In en om Assen

Het verhaal van "de socialist" Jan Draad


Zijn ideeën kwamen niet uit het keurige, vriendelijke Assen

Bron: Asser geschiedenis door Bertus Boivin; augustus 1981


Op het vage portretje staat een man die een beetje glimlacht. Een bleek gezicht met kringen onder ogen, donker achterovergekamd haar en een grote snor. De nek vertekend door de hoofdsteun die ervoor moest zorgen, dat de toenmalige slachtoffers van de fotografiekunst een tijdlang doodstil bleven zitten.

De naam van de man zal niemand meer iets zeggen: Jan Draad. "De omstreden, in 1852 in Diever geboren kleermaken Jan Draad. Zijn ideeën lijken sociaal voelend, maar weinig gericht te zijn geweest. Me kan hem zeker geen socialist noemen.


Zijn ideeën kwamen niet uit het keurige, vriendelijke Assen

Kleermaker Jan Draad uit de Groningerdwarsstraat (de ‘Kattegang’ zeiden de Assenaren toen) was een man die vriend en vijand niet op hun gemak deden voelen. Zijn ideeën, die hij in een groot aantal ingezonden stukken in de Drentsche en Asser Courant verwoordde, kwamen bepaald niet uit het keurige, vriendelijke Assen… Kortom: Jan Draad was socialist en er waren maar weinig Assenaren die hem dat na konden zeggen. Hij had trouwens een held kunnen zijn, maar hij liet zijn kans lopen.

Het Assen van 1885 was een liberale stad. Liberaler kon het eigenlijk niet met z’n twee liberale sociëteiten en twee liberale dagbladen. In de zomer van 1885 kreeg de ‘oude’ Drentsche en Asser Courant van Willinge Gratama namelijk concurrentie van de Nieuwe Provinciale Drentsche en Asser Courant van dr. Hartogh Heys van Zouteveen. Zouteveen was een liberaal die een afkeer van het christendom koppelde aan weerzin tegen alles wat met het socialisme te maken had. Keer op keer getuigde hij daarvan in zijn ‘Nieuwe Drentscshe’.


Gratama publiceerde de artikelen van Jan Draad in zijn krant

In veel opzichten was Willinge Gratama de tegenpool van Zouteveen. Zelf ook liberaal en bepaald geen voorstander van het socialisme gaf Gratama mensen als Jan Draad voluit gelegenheid in zijn krant te publiceren. Zijn eigen standpunten over het socialisme stak hij daarbij niet onder stoelen of banken. Soms verpakte hij zijn mening in fraaie volzinnen.

Zijn recensie van een toespraak van Van Raaij, een medewerker van Domela Nieuwenhuis, voor de Asser Werkleidenvereeniging liet hij eindigen met de volgende dodelijke slotzin:
“de zoo nu en dan los heengeworpen scherpe uitdrukkingen, die – althans oogenschijnlijk – niet altijd den toets van grondig onderzoek konden doorstaan, werden geenzins vergezelf door bezielende voordracht”.


De onderdrukking door de rijken

Het belangrijkste programmapunt van de socialisten in die tijd was het argument van algemeen kiesrecht, dat een eind zou moeten maken aan de onderdrukking door de rijken. In die tijd was het kiesrecht alleen voor de mannen van 25 jaar en ouder die meer dan een bepaald bedrag aan belastingen betaalden. Landelijk was het aantal kiesgerechtigden op de totale Nederlandse bevolking dan ook nauwelijks in procenten uit te drukken. Assen kwam er met zijn bijzondere bevolkingssamenstelling in verhouding nog goed af.

Toch waren er in 1883 op een totale bevolking van zo’n 8000 nog geen 300 kiesgerechtigden! Overal werden in die tijd comités opgericht om het algemeen kiesrecht te propageren. Zo ook in Assen. Voorzitter van de afdeling Assen van de ‘Nederlandsche bond ter verkrijging van het algemeen kies- en stemrecht’ werd Van Hinte, die ook voorzitter was van de niet-socialistische Asser Werkliedenvereeniging.


Jan ging als afgevaardigde naar Den Haag

Initiatiefnemer Jan Draad was tijdens de oprichtingsvergadering van de Asser afdeling vice-voorzitter. Toen er op 20 september 1885 in Den Haag een grote demonstratie voor het algemeen kiesrecht gehouden werd, mocht Jan Draad als Asser afgevaardigde met de trein naar Den Haag reizen. De landelijke bond betaalde zijn spoorkaartje. Voor een man, die nog nooit buiten Drenthe geweest was, een hele onderneming. Hij luisterde naar de toespraken van coryfeeën als Domela Nieuwenhuis. Enthousiast juichte Draad bij de uitspraak van deze ‘nationale vergadering’: dit was de eerste keer, dat er om het algemeen kiesrecht werd gevraagd.


Een grote groep mensen wachtte hem op

Toen Jan Draad de volgende dag met de trein in het Asser station terugkeerde, werd hij door een grote groep mensen opgewacht. Onder het gezang van strijdliederen liepen zijn stadgenoten met hem mee naar de Kattegang. De menigte verspreidde zich spoedig; morgen was het weer vroeg dag!... De zaterdag daarop lag dat anders. Het was de uitgaansavond van de jongeren; ze verzamelden zich zoals gebruikelijk op de Brink.

De dagbladen hadden uitgebreid bericht over relletjes in andere steden na de demonstratie in Den Haag. ‘Hun’ jan Draad was er in Den Haag bij geweest! Hij was het ook met Domela Nieuwenhuis eens geweest, dat het een misdaad was ‘om de volkseis te negeren’ en dat ‘die miskenning zou terugkaatsen op hen die dat ontkenden’.


Twee jongens werden gearresteerd

De Asser jongeren wisten waar ze de ‘ontkenners van de volkseis’ konden vinden: in de herenhuizen aan de Beilerstraat en de Vaart.
Met dennentakken als banieren trom men op naar de villa’s en een regen van kiezelstenen trof veel kostbare ruiten. Er werden soldaten uit de kazerne opgetrommeld om de menigte te verspreiden.

Twee jongens werden er gearresteerd: de pakhuisknechten Folkert Broeksma (19 jaar oud) en Jan de Roode (16 jaar oud). Willinge Gratama had na het weekend een vrij simpele verklaring voor de gebeurtenissen: “De massa nieuwsgierigen, onder welke het vrouwelijk geslacht natuurlijk goed vertegenwoordigd was en veel bijdroeg tot het gejoel en gegil, maakte dat er toch iets moest gebeuren om de bewezen attentie te vergelden”.

J. Bos schrijft hier in zijn boek “voor een betere toekomst’ het volgende over:

"….Op 23 september 1885 keerde Jan Draad met de trein in Assen terug. Hij werd op het stationsplein verwelkomd door een tiental mensen dat hem onder het zingen van min of meer rode liederen naar huis bracht. Tijdens deze wandeling groeide de groep volgens sommige berichten aan tot ongeveer vijfhonderd personen. Behalve deze manifestatie gebeurde er verder echter niets.

Twee dagen later deelden ’s middags groepjes jongeren rood getinte pamfletten uit in de stad. Bij hen sloten zich meer en meer mensen aan, ook ouderen. De groep groeide aan tot enkele honderden en trok zingend door de straten. ’s Avonds ging men naar het huis van Draad, maar deze weigerde met hen mee te gaan. Daarop begon een aantal raddraaiers met grind de ramen in te gooien van huizen aan de Rolderstraat en later ook aan de Vaart. Een patrouille soldaten joeg de menigte echter uiteen en die avond bleef alles verder rustig.



Burgemeester M.A.D. Jolles vaardigde een verordening uit met de ernstige waarschuwing zich van verdere wanordelijkheden te onthouden, omdat de politie streng en hard zou optreden. De volgende dag beef in Assen veel volk op de been, maar er deden zich geen relletjes voor..."


Jan Draad kreeg een veeg uit de pan

Zouteveen, die in zijn ‘Nieuwe Drentsche’ het algemeen kiesrecht had afgedaan als ‘de dommekracht van een aantal’ gaf Jan Draad, die tijdens de rellen overigens gewoon thuis gezeten had, de schuld: “de wind zaait, zal storm oogsten”. Ook Willinge Gratama kreeg van hem een veeg uit de pan: “Couranten die ingezonden stukken rijp en groen plaatsen en o.a. voortdurend plaats verleend hebben aan de wartaal, die de heer Draad soms in dergelijke stukken ten beste heeft gegeven, hebben ongetwijfeld het ontstaan der wanordelijkheden en den slechten geest onder de bevolking ook in de hand gewerkt”.


J. Bos schrijft hier in zijn boek “voor een betere toekomst’ het volgende over:

"....De meningen over de zogenoemde onlusten waren verdeeld. De liberale Drentsche en Asser Courant deed het af als kwajongensstreken waaraan verder niet te veel aandacht besteed moest worden. De Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht stond hier volgens de krant buiten. Burgemeester Jolles was kennelijk dezelfde mening toegedaan, want hij berichtte aan de Commissaris de Konings: “Een oorzaak van het gebeurde weet ik niet aan te geven.

Van ontevredenheid over of één en ander is hier geen sprake. Ik geloof dat hier alleen gedacht moet worden aan verregaande baldadigheid van eenige opgeschoten knapen, kwajongens zoude ik zeggen, die zich geroepen gevoelen om het treurige voorbeeld in Amsterdam en andere plaatsen gegeven eens in deze gemeente te moeten navolgen, terwijl een paar leegloopers hen willicht daartoe hebben aangezet”. Ook de Asser Werklieden Vereniging en de afdeling van de Bond voor Algemeen Stemrecht haasten zich afstand te nemen van het gebeurde en boden het gemeentebestuur een verklaring aan waarin zij de gepleegde baldadigheden ten sterkste afkeurden.

De andere werkliedenvereniging, zoals “Werkmanslust” en “Patrimonium”, hielden zich niet met politiek bezig en bemoeiden zich dus ook niet met het gebeurde. Er waren echter ook andere meningen. De meer conservatief gezinde Assenaren probeerden de afdeling van de Bond voor Algemeen Stemrecht de schuld in de schoenen te schuiven. Deze mocht de rellen dan weliswaar niet met opzet veroorzaakt hebben, maar hij had wel de arbeiders ontevreden gemaakt door het verspreiden van socialistisch getinte geschriften, hetgeen minstens een indirecte oorzaak van de gebeurtenissen was.

Dat de relschoppers naar het huis van Draad waren gegaan betekende volgens de hoofdredacteur van de in 1885 opgerichte conservatieve Nieuwe Provinciale Drentsche en Asser Courant, dr. Hermannus Hartogh Heijs van Zouteveen, dat deze hem als hun leider beschouwden. Draad was dan weliswaar niet mee gegaan, maar dat deed aan het feit verder niets af. En passant kreeg ook Willinge Gratama van de concurrerende Provinciale Drentsche en Asser Courant een veeg uit de pan van Hartogh Heijs mee.

Deze had naar zijn mening veel te veel stukken van socialisten en andere onruststokers in zijn krant geplaatst en had zo de Asser bevolking op slechte gedachten gebracht. De waarheid ligt waarschijnlijk ergens in het midden. Zoals zo vaak bij dergelijke onlusten bestond en deel van de demonstranten uit herrieschoppers en kwajongens. Dit neemt echter niet weg dat een ander deel, tengevolge van hun slechte leefomstandigheden een ook aangewakkerd door mensen als Draad, zich eveneens overgaf aan het zingen van opruiende liederen en het marcheren door de straten van het meestal zo vredige Assen

Dit alles om de aandacht op hun situatie te vestigen. Zo bezien zijn de relletjes toch een eerste uiting van sociaal ongenoegen of sociale strijd in de provinciehoofdstad.
De afdeling van de bond verloor overigens door de gebeurtenissen zoveel leden dat ze al snel vrij geruisloos van het toneel verdween....”.


Jan bleef gewoon de kleermaker uit de Kattegang

Die maandag was er toevallig een vergadering van de Asser Werkliedenvereeniging. In een motie distantieerde men zich van de gebeurtenissen in het weekend. Het was het werk geweest van ‘in hun opvoeding verwaarloosde personen’. Ook Jan Draad wees alle verantwoordelijkheid van de hand.

Hij zou zich nooit lenen tot brooddronkenheid, zo verklaarde hij in een advertentie. Wat Jan Draad als een hoogtepunt in zijn leven had kunnen beschouwen, wierp hij verre van zich. De gangmaker van het socialisme in Assen bleef gewoon de kleermaker uit de Kattegang, die om de gunst van zijn clientèle verzocht vanwege de scherp concurrerende prijzen.

Erg veel meer valt er over Jan Draad niet te melden. Walstra, de man die zo’n twintig jaar later de SDAP-afdeling Assen zou oprichten, zei over pionier Jan Draad: “Ik geloof nooit dat-ie goed snik was”. Het leven kan hard zijn.



© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl