In en om Assen





Jan Hemmes, goud- en zilversmid


De winkel rechts op de foto werd in 1836 gekocht door Jannes Evert Hemmes. Later woonde en werkte hier zijn zoon Jan. In 1851 kocht Jan het pand links of de foto (waar de fiets voor staat). In 1857 vertrok hij naar de Markt (collectief gemeentearchief Assen)


Het levensverhaal van een van de telgen Jan Hemmes

De goud-en zilversmedenfamilie Hemmes toog in het begin van de 19e eeuw naar Assen om daar als opvolger van de eerste goudsmid Sirp Hoexum een bloeiend bedrijf op te bouwen. Ruim 130 jaar bleef 'Hemmes' een begrip in Assen. Hier volgt het levensverhaal van een van de telgen Jan Hemmes, die het bedrijf opbouwde en groot aanzien in de Asser gemeenschap genoot.

Jan Hemmes werd op 12 april 1818 geboren te Groningen aan de Rademarkt als zoon van de goudsmid Jannes Evertz. Hemmes en Trijntje Martens. Vader Jannes Evertz. was afkomstig uit Appingedam, waar hij was geboren op 24 augustus 1791 als zoon van de wolkammer Jan Hemmes en Aafje Drijfhamer. Het echtpaar woonde aan de Solwerderstraat aldaar. Jannes trouwde op 31 juli 1817 te Groningen met Trijntje Martens, dochter van de rekenmeester Cornelis Martens en Wiepke Leffering. Zoon Jan was dus het eerste kind uit dit huwelijk. Kort voor de geboorte van zijn eerste kind werd Jannes Evertz Hemmes op 13 juli 1818 op de Waarborg te Groningen als werkmeester ingeschreven.

Op 1 mei 1820 verhuisde het echtpaar naar Assen en vestigde zich in een huurhuis aan de Vaartstraat 22, naast het logement "De Koppelpaarden". Eigenaar van dit gehuurde pand was de koopman Israël Anthonie van der Wijk te Assen, die in de Kruisstraat nummer 48 woonde. Jannes Hemmes nam het bedrijf van de eerste zilversmid in Assen, Sirp Hoexum, over. Op 1 mei 1829 verhuisde de familie Hemmes naar de Kruisstraat nummer 50. Ook dit was een huurhuis van bovenvermelde koopman Van der Wijk. Zij woonden nu dus naast hun huurbaas. Met ingang van 1 januari 1837 zou vader Hemmes de Concessie als leenbankhouder van de gemeente Assen verkrijgen en moest daarom op zoek naar een groter pand, want de leenbank moest gevestigd worden ten huize van de Concessiehouder. Daarom kocht hij op 8 november 1836 een huis op de Brink/Hoek Kruisstraat voor ƒ 3000.- van Israël Mozes Lezer, met aanvaarding op 1 mei 1837.


Jan Hemmes in de leer als goudsmid


Op zijn 14e jaar, in 1832, werd zoon Jan in de leer gedaan bij de goudsmid Scheltens, woonachtig te Sappemeer en vervolgens te Hoogezand. Hij was hier vijf jaar werkzaam toen hij werd opgeroepen voor nationale militie. In januari 1840 kwam hij met onbepaald verlof naar huis en was daarna nog een korte periode als gezel werkzaam bij de goudsmid Herwich te Veendam.

Jan Hemmes kon echter slecht opschieten met deze baas en keerde daarom al naar een paar maanden weer naar huis terug. Waarschijnlijk was hij toen echter genoeg jaren als leerling werkzaam geweest, want hij werd op 25 april 1840 ingeschreven als werkmeester in goud en zilver op de Waarborg te Groningen.


Jan Hemmes (collectie mevrouw Philbert-Hemmes, Paterswolde)


Van Smilde naar Assen

Op aanraden van zijn vader vestigde Jan zich met ingang van 1 mei 1840 te Smilde in Wijk B, nummer 21, Kloosterveen. Hij huurde een zijkamer bij de barbier Marten Manak en woonde daar samen met een ongehuwde zuster, die de huishouding verzorgde. Het pand van Manak was vroeger een koperslagerswerkplaats geweest, maar door het faillissement van de koperslager was het in 1833 bij executie verkocht. Wellicht was de koperslagersoven nog aanwezig en dit maakte het zeer geschikt om de zilversmidswerkplaats hier te beginnen. Door de actieve vervening in de omgeving van Smilde in deze tijd, kon Hemmes een redelijk bestaan opbouwen. Op 13 juni 1845 overleed zijn vader te Assen, waardoor Jan de winkel in Smilde moest opheffen.

Enkele maanden later, op 11 november 1845 vestigde Pieter van Rijnbach zich als zilversmid te Kloosterveen-Smilde en hij kan dus als de opvolger van Hemmes beschouwd worden. Jan Hemmes was inmiddels naar Assen vertrokken. Op 1 juli 1845 had hij de leenbank van zijn overleden vader overgenomen. Deze was nog steeds gevestigd in het in het eerder genoemde pand bij de Stadspomp. Jan Hemmes trouwde op 17 oktober 1847 te Assen met Grietje Tijs, geboren in de buurtschap Deurze op 4 februari 1825 als dochter van landbouwer Jan Tijs en Grietje Beyering. Uit dit huwelijk werden zeven kinderen geboren, waaronder vijf zonen, die allen ook als goud- en zilversmid werden opgeleid.

Sinds 1850 had Jan Hemmes als inwonende goudsmidsknecht Albert Stuart, geboren te Steenwijk op 9 maart 1830 en telg uit een bekend goud-en zilversmeden geslacht. Albert Stuart huwde op 12 april 1854 te Assen met Antje Hemmes, geboren te Assen op 8 juli 1833. Zij was de zuster van zijn werkbaas. De oude werkplaats werd verlaten. Jan Hemmes kocht voor ƒ 3000,- k.k. een ,and aan de Hanebijtersteeg. De overdracht vond plaats op 14 mei 1851 en de aanvaarding was op 1 november 1851, nadat hij dit huis grondig verbouwd had. Bovendien kocht hij op 19 februari 1857 op een openbare veiling bij palmslag het noordelijke deel van het voormalige logement "De Koppelpaarden", gelegen aan de Markt. De koopsom was ƒ 3900,- en voor een stuk grond er naast aan de Marktstraat betaalde hij ƒ 58,-. Op 26 oktober 1857 verhuisde hij naar deze nieuwe locatie, waar de goudsmidswerkplaats en winkel tot augustus 1955 heeft bestaan.


Een welgesteld en sociaal man

Uit de oude archieven blijkt duidelijk, dat Hemmes een welgesteld man was. Hij kocht veel onroerend goed als belegging en verstrekte hypotheken aan diverse personen. Naast zijn werkplaats en winkel in Assen, had hij voor stond gestald bij de weduwe Meinen aan de Steendijk, voermanse van beroep. Voor een rit naar de markt werd een paard en de knecht Barend bij haar gehuurd. Om zichzelf en zijn kostbare goederen te beschermen was Hemmes tijdens deze ritten gewapend met een revolver, waar hij overigens wel een vergunning voor had! Ook bezat Hemmes een soort werktoonkamer te Beilen aan de Kruisstraat bij de familie Tijmes, waar hij geregeld aanwezig was. Door zijn vriendelijke omgang met de klanten, gepaard met een groot vakmanschap, werd Jan Hemmes een begrip in Assen en wijde omgeving.

Als aanzienlijk en vermogend man was hij onder meer één der oprichters van de Drentsche Stoombootmaatschappij. De stichtingsakte hiervan werd gepasseerd voor notaris mr. Hendrik van Lier op 1 februari 1877 te Assen. Er werden 100 aandelen uitgegeven, elk van ƒ 500,- groot. Jan Hemmes nam twee aandelen voor zijn rekening en werd tevens benoemd tot Commissaris. Zijn toenmalige meesterknecht Teun Strating was medeondertekenaar van deze stichtingsakte. Teun Strating was op 14 nove ber 1839 te Assen geboren en sedert 1857 werkzaam bij Hemmes. Op 10 januari 1883 nam Strating de leenbank over van de familie Hemmes en hij was daarna leenbankhouder en winkelier te Assen aan de Veenstraat.


De Marktstraat rond 1900. Hemmo Hemmes is dan de goud- en zilversmid. Boven de balkondeur op de eerste verdieping prijkt het koninklijk wapen van Hofleverancier (collectie gemeentearchief, Assen)


Goudsmid te Assen tot 1955

Hemmes was een zeer gelovig mens. Hij had grote bewondering voor de Joodse gemeenschap in Assen, met zijn oude tradities. Hij had dan ook vele vrienden onder de Joodse stadgenoten. Een aardige anekdote, verteld door zijn kleinzoon Jan Hemmes, goudsmid te Assen tot 1955 en overleden in 1984 op 94-jarige leeftijd, is in dit opzicht wel kenmerkend. Tijdens een winterperiode viel Hemmes door gladheid in de Javastraat en bezeerde zich danig, waarna hij uitriep: "God zij dank dat het hier gebeurt, want in deze straat wonen Joodse vrienden van mij, die wel zullen helpen". Dit geschiedde dan ook spoedig. Op 5 juni 1883 droeg Hemmes de werkplaats en winkel over aan zijn zoon Hemmo Hemmes.

Hij overleed op 14 februari 1894 te Assen en werd begraven op de Noorderbegraafplaats aan de Kerkhofslaan. Zijn begrafenis werd een indrukwekkende gebeurtenis, waarbij de lijkba door een grote stoet van mensen werd gevolgd. Een uitvoerig verslag van deze laatste tocht werd opgenomen in de Provinciale Drenthe- en Asser Courant van maandag 19 Februari 1894. De oude graf zerk is nog aanwezig op het kerkhof.


Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; nummer 1 / maart 1996. Een artikel van Jans Timmer






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl