In en om Assen





Johanna Boer


Bronvermelding:
Krüderige wieven : Drentse vrouwen in de twintigste eeuw / onder red. van Marion Hoogendijk. Een artikel van Petra Broomans. ISBN 90-6011-726-3, NUGI 644


Jo Boer (2e van rechts) tijdens een vergadering van het Dagelijks Bestuur van Opbouw Drenthe aan de Stationsstraat -11- in Assen, circa 1950. Fotoarchief Drents Museum


'Jij komt dus Drenthe opbouwen...'

Jo Boer (1906-1985) en de opbouw van Drenthe zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als directrice van de Stichting Opbouw Drenthe zou haar inzet van zeer groot belang zijn. Haar rol dreigt echter in deze tijd vergeten te worden. Marie Kamphuis, oud-directrice van de Sociale Academie in Groningen, noemt Jo Boer in haar boek Kijken in de spiegel van het verleden een pioniere van het Opbouwwerk. Mr. Jacob Cramer, de voorganger van Jo Boer als directeur van Opbouw Drenthe, draagt zijn memoires weliswaar aan haar op, maar in zijn boek komt niet naar voren dat Jo Boer als een pioniere beschouwd kan worden.

Jo Boer werd als oudste dochter van een domineesgezin in Vierpolders (ZH) geboren. Haar ouders hadden elkaar tijdens hun studietijd in Leiden ontmoet. De moeder van Jo Boer studeerde rechten. Haar vader theologie. Na zijn studie werd hij vrijzinnig predikant. De vader van Jo Boer was een dominant man en had een 'ontwikkeld oog voor ongelijkheid'. Hij kwam op voor de predikanten, die het vaak erg arm hadden. Hij ijverde voor een beter salaris voor deze beroepsgroep, iets dat in die tijd een schandaal was. Haar moeder had 'iets verdroomds over zich' en was eigenlijk niet zo huishoudelijk georiënteerd. Jo Boer nam al gauw als oudste dochter de verantwoordelijkheid op zich. Het was een zeer intellectueel maar arm gezin.

Voor Jo Boer was er geen geld om te gaan studeren. Later wel voor de jongere broers en zusters. Toen alle kinderen uit het huis waren zei Jo Boer: 'en nu wil ik wat leren...' Ze volgde een opleiding in Rotterdam voor lerares Kinderverzorging en Opvoeding en Leidinggevende in een kindertehuis. Het leiden van een kindertehuis had Jo Boer als ideaal. Toen ze in 1929 de opleiding had afgerond kon ze niet meteen een baan in die sector krijgen. Vanaf 1929 was ze in Assen gestationeerd en als reizend lerares verbonden aan diverse huishoudscholen in het noorden. Op een van de treinreizen ontmoette ze mr. Cramer, directeur van Opbouw Drenthe, die haar vroeg voor een functie in Zuidoost Drenthe. Aangezien Jo Boer al een baan had ging ze daar niet op in.

Ze was overigens wel al eens in dat deel van Drenthe op bezoek bij een klasgenoot geweest die daar volontair was, het 'was echt alsof je naar een ontwikkelingsland ging', zou Jo Boer later zeggen. Een jaar later werd Jo Boer gevraagd voor de functie van directrice van het buurthuis van Emmerschans, een project van Opbouw Drenthe. Jo Boer aanvaardde de functie en hiermee verbond zij haar leven met Opbouw Drenthe. Ze werd door de meer welgestelden in Emmen, die eigenlijk 'anti-Opbouw' waren, wel vriendelijk ontvangen, maar toch met een houding van 'zo jij komt dus uit Den Haag... Jij komt dus Drenthe opbouwen...' Inderdaad zou Jo Boer zich bijna 40 jaar voor de opbouw van Drenthe inzetten.

Mr. Cramer was in de jaren dertig bezig van Opbouw Drenthe een centraal punt voor de provincie te maken. De thuisbasis werd Assen en in 1935 verhuisde ook Jo Boer naar Assen. Tot de oorlog was ze directrice van het Instituut voor Jeugd- en Ontwikkelingswerk, een afdeling van Opbouw Drenthe. De oorlog brak uit en zowel mr. Cramer als Jo Boer moesten onderduiken. Jo Boer belandde samen met een collega, Loes Sutorius, op een kasteel in Limburg en werkte daar als dienstmeisje. Ze werden door mevrouw ook als zodanig behandeld. Later zou, zo vertelt Marie Kamphuis, de familie behoorlijk zijn geschrokken toen ze vernamen wie er bij hen hadden gediend. Toen de schuilplaats bekend dreigde te worden ging Jo Boer naar Rotterdam om daar als invalster voor de directrice van een weeshuis te werken.

Zo werd een ideaal toch werkelijkheid. In februari hoorde ze dat de Duitsers op 1 maart de IJsselbrug zouden sluiten en Jo Boer vertrok op de fiets richting Drenthe. In Drenthe beleefde ze de bevrijding. Al snel na de oorlog werd het werk voor Opbouw Drenthe weer voortgezet. Jo Boer volgde mr. Cramer op. Eerst als adjuctdirectrice. Toen mr. Cramer in 1951 tot Commissaris der Koningin in Drenthe werd benoemd, werd Jo Boer directrice van de Stichting. In de jaren die volgden zou Jo Boer een duidelijke stempel op het opbouwwerk drukken, zowel in praktijk als in theorie. In de tijd dat ze onder mr. Cramer adjunct-directrice was, legde ze de basis voor haar werk. Mr. Cramer en Jo Boer vormden een hecht team.

Zij paste op de winkel, terwijl hij op reis was en subsidies lospraatte. Samen deden ze het brainstormwerk, zij schreef en voerde het uit. Je zou de indruk kunnen krijgen dat Jo Boer in zekere zin een verlengstuk van Cramer was. Dit was echter geenszins het geval. Jo Boer heeft ook in theoretisch opzicht veel betekend voor het opbouwwerk in Drenthe en Nederland. Marie Kamphuis attendeerde Jo Boer op een gegeven moment op de 'community organization' (gemeenschapsorganisatie) in Amerika. Cramer zou niet veel zin hebben gehad om te gaan, dus ging Jo Boer met een studiebeurs van de Verenigde Naties in 1949 naar de Verenigde Staten met een observatieprogramma op het gebied van 'community organization in rural areas' (gemeenschapsorganisatie in landelijke gebieden).

In Amerika deed ze 'de ontdekking dat wat ik deed een naam had: Community organization.' Jo Boer heeft de theorie en de praktijk van de 'community organization' voor het maatschappelijk opbouwwerk in Nederland - en overigens ook in Duitsland - geïntroduceerd. Onder andere door lezingen te geven en artikelen te schrijven. Jo Boer had grote wetenschappelijke kwaliteiten. In 1960 verscheen van haar hand Maatschappelijk Opbouwwerk. Dit werk is een van haar baanbrekende publikaties op dit gebied. Volgens professor Hofstede had ze op haar boek over Zweeloo dat in 1975 uitkwam kunnen promoveren. De jaren zestig brachten grote maatschappelijke veranderingen met zich mee. De werkdruk werd groter en eiste zijn tol.

Toen Jo Boer in 1967 na een langdurige ziekte terug kwam ontstond er een conflict. De adjunct-directeur Hijmans was het niet eens met de verdeling van de verantwoordelijkheden. Niet zozeer het conflict, maar meer haar gezondheidstoestand was voor Jo Boer aanleiding om in 1969 met vervroegd verlof te gaan. Een groots afscheidsfeest werd haar deel. Ze hield evenwel de supervisie over een aantal taken. Jo Boer is nooit getrouwd geweest. Zelf zei ze hierover: 'De meisjes van mijn tijd leefden in een droom van zelfstandigheid. Wij waren onder de bekoring van het op eigen benen staan en voor jezelf kunnen zorgen.'

Er bestaan verschillende beelden van Jo Boer. Aan de ene kant de dominante vrouw, met een strenge, afstandelijke manier van leidinggeven, aan de andere kant een warme, zorgzame vrouw, die goed kon delegeren en juist betrokken en tolerant was. Het eerste beeld vind je voornamelijk bij mannen, die wellicht moeite hadden met haar kundigheid. Het tweede beeld overheerst bij naaste medewerkers. Zij hebben veel van Jo Boer geleerd, juist doordat ze hen zeer zelfstandig liet werken. Ik denk dat de beide beelden iets van de persoon Jo Boer als geheel zeggen. Als leidinggevende met vele jaren ervaring bezat zij een natuurlijke autoriteit en stak als vrouw 'boven het maaiveld uit'.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl