In en om Assen




Hans Lameris, kapper, fotograaf en zanger in ruste


Hans en Reiny Lameris. Bron foto: familiearchief Lameris


Bronvermelding:
Artikel uit het tijdschrift van de Asser Historische Vereniging; nummer 3 / september 2005 Een verhaal van Ger Gramsma


Klein behuisd, maar gezellig

Zijn vader was kapper, zijn broer Henk was kapper, zijn zuster Catharina was kapster, dus was het logisch dat Johannes – roepnaam Hans – Lameris (Assen, 1925), nadat hij de School 6 aan de Rodeweg had doorlopen, ook voor het vak koos. Knippen zat gewoon in de familie. Vader Lameris had een echte volkszaak op de hoek van de Anreperstraat en de Lodewijk Napoleonstraat.

Klein behuisd, maar gezellig. Buurtroddels en voetbal waren dagelijkse kost in de salon. De klanten kwamen uit het Rode, Witte en Blauwe Dorp. Voor Hans Lameris waren ze allemaal gelijk. “Ik heb er heel wat bij de kop gehad”. Een portret van een bescheiden, vriendelijke Assenaar, die het knippen tot in de finesses beheerste, op kappersconcoursen veel prijzen won, een verdienstelijk fotograaf was en ook als zanger en gitarist, zij het op amateurniveau, furore maakte. Weliswaar wat minder dan zijn zingende dochter Janke Lameris , die heden ten dage een populair Drents duo vormt met Tiny Klomp. “Ik ben een echte fan van Janke”.


Knippen kostte een dubbeltje

De ouders van Hans Lameris waren Friezen. Zij kwamen in de jaren twintig vanuit Gorredijk naar de Drentse hoofdstad. Vader Lameris verdiende er zijn geld als kapper en pruikenmaker. Hans leerde het vak in de zaak en ging tevens naar de kappersvakschool in de Javastraat. Hij kreeg er onder meer onderricht van Gijs Notenbomer, de vader van Harm Notenbomer, die in de jaren zeventig hotel De Jonge in Assen exploiteerde en daarna naar Canada vertrok. Hij werd daar visser. Hans Lameris volgde na de kappersvakschool nog een paar jaar lessen aan de Handelsavondschool in de Gynmasiumstraat. Dat was geen succes.

Hij koos duidelijk voor het kappersvak, net als zijn broer en zuster. “Ach ik ben er gewoon in gegroeid. Het is een heerlijk vak. Ik zou het allemaal zo weer doen. Maar wel graag in een eigen zaak”. Inzepen en scheren als knecht, daar begon het allemaal mee. Dat kostte in die tijd een dubbeltje. Knippen vijftien cent. Hans werkte niet lang in de zaak van vader. Enerzijds omdat die te klein was, anderzijds vond zijn vader dat hij bij een ander meer leerde. Bovendien kon hij ergens anders meer verdienen.


Hans werd tewerk gesteld in Duitsland

Hans Lameris kwam terecht bij kapper Feijen aan de Noordersingel. Dat was net voor de oorlog. Weg uit de arbeiderszaak. Bij Feijen kwamen ambtenaren op de stoel. “De zogenaamde elite. Tegen die mensen zei je ‘meneer’. Mij deed dat niets, maar toch voelde ik me over het spoor beter thuis”. Hij verdiende er 2,50 gulden in de week. Dat werd aanzienlijk meer toen kapper Harm Hogenbirk van de Groningerstraat hem een baan aanbood. “Ik viel zo wat van de fiets, toen Hogenbirk me vertelde dat ik 7,50 gulden per week kon verdienen plus een derde van de fooien. En dat kon aardig oplopen.

Die Hogenbirk was een aparte kerel met veel gevoel voor humor. Hij zei eens tegen een Duitse soldaat, die op de stoel zat, weet je moeder wel dat je zo ver van huis bent. Ik zei nog tegen hem dat kun je niet tegen die Moffen zeggen. Met Hogenbirk kon je altijd lachen en er waren ook best goede lui onder die Duitse soldaten. Ze werden tenslotte ook maar gestuurd”. Net als vele anderen werd Hans Lameris te werk gesteld in Duitsland. Hij kwam in 1943 in een kapperszaak in Oldenburg terecht.

Hij knipte er vele Duitse koppen en werd er ernstig ziek. Een Russische arts, die geen woord over de grens sprak, hield hem in leven en stuurde hem met verlof naar Nederland. Dat was in januari 1944. “Ik ben niet weer teruggegaan. Dat was het werk van mijn zwager Daan Huizinga, ja de voormalig PvdA-gedeputeerde. Daan was actief in het verzet en had papieren voor me geregeld. Ik heb ook wel eens iets voor hem gedaan. We gingen samen regelmatig de natuur in. Hij was ook een natuurmens en zo brutaal als de pest. Maar een prima kerel, die voor Drenthe heel belangrijk is geweest”.


Werken bij Van Boeijenoord

Hans Lameris was inmiddels een volleerd kapper geworden. Na de oorlog werkte hij nog een jaartje in de zaak bij zijn vader, maar ging daarna zijn eigen weg. Na de bevrijding zong hij en speelde gitaar voor de Canadezen. Ook was hij actief in de mandolineclub, waar veel Assenaren van over het spoor enorm plezier aan beleefden. Met Piet van der Tuuk en Dick Veldkamp vormde hij het trio ‘De Zing Zangers’ en speelde hij regelmatig mee in cabaretgroep De Penalty’s van voetbalvereniging Asser Boys.

Een eigen zaak, zoals het bedrijf van Hogenbirk – zijn grote voorbeeld – zat er niet in, ook al omdat zijn vrouw – Reiny Pasveer – Assen liever niet wilde verlaten. Toen Lameris werd gevraagd om kapper te worden bij Van Boeijenoord hoefde hij niet lang na te denken. “Financieel ging ik er goed op vooruit en bovendien kon ik er mijn hobby fotografie combineren met het knippen. Een mooie baan. De klanten, in hoofdzaak kinderen, waren soms best lastig, maar daar had ik geen problemen mee. In die tijd waren er zeker vijfhonderd kinderen. Al hun bijzondere afwijkingen heb ik gefotografeerd. Het was daar heel fijn werken. Ook heb ik heel wat patiënten van Licht en Kracht geknipt”.


Kapper Lameris - heren beneden, dames boven - aan de Anreperstraat 7, op de hoek van de Lodewijk Napoleonstraat in 1966. De foto werd gemaakt ter gelegenheid van het 50 jarig jubileum van de zaak (collectie Joh. Lameris, Assen)


Ik was liever over het spoor blijven wonen


Vader Lameris overleed plotseling in 1947 en de kapperszaak aan de Anreperstraat werd overgenomen door broer Henk. Hans Lameris trouwde in 1952 en trok met zijn vrouw in bij ‘Hollanders’, die in Het Hollands Kledinghuis aan de Noordersingel 39, naast het voormalige theater Apollo, woonden. Later verhuisde hij naar de Troelstralaan. Daar woont hij inmiddels 42 jaar en geniet al zo’n twintig jaar van zijn pensioen.

Twee keer ging hij in Canada op bezoek bij een Canades militair, die hij na de oorlog in Assen had leren kennen. “Ik was liever over het spoor blijven wonen. Ik heb er mijn best ook wel voor gedaan, maar kon geen huis met vier slaapkamers vinden. Want ik wilde een donkere kamer voor mijn fotografie. Het Rooie Dorp is een hele hechte buurt. Ik kom er nog wel op de fiets. Het is er mooi geworden. Vooral de Anreperstraat”.


De mode is veranderd

Hans Lameris raakt al lang geen schaar of tondeuse meer aan. Wel fotografeert hij nog veel. “Ik ga nooit zonder fototoestel op stap”. Hij laat zich knippen door zijn broer. Opvolgers zijn er niet in de familie. Dochter Janke kan goed knippen, maar is nu actief in de tussenschoolse opvang aan de Emmaschool in Assen en zoon Thijs werkt als verpleger bij Dennenoord. “Er zijn nu ook kapsalons genoeg in Assen. In mijn tijd was dat anders. Toen hield het met een stuk of tien wel op

De mode is in de loop er jaren ook veel veranderd”. Was Lameris een goede kapper met enkel tevreden klanten? Hij valt even stil en glimlacht bescheiden, “Ik denk wel dat ik onder de goede kappers gerekend kan worden. Zeker, ik heb wel eens iemand geknipt, die niet tevreden was. Die kwam gewoon niet weer. Daar zat ik niet mee. En zo zal het nog wel gaan”.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl