In en om Assen


Jannie Boerema


Foto © Bert Jippes


Info op drentsetaol.nl

Jannie Boerema;  Schriefster van de maond oktober 2006

Jannie Boerema is op 1 jannewaori 1946 in Nörg geboren. Zij komp oet een boerenfemilie. Dat ze nao heur schoelopleiding bij een boekhandel an ’t waark geeit, is gien toeval. Ze holdt van boouken. As ze een paor jaor laoter as au pair naor Engeland geeit, gruit heur belangstelling veur de Engelse taol en cultuur. Weerom in Drenthe hef ze in verscheiden dörpen in Noordenveld woond. Tegenwoordig woont ze in Zeijen.
 
In 1980 kommen der tweei Hollaandse boouken oet van Jannie Boerema. Ze zeg zölf dat ze veul had hef an het contact dat ze had met de Drèentse dichter Hans Heijting. Deur hum begunt ze ok in heur mooudertaol, het Noordenvelds, te schrieven. Dit waark komp in Roet, Oeze Volk en een paor blooumlezings. Begun jaoren '90 wordt Jannie Boerema redacteur van het Maondblad Drenthe. Ze maokt veur dat blad interviews met spraokmaokende Drenten.

Jannie Boerema is op verscheiden meneren betrökken bij de Drèentse taol en cultuur. Zij hef liedteksten schreven, Agatha Christie, Shakespeare en Oscar Wilde en körsleden Brecht vertaold in het Drèents; ze is ok beëdigd tolk-vertaoler Drèents en Engels.
De eerste Drèentse bundel, 'Leeid van de sirene', besteeit oet körte prozateksten en gedichten. Het thema is tweeiledig: ’t verlangen naor de leeifste en het besef van onmacht om de leeifde in staand te holden. 'Een roze wolk, een sprookiesboouk veur volwossenen',  waor of de schilderijen van Kees Thijn gooud bij ansluten, kwam oet in 2000. In april 2005 kwam 'Over de regenboog' oet. Een gedichtenbundel waor kleur een belangrieke rol in speult.

In oktober 2006 hef Drentse Taol een schrieverspetret van Jannie Boerema prissenteerd in De Klokbeker in Nörg. Albert Haar van Rikrak Communications hef de dvd maokt.
Dizze dvd/video kuj bestellen bij Stichting Drentse Taol; 0592-381173 of drentsetaol@pbcdrenthe.nl

Hieronder kuj een keur oet Jannie zien waark lezen.


Ogen

As ik mien ogen dicht doou
dan kan ik je anraoken
veuil ik traonen op je wang
dan veeg ik ze vot
met de binnenkaant van mien haand
As ik mien ogen dicht doou
dan hol ik je krampende lichem
heuil dicht tegen mij an
dan praot ik met joe
met de binnenkaant van mien haand

As ik mien ogen dicht doou
dan leef je in mij
laot jij je leven met mij
dan praoten wij
met de binnenkaant van onze handen
Viefschaftsnei

Har ik je oppakt
en op handen draogen
ik was in boeten gaon
har ik je in de snei henlegd

Zo lag je op mien laogie witte snei
ik plukte viefschaftbessen van de hulst
die heb ik in een vaosie teld
die heb ik oetstrooid
rond de lijnen van je kolde lichem

Toen waren der bessen over
en daor heb ik een kussen van maokt
onder je stieve scholders en je nek
en je dunne grieze haor

Ik heb je leeif
en daorom lig je
in de viefschaftbessen van de
greuine hulst op mien laogie witte snei.
Nou is het viefschaftsnei

Oet: Over de regenboog

 


Woorden op de goldschaol

Woorden op de goldschaol
Het is een odyssee
dit boouk van vloeibaor lange daogen
en het duurt maor; dat
riegels woorden wegen
van de bodem vortslaogen

As ik zunder geluud was
dan zul de echo niet bestaon
as jij gien stem meer hadden
dan dee ’t niet zo verrekte zeer
tot dwaars de bodem deur

Dit boouk van vloeibaor lange daogen
is een hels en ketsend odyssee
en het duurt maor;
en het duurt maor, dat
wurgende wegen van woorden
tot op de bodem van de goldschaol

Oet: Strèupers van de taol


Leeg laand

Daor waor het laand leeg lig
is het altied waoter
en onder de waoterspeeigel
zeei ik je liggen

As het waoter rimpelt
lieken je ogen scheeif
gekrulde raompies
en je holden ze dicht

tusken mien doem en wiesvinger
trek ik an je wimpers
en maok je ogen lös
nou je mij niet zeein willen
laot ik je zeein
hoou ik as waoter
brak en broken
mij vaast heuil an het riet

in het vloeiende waoter
breek ik je ogen
en de vliezen stollen
de wimpers op je wang

En het waoter is altied
daor waor het laand leeg lig
en as ik bij je langes loop
zal ik je liggen laoten

Oet: Strèupers van de taol


Ik wil wel
stofzoegen
en bedden opmaoken
en sokken wassen
en jenever inschenken
en pudding koken
en de kat kammen
en lang waachten
en heksen
en eier
en mien ogen
blauw vaarven
op goeie vrijdag

as hij dan maor
as hij dan maor
mien
papaarse rooie jurk
oet trekt

Oet: Strèupers van de taol


Tusken blauw en rood

Ik wil niet langer weeiten
dat jij zo breekbaor waren
hoou gooud ik ’t har
Dat ik gelukkig was

Ik wil niet langer weeiten
hoou breekbaor as ik was toen
was jij der veur de leeifste.
Dat ik dat was

Ze kun ’t misschien niet weeiten
hoou breekbaor as jij waren
ze kun het breekbaor niet verdraogen.
Dat wij dat waren

Oet: Over de regenboog


Een hommage aan Berend Olfert Groen

‘Over de regenboog’ is een eerbetoon an Berend Olfert Groen, de schilder die in Zeyen woonde en in 2003 oet de tied kwam. Berend Groen schilderde en tiekende veural Noord-Drèentse landschappen, miestal met beekies. Hie leut over ’t algemien alle begruiing vort, waordeur zien schilderijen slim naor de oorsprong weerum gungen. Een warkstuk van Berend Broen stiet op het umslag van ‘Over de regenboog’.


Viefschaftsnei

Veurin het boek, op de bladziede waor ok stiet dat het een hommage an Berend Groen is, is het begun van het gedicht ‘Viefschaftsnei’ ofdrukt. Dat wil wij je hier ok niet ontholden.

Har ik je oppakt
en op handen draogen
ik was in boeten gaon
har ik je in de snei henlegd

Ik har een naom
zolang ik leef heb ik een naom
in klank en alle kleuren van de regenboog


Interview in Maandblad Drenthe - jaargang 62 - augustus 1991. Een interview van Jannie Boerema.

Soms zie je hem lopen door de stad. In het Drostenlaantje als ik op de eerste verdieping van het gebouw van de Culturele Raad uit het raam staar. Beeld dat nooit meer weggaat. Natte zomerdag. Bomen met blad dat net niet de voorjaarsgroene nuances heeft verloren. Rijzige gestalte, iets gebogen. Bedachtzaam voortstappend over glimmend asfalt, handen op de rug gevouwen. Achterkant.
Zou met kop en schouders uitsteken bovenuit een vol voetbalstadion. Beige regenjas, grijze broek en het colbertje zal ook wel grijs zijn, of donkerblauw.

Als zijn naam in het 'circuit' genoemd wordt krijg ik wel eens het idee dat de helft van de vrouwelijke Drentse bevolking latent verliefd is (doet u geen moeite heren). Ik vind het ook niet gek. Een harkende charme waaraan niet te ontkomen valt. Niet echt goed in het maken van complimenten, maar hij doet het wel. De definitie van een gentleman? Iemand, die een botermesje gebruikt, zelfs al eet hij alleen. Voor alles voorkomend en al ben je nagenoeg de hongerdood gestorven dan nog ratsj je niet als eerste een boterham van de schaal.

Een ordentelijk heer van binnenuit. Zo weggelopen uit The Forsyte Saga. De tv-serie die de Vara in 1967/68 uitzond. Patriciërsfamilie . Wanneer komt de herhaling? Alle 26 delen graag, overeenkomstig de hoofdpersoon uit vigerend verhaal.
Hij heeft bedenktijd nodig. Truc. Vormelijk. 'Kunnen we niet wachten tot ik 70 ben mevrouw Boerema?' Neen. Twee dagen daarna heeft hij nagedacht en 'ik zal u wat informatie sturen'.

Twee dagen daarna ligt er een enveloppe met inhoud in de brievenbus.
27 juni en Assen is vol TT. Ik ben precies, en warm van het gejakker en omleidingen, op tijd. Al vier jaar niet meer de onderkoning van Drenthe. Is er leven na de politiek? Mijnheer J. Hollenbeek Brouwer houdt audiëntie.


Hij staat te wachten. Wordt het CDA frivool? Geruit jasje. Blauw, bijna turquoise, en groen met de rest van de outfit in decente schaduwen daarvan. Hij had al gezegd dat we maar moesten beginnen met een kopje thee. In zijn werkkamer is er meer thee, met pindarotsjes.

Valthermond, 1 april 1923. School met den Bijbel. HBS in Stadskanaal. Hogere Landbouwschool Groningen. Na de oorlog inspecteur Bureau Provinciale voedselcommissie Drenthe. Adjunt-secretaris Stichting van de Landbouw/Landbouwschap Drenthe. Directeur Gereformeerd Sociaal Centrum Drenthe.
Van 1963 tot 1970 lid Gemeenteraad Assen. Werd in 1962 lid van Provinciale Staten van Drenthe. Van 1970 tot  1987 gedeputeerde: Bestuurlijke aangelegenheden, voorlichting, beleidsplanning, energie, emancipatie, samenlevingsopbouw en culturele zaken.  Onder andere bestuurslid van het Noordelijk Filharmonisch Orkest en lid van de Bestuurscommissie Noorden des Lands.

Was, is en zal het waarschijnlijk tot de laatste snik blijven:  Voorstander van het in stand houden van de regionale cultuur. Gaat desnoods bij de Minister van WVC op de stoep zitten met een hand vol Drentse vlaggetjes.
'Ja, ik geloof in de regionale cultuur. Die is wat Nederland betreft ook ouder dan de landelijke. Ik ben er van overtuigd dat er geen tegenstelling mag zijn tussen de algemene en de streekcultuur.

Wederzijds beïnvloeden en stimuleren. Bevruchten. Het past voor iedereen die in Drenthe woont en werkt respect te hebben voor wat er in de loop van de eeuwen is opgebouwd. De autochtone Drent moet er begrip voor kunnen hebben dat de inbreng van anderen verrijkend kan werken'.

Voor alle zekerheid heb ik een nieuw schrijfblok meegenomen. Voor 100 % aardig/wellevend, maar soms wou ik dat ik een hekje kon zetten rond die retoriek en ik durf ook geen pindarotsje te nemen. Je interrumpeert niet met een volle mond.
'Kijk, het gaat om het samenspel, coöperatie en ik wil graag de indruk vermijden dat het gaat om een persoon.
Je kunt het als persoon doorzichtig maken, informatie geven'.
Tja, het gaat mij vanmiddag wel om de persoon.
Die pindarotsjes moeten dus maar even wachten. Ik zie de kans schoon.


Laten we eens bij het begin beginnen. Uw vader was boer. De Hogere Landbouwschool. Wat hebt u daaraan overgehouden? Doet u zelf de tuin en weet u ook precies hoeveel ijzersulfaat u moet strooien als u teveel mos in het gazon hebt?

Niet van zijn stuk, duidelijk dat dit niet een meest gangbare vraag is. 'In de tuin ligt niet mijn eerste prioriteit. Ik heb nog wel in Wageningen ingeschreven gestaan. Wie doet de tuin? Ik in ieder geval niet, ik heb geen landbouwtechnisch inzicht meer. Relatie die tuinen verzorgt, mijn vrouw doet het voor een deel. We hebben hem voor de helft betegeld. Iets zal bloeien in de woestijn.

Dwars door de stenen heen komen de bloemen toch weer boven. Hoe heten ze ook alweer?'
Nadenken. 'Nou, ik kan er zo niet opkomen, komt later wel. In de oorlogsjaren gingen we naar de stierenkeuring in Leeuwarden. De paardenkeuring in Het Stadspark en ik heb ook nog, met goed gevolg, een melkerscursus gedaan in Ruischerbrug. Goede contacten aan overgehouden''.


Was er een AR-cultuur thuis?

'Dat woord kan ik eigenlijk niet plaatsen (kunt u dat de kat niet wijsmaken?). Er werd thuis heel duidelijk geprobeerd om de verantwoordelijkheid voor verbanden te zien en er aan mee te werken. Mijn vader zat in het schoolbestuur, in de CBTB en was actief op allerlei fronten, 20 jaar raadslid geweest in de gemeente Odoorn.

Mijn moeder was organiste in de kerk en hield zich bezig met kinderen in vakantiekampen. Een milieu waarin je werd geleerd dat je verantwoording hebt buiten jezelf om een AR-cultuur (ziet u wel) is daar een onderdeel van. Iets van een calvinistische levenshouding gaat daaraan vooraf. Een samenleving is geen optelsom van individuen, je moet die onderscheiden in een groot aantal verbanden.

Wat sterk leefde was dat je deel uitmaakte van die verbanden, dat je moet zoeken naar vormen om die samenleving beter te laten functioneren. Daar zijn instrumenten voor nodig en die vind je ook in organisaties. En zo kom je in de politiek terecht. De AR, later het CDA was een vanzelfsprekende keuze'.


Bij ons in Norg werd vaak gescholden op die 'rottige griffemeerden, offescheiden, cocksiaonen. Vooroordeel, maar het gebeurde.

'Een apart punt in de Drentse samenleving.
De kerkscheiding in 1834 is indringend geweest.  Daar kun je misschien door toenadering overheen groeien. In de zanddorpen heeft de Afscheiding grote gevolgen gehad.
In Valthermond was dat wat minder aan de orde. Het woord 'cocksiaon' ken ik wel, maar wij dachten dan: die lui zijn niet wijzer. Die kennen niet de rijkdom van de geloofsbeweging die je in de Gereformeerde kerk hebt. Onverdraagzaamheid, maar we schieten allemaal tekort. Het is riskant om te vermoeden dat je de wijsheid in pacht hebt. Ik heb geleerd dat 'geus' een erenaam was en zo vergaat het me ook met 'cocksiaon'.

Ik heb er niet onder geleden en bovendien was er de veiligheid van het gezin. Niet verheerlijken, maar ik heb gewoon een fijne jeugd gehad en dat is enorm van belang. Safety en securety. Geborgenheid, mogelijkheid om vreugde en verdriet met elkaar te delen. Daar kun je mee vooruit en het geloof binnen het gezin was heel belangrijk. Geen series geboden, maar iets waar je op terug kunt vallen. Diepgang in een verticale dimensie en de Bijbel is een rijk en fundamenteel boek dat op centrale punten richting geeft.

Daarmee geef je niet je eigen verantwoordelijkheid uit handen, maar dat is de glorie van de mens. Die keuze, met name is open gelaten. God geeft ons toch de mogelijkheid om 'nee' te zeggen. Wezenlijk voor mij is als je zegt: 'God bestaat niet', dan is er toch dat willen communiceren, toch de dialoog willen aangaan.
God laat niet los. Er is althans Eén die de wereld draagt. De Bijbel is niet uit de lucht komen vallen, is niet gedicteerd. Mensen waren geïnspireerd om dingen op te schrijven. Een op en top Goddelijk boek.

Op en top menselijk boek ook. Het gaat over u, over mij, over menselijke verhoudingen en het gesprek daarover is nooit afgelopen. God heeft het gemunt op mensen en op Zijn schepping. Bij Hem is er pijn als de driehoeksrelatie God/mens/medemens wordt verbroken. Als Adam en Eva (representanten van de mensheid) het vertrouwen opzeggen komt er de indringende en blijvend uitnodigende vraag 'Waar zijt gij?' Als Kain Abel doodslaat komt er een gesprek.

Vraag aan Kain: 'Waar is uw broeder? 'Kain: 'Ben ik mijn broeders hoeder?' Heel wezenlijk voor zo'n stelling. Het appèl wordt heel duidelijk. Of ik mijn broeders hoeder ben? Ja, nou en of. Dat zit heel diep van binnen. Ja, ja, een illustratie dat de mens is aangewezen op een ander, en ook op De Ander. Elk mens heeft behoefte aan relatie en de Bijbel met daarin vooral de persoon Jezus Christus als centrale figuur ervaar ik als boeiend, inspirerend en vol perspectief. Bevrijdend ook'.

Het moet op dit moment zijn dat mevrouw Hollenbeek Brouwer binnen komt en geruisloos de kopjes + pindarotsjes (onaangeroerd) verwisselt voor druivensap en een schaaltje met komkommer, blokjes kaas en cherrytomaatjes.
'Wilt u even pauze?' Wordt u niet moe? U moet wel een stukje kaas nemen hoor'.  
Schenkt druivensap en pinched een tomaatje waar hij eindeloos mee zit te spelen.

Plaatje, mooier dan het schilderij dat Jan van Loon van hem maakte. De grote man en het tomaatje. Zeker aan een pauze toe. Kijk hem aan. Het haar wat grijzer en over de jaren heen de bril wat minder geprononceerd geworden. Niet meer zo streng als toen hij gedeputeerde was. En wat is dat nou? Hij laat het uitlopen op een marathonzitting. Overdonderend. De brede gebaren, het overroyale praten en dat aandoenlijke (misschien wordt hij nu wel boos) 'goed over willen komen'. Een geboren strateeg die de onschuld niet is kwijt geraakt.


Is het zo dat God je in alle opzichten bij de les houdt?

'Moeilijk. Vooral na bijvoorbeeld Westerbork en Auschwitz. Een ander Godsbeeld. De oorzaak van het kwaad ligt in de mens, als iemand in de knoei zit, juist dan is God meelevend, meevoelend en in de buurt. Als Christen mag je ook niet in een isolement leven, dan dien je ook mee te leven, ook contact te hebben met andere mensen en dan kun je doortrekken naar de politiek, want politiek is de relatie tussen overheid en burger. Sociaal gedrag? Ja'.


Als het Christendom voorziet in sociaal gedrag waarom zijn er dan zoveel verschillende partijen?

Even niet de strateeg. Gaat voorover zitten op de bank.
Het tomaatje is er nog en hij is de draad kwijt. 'Hoe bedoelt u?'


Nou, zoals ik het zeg. Er is maar één God en dan zou je toch genoeg hebben aan één Christelijke partij?

'Inderdaad een zwak punt in de confessionele partijvorming. Het CDA is nauwelijks confessioneel meer. Er zijn concessies gedaan om de uitdagingen die er in het Evangelie zitten nog beter gestalte te geven. Dat gebeurt nog maar ten dele. Ik constateer ook dat Christenen idealen niet altijd waar maken.

Van alle partijen vind ik het CDA wel de beste die er in de aanbieding is, maar ik heb geen vooroordelen t.o.v. andere partijen. Deze problematiek vertaalt zich naar de verschillende kerkgenootschappen. Waar gaat het om? Toch met elkaar een zo goed mogelijke samenleving opbouwen'.


Hebt u als gemeenteraadslid, statenlid en later als gedeputeerde nou echt iets bereikt, dingen kunnen veranderen in goede zin. Hebt u uw idealen kunnen verwezenlijken?

'Ik ben niet zo arrogant om te denken dat ik alle idealen in realiteit heb kunnen omzetten. Niet alles is bereikbaar.
Ik ben blij met zaken die structureel zijn afgerond en ik heb in 1987 bewust afstand genomen van de actieve politiek. Geen bestuursfuncties die mij in directe relatie met de provincie kunnen brengen. Voorzitterschap Stichting Omroep Drenthe. Interessant en ik heb een kick gehad van de luisterdichtheidscijfers. Radio Drenthe is echt een onderdeel geworden van de structuur van de provinciale samenleving.

Lid Verenigingsraad Vrije Universiteit (Amsterdam). Bestuurslid Noord Nederlands Orkest, lid Deputaatschap Gemeenteopbouw (sectie Binnenlands Diakonaat) van de Gereformeerde Kerken in Nederland.
Er is een leven na de politiek en toen ik afscheid nam was ik er niet op uit om gevulde agenda's te hebben.
Het betekent dat je bijvoorbeeld tijd hebt voor een cursus Theologische Vorming. Ik lees vrij veel, drie kranten op een dag, week- en maandbladen en ik kom graag in de leeszaal.

Of mijn vrouw en ik lang koffie drinken? Wij doen nu natuurlijk veel meer samen. Plezier. Ik heb mijn politieke werk afgerond en veel persoonlijke relaties overgehouden. Veelzijdig contactennet. Werkelijke relaties worden niet door functies bepaald, daar hecht ik waarde aan. Je moet bezig blijven, interesse houden. Ik volg seniorencolleges aan de RUG en de Hogeschool Groningen.

Ik heb eerst politieke filosofie gekozen en toen gerontologie. Je moet jezelf dwingen tot bezig zijn. Als je trouw de colleges bezoekt, krijg je een certificaat'. Glimogen. 'Ik heb er nu twee en de derde keuze wordt waarschijnlijk geschiedenis na 1945 of regionale geschiedenis'. Het tomaatje is op.

Ongeveer zes uur en mevrouw Hollenbeek Brouwer komt boven om te vragen of ik een broodje wil. 'k Weet het niet zo goed, ik hoef niet metéén al mee te eten en zo.
'Ik dek de tafel in de keuken'.


Meneer Hollenbeek Brouwer, ik heb kranten doorgelezen. Wat korte kreten waar ik graag ene korte reactie op wil.

Politieke vos (Het Vrije Volk 6-9-1964)
'Ik zou het niet bedacht hebben'.

Hollenbeek Brouwer is een omverprater (Nieuwsblad van het Noorden 7-1-1984).
'Het is nooit de bedoeling om iemand omver te praten. Als ik vind dat ik gelijk heb hou ik het heel lang vol. Ik wil wel een bocht maken, liefst met een terugtocht. Ik ben er wel op uit om mensen niet te kwetsen'.

Wandelende Drentse Almanak (Meppeler Courant 17-4-1987).
'Uuuuh, ik heb een halve eeuw in Drenthe gewerkt'.

Halleluja Brouwer (Nieuwsblad van het Noorden).
'Vergeet ik'.

De onderkoning van Drenthe (Maandblad Drenthe mei 1987).
'Wellicht logisch in mijn functie als waarnemend Commissaris der Koningin'.

Verder: Een collega van u zegt dat u goudeerlijk bent
Lange, lange stilte. 'Ervaar ik als een compliment. Niet in de zin van een doetje'.


In de vijftiger jaren was u secretaris van de AR in Drenthe. Als uw medebestuurders de stukken niet op tijd klaar hadden, stuurde u een telegram. Wordt u wiebelig van mensen die hun afspraken niet goed nakomen?

'Afspraak is afspraak. Daar moet je zelf  een voorbeeld in geven'.


Zit u lekker in het CDA-vel?

'Het CDA is voor mij de partij die oprecht probeert iets waar te maken van de evangelische noties voor mens en samenleving'.


Wat heeft u het meest geschokt in uw politieke carrière?

'Het overlijden van collega Aaldrik Eshuis op 11 juni 1986'.
(Ik weet niet of mijn volgende vraag zo passend is na het vorige antwoord).


Waarom draagt u nooit een gezellige rode cashmirtrui? U zit altijd zo onkreukbaar in het pak.

'Oh, maar ik heb wel truien. Donkerblauwe. U zou mij eens moeten zien als ik naar de leeszaal ga. Ik kleed mij voor de gelegenheid. Dat doet u zelf toch ook?


Poetst u zelf uw schoenen?

'Nee'.


U had emancipatie in uw portefuille. Kunt u koken?

Magistraal schateren. 'Heeft niets met emancipatie te maken. De verstandhouding met het Drents Vrouwenburo was uitstekend en ik heb het samenwerken als instructief en leerzaam ervaren'.
Hij staat op, ergens uit een la? 'Kijk, kreeg ik bij het afscheid'. Een feministisch getuigschrift van het DVB.

'Hierbij verklaren wij dat de heer J. Hollenbeek Brouwer gedurende de periode dat hij bij het werk van de Ombudsvrouw en het Drents Vrouwenburo betrokken is geweest, blijk heeft gegeven van voortschrijdend inzicht op het gebied van de vrouwenemancipatie'.
'Ik kan wel een spiegelei bakken of zoiets, of iets opwarmen, maar nee, ik zou het ook niet willen leren denk ik'.


Wat eet u graag?

Bloedserieus. 'Uuuuh ja, lekkerbek, boontjes bijvoorbeeld, appelmoes d'r bij is prachtig, doppertjes. Kruimig aardappeltje? Jaaaaaa'.


Ergens las ik dat u van Drentse literatuur houdt. Is te plaatsen. Opera ook, maar gaat u nu echt uit de bol van een operette? Zo'n halve gare die in lederhosen en met een vogelkooi op het podium heen en weer sleept?

'Neeee'. Grinnikt. 'Het begrip uit de bol gaan is niet op mij van toepassing. Ik ben emotioneel betrokken bij de kunst en cultuur. Genoten toen het Drents Woordenboek (1979) en het standaardwerk Geschiedenis van Drenthe (1985) tot stand kwamen. In de publieke sfeer betrokkenheid laten blijken. Het streven naar gelijkwaardigheid. Geschiedenis en literatuur, vanuit de basis is er meer perspectief'.


Ik zeur nog even over die vogelkooi.
'Misschien heb ik het eens gezegd vanuit mijn kijk op het reilen en zeilen van de Asser Operettevereniging'. Strateeg.

Tafel gedekt in de keuken. Kastjes volgeplakt met tekeningen van de kleinkinderen. Twee kuipjes dieetmargarine en geen botermesje. Hij blijft wel de gentleman.
Tegen zijn vrouw: 'Hoe heten die bloemen ook al weer die in dat grint bloeien? Narcissen. Ja'.

Meer dan veertig jaar getrouwd en hij heeft haar vast het hof gemaakt. Een hand op zijn schouder als ze voorbij loopt om iets uit de koelkast te halen. 'Zo'n dun plakje ham op een boterham is te weinig. Neem nog wat, er is ook beschuit'.
Een geboren strateeg die de onschuld niet is kwijt geraakt. Na het eten leest Jan Hollenbeek Brouwer de Bijbel.
Psalm 121.


Met dank aan de heer G. Numan, voormalig CDA-wethouder van de Gemeente Vries.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl