In en om Assen





Het leven in een jongensinternaat,
Het Asser Gymnasium 1855-1860


Bronvermelding:
Nieuwe Drentsche Volksalmanak; 68e jaargang, 1950. Een artikel van J. Poortman


Het Gymnasium aan de Dr. Nassaulaan 5 is gebouwd in 1824 als Franse school met dr. H.J. Nassau als rector. In 1825 werd het een Latijnse school en in 1863 een gymnasium


Het zoet en 't zuur van de schoolmeester


In de 64e jaargang van deze almanak - die van 1946 - zegt Mej. A. J. Scholte in haar artikel over Dr Nassau op pag. 54 o.a.: ,,We zouden zo gaarne iets hebben willen weten over het leven in een jongensinternaat van die tijd. . .", maar het Gedenkschrift over het eeuwfeest van het Asser gymnasium door Drs J. Hooghiemstra vermeldt daarvan niets. Voor mijn artikel over het onderwijs in Drente voor het 2e deel van het Handboek Drente had ik daarover 't één en ander genoteerd.

Het essentiële volgt hier en 't is ontleend aan een manuscript van W. O. Geelhoed - Geelhoeds memoires verschenen zoals ik nu zie in 1865 te Assen bij J. Hemmes als een uitgave ten voordele van de schrijver. Van 1861-1862 had hij een particuliere opleidingsschool voor voorbereidend onderwijs te Assen, die niet in stand gehouden kon worden. Daarna werkte hij als huis - onderwijzer te Smilde. - , dat ik op een auctie gekocht had, doch dat met mijn andere papieren door de S.D. in 1945 werd meegenomen en vernietigd. Geelhoed nu is 2e leraar geweest van de 2e afdeling aan het gymnasium van 1855 -1861. Hij zegt, dat hij aarzelde om schoolmeester te worden in het eerste dorp, dat in de Haarlemmermeerpolder gesticht zou worden, omdat hij zich onder boeren niet thuis voelde.

Daarom plaatste hij een advertentie in een dagblad en had succes: de afgevaardigde van het Departement Assen der maatschappij tot nut van het algemeen, Dr N(oordewier) bracht hem een bezoek. Afgesproken werd, dat Geelhoed naar Assen zou komen als docent aan het gymnasium, waar hij les zou geven in moderne talen. In die tijd betaalde de rector zijn leraren zelf en stelde hen ook aan. Dr Noordewier, oudleerling van en oudleraar bij Dr Nassau kende diens methode van lesgeven, wat het onderwijs ten goede zou komen, zoals curatoren van het gymnasium aan de Minister bericht hadden. We kunnen dus gevoeglijk aannemen, dat hij voor de interne zaken gewerkt zal hebben in Nassau's trant, ook al bouwde hij de school uit door groter zorg te besteden aan de 2e afdeling (de latere H.B.S.- richting).

Geelhoed heeft er 5 jaar gewerkt en er het zoet en 't zuur van de schoolmeester beleefd. Zuur was 't voor hem, wanneer de ,,knapen"' onhandelbaar, ongemanierd of ruw waren. Wanneer er gewandeld werd in het Asser bos, dat er zich zo uitnemend toe leende, kwamen ze met een slang, adder, hagedis of evertas aanzetten, wat de leraar al evenzeer verafschuwde als het eten van ,,spinnekoppen". In de school had men toen één leslokaal - liever zaal - waarin vijf leraren ,,les gaven " en door ,,overluid spreken" elkaar soms zo hinderden, dat ze voor hun groepje leerlingen niet te verstaan waren. Wel werd er ook ,,stil gewerkt " maar het grote aantal externe leer lingen maakte dit zeer moeilijk.

Daarom werd het Gemeentebestuur. gevraagd een afscheiding in de zaal aan te brengen, doch zonder resultaat. De overheid liet zich in die dagen weinig gelegen liggen aan deze school. Achter het gebouw werd aan gymnastiek gedaan en kregen de leerlingen les in schermen van een onderofficier van het garnizoen. 's Morgens stond men - in navolging van de rector - vroeg op en was kort daarna aan 't werk. De regeling hiervan nam door de week vrijwel alle tijd van de rector in beslag; des Zondags werd er voor de inwonende leerlingen voor ontspanning gezorgd. - Aan 't ontbijt behandelde de rector godsdienstige lectuur en lichtte die, waar 't noodzakelijk was, toe.



De meeste Zondagen werd er naar Rolde gewandeld


't Uitgangspunt hierbij was de begeerte om zelfstandig denkende mensen te vormen, niet om de leerlingen - wat toen ook beweerd werd - onbeperkte vrijheid te geven. Aan 't eind van de cursus vonden de promotiën plaats, gevolgd door een bal in de buitensociëteit. Hierbij was een ,,uitgelezen gezelschap " aanwezig en stak men soms ter meerdere glorie wel vuurwerk af. In Geelhoeds tijd waren er een aanvankelijk 22 tal ,,pensionaires", en de geest onder de leraren en deze leerlingen roemde hij als uitstekend. Onder de interne leerlingen was deze wel minder goed; een uitzondering maakt hij voor de Israëlieten, die zich meestal het vlotst in de moderne talen konden uitdrukken, doch er zich speciaal op toelegden, omdat ze dit later in de handel nodig hadden.

Geelhoed voelde zeer duidelijk de druk, die het programma voor de oude talen op de andere legde en klaagde er over, ook al kon er vlot uit een moderne taal vertaald worden. Wat werd er nu voor de ontspanning van de interne leerlingen gedaan ? Eenmaal in het jaar ging de school naar Zuidlaren. De oudste en verstgevorderde pensionaires bestelden daar in één der logementen een middagmaal voor allen en betaalden dit samen. We kunnen ons voorstellen, dat zo'n maaltijd met haas, patrijs of iets anders zeer leuk geweest is en dat het 'n hoogtepunt van de cursus was. De meeste Zondagen werd er naar Rolde gewandeld en die wandeling van een goed uur vond na de middag plaats, doch voor afwisseling ging men ook wel naar Ubbena, Vries of een uitspanning tegenover het buitengoed van de heer Van der Veen aan de Smildervaart.

Doch in Rolde beviel 't de jongelui het best. Was de maaltijd met soep en rijst genoten, dan ging men op stap om bij ,,de oude vrouw Rebbes" de thee te gebruiken. Werd er goed verteerd dan was zij onuitputtelijk in vrolijke invallen, kwinkslagen, zodat er hartelijk gelachen werd. Dan moest veelal wel naar de suiker in de thee gezocht worden, maar de lange pijpen - verboden door de week - zullen door de jongelui stellig meer gewaardeerd zijn, dan nu de sigaret. Een beschuit met een sneetje roggebrood en wat ,,hartelijke" kaas vormden een goed sluitstuk, zodat het gezelschap ,,gesterkt" weer huiswaarts toog met Geelhoed in de achterhoede om escapade's tegen te gaan.

Dan werd er over franse en duitse gedichten gesproken, dan deed Körner opgeld; dan was er verbroedering in de goede zin, wanneer het gezelschap arm in arm opmarcheerde. Wanneer het luisterde naar de echo's van de zang, of wanneer de maan scheen en velen haast kregen nog iets na te zien voor Maandag. 's Avonds zat men dan samen te schaken of te dammen, deed iets anders of werd er geluisterd naar pianospel, al of niet afgewisseld door zang, die Geelhoed beide als uitstekend roemt. Wanneer om 10 uur het klokje van gehoorzaamheid geslagen had en de stem van de rector - de heer des huizes - het ,,Hora, jongelieden!" gesproken had, werd alles snel opgeruimd en zocht ieder zijn bed op. -

Onder het rectoraat van Dr Noordewier liep het aantal ,,pensionaires" omstreeks 1860 terug, zoals dat ook al bij zijn voorganger het geval geweest was. In 1861 laat dan de gemeente haar onverschilligheid varen en met ingang van 1 Januari 1863 wordt het gymnasium ,,een zuiver gemeentelijke inrichting',. - Het is weinig, wat ik heb kunnen vinden, maar als enige bekende mededeling over het leven in het Asser jongensinternaat vlak na Nassau's tijd heeft het zeker z'n waarde.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl