In en om Assen





Hans Seidel


Illustraties van Hans Seidel uit het boekje 'Misdaad in Drenthe'


Biografie van Seidel, Johannes (Hans).
(Assen 1918 - Schildwolde 2000) Politieagent en schrijver.


Verliet in 1945 Assen voor een loopbaan bij de politie. Kreeg bekendheid door zijn autobiografisch boek Een Asser jongen vertelt (1983). Schreef ook verscheidene geschiedkundige en genealogische boeken, waaronder 1000 jaar Siddeburen (1976) en Misdaad in Drenthe (1985).

Een bundeltje Drentstalige gedichten, getiteld Diggelties (1976), verscheen aanvankelijk in eigen beheer; in 1984 verscheen een tweede druk. Hij leverde regelmatig bijdragen aan Oeze Volk en publiceerde voorts in de Nieuwe Drentse Volksalmanak en De Baander. Behalve schrijver was hij verdienstelijk als muzikant, schilder en knipkunstenaar


Misdaad in Drenthe


Bronvermelding;
'Oeze Volk, maondblad in Drents Dialect. 29 jaorgang, no. -11 -. November 1985. Een artikel van Geert Enting


In 't Schepershoes in Balloo presenteerde Hans Seidel zien zesde bowk: „MISDAAD IN DRENTHE." Hans Seidel, die eerdertied bij de plietsie was, langde Kolonel L.P. Bergsma, districtscommandant van de Rieksplietsie in Drenthe, het eerste eksemplaor an. Misdaodverhaolen schreef Hans Seidel al veur OEZE VOLK. Op snuusterij in 't Rieksarchief in Assen vón e een map met aole plietsiestukken. Dizze vondst en de belangstelling die der al veur zien waark was braach hum der tow der een bowk van saomen te stellen. MISDAAD IN DRENTHE handelt over de misdaod in de achttiende en nigntiende eeuw. In zun neegntwintig verhaolen wordt bedelaorij, kwakzalverij, verkrachting, moord, dronkenschup, houwerij, inbraok, doodslag en zowat beschreven.

De straffen die hierveur oetdeeild wudden, logen der niet urn. Straffen as de doodstraf, klappen met de zweep, verbanning of braand-maarken wadden heeil gewoon. Ok de aachtergronden over het hoe en wat van de misdaoden wordt beschreven. De naomen die nuumd wordt bint almaol echt. Daorum is aachterin een personen- en een plaotsnaomenregister opnómmen. MISDAAD IN DRENTHE is schreven in 't Nederlaands en het hef teeikenings van de schriever zölf. Hans Seidel gaf het oet in eigen beheer. Het bowk telt 140 bladzieden en kost f 14,95. De bowkhandel hef 't in veurraod.


Hieronder een weergave van een kort historisch verhaaltje over misdaad in Drenthe uit het begin van de 19e eeuw uit het boekje ‘Misdaad in Drenthe’ van © Hans Seidel, 1985:


Het verhaal van Jantien Bartels


Er zijn loze mensen en domme mensen. Maar ook zijn er mensen, die van beide wat hebben: loos en dom tegelijk. Personen welke tot deze laatste groep behoren, overzien wel het leed dat ze een ander aandoen, maar ze kunnen soms niet van tevoren bekijken, welke gevolgen hun daad voor hen zelf kan hebben.

Zo was het ook met de in De Kiel (bij Schoonoord) geboren Jantien Bartels, die omstreeks 1769 het leven aanschouwde. Jantien Bartels woonde in een huis te Kloosterveen, bij Assen. Waarschijnlijk had ze het oudste beroep van de wereld, want men noemde haar ‘De Groninger Jante”. In de nacht van zondag 23 op maandag 24 februari 1806, zou er grote blijdschap moeten zijn in haar woning op Kloosterveen, waar ze met haar vriending – Hillegien Jeltes – samenwoonde.

Want het was in die nacht, dat de 37-jarige Jantien het leven schonk aan een kind van het mannelijk geslacht. Denk niet, dat Hillegien Jeltes haar bij de bevalling heeft geholpen. Want Hillegien sliep als een blok toen het gebeurde. In dezelfde kamer. Denk ook niet, dat Jantien er een dokter of vroedvrouw bij gevraagd heeft. Dat wilde Jantien niet, omdat geen ander mocht weten dat ze een kind verwachtte. En je moet ook niet denken, dat ze blij was met haar kindje.

Want ze was niet getrouwd en wat zouden de mensen wel zeggen als ze er met een kind aankwam; een kind zonder vader …. Men zou haar altijd met de vinger nawijzen. Nee, Jantien was niet blij …. En toch: ook wel! Want ze had deze komende gebeurtenis al zo lang geheim weten te houden, dat ze nu blij was dat het nu gauw achter de rug was. Dan was ook die maandenlange spanning, waarin ze leefde, weg. Er was maar een in de wereld, die er kennis van droeg. En dat was jantien zelf!

Toen het zo ver was, heeft ze zich zelf geholpen. En ze heeft in haar kussen gebeten om Hillegien niet wakker te maken, al was dat dan ook haar beste vriending. Het kindje was nog maar net op de wereld, toen Jantien het een doek voor het mondje bond. Daarna wikkelde ze het stakkertje in een schort. Het was maar een klein pakje. Dat pakje legde ze aan het voeteneinde van haar bed. Omdat het kind geen moederlijke koestering en geen lucht kreeg, was het na een paar minuten dood.

De ontaarde moeder wachtte net zo lang tot ze er zeker van was, dat het jonge leven had opgehouden te bestaan. Toen is ze met veel moeite opgestaan en heeft het kinderlijkje verstopt onder de onderlagen van haar bedstee. Toen dan eindelijk alle sporen van haar misdaad opgeruimd waren, ging ze zelf slapen. Ze was doodmoe. Een paar dagen bleef ze in bed. Ze wou geen dokter hebben en zei tegen een zorgzame Hillegien, dat ze een beetje buikpijn had: dat zou wel beteren. Ze werd ook weer beter


Illustraties van Hans Seidel uit het boekje 'Misdaad in Drenthe'


Voor het huis was de Drentse Hoofdvaart. Jantien zat nog met de nageboorte en op een donkere avond vond ze de oplossing, door deze laatste herinnering aan haar jongetje in het kanaal te gooien. Gewikkeld in wat oude kleding. Vaag zag ze, dat het pakje langzaam wegdreef in de richting van Assen. Zo! Dat had ze even mooi geflikt! Geen haan die er naar kraaide! Men moest nu toch wel heel loos zijn om er achter te komen, dat ze een paar minuten lang moeder was geweest! Maar …. !!

Er waren – ook in die dagen – hele loze mensen …. En dat had slechte gevolgen voor Jantien. Want het pakje met de nageboorte werd in de Asser Kolk gevonden. Een paar kilometer van Jantien’s huis. De gerechtsdienaren werden wakker geschud toen ze het open maakte en zagen wat er in zat. Ze gingen in gedachten na, hoe de stroming was van de Drentse Hoofdvaart en konden ook wel berekenen hoe hard of het water stroomde.

Zo kwamen ze tot de conclusie, dat het pakje ergens te Kloosterveen in het water geworpen zou moeten zijn. Ook wisten ze wel, dat daar “De Groningse Jante” woonde. En ze gingen haar eens met een ambtelijk bezoek vereren. Jantien zei, dat ze nergens van wist. “Laat zij het maar eens bewijzen”, dacht ze. Ook Hillegien kon toch getuigen, dat er niets was geweest …. Maar de mannen lieten zich niet met een kluitje in het riet sturen. Ze hielden in haar huis een ‘gerechtelijke visitatie’ (huiszoeking). En toen hebben ze het ontzielde lichaampje van het kind gevonden.

In staan van ontbinding …. Het arme kind lag nog onder de onderlagen van de bedstee. Aan het voeteneinde. Met de doek nog voor het mondje. Ze hebben het lijkje in beslag genomen en Jantien moest mee naar Assen, waar ze op maandag 24 april 1806 terecht stond voor de Etstoel. Het was daar in Assen, dat ze het vonnis hoorde. Hoe of ze op dat vonnis reageerde is niet bekend. Misschien zijn inhoud en strekking van dat vonnis niet direct tot haar doorgedrongen. Misschien geloofde ze het nog niet ….

Als van ver weg hoorde ze de rechters aan. De rechters, die het roerend met elkaar eens waren. Dat kindermoord niet in een land van justitie thuis hoorde! Dat zo’n daad gestraft moest worden! Zwaar gestraft! Ter afschrikking van anderen! Namensen vanwege de Bataafse Republiek rechtdoende, hebben Etstoel en Raden recht gesproken. En het was niet lang daarna, dat het vonnis voltrokken werd. Ze hebben Jantien Bartels buiten Assen gebracht “ter plaatse waar men gewoon is executie van criminele justitie te doen”. Dat was waarschijnlijk in de omgeving van de plek, waar nu Stork is gevestigd.

De Groningse Jante moest – op hoog bevel – daar afscheid nemen van haar leven, zoals ook haar kindje daarvan afscheid had moeten nemen. Ze stond daar, nog in ’t volle leven, vastgebonden aan een paal. En terwijl naast haar de bloeiende krokussen stonden en de paardenbloemen hun kopjes door de grond boorden; terwijl de vogeltjes zingend hun nestjes bouwden, moest Jantien nog even gedacht hebben, dat het leven soms langzaam sterven is.

Ze stierf de wurgingsdood …. De scherprechter draaide zich om en keek naar Assen, waar leden van Etstoel en Raden van Drenthe tegen elkaar zeiden: “Zulke mensen moeten met gelijke munt worden betaald! Dat is het beste!”. Zo heeft ook de Groningse Jante met gelijke munt betaald. En in een nog kale boom, hoog boven een kindergrafje in een hoekje van het armenkerkhof bij Assen, kraste een raaf ….



Herinneringen aan Isi en Joël Van Veen


Bronvermelding:
'Oeze Volk, naoberspraot veur Drentse lezers. 26e jaorgang - no. 10 - oktober 1982. Een artikel van Hans Seidel


Et bint van die kleine veurvallegies in de jeugd, die de hele verdere levensloop kunt bepaolen. De olders kunt daorzo veul an doen, misschien zunner et zélf te weten. Elke dag maok ik een toertie muziek. Dak in de gelegenheid was urn muziek te leren he'k te danken an een klein veurvallegie; een op 't eerste gezicht een onbelangriek moment. Urn alles goed op een riegel te zetten, moek je eem met trugnemen naor ongeveer et jaor 1927, doe ik een jaor of 9 was. Mien va har een goed lopende kwekerij en zaodhandel an de Veneweg 64 in Assen (nou „Venestraot", waor as et winkeltie van Klok is), 't Was een harde warker. Nog heur ik hum zingen. Zo vals as een kraai! Ie zong dan: „Van Dam zien vrouw is op de loop, tra-la-la-la-la-la-la," enz. En ok:„Het hutje aan de zee" of „Beelden uit mijn kinderjaren." En: ,,0 Madelein, beeld mijner dromen." Veur kunstbeoefening har e gien tied en ok gien talent. Maor ie von et wel mooi urn naor muziek te luusteren.

Al op mien 6e jaor kreeg ik een éénrijder trekharmonika van hum. lene met 4 bassen. Et eerste liedtie wa'k daor op leerde speulen was: „Mien neef die woont in Canada." Zo'n trekharmonika was „harmonisch"; er zaten gien halve tonen op. En aj drukte, dan haj een andere toon dan wanneer je trok. Zo speulde je de toen bestaonde liedties. Mien bruurtie was daorbij drummer. We harren een voetpedaol maokt van 2 plankies van een bokkingkissie. Daor tussen harren we een aole veer van een springveren matras spiekerd. Ant uuteinde van et bovenste plankie een dot lappen. In oeze broeikas ston een hele grote salamanderkachel met daoromhèn een zwaor iezeren kachelscherm. Aj nou met de voet dat plankie naor beneden drukte, dan kwam de dot lappen tegen et iezeren scherm.

Dat was dan de dikke trom! As kleine trom gebruukte mien bruurtie een vogelkooigie. Deur een stokkie over de tralies te trekken, kreeg je et geluud van een roffel op een kleine trom! Zo maokten wij muziek. En doe kwam de dag, dat mien wiedere muziekleven in een vastere baon gung leiden. Er kwammen een paor klanten. Dat waren de gebroeders Van Veen van de Lonerstraot. Isi en Joel Van Veen. De naomen zegt, dat et jeuden waren. Ze konnen heel mooi accordeon speulen en harren allebei een 5-rijer knopin-strument. Isi speulde ok nog heel mooi op de ocarina. Dat was een instrumentje met de vorm van een vogelromp. Er zatten 9 toongaoten in en je kon blaozen op een klein buisie. En Joel speulde ok nog op de drum en de trompet.

Ze gavven een goed stukkie muziek vot. Op die dag kwammen ze bij oes um wat zaderij te kopen. En möt dus int veurjaor west hebben. Mien va zee een beetie trots over mij: „Hij kan ok al een beetie muziek maoken," en dan: „Speul is eem een stukkie jong!" Ik speulen op mien éénrijer: „Mien neef die woont in Canada." De gebroeders Van Veen luusterden andachtig. Doe'k uutspeuld was klapten ze hard in de hannen en zeden tegen mien va: „Rieks, je moet die jong muziekles laoten geven." De hele verdere dag he'k van emotie met een gloeiend rooie kop lopen. Ik zol muziekles kriegen! En eem laoter wast al zo ver. Mien bruurtie en ik kregen éénmaol in de week vioolles van stafmuzikant Kuiper, die ok an de Veneweg woonde, leder een half uur.

En dat kostte in totaal 50 ct. Doe harren we dus een harmonikagie en een viool. Arg lang hebt we gien les had; de crisis kwam en slueg et eerst toe op de tuunderijen. We kwammen in grote armoede te zitten. Ik was nog op school doe mien bruurtie en ik al op bruloften speulden. Veur f 2,50 per aovond. Mien va zag daor zeker wal muziek in en kocht doe tweedehands een drierijer chromatische knop-accordeon met 75 bassen. Van iene uut Zwagerveen (bij Zwaagwesteinde) en veur 25 gulden, 't Was heel anders speulen op zo'n instrument, maor et duurde niet zo heel lang, doek al vraogd wuur um op danscursussen te gaon speulen. Nao een paor „optredens" hebt we neije instrumenten kocht.

Ik har nou een wit parlemoeren 5-rijer instrument met 175 bassen en die kostte doe 275 gulden. Hij was zo groot, da'k er niet overhèn kon kieken ak zat. Mien bruur kreeg een baontie in een andere plaots. Doe hebt we de pianist Nico Walstra er bij an haold. De naom veranderde in „The Swing Music Makers." We kregen 't drok; verdienden 5 gulden per aovond en op middag en aovond 7,50. In heel Drente kregen we bekendheid as een goeie swing en stemmingsband. Er is gien plaots in Drente waor we niet speuld hebben. Meestal in de weekends en een enkele keer ok wal deur de week. In die dagen hek de Gebroeders Van Veen goed leren kennen. Ze gungen ok nog altied uut muziekmaken. Prachtkerels waren et.

En eerlijk as et zuverste gold! As ze et met muziekmaoken niet zo drok harren, dan leupen ze met 't pak (= manufacturen) en fietsten ze met heur handel deur de Drentse dorpen. Vaok harren ze een snabbeltie (zo nuumden ze dat muziekmaoken) en as ze een muzikant te kort kwammen, dan vreugen ze mij. 'k Vergeet nooit meer hoe Isi, Joel en ik - elk met de instrumenten achter op de fiets - naor zo'n snabbeltie toe gungen. Dat was in Uffelte, ter gelegenheid van de „Dankdag veur 't gewas," dat feestelijk vierd wuur. Gage: 5 gulden per persoon. Daorveur fietsten we dan zo'n 60 kilometer, maokten de hele aovond muziek en 't was vaok al weer licht aw Assen weer binnen rered.

Er was net een liedtie uutkommen dat we al in „The Swing Music Makers" speulden: „Ik zoek een meisje." Op de hènweg naor Uffelte zee Isi iederkeer: „Toe Hans, zing dat liedtie nog is." De hele weg he'k dat liedtie moeten zingen, maor doe we 's-aovonds in Uffelte lös gungen, konnen Isi en Joel et ók speulen. Vaok bi'k deur de week met heur uut snabbelen west. En altied met veul plezier. Ze waren vriendelijk, vrolijk en goedlachs. Tot 1 april 1940 duurde dit. Doe mus ik in dienst. En een dikke maond laoter wast oorlog. Nao een half jaor gedwongen verblief in Duutsland bi'k onderdoken. En je zwierf bij nacht en ontie van de ene plek naor de andere. Nao de oorlog was et balans opmaken.

Die was droevig. Bijna alle jeuden waren uut Assen verdwenen. Isi en Joel ok. 'k Heb nooit meer wat over heur heurd. Ik zie ze nog veur me met heur krullerig zwat haor. Met heur twinkelende donkere ogen. Met heur goedlachse mond. Altied opgeruumd, hoe arm ze 't ok harren. Altied klaor um een anner te helpen. Altied een anner geluk int leven geven, deur heur muziek. Ak daor an denk dan wor'k stil. Dan zo'k me willen uuten deur muziek te maoken. Niet et „Largo" van Handel; niet „Ase 's tot" van Grieg, nee, allennug as ik speul: „Ik zoek een meisje," dan uut ik me nog et allerbeste. Isi en Joel: Dank!







© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl