In en om Assen





Jan Poortman



Poortman, Jan (De Wijk 1897 - Meppel 1984) Leraar, amateur-historicus en schrijver.


Info op encyclopediedrenthe.nl

Vertaalde voor de oorlog veel werken uit het Neder-Duits. Voor het gedachtegoed van de Nationale Bond Landbouw en Maatschappij was hij niet ongevoelig. Voor deze beweging schreef hij de openluchtspelenDe oude strijd (1939) en Als het daagt... (1940); ook werkte hij - tot december 1940 - mee aan het orgaan Landbouw en Maatschappij. In die tijd was hij tevens nauw betrokken bij het maandblad Saksenland, waarvan de redactie nogal op Blut und Boden gericht was.

Al op jeugdige leeftijd schreef Poortman voor de Meppeler Courant schetsen en feuilletons, die ook in druk verschenen, bijvoorbeeld Wattet volk vertelt. Dialectschetsen (1936, onder het pseudoniem J. ter Whee) en het feuilleton Steven Coerts van Voorhees (1939-1941). Later ging hij ook schrijven voor het Nieuwsblad van het Noorden, de Provinciale Drentsche en Asser Courant, de NRC en het Algemeen Handelsblad.

Tevens publiceerde hij regelmatig in de periodieken De Toeristenkampioen, De Auto en Drent(h)e. In 1940 stelde hij voor de schooljeugd Uut en um oes olde laandschop. Een Drentse bloemlezing samen. In 1941 verscheen als nr. 14 in de serie 'Nieuw Drentsch Mozaïk' Poortmans bundel Oud-Drentsch boerenleven. Geoogst uit oude dagboeken, notities, illustraties en mondelinge mededeelingen uit den tijd van 1860-1900. In 1943 verscheen onder zijn redactie het eerste deel van Drente, een handboek voor het kennen van het Drentsche leven in voorbije eeuwen.

Omstreeks 1942 ging hij in het verzet; hij werd districtsleider en ging onder de schuilnaam Chris N 105 informatie voor de Centrale Inlichtingendienst - later het Bureau Inlichtingen - verzamelen. Voor zijn rol in het verzet kreeg hij Nederlandse, Canadese, Franse en Belgische oorlogs-onder-scheidingen. Na de oorlog schreef hij veel over deze roerige periode, bijvoorbeeld De jaren 1940-1945, Meppel in de meidagen van 1940 (1979), in 1980 gevolgd door Meppel rond de bevrijding in 1945. In 1977 werden enige verzetsgedichten van Poortman gebundeld en uitgegeven. Over zijn verzetservaringen verscheen voorts Spionage rond Coevorden tijdens de Tweede Wereldoorlog (1979).

Geleidelijk aan ontwikkelde Poortman zich tot een gezaghebbend literatuurhistoricus. In 1947 werd hij benoemd tot lid van de Maatschappij der Nederlands(ch)e Letterkunde. In 1951 bezorgde hij deel twee van Drente, een handboek voor het kennen van het Drentse leven in voorbije eeuwen. Behalve een artikel over Drentse sagen, legenden en volksverhalen en over de Drentse volksaard, droeg Poortman hieraan 'Van literatuur over Drente tot Drentse literatuur' bij.

In hetzelfde jaar leverde hij aan de Meppeler Courant bijdragen waarin hij minder bekend en moeilijk toegankelijk proza uit de Drentse en Duits-Nedersaksische literatuur voor de krantenlezers trachtte te populariseren. De artikelen werden in 1954 verzameld in de bundel Drents geestesleven. Een bloemlezing uit de Drentse literatuur.

Veel poëzie schreef Poortman niet: in 1949 en 1958 leverde hij gedichten voor de koppermaandagprenten. In 1963 werd hem de Culturele Prijs van Drenthe verleend. Ook op gevorderde leeftijd bleef hij geïnteresseerd in historische literatuur en schreef hij enige historische feuilletons.

Voorts schreef hij een aantal streekgeschiedenissen, Kerkelijk Meppel door de eeuwen heen (1976), De geschiedenis van de Oosterboer (1977), De geschiedenis van Staphorst (1978) en Geschiedenis van De Wijk en Koekange (1982). Ten slotte zette hij zijn (jeugd)herinneringen op papier: De huzen van Schoondorp (1965), Leven rond Schoneveld (1981), De Baandrèkel (1982) en Vlègeljoaren (1983). [Nijkeuter]


Siebo Siebels' zwaore gaank. Poortman zien ummezetting van een Oostfriese roman


Bibliografie

  • Siebo Siebels' zwoare gaank (1932, vertaler)
  • De oude strijd (1939, openluchtspel)
  • Als het daagt... (1940, openluchtspel)
  • Uut en um oes olde laandschop (1940, samensteller. Schoolleesboekje met teksten in 't Drents en Nederlands van verscheidene schrijvers)
  • Steven Coerts. Verhaal van een Ruiner familie uit de 17de eeuw (1941, roman, eerst verschenen als feuilleton)
  • Oud-Drentsch boerenleven (1941, Zuidwest-Drentse gebruiken na 't kalenderjaar; Nederlands en Drents)
  • Drenthe, een handboek voor het kennen van het Drentsche leven in voorbije eeuwen (deel 1 1943, deel 2 1951, schrijver)
  • Drents geestesleven. Een bloemlezing uit de Drentse literatuur (1954)
  • Drentse verzetsgedichten (1977)
  • Spionage rond Coevorden tijdens de Tweede Wereldoorlog (1979)
  • Meppel in de meidagen van 1940 (1979)
  • Meppel rond de bevrijding in 1945 (1980)
  • De Baandrèkel (1982, jeugdherinneringen)
  • Vlègeljaoren (1983, verdere jeugdherinneringen)


Spionage Duits vliegveld, 1943 ‘Fotograferen, wat verlangd werd’


Info Anne Frank Stichting ‘Sporen van de oorlog’

In de oorlog reden er geen auto’s en fietsen over de Nieuwe Ruiterweg te Havelte. De weg was toen breder en fungeerde als één van de rolbanen van het Duitse vliegveld Havelte. ‘Organisation Todt’ (O.T.) begon in oktober 1942 met de aanleg van het vlieg­veld, door het inschakelen van vrijwilligers en van ‘gevorderde’ arbeidskrachten. De O.T. was gevestigd in het gebouw van de volkshogeschool Overcinge aan de Homanlaan 1. Er zijn slechts enkele vliegtuigen vanaf Havelte opgestegen. Het vliegveld werd toen het juist voltooid was, door de geallieerden gebombardeerd op 17 september 1944, tegelijk met de luchtlandingen bij Arnhem, en op 24 maart 1945, ten tijde van de geallieerde oversteek van de Rijn.

Om deze bombardementen te kunnen uitvoeren moesten de geallieerden exacte informatie hebben over de ligging van het vliegveld. De Drentse publicist Jan Poortman werkte voor de Geheime Dienst Nederland en ver­haalt in 1968 over de keer dat hij het in aan­leg zijnde vliegveld fotografeerde: ‘En toen er op 18-12-’43 de opdracht kwam om de meest volledige gegevens te zenden stonden er twee dingen te doen: fotograferen, wat verlangd werd, zo mogelijk met details van de constructie van de startbanen en de rolbaan (fotograferen was hier op doodstraf verboden!) en een volledige plattegrond in handen zien te krijgen, zo mogelijk met bestekken en al. Het eerste was mijn deel.

Het vooruitzicht over het vliegveld te wandelen (en foto’s te nemen) lokte niet direct. Bang was ik nu bepaald niet, maar niemand is als held geboren. Bovendien werkten er teveel Meppelers, die me kenden. Dus was het smoesje of ze ook wisten, waar “Jansen” ergens werkte voor wie ik een boodschap had. Ik werd van het kastje naar de muur gestuurd, wat me best uitkwam, zodat ik alles wat gewenst was vastlegde.’ Bij het hunebed was er iets in aanleg onder de grond. Ook daar nam Poortman poolshoogte: ‘De fiets onder een bosje en even later gleed ik de diepte in. Het geval was een meter of 4 à 5 diep met een plank in het midden. Prettig voelde ik me nu niet direct, al was hier niemand.

Het gevoel dat je in een fuik zat, liet je niet los. Dus voorwaarts. Eindelijk was ik de bocht om naar de half uitgegraven baan. Lenzen wisselen en toen bliksemsnel met de telelens de nodige foto’s nemen. Een eind weg was men druk bezig: militairen met het geweer er bij. Ik had ze amper opgemerkt, maar zag ze later op de foto’s. Terug! Nu was alle traagheid weg! Het toestel slingerde en ineens schoot de telelens uit de bajonet­vatting. Verdween in de leemachtige blub­ber naast de plank. Om hem te redden stapte ik naast de plank en zat direct tot onder de knieën in de leemmodder; weg telelens! Eén gedachte “zo gauw mogelijk er uit!” Het lukte boven verwachting en een poos later was ik op mijn uitgangspunt.’ Het bombardement van 24 maart 1945 heeft weinig overgelaten van het vliegveld. Vanuit de uitkijktoren op de Havelterberg aan de Van Helomaweg is de startbaan van het vroegere vliegveld nog te herkennen aan een rechte strook begroeiing.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl