In en om Assen





Homas, 1923-1983; van houtwaren tot gezelschapsspelen


Bronvermelding:
Asser Historisch Tijdschrift; nummer 2 / juni 1997. Een artikel van Martin Hiemink



Homas werkplaats aan het Molenpad, gezien vanaf de Hoekstraat. Links de molen van Nienhuis (collectie Gemeentearchief, Assen)


De naam HOMAS roept zonder twijfel herinneringen op aan damborden, schaakborden, kamerbiljarts en vooral aan sjoelbakken. De kans is zelfs groot dat u nog zo'n sjoelbak of een ander HOMAS-produkt in huis heeft. In onderstaand artikel vertelt John Hommes (Assen, 1926) over de houtwaren- en speelgoederenfabriek, waaraan zijn vader en hij respectievelijk vanaf 1923 en vanaf circa 1960 tot 1983 leiding hebben gegeven.


Hendrikus Hommes

Na de lagere school volgt Hendrikus Hommes (Assen, 1894-1973) aan de ambachtsschool een technische opleiding. Hij leert er het vak van meubelmaker. Hij heeft een goed stel hersens. Na zijn militaire dienst krijgt hij een baan als boekhouder bij de scheepswerf van de firma Roorda in Sliedrecht. Dat gaat goed tot in Duitsland de malaise toeslaat, die ook zijn invloed op de Nederlandse markt heeft. Het gevolg is dat Roorda failliet gaat en het personeel ontslagen wordt. Hendrikus Hommes keert naar Assen terug, waar hij eerst een tijdje werkt bij zijn oom, de timmerman Sander Rotteveel.

Daar worden in de wintermaanden, als het timmerwerk stil ligt, lengtematen als de ellestok en de, later veel verkochte, meterstok gemaakt. Hij merkt zeer tegen zijn zin dat het slechts tijdelijk werk is. In het voorjaar wordt het timmermansvak weer opgepakt. Omdat hij ziet dat de produktie van lengtematen maar bijzaak is, vraagt hij aan zijn oom of hij dat werk kan overnemen. Die heeft daar geen problemen mee.


Vanuit de voorkamer, de gordijnen opzij

Vanaf september 1923 woont het echtpaar Hommes aan het Noord-Willemskanaal. Achter het huis in een schuurtje dat je via een zeer nauwe gang bereikt, verricht Hommes zijn werkzaamheden. Voor een echte werkbank is geen plaats. De vraag naar lengtematen blijkt op den duur zo incidenteel, dat het niet echt zoden aan de dijk zet. Begin jaren twintig wordt Fries houtsnijwerk en figuurzaagwerk populair. Van krantenhangers en brievenstanders tot portretlijstjes, van alles wordt er gefiguurzaagd. Mijn vader kocht hout in, zette er een tekening op en zaagde het uit. Het ontstane produkt verkocht hij, de gordijnen opzij geschoven, vanuit de voorkamer. Er kwam wat loop in de handel. Maar een vetpot was het beslist niet.


H. Hommes Houtwaren

Via de Groningerstraat en het Hoekstraatje vestigt Hommes zich in mei 1927 aan de Alteveerstraat 30-32. Deze nieuwe werkplaats bevindt zich aan het Molenpad, een smalle gang die de Hoekstraat met de Alteveerstraat verbindt en uitkomt tegenover de plek waar nu, aan de achterzijde naast De Kolk, nog de loods van slijter Menninga staat. 'H. Hommes Houtwaren' vermeldt het uithangbord. Het zal ongeveer het jaar 1932 zijn geweest als Hendrikus Hommes met het vervaardigen van sjoelbakken begint. Hoe hij daar toe komt, is niet bekend. Mogelijk ziet hij er op dat moment een goed verkoopbaar artikel in en probeert ze aan de man te brengen. In het begin is dat nog een hele toer. Een sjoelbak is dan, je kunt je dat nu niet voorstellen, een volkomen wereldvreemd ding.

Op zoek naar potentiële afnemers, adverteert hij in de Spiegel en tal van andere bladen door heel Nederland. In een advertentie in 'het Zoeklicht' van februari 1934 lezen we dat Hommes sjoelbakken voor ƒ. 7,50 franco thuis worden bezorgd. Trouwens je had er ook al een voor/. 3,50. Hij richt zich met name op gezinnen. Daar waar nog waarde aan gezelligheid en beslotenheid wordt gehecht. Hoewel een timmerman in die dagen wel eens een sjoelbak maakte, was sjoelen beslist geen rage. De oorsprong ligt mogelijk in Friesland. Sinds het begin van de vorige eeuw zie je er bij bakkers en andere middenstanders tegen de feestdagen een soort sjoelbak in de win kel. Met het spel konden kinderen prijsjes winnen. Iets wat nog tot in onze tijd in gebruik was.


1956. Hendrikus Hommes, oprichter van Homas Spelen (collectie J.W. Homas te Assen)


Hommes Assen wordt Homas

Over de naam Hommes, er zijn wel zeven families met die naam, is in die jaren nogal eens verwarring. Iets met de naam te doen ligt dan ook voor de hand. Hendrikus Hommes krijgt het idee Hommes en Assen samen te voegen tot HOMAS. Het was, naar later bleek, een goede zet. De naam was in alle talen goed bruikbaar. HOMAS groeide in 1940 uit tot een bedrijf met twaalf personeelsleden. Aan het Hoekstraatje werden pakhuizen in gebruik genomen. Zes a zeven meter lange planken werden naar de zolders gehesen, waar ze te drogen worden gelegd. Het kantoor was op de begane grond. Koetsier, die aan de Varkensmarkt een grote ijzerhandel dreef, had aan de Hoekstraat tegenover ons kantoor enkele panden. Ze werden door ons gehuurd voor de opslag van kant en klare spelen. De fabriek aan het Molenpad was toen nog volop in bedrijf.


Leuk joh, zon jojo!

Eind jaren dertig ontstaat er een nieuwe rage: jojo's. Elk kind wil een jojo. Mijn vader wierp zich op het maken van houten exemplaren, luxe en eenvoudige. Ondergedompeld in een kleurlak hingen ze daarna aan het touwtje, dat aan elke jojo zit, in de werkplaats. Een hele hal vol. Ik maakte er een affiche bij met de tekst 'Leuk joh, zo'n jojo'. Het werd een groot succes. Op het hoogtepunt van de rage kwamen winkeliers met lege schoenendozen onder de arm binnen met de vraag: 'Hommes heb je er nog een paar, ze staan in de winkel te dringen.' Met schoenendozen vol gingen ze de deur weer uit. En 's middags waren ze er weer. Je kon er niet tegen draaien. Zelden maak je zon gewild produkt.

Tijdens hevige regenbuien gebeurde het dat in het Hoekstraatje, een van de laagste plekken in Assen, de straatdeksels omhoog kwamen. Putten spuwden een golf rioolwater. In het begin, toen wij er nog niet op voorbereid waren, gebeurde het wel dat onze spullen 20 cm in het water kwamen te staan. Dat was natuurlijk funest voor de handel. Je kon de boel wel weggooien. Sindsdien hielden we er rekening mee.


Homas gebouwen aan het Hoekstraatje (collectie J.W. Hommes, Assen)


De zool van Hommes

Als de toelevering van hout tijdens de oorlogsjaren tot staan komt, ziet de firma HOMAS zich nogal snel genoodzaakt de produktie, waaronder die van sjoelbakken, te stoppen. Velen worden gedwongen in Duitsland te gaan werken. Omdat mijn vader daar iets tegen wilde ondernemen, is hij gaan nadenken over een bezigheid waar de Duitsers ook het belang van zouden inzien. Iets waarmee hij mensen van werken in Duitsland kon vrijwaren. Hij legde zich toe op de reparatie van klompen, waarin door veelvuldig gebruik een gat in 'de zool gesleten was. Klompen werden gewoonlijk weggegooid. Nu zouden ze opnieuw gebruikt kunnen worden. Hij tikte enige oude paren op de kop, vlakte de zolen af en zette er beukehouten zolen onder. Met een zool van Hommes kon je er weer een tijdje tegen.

Met dit idee gingen we naar de Duitse commandant aan de Prins Hendrikstraat. Deze was, toen hij het verhaal had aangehoord, snel overtuigd. Wij konden aan de slag en kregen vrijstelling voor zeven ä acht mensen. Vanaf dat moment stort Hommes zich op de klompenreparatie. Als overal bekend wordt dat er bij hen klompen gerepareerd kunnen worden, begint de handel te komen. Als deze eenmaal volop draait, rijden er binnen de kortste keren bodediensten uit heel Drenthe, deels uit Groningen, op Assen. In een aantal gevallen leveren ze de klompen aan elkaar door. Jutezakken stikvol met klompen worden in ontvangst genomen.

Met kleine en grote gaten, per paar aan elkaar gebonden. Vaak is een winkelier in een dorp het verzameladres. Er werden soms 4000 paar klompen in de week gerepareerd. Het was een heidens karwei om uit het zachte hout van die klompen vooraf steentjes en andere troep te peuteren. Dat kon niet op machines, want dan sloegen de beitels direct stuk. De klompen kwamen in keggen, in lange bokken, onder druk te staan. Het was een en al bedrijvigheid.


Naar de beurs

In 1947 stonden we voor het eerst op de Jaarbeurs in Utrecht. Dat bracht allerlei emoties te weeg. Het was een enorme stap je produkt, toen nog aan het Vredenburg, te presenteren. Weken van drukke voorbereiding gingen er aan vooraf. Op de ochtend van vertrek naar Utrecht werd er een telegram bezorgd. 'De directie van de Jaarbeurs deelt u mee dat het Hare Majesteit de Koningin behaagt uw stand te bezoeken.' Wij konden ons er niets anders bij voorstellen dan dat ze langs zou lopen en zou knikken. En wij zouden dan wel terugknikken. Wij kwamen op de beurs en openden onze stand, poetsten de boel op en vroegen terloops aan de buren of zij ook een telegram hadden ontvangen.

Van een telegram was niemand iets bekend. En ter plekke werden die lui groen van jaloezie. 'Staan wij hier al vier jaar op de beurs. Hoe krijgen jullie dat voor elkaar? Wij wisten toen nog niet dat ze op Soestdijk ook sjoelden. Dat bleek later. Via een speelgoedzaak in Baarn waren aan de koninklijke familie sjoelbakken verkocht. De afspraak was dat zodra de koningin er zou zijn, de HOMAS-directie de gewenste informatie zijdelings aan een kamerheer zou doorgeven. Deze zou het dan aan Wilhelmina vertellen. Ze kwam onze stand binnen, vroeg niet veel.

Bekeek met grote aandacht alles wat er lag: sjoelbakken, biljarts en andere produkten. Nu maakten wij in die tijd ook poppenkamers. Ik had, met de kennis en vaardigheid van twee jaar Minerva in Groningen van 1943 tot 1944, veel aandacht besteed aan een reclameplaat. Met hart en ziel had ik er aan gewerkt. Het was een levensgrote plaat, getekend in zwart crayon, van een meisje dat met een poppenkamer aan het spelen was. De koningin deed een stap naar voren en keek. Ze deed haar tas open, zette haar bril op, boog zich helemaal naar voren en bekeek de tekening nogmaals. Dat zij schilderde was bekend. Toen zei ze: 'Dat is aardig. Dat heb ik hier nog niet gezien. Een handgemaakte tekening.' En ze deed weer een paar stappen achteruit. Ik stond erbij en groeide!


Op de knieën in de aardappels

Als begin jaren vijftig de plannen voor de doorbraak, de verbinding van de Gedempte Singel naar de Vaart, concrete vormen aannemen, valt aan het verplaatsen van het bedrijf niet te ontkomen. De gemeente stelt auto's en wagens beschikbaar om de boel, waar ook maar heen, te vervoeren. Maar een bestemming is dan nog niet gevonden. In 1952 werd de verkoop van het Parkhotel, op de hoek van de Plataanweg en de Bosstraat, in de krant aangekondigd. Wij schreven hier op in, maar zaten uiteindelijk te laag. De nieuwe eigenaar bleek een boer uit de buurt van Gasselternijveen. Tijdens een busrit was hij er door een medepassagier op attent gemaakt, dat het Parkhotel te koop stond.

Het leek hem wel aardig er een pension te beginnen. Ik dacht toen dat wij het verder wel konden vergeten. Maar mijn vader vond van niet en ging er achter aan. Hij viste uit waar de nieuwe eigenaar woonde en meldde zich op het bewuste adres in Gasselternijveen. Hij kreeg van de vrouw des huizes te horen, dat haar man aardappels aan het rooien was. Zo kwam mijn vader naast die man op de knieën in de aardappels terecht en begon een gesprek: 'Wat heb ik gehoord, heb jij het Parkhotel gekocht?' 'Ja, wist je dat niet?', antwoordde de boer.

En mijn vader op hem inpraten van wat hij er toch mee wou en of hij wel had bedacht wie er leiding aan moest geven. Toen reageerde de ander met: 'Ik geloof dat u het wel graag wilt hebben.' Ja', zei mijn vader, 'ik zit er heel erg om verlegen.' En hij deed zijn verhaal. Daar had de man uiteindelijk begrip voor, maar moest er nog wel wat aan verdienen. En daar ging je. Toen kwam er natuurlijk een kop op. Zo kregen wij het Parkhotel in handen. De uiteindelijke inschrijving had nog heel wat voeten in de aarde.


Het Parkhotel

In 1953 verhuist HOMAS van het Hoekstraatje naar het Parkhotel, zoals de familie Hommes het pand consequent blijft noemen. John Hommes en zijn vrouw nemen er hun intrek in enkele kamers op de bovenste etage aan de Bosstraatzijde. Vier maanden is er gewerkt om het gebouw op te knappen. De dag van de opening is het groot feest, 's Morgens vroeg hijst Hendrikus Hommes, in bijzijn van het personeel, de speciaal voor deze gelegenheid ontworpen HOMAS-vlag. Er was een grote groep genodigden, relaties van sportzaken uit heel Nederland. Daarachter kwam een deputatie uit de buurt die een enorme bloemenmand tussen zich in droegen. Ze zeiden zich diep te schamen over het feit dat ze zo tekeer waren gegaan tegen de komst van het bedrijf naar de Plataanweg. Met eigen ogen en oren hadden ze gezien en gemerkt hoe er gewerkt werd. Men had totaal geenlast van het bedrijf en was er zelfs heel tevreden over.


Voor de opening bedachten we een aardige stunt. Want als je wilt dat de mensen naar een opening komen, moet je ze iets bijzonders bieden. Immers een winkelier uit Abcoude zou niet zomaar naar het Noorden komen en de groten, de Bijenkorf, Galeries Modern en Vroom & Dreesmann, hadden wel wat anders aan hun hoofd. Daarom was de opening gepland op de vrijdag voorde TT met in de uitnodiging het aanbod dat, bij voorinschrijving, de firma HOMAS tribuneplaatsen voor de races van zaterdag zou regelen. Uiteindelijk gingen de volgende dag ongeveer 65 van onze gasten naar de TT.


In 1953 werd het Parkhotel betrokken (Collectie Gemeentearchief, Assen)


Assembleren, monteren en verpakken

In het voormalige hotel voldoen drie zalen als bedrijfsruimte. Van enkele kamers worden muren weggebroken om meer geschikte werkruimten te creëren. Voor de montageafdeling komen dagelijks houten onderdelen per wagen naar het Parkhotel. Er wordt geassembleerd, gemonteerd, verpakten indien nodig tijdelijk opgeslagen. Als het gebouw na verloop van tijd toch te klein blijkt, worden er loodsen aan de achterzijde bijgebouwd. Omdat dit slechts tijdelijk is toegestaan ontwerpt Hendrikus Hommes, die de nodige timmermanservaring heeft, spanten voor een eenvoudig gebouw. Hij staat daarbij, op 65 jarige eeftijd, zelf op de ladder. Onze artikelen werden in een showroom op de eerste verdieping tentoongesteld. Bestellingen werden ingepakt en van de expeditieafdeling door de heer Felix op een met benzinemotor aangedreven kar naar Van Gendt & Loos bij het station gebracht. In aanvang was er één vertegenwoordiger, de heer de Jong, in dienst. Later kreeg hij er drie collega's bij, die voor ons heel Nederland afreisden.


Flexibele boren en een metalen toonladder

Bij herwerken met hout is goed materiaal, zoals scherpe cirkelzagen, enorm belangrijk. Om die kwaliteit te kunnen garanderen wordt er bij HOMAS speciaal iemand voor opgeleid. In een vroeg stadium ontwerpt en ontwikkelt Hendrikus Hommes eigen machines. Er komt een machine met, via een spiraaldraad aangedreven, flexibele boren waarmee verschillende gaten tegelijk geboord kunnen worden. Ook ontwerpt hij, naast tal van andere, de verdeelmachines voor de fabricage van lengtematen. Met zo'n nieuw ontwerp gaat hij naar de machinefabriek van Kemker en Rinsma. Zo ook met het ontwerp voor een jodelbaan, een houten stuk speelgoed met een metalen toonladdertrapje. Toen hij de tekeningen van het nieuwe apparaat aan de heer Rinsma voorlegde, keek deze naar mij, daarna naar mijn vader en vervolgens weer naar de tekening. Hij zei: 'Meneer Hommes, met ale respect, maar ik geloof niet dat dit werkt.'

Mijn vader was het niet met hem eens. Toen Rinsma hem dan ook vroeg wat er gebeurde als hij het zou maken en het zou niet werken, antwoordde mijn vader: 'Ik ben de opdrachtgever en als ik iets geks bedacht heb wat achteraf niet blijkt te kunnen, dan ben ik daarvoor verantwoordelijk. Ik zal er dus voor betalen.' 'Nou ja als dat maar duidelijk is', antwoordde Rinsma, die het nog niet zag zitten. Mijn vader stelde, toen voor er eerst een houten model van te maken, zodat je kon zien hoe het werkte. Toen Rinsma dit had gezien was hij overtuigd en werd de opdracht uitgevoerd. Jaren later, op de begrafenis van mijn vader, kwam hij mij condoleren. Hij ging bij mij aan tafel zitten en zei: 'Ik heb in de loop der jaren zo veel respect voor uw vader gekregen. Hij kon mij nota bene iets vertellen op mijn vakgebied. Zo'n houtman heb ik nog nooit meegemaakt.'


Als er maar gewerkt wordt

De HOMAS-directie wordt vanaf begin jaren zestig gevormd door het driemanschap vader en zoon Hommes en Ties Albert Hogeboom. Laatstgenoemde is met name verantwoordelijk voor de boekhoudkundige kant van het bedrijf. Hendrikus Hommes laat vanaf dat moment de leiding meer aan de andere twee directieleden over. Hij is, ondanks dat hij wat meer afstand neemt, nog wel dagelijks in het bedrijf aanwezig. Zijn zoon bemoeit zich intensief met het personeelsbeleid. Ik verzorgde de advertenties, had de contacten met het arbeidsbureau en voerde de sollicitatiegesprekken. Omdat wij doorlopend met een tekort aan personeel zaten, leverde dat af en toe spanning en problemen op. Langdurige uitval wegens ziekte, in bijvoorbeeld de lakspuiterij, gaf geweldige problemen. Het was in bepaalde perioden moeilijk om aan mensen te komen. En als een ander een kwartje meer bood, dan waren ze vertrokken. Je kon praten als Brugman, maar ze gingen. In de jaren 1959 - 1965 groeide het aantal personeelsleden van 34 naar 70.


Nederland sjoelt

Het idee sjoelwedstrijden te organiseren ontstaat bij John Hommes en zijn vrouw, als ze merken dat sjoelen als sport geen aanzien heeft. Wij besloten er wat aan te doen. Je had het per slot van rekening over een produkt, waarvan zon dertig a veertig¬duizend stuks per jaar verkocht werden. Dan moet er in Nederland toch als een gek gesjoeld worden, zou je zo denken. In 1968 zag ik op de tv hoe winnaars tijdens de Olympische Spelen gehuldigd werden. Terstond besloot ik sjerpen met de tekst 'HOMAS SJOELKAMPIOEN' te ontwerpen en mijn vrouw die te laten maken. Er werden prijzen ingekocht en de firma Vanderveen werd gevraagd of ze voelden voor het houden van een sjoelkampioenschap in hun winkel. Dat was het geval. Sterker nog, het sloeg in als een bom. Er kwamen foto's van het kampioenschap en er verscheen een mooi stuk in de krant.

Met die knipsels en foto's werden onze vertegenwoordigers op pad gestuurd, waarna al heel gauw aanvragen uit het land bij ons binnen kwamen. Of zoiets bij hen ook mogelijkwas. Eerst uit omliggende plaatsen als Groningen, Veendam en Stadskanaal. Later overal vandaan. Het wedstrijdsjoelen nam zulke vormen aan, dat wij tweewekelijks met een landelijk sjoelblad kwamen. Daarin stonden alle wedstrijden, verslagen en wat er maar voor nieuws op sjoelgebied te melden was. Het spektakel groeide uit tot 140 toernooien per jaar. En tussen die toernooien reisden de wedstrijdbakken op en neer.

Er werd georganiseerd voor alle klassen en de jeugd. Van de Frieslandhallen in Leeuwarden tot aan de veilinghallen in Aalsmeer. De namen van de winnaars grafeerde ik in een fraaie glazen bokaal. En hoewel wij nu niets meer met de handel te maken hebben, is het zo'n begrip geworden, dat tot op heden de Homas S-40 hèt merk en dé verplichte wedstrijdsjoelbak is. Naam en titel heeft men destijds dolgraag van ons gekocht. Iets wat je een verrukkelijk gevoel geeft.


Ravage na de brand aan de W.A. Scholtenstraat (collectie Gemeentearchief Assen).


De laatste jaren

Omstreeks 1970 verhuist een deel van HOMAS naar de W.A. Scholtenstraat 3 (nu naast Scapino) op het Industrieterrein. In 1978 volgt de rest. De deur van het Parkhotel gaat dicht. Ik was aan de Plataanweg, toen het bericht kwam dat er brand was uitgebroken in de lakspuiterij op het Industrieterrein. De brandweer heeft gelukkig het bedrijf kunnen redden. De schade was echter wel zo groot dat er een compleet nieuwe hal gebouwd moest worden. En dat viel samen met die vreselijk strenge winter met sneeuwduinen tot drie meter hoog. In Nederland werd er op dat moment op twee plaatsen gebouwd. Ergens in het Westen èn bij HOMAS in Assen.

Onder plastic zeildoek werd, met behulp van heteluchtkanonnen, de betonnen fundering kruiwagen voor kruiwagen gestort. Een lijdensweg. Voor ons was het zaak niet langer dan een half jaar van de markt te blijven, omdat we het anders wel konden vergeten. Dat lukte en na drie maanden konden we weer open. De heropening in mei 1979 was wederom een groot feest. Korte tijd later, de nieuwe machines hadden nauwelijks gedraaid, stortte de markt in. De firma heeft de laatste jaren tussen de 90 en de 103 mensen in dienst.


HOMAS, in de gezelschapsspelenbranche behorend tot de grootsten in West-Europa, sluit in 1983 haar poorten. Elektronische spelletjes wordt de trend.





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl