In en om Assen





Hendricus Johannes Prakke


H.J. Prakke in zijn werkkamer boven de uitgeverij aan de Brink in Assen . Portret door L.A. Kortenhorst


Artikel in het Gewestelijk Maand-Periodiekje 'Drente'. November 1951. Auteur R.D. Mulder


Prakke en het Drents Genootschap


Wie tracht in het kort te schetsen, welke de verdiensten zijn, die de Heer Prakke als voorzitter van het Drents Genootschap bezit en daarbij enigszins volledig wil zijn, staat voor een vrijwel hopeloze taak. Hij, die het initiatief nam tot de oprichting van de Drentse Studiekring en de leiding daarin had, die na de bevrijding deze kleine kring wist te doen uitgroeien tot een bijna alle culturele organisaties in Drenthe omvattend genootschap, was immers steeds de stuwende kracht, de man die in grote lijnen de koers uitstippelde en wiens initiatieven leiden tot een reeks van zeer geslaagde culturele manifestaties, die zowel in als buiten Drenthe grote waardering oogsten.

Toen in 1941 de kleine studiekring in Assen begon, wist Prakke telkens sprekers te vinden, die elk op hun gebied specialist waren; zelf gaf hij met de biografie „Dubbeld Hemsing van der Scheer" — voorgedragen in de eerste bijeenkomst — aan, op welk een grondige en toch boeiende wijze, een onderwerp uit de Drentse historie besproken kan worden. Wanneer na de bevrijding de mogelijkheid zich weer voordoet mensen van buiten Drenthe in het werk te betrekken, is het al dadelijk, op de grote herdenking „Duizend Jaren Drenthe", de markante figuur van monseigneur Lagerwey, bisschop van Deventer die — naast deskundigen uit eigen gewest — voor ons optreedt.

En wanneer — na grondige voorbereiding — de studiekring op 12 Maart 1947 kan worden omgezet in een Drents Genootschap, is het al weer door zijn activiteit, dat Prof. Dr Jhr van Winter, de Groninger historicus, bereid wordt gevonden tijdens de oprichtingsvergadering in de Statenzaal van het Provinciehuis, een voortreffelijke en zeer toepasselijke voordracht te houden. Zo weet Prakke telkens op het juiste moment belangrijke figuren ertoe te brengen Drentse aspecten te belichten; we noemen uit de laatste jaren slechts de voordrachten van Prof. Dr Slicher van Bath, Prof. Lukas, Rektor Specht, Mr J. Linthorst Homan, en Prof. Dr P. J. Bouman. Maar het is niet louter voor de maandelijkse bijeenkomsten der persoonlijke leden, dat Prakke zich verdienstelijk maakt:

Waar de gelegenheid zich voordoet om Drenthe nationaal en internationaal „mee" te laten doen, of van zich te laten spreken, daar tracht hij steeds het Genootschap als cultureel vertegenwoordiger van het gewest in te schakelen. Zo ontstonden vele belangrijke contacten: Op de Landdag te Sleen met Holland in Michigan, tijdens de Vlaamse Dagen met vooraanstaande letterkundigen uit België, op het „Drentse Tegenbezoek" aan O.K.K. in Den Haag werd Drenthe in „Hollandse" literaire kringen „ontdekt", het contact met de Oosterburen (vanouds zo frequent), werd na de bevrijding hersteld door een bezoek aan Bentheim en een tegenbezoek aan Drenthe. Het is echter niet alleen de historie van Drenthe, die Prakke in het genootschap doet herleven (en waarover op zijn aandrang een aantal prachtige gedenkpenningen ontstonden).

Ook de letterkunde, het toneel en vooral de schilderkunst vormen onderwerpen, waarmee het genootschap zich — dank zij zijn stuwkracht — intensief bezig hield: De huldiging van Ben van Eysselsteyn, de herdenking van Mevrouw Bergmans-Beins, de openluchtspelen in Diever, de opvoering van „Djoeke Hilberts", de huldiging van Jan Fabricius, de Borker Vesperye ter ere van Louis Roessingh, de tentoonstellingen van de werken van Dozy, de omvangrijke organisatie, verbonden aan de totstandkoming van de Drenthe-film, dat alles bewijst, dat onder de bezielende leiding van Prakke het genootschap zich niet louter met Drenthe's verleden bezig houdt, maar krachtig streeft naar een culturele ontwikkeling van heel het gewest.

In dit verband dient zeker niet te worden vergeten zijn onvermoeid ijveren voor een eigen openbare Provinciale Bibliotheek en zijn pogingen tot bundeling van alle instellingen, welke door hun boekerij tot deze grote centrale biliotheek kunnen bijdragen. De overige bestuursleden van Het Drents Genootschap en de leden der vele commissies dragen ongetwijfeld elk het hunne bij om het werk naar behoren te verzetten, maar het is toch telkens en telkens weer voorzitter Prakke, die reeds komt met nieuwe plannen en initiatieven, wanneer hij nog bezig is — gezamenlijk met zijn medebestuursleden — de uitvoering van andere tot een succesvol einde te brengen.

Dank zij zijn leiding slaapt het genootschap — na een zo gelukkig begin — niet in en vormt het zich steeds uitbreidend gebied van werkzaamheden een nimmer braakliggende akker, welke ieder jaar meer vruchten oplevert. Moge Dr H. J. Prakke, als onze eminente voorzitter, nog vele jaren een rijke culturele oogst van de eertijds zo schrale Drentse bodem binnenhalen.


Info op dodenakkers


Een oude saksische boerderij uit 1699, door toedoen van Prakke gerestaureerd en voorzien van de naam Prakkehof in het Drentse Meppen, middelpunt van Drents cultureel leven toen hij het met zijn vrouw bewoonde, én een toegangsweg naar een nieuwe wijk in Assen met de naam van het oude buurtschap Kloosterveen, die zijn naam draagt: Prof. Prakkeweg. Het zijn een paar van de vele herinneringen aan de man, aan wie Drenthe zeer veel dank verschuldigd is: Hendericus Johannes Prakke. Schrijven en publiceren hadden zijn hart, al van jongsaf aan.

Het zou hem voeren via zijn oom, een boeken- en kunsthandelaar, naar de uitgeverij Wolters in Groningen, waar hij het bracht tot procuratiehouder om in 1925 de directie over te nemen van de uitgeverij Van Gorcum te Assen. Dat weerhield hem niet ook zeer actief te zijn in jeugdwerk, schrijven en dichten. Daarnaast verzamelde hij een kring om zich heen van schrijvende en beeldende kunstenaars, onder wie: Hendrik de Vries, Johan van der Woude, Hendrik Werkman en vele anderen. Gedurende WOII studeerde Prakke rechten en rondde dat in 1945 af. Maar hij studeerde door en promoveerde op een proefschrift, dat de titel zou dragen: 'Deining in Drenthe, historisch-sociografische speurtocht door de "olde lantschap" (de achtste der zeven provinciën)'.

Voor de Avro-radio besprak in 1955 Dr. P. H. Ritter Jr. dit werk en plaatste het naast Huizinga's 'Herfsttij de Middeleeuwen'. Door Prakke's toedoen werd het Drents Genootschap opgericht, werd de Koppermaandag weer ingevoerd en nam hij het initiatief tot de Duits- Nederlandse Cultuurdagen. Ook was Prakke jarenlang voorzitter van de commissie van bestuur van het Drents Museum. Op wetenschappelijk terrein volgde een privaat-docentschap (perswetenschap) aan de Universiteit van Groningen en werd hij hoogleraar aan de Universiteit van Münster. Velen promoveerden onder hem. Een arbeidzaam leven, waarin hij vele hoge onderscheidingen uit binnen- en buitenland mocht ontvangen.

Zijn lijfspreuk was: 'Homo res sacra homini' - de mens is de mens een heilige zaak. Prof. Dr. H. J.Prakke overleed in december 1992 en werd in Assen begraven op de Boskamp.


Literatuur

  • 'Drentse biografieën dl. IV', C. Rodenburg; Boom, Meppel (1989)
  • 'Deining in Drenthe', Prof. Dr. H.J. Prakke; Van Gorcum, Assen (1969)
  • 'Geschiedenis van Assen', Dr. H. Gras e.a.; Van Gorcum, Assen (2000)


Hendricus Johannes Prakke 1990


Info op encyclopediedrenthe


Johannes Prakke trad in 1919 in dienst van uitgeverij Wolters in Groningen, waar hij zich opwerkte tot directiesecretaris. Zijn woning, Den Enck bij Eelderwolde, werd een ontmoetingsplaats voor kunstenaars van allerlei slag. In 1925 werd hij adjunct-directeur van uitgeverij Van Gorcum in Assen. Een jaar later volgde zijn benoeming tot mededirecteur, naast G.A. Hak. Door zijn betrokkenheid bij Drenthe werden er vele werken van gewestelijk-culturele waarde door Van Gorcum uitgegeven: in 1928 blies hij nieuw leven in de Nieuwe Drentsche Volksalmanak en een jaar later verscheen het eerste nummer van het maandblad Drente. Pas tijdens de bezetting kreeg hij tijd om te studeren.

Na een colloquium doctum werd hij in 1942 - clandestien, om hem geen loyaliteitsverklaring te laten tekenen - toegelaten tot de studie rechten. In 1944 werd het kandidaatsexamen - eveneens clandestien - afgelegd. Na de zuivering van de universiteit werd dit in 1945 cum laude bevestigd. In 1941 was hij een van de oprichters van de studiekring D.H. van der Scheer, waaruit in 1947 Het Drents Genootschap ontstond. In maart 1945 werd hij - op verdenking van illegale activiteiten - door de SD gearresteerd; tot aan de bevrijding van Assen verbleef hij in het Huis van Bewaring. Na de oorlog behoorde hij tot de eersten die verzoening met de Duitsers en wederzijds begrip nastreefden en de nodige contacten legden. Ook hervatte hij zijn studie.

Die werd in 1949 bekroond met een doctoraal rechten met als hoofdvak sociologie. Prakke promoveerde in 1951 bij P.J. Bouman op het proefschrift Deining in Drenthe. Historisch-sociografische speurtocht door de 'Olde Lantschap'. Een studie in Acculturatie. In 1956 werd hij aan de Rijksuniversiteit Groningen onbezoldigd privaatdocent in de perswetenschap. In 1960 werd hij hoogleraar in de publicistiek aan de universiteit van Münster. In hetzelfde jaar droeg hij het voorzitterschap van Het Drents Genootschap aan Jan Naarding over. Als dichter schreef hij onder het pseudoniem Hekkarpi, een anagram van H.I. Prakke.

Op cultureel gebied ontplooide hij tal van initiatieven; velen beschouwen hem dan ook als de culturele emancipator van Drenthe. Daartoe behoort ook de viering van Koppermaandag door Drentse drukkers. Tot op hoge leeftijd bleef hij pleitbezorger voor de Drentse zaak. Hij ontving vele onderscheidingen, o.a. ereburger van Bentheim en Coevorden. In 1960 ontving hij de Culturele Prijs van Drenthe.


Info op drentsarchief


Ex Libris professor Prakke

In het Drents Archief is op dit moment een tentoonstelling te zien over prof.dr. H.J. (Henk) Prakke (1900-1992). Prakke wordt gezien als de culturele emancipator van Drenthe. Als drukker en uitgever zorgde hij voor vele publicaties en was hij actief als organisator. Zo was hij (mede)oprichter van Het Drents Genootschap.

Ook de kunsten konden Prakke beroeren. Samen met zijn vrouw Frederica Cruiger (om wie hij gedobbeld had met een vriend) kocht hij huize Den Enck bij Eelderwolde. Het werd al snel een ontmoetingsplaats voor allerlei kunstenaars. Diverse kunstenaars uit De Ploeg kwamen hier samen in de zogenoemde Bibliofielen-Liga, waar de nadruk op boeken en publicaties lag. In 1925 ontvingen de leden de eerste uitgave van De Eikel, het blad van de Liga, met daarin diverse ex librissen, waaronder die van Henk Prakke.

Het ex libris van Prakke werd ontworpen door Wobbe Alkema in 1922. Inmiddels is het een collectors item. Op de afbeelding zien we een boekverkoper die een boek aan een klant overhandigd. Dit gebeurt onder het schijnsel van een lamp. Dit geeft sterk symbolisch aan wat Prakke wilde zijn: een uitgever/boekverkoper, docent en organisator die kennis onder de mensen wilde verspreiden.

Een deel van Prakke's papieren nalatenschap kwam terecht bij verzamelaar Jans Brands uit Nieuw-Dordrecht. Deze collectie is door de Stichting Collectie Brands in bewaring gegeven bij het Drents Archief, die het archief toegankelijk heeft gemaakt. Vanaf 24 november is het archief van H.J. Prakke raadpleegbaar in het Drents Archief.


Toen en now Een vraoggesprek met perf. Dr. H.J. Prakke


Bronvermelding:
‘Oeze Volk’. Maondblad in Drents dialect. 28 jaorgang, no. 12, December 1984 Een artikel van drs. H. Hadderingh


Vleden maond bin'k is bij perf. Prakke an waest um hum wat vraogen veur te leggen over de Draense schrieverij van „toen en now". Ik zul gien zeun van Bart Veenstra waest hebben a'k de perfezzer vot niet vraogd har wat hum as aold-veurzitter van 't Draens genootschap ducht van 't gelieknaomege genootschap van de laeste zeg maor tien of vieftien jaor. Maor perf. Prakke leuit zuk niet „in verzoeking leiden"; juust as aold-veurzitter wol e der niet veul van zeggen, 't Begrootte hum aans wel dat 't genootschap niet meer de veurganger van de Draense bewegen was.

't Dee mij nog wel nei hoe of der in jaoren daarteg tegen de Draense dialecten in de kraanten en volksalmenakken ankeken weur; weuren de verhaolen en gedichten in 't dialect toen meer opnummen bij gebrek an aander copie (wat bij de volksalmenak wel is metspeuld hef, a'k 't gooud heb, véür die tied teminnen), of weuren de Draense stukken plaost um heur eigen weerde. Oet wat de perfezzer oetstukte, begreep ik dat e indertied zölf bij Tiesing en vrouw Bergmans-Beins waest hef, toen e um 1930 't maondblad Drenthe gangs hebben wol en boetendat de Neie Draense volksalmenak nei leven inblaozen wol. Dat wis der op dat de Draense schrieverij van die tweei (én aander) wel in tel was.

Over d'aander kaant zee perf. Prakke ok dat 't hum heun ofgaon was dat der kort nao de Tweeide Wereldoorlog maor zun klaein koppeltie inteeikenaors waest har op de dichtbundel van Roessingh. Die umstandegheid vergeleek e met wat der op 't heden aal zo op batterij komp an bundels en boouken; tegensworeg zul men wel aoreg makkeld van alles oetgeven. Perf. Prakke zee der aans drekt bij dat der naor zien dunken tegensworeg meer gooud waark schreven wordt as aleer jaoren. As op dizze meneer dan de kwaliteit van de schrieverij op batterij komp, dan is ok Jan Naarding niet wied vot.

Perf. Prakke prat met veul wardering over Naarding zien (gedeelteleke) vertaoling van de schavaksies van Reinaert, Reiner Robaord. Hie vertelt hoe makkeld Naarding 't eein of aander oppakken kun um 't in 'n gedicht dan vorm te geven. Toch mot men oet dizze formulering niet ofleiden dat Naarding 't dichten nogal makkeld opnam. Met wat naoberhulp van dr. Kocks he'k indertied gelegenheid had um de handschriften met Naarding zien gedichten in te kieken en 't mag mij heugen dat Naarding zien gedichten laoter smaanks weer ankreeg um ze nog is wieder op te poelitoeren; paartie hef e dunkt mij ok nooit drukken laoten. Hie zal der asmets niet hielmaol tevree over waest hebben.

Dat Naarding as een goldsmid met zien dichtwaark gangs wezen kun, bliekt ok oet de Reiner Robaord die perf. Prakke neuimde. Veur dat oetgebreide waarkstuk geit dat Naarding een hiel stuk nooit hen 't maondblad Drenthe stuurd hef. Dat is um dié reden wel van belang dat in de bundel Daod en dreum die nao Naarding zien dood maokt is, een veul groter stuk van de Reinaertvertaoling steeit; daor steeit veul meer in as Naarding zölf op batterij braacht hef. En dat is niet alles: dat stuk wat indertied in 't maondblad Drenthe staon hef was dudelek meer „deurwrocht" en Naarding hef weschienlek nog deurwaarken wild an 't stuk dat jaoren laoter in Daod en dreum verschenen is.

Zölf hef perf. Prakke dichtt under de naom Hekkarpi, die as e van zien bes aarfd har. Hekkarpi teunt zuk in zien gedichten een leeifhebber van 't ambachtelek waark en zodoounde dee 't mij nei hoeveul as de perfezzer op har met de mederne Nederlandse dichtkunst. Perf. Prakke bliekt die met belangstelling te volgen maor hie zeg der wel bij dat 't hum deugd dót as de tradionele vórms in eren hollen wordt. Wat dat anbelangt hef e veul wardering veur de Hollandse en Draense sonnetten van Gerard Nijenhoes. Een aander kwestie is de rol van de Draense dialecten in dizze tied. Dat „het" Draens now as taol erkend is, is volgens de perfezzer mèt te daanken an 't waark van gedippeteerde Hollenbeek Brouwer.

Dat Hollenbeek Brouwer zuk zo inzet veur de Draense dialecten dót perf. Prakke deugd, mèt umdat dit op 'n breeide grondslag gebeurt, in mien woorden: zunder dat „poletiek" der in metprat. Daor kan 'k wieder nog bij anhaolen dat dat ok van belang was in, zeg maor, de eerste helft van de jaoren zuvventeg. Wel toen de schrieverij in 't dialect steunen wol, mus tegen de geest van de tied in duren te gaon, die heuifde - dunkt mij - niet op stemmenwinst te reken. Over de Draense dialecten in dizze tied zee pref. Prakke wieder dat e der wies met was dat de schrievers van de Oostnederlandse pervincies SONT in de beeinen braacht hebt. Hie har der faeilek de Duutse kaant nog wel bij hebben wild.

Wat het Draens op schooul anbelangt was perf. Prakke wat verzichteger; 't Mekt hum bijveurbeeld niet gooud as zodoounde de keuze van de underwiezers bepaarkt worden zul (al loopt der genog in de (R)WW wes-schienlek....). Eein vraog he'k de perfezzer niet steld, naomelek of e der wel zo wies met is dat der in verband met de Draense dialecten en Drente in 't aalgemeein zo vaok een beroep op hum daon wordt. Wis is op 'n minsten dat de „echte" perfezzer Prakke de meeinste Drenten niet kundeg is: de man die mèt de Duutse publicistiek bepaold hef en die dat vak an 'n stuk of vief neie perfezzers hölpen hef. Die man mot hier wel op de eerste plaos vermeld worden, al is 't maor op 't aend' van 't stuk.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl