau Suurmeijer is gevestigd, een tankstation van de Wehrmacht. Vlak naast ons huis was een landweggetje, het Popkenslaantje, dat naar enkele huizen en een boerderij voerde. Het had met een knik een verbinding met de Molenstraat. Als kind was dit een pracht plek om te spelen. Er liep een stroompje waarin je kon vissen op stekelbaarsjes en je kon er pootje baden.


De Groningerbrug. Wij kijken vanaf Het Kanaal in noord-westelijke richting.


Er zaten veel joodse kinderen uit de Rolderstraat op school, die in de oorlog allemaal verdwenen

Aan het pad woonden onder anderen de families Ubels, Venekamp en Wekema. Na de Fröbelschool van juffrouw Van Male aan de Oosterhoutstraat ging ik naar de lagere school aan de Noordersingel (School 2). Leerkrachten waren de dames Elema, Dalman en Pol en de heren Suringa, Leerink en Moed. Bij het uitbreken van de oorlog in mei 1940 moesten wij ons huis verlaten. De Groningerbrug zou namelijk worden opgeblazen vanwege de naderende Duitse troepen. Wij hadden een evacuatieadres bij kennissen aan de Tuinstraat. De volgende morgen mochten wij weer naar ons huis. Aangezien de brug vernield was werden wij met een bootje overgezet. Op een zaterdagmorgen in oktober 1942 -destijds moest je op zaterdagmorgen ook naar school - mochten we het schoolplein niet op. Voor de deur stond een Duitse schildwacht en we werden naar huis gestuurd.

Die nacht zijn onze joodse stadsgenoten opgehaald en moesten ze in afwachting van vervoer naar Westerbork zolang in onze school verblijven. Destijds zaten op mijn school veel kinderen van middenstanders. Om een paar te noemen: Henk Walraven van de slagerij, Gerrit Peper van de sigarenwinkel, Klaas van der Ploeg van de motorzaak, Teun Boxma van een andere sigarenwinkel, Duco Rosing van de wasverzending aan de Nijlandstraat en Anneke Postema van het gelijknamige warenhuis. Bij mij in de klas zat ook de latere nieuwslezer van de NOS, Rien Huizing. En verder veel joodse kinderen uit de Rolderstraat, die in de oorlog allemaal verdwenen. Je ging op klompen naar school met een groepje uit de buurt. Er was niet veel verkeer zodat je overal kon lopen. Onderweg passereden we het Noord-Willemskanaal en het was natuurlijk prachtig als de brug omhoog was om een schip door te laten.

Toen ik in de hoogste klas zat werd de school door de Duitsers gevorderd en kregen wij les in de school aan de Emmastraat. We hadden halve dagen les. 's Morgens bijvoorbeeld waren de leerlingen van de Emmaschool aan de beurt en 's middags die van de Noordersingelschool. Dwars door de stad en via de Nassaulaan richting Bellevue. Naast Bellevue was een paadje, dat uitkwam op het schoolplein. In september 1944 ging ik naar de ULO aan de Gymnasiumstraat, maar we gingen nauwelijks naar school of de hele school moest aardappelrooien. Lopend gingen wij naar Witterbrug, waar landbouwers ons met paard en wagen ophaalden. Na een beker warme melk begon het aardappelrooien. Een machine getrokken door twee paarden wipte de aardappels uit de grond en wij er achter aan om de aardappels in een mand te doen.


Een man werd wegens werkweigering doodgeschoten

Tussen de middag kregen wij eten uit de gaarkeuken, meestal stamppot van kool. Hetzelfde eten dat de arbeiders kregen, die voor de TODT om Assen loopgraven en tankgrachten aanlegden. Op een dag waren wij in de buurt van de Norgervaart aan het rooien, toen vlakbij een sleepboot met enkele lege pramen achter zich werd beschoten door een Engelse jager. De paniek was groot, de paarden steigerden en wij lagen plat op de grond. De piloot zwaaide naar ons, wij zwaaiden terug. In december was het rooien voorbij, maar naar school konden wij ook niet meer. Deze was namelijk gevorderd voor de huisvestiging van arbeiders, die verdedigingswerken moesten bouwen. Na een paar weken Vakantie' werd er enkele uren per week les gegeven aan kleine groepjes bij particulieren en bij Hotel de Jonge.

Als er luchtalarm was, en dit gebeurde in het voorjaar van 1945 nogal eens, kwam er van deze lessen natuurlijk niets terecht. Begin april 1945 kwam het oorlogsgeweld steeds dichterbij met landingen van parachutisten in de omgeving van Assen en werden de lessen stopgezet. In de laatste jaren van de oorlog werden in de landerijen achter onze huizen bunkers gebouwd, kwamen er loopgraven en werd er een tankgracht aangelegd. Doordat de afrasteringen om de landerijen waren verdwenen, konden wij nu overal komen. In de tankgracht kon je pootjebaden en vissen: er zat snoek. Vlak voor de bevrijding deed zich nog een vreselijk incident voor.

Een man werd wegens werkweigering doodgeschoten en zijn lichaam werd als voorbeeld naast de Groningerbrug gelegd. In april 1945 was het weer de bedoeling de brug op te blazen. Door de snelle opmars van de Canadese troepen werd dit voorkomen. De bevrijding kwam nadat we een nacht in de kelder hadden doorgebracht. Naast ons huis werd een kanon van de Canadese veldartillerie opgesteld. Tot schieten is het niet gekomen. Als kind was het natuurlijk prachtig om soldaten op het erf te hebben. Wij kregen spierwit brood met rode jam, mijn vader sigaretten en mijn moeder echte koffie. Toen de Groningerbrug eenmaal in handen van de Canadezen was, reden er onafgebroken colonnes met tanks en vrachtwagens richting Groningen.


De Groningerstraat anno 2011 (foto Sietse Kooistra)


De mooie brug werd gesloopt

Vlak bij ons huis zaten in Huize Rozenburg, toen een huishoudschool, Duitsers en landwachters die bij het naderen van de Canadezen naar Groningen vluchtten. Al spoedig na hun vlucht braken de buurtbewoners de deuren open en werd er van alles gestolen. Met enkele vrienden ging ik ook naar binnen en pikte een Duits geweer, een karabijn. Buiten gekomen pakten de Canadezen ons dit geweer weer af en sloegen het tegen een boomstam kapot. Na de bevrijding op 13 april konden we niet direct terug naar school. Die moest eerst worden schoongemaakt en er was veel vernield. Pas eind mei konden we er weer terecht, maar wel samen met de leerlingen van de HBS.

Die school was namelijk zo beschadigd dat herstel veel tijd kostte. De ene week gingen we 's morgens naar school, de andere week 's middags, ook op zaterdag. Het schooljaar daarop was de HBS weer klaar. Na jaren van afwezigheid ben ik weer aan de Groningerstraat gaan wonen. De straat is nog dezelfde als voorheen. De omgeving niet. Op de landerijen, waarop wij eens speelden werden woonwijken gebouwd, waardoor het landelijke beeld van voor de oorlog geheel is verdwenen. Er kwam een groot kruispunt met verkeerslichten op de plek waar eerder een doodlopend landweggetje, nu de Vondellaan, liep. Voor de aanleg van die kruising werden enkele huizen afgebroken. De in mijn ogen mooie brug over het Noord-Willemskanaal werd gesloopt en vervangen door een dam met verkeerslichten.


Bronvermelding:


Asser Historisch Tijdschrift; nummer 1 / mrt 2004. Een artikel van Jan Leering.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl