In en om Assen





Kamp Westerbork


Bronvermelding:
"Drenthe in de oorlog; aspecten van de geschiedenis van Drenthe voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog". Provinciaal bestuur van Drenthe, 1985. Samenstelling en redactie: M.A.W Gerding en J. Hagen. ISBN: 90-71246-01-9


foto: Sietse Kooistra


Een "Durchgangslager"


Kamp Westerbork, bij Hooghalen, waar tegenwoordig de radiotelescopen staan opgesteld, was in 1939 opgericht als kamp voor uit Duitsland afkomstige joden die voor de nazi's gevlucht waren. Er woonden in 1941 zo'n 1.100 mensen, zonder bewaking en zonder prikkeldraadomheining. Toen in 1941 duidelijk werd dat in het volgende jaar begonnen zou worden met de deportatie van alle joden uit Nederland, maakte de Duitse bezetter van dit kamp een "Durchgangslager", doorgangskamp, waar alle joden verzameld werden om van daaruit op transport gesteld te worden naar Polen.

De eerste trein met ongeveer 1.000 joden vertrok op 15 juli 1942 uit Hooghalen, de laatste 13 september 1944. In totaal zijn 94 treinen uit het kamp vertrokken die meer dan 100.000 joden hebben meegenomen. Slechts enkele duizenden daarvan hebben de oorlog overleefd. De bestemming van de treinen, die meestal bestonden uit veewagens, was de vernietigingskampen in Polen, waarvan Auschwitz het beruchtste is geworden. Daar aangekomen na een dagenlange reis samengepropt in de wagons zonder sanitair, verwarming of zitplaatsen werd men de trein uitgedreven.

Men werd dan ogenblikkelijk gescheiden en geselecteerd. Kinderen, bejaarden, zieken en vrouwen met kinderen werden regelrecht de gaskamers ingeleid, de overigen moesten onder onmenselijke omstandigheden dwangarbeid verrichten tot de dood erop volgde of ook zij vermoord werden. Toen het kamp Westerbork op 12 april 1945 bevrijd werd, waren er nog slechts 900 joden aanwezig. Bijna alle joden uit Nederland werden in Westerbork samengebracht. Dat betekende dat er steeds zo'n 10.000 mensen in het kamp woonden en soms zelfs 16.000. Doordat vrijwel iedereen op transport gesteld werd zaten er steeds andere mensen in het kamp.

De leiding van het kamp was in handen van de SS. De bewaking werd gedaan door SS-soldaten samen met Nederlandse marechaussees en Amsterdamse politie. De interne organisatie in het kamp zelf was grotendeels in handen van de joden. De administratie, de ordedienst, de medische verzorging, alles werd door de joden zelf gedaan. Een functie in die organisatie kon betekenen dat men niet op transport gesteld werd, althans voorlopig. In het leven in het kamp speelde de trein een alles overheersende rol. ledereen deed alles om maar niet op de transportlijst terecht te komen, elke week weer.

De treinen vertrokken op dinsdag: 's morgens vroeg begon het inladen en een uur of elf was het vertrek. Pas zo laat mogelijk werd bekendgemaakt wie er mee moesten.


Tekening van treinwagon Westerbork - Auschwitz 1943. (tekening: Herinneringskamp Westerbork)


Wist men in de omgeving wat er in het kamp gaande was?

Het kamp lag midden in Drenthe, op een kale heidevlakte met weinig bomen. Vooral als het hard waaide had men veel last van het zand en kwamen veel ooginfecties voor. Het dichtstbijzijnde dorp was Hooghalen. De vraag is of de Drentse bevolking uit de omgeving veel met het kamp te maken had en of men wist wat er gaande was. Iets daarover kunnen wij te weten komen uit het archief van het kamp. Dat archief bevindt zich in het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie in Amsterdam. Wij kijken daarbij alleen naar de periode dat het kamp onder Duits bevel stond.

Al die duizenden mensen die in het kamp leefden moesten natuurlijk dagelijks eten hebben. Zo blijkt uit de stukken dat er in Hooghalen een bakker zat die van 18 oktober 1942 tot 16 oktober 1943 1.172.330 broden bakte voor het kamp, waarvan bijna 60.000 bestemd waren voor het transport. Dat is ruim 3.200 broden per dag, zeven dagen in de week. Het meel werd hem door de kampadministratie ter beschikking gesteld. Ook allerlei andere levensmiddelen kwamen uit de directe omgeving; boter en melk werden geleverd door de Melkfabriek Halen in Hooghalen, eieren kwamen uit Hoogeveen en zeep en kolen uit Assen. Aardappelen werden betrokken van boeren uit de omgeving. Dezen maakten gebruik van arbeidskrachten uit het kamp. Joodse kampbewoners werkten bij zo'n 60 boeren in de omgeving, vooral in de oogsttijd, de boeren betaalden f 1 -per dag voor en man en f 0,50 voor een vrouw.

Hoe dan ook, de joden zullen met dat geld niet veel hebben kunnen doen want de prijzen van de zwarte markt in het kamp lagen buitensporig hoog. In 1942 werd voor een pakje sigaretten f 50- betaald en voor een brood f 20,-. In de kamporganisatie werkte ook een aantal niet-joodse Nederlanders die er al werkten toen het kamp nog niet in Duitse handen was en die na die tijd waren aangebleven. In totaal ging het om 28 mensen waarvan er 4 in Assen woonden en dagelijks op en neer pendelden. In het kamp was ook een afdeling gevestigd van het centraal distributie-kantoor. Het kantoor had onder meer tot taak de inname van distributie-bescheiden van nieuw aangekomenen, de vernietiging van distributie-stamkaarten van mensen die op transport gesteld waren en de uitreiking van voedselbonnen aan de kampbewoners.

Ontsnappen uit kamp Westerbork

In totaal zijn er 210 joden ontsnapt uit Westerbork. Op alle joden die in het kamp gehuisd hebben is dat natuurlijk ; slechts een klein aantal. Daar zijn verschillende redenen voor te geven. In de eerste plaats de strafmaatregelen van de Duitsers. Voor iedere ontdekte ontsnapping werden 10 of meer mensen uit dezelfde barak of aanwezige familieleden op straftransport gesteld. Ten tweede was men bij het binnenkomen van het kamp zijn distributiepapieren kwijtgeraakt. Men moest dus van tevoren over goede contacten en onderduikadressen beschikken voordat men de vlucht kon wagen. Het Nederlandse verzet en ook dat in Drenthe hield zich heel weinig met joden bezig en nauwelijks met Westerbork. En ontsnappingen zonder hulp buiten het kamp waren bijna onmogelijk. Tenslotte had bijna iedereen familie bij zich, vrouw en kinderen, ouders enzovoort. Als men niet ondergedoken was toen men zich moest melden voor transport naar Westerbork, was men ook niet zo snel geneigd te ontsnappen als de omstandigheden nog moeilijker waren.

De Westerweel verzetsgroep

Er was één verzetsgroep die zich wel direct met ontsnapping uit het kamp bezighield: de Westerweel-groep, genoemd naar de leider Joop Westerweel. Hij was leraar aan de Kees Boeke school in Bilthoven en in contact gekomen met een joodse zionistische organisatie van zogeheten Palestina-pioniers, mensen die een joodse staat in Palestina wilden opbouwen. De organisatie leidde joodse jongens en meisjes hiervoor op. In de loop van de jaren dertig waren zij uit Duitsland naar Nederland gevlucht. In ons land hadden zij op verschillende plaatsen tehuizen en werkkampen. De Kees Boekeschool had contact met het tehuis in Loosdrecht. Toen de Duitsers ons land bezet hadden werd door Westerweel het plan opgevat om de jongens en meisjes te laten onderduiken als de oproep zou komen om naar Westerbork te vertrekken. Een van de leraren die deel uitmaakte van de Westerweel-groep was Jan Smit, van oorsprong timmerman en op de school werkzaam als handarbeid-leraar. De heer Smit heeft de hele oorlog in het verzet gezeten.


Interieur van een barak (1943). (tekening: Herinneringskamp Westerbork)


Herinneringscentrum kamp Westerbork

Op 12 april 1983 werd aan de weg Hooghalen-Assen, juist buiten de storingsvrije zóne van de Radiosterrenwacht, het Herinneringscentrum Kamp Westerbork geopend. Het was die dag 38 jaar geleden dat ongeveer 900 nog niet gedeporteerde joden er bevrijd werden. Symboliseert het Herinneringsteken op het voormalig kampterrein heel indrukwekkend de gang en het droeve lot dat de joden vanuit Westerbork moesten ondergaan, het Herinneringscentrum vertelt het bijbehorende verhaal: Er wordt in meerdere exposities de geschiedenis van Nederland tijdens de duitse bezetting in beeld gebracht. Natuurlijk wordt de meeste aandacht aan de vervolging van de joden geschonken en de rol die kamp Westerbork daarin speelde.

Maar niet alleen de ondergang van de Nederlandse joden wordt in beeld gebracht. Ook over hun komst naar Nederland in de 16e en 17e eeuw wordt verteld. Die komst was veroorzaakt door heftige vervolgingen in Spanje/Portugal en Midden-Europa. Want van vervolgingen hebben de joden vaak te lijden gehad in de loop der tijden, ook vóór Hitler. De joden waren in de landen waar zij verbleven immers altijd een minderheid. Ze hadden een ander geloof en andere gewoonten dan de meeste mensen. Daarom keken veel mensen wat vreemd tegen hen aan. Ze waren dan ook gauw geneigd fabeltjes die over de joden verteld werden te geloven: Joden zouden christenkindjes slachten en ook zouden ze pest veroorzaakt en verspreid hebben. De nazi's gaven de joden zelfs de schuld van alle kwaad in de wereld, dus ook van de economische crisis. Op grond van dergelijke fabels, of vooroordelen, ontstond jodenhaat of anti¬semitisme en werden joden slecht behandeld, gediscrimineerd. De Endlösung van de nazi's vormde hierin het dieptepunt.

Discriminatie

Na de tweede wereldoorlog hoopten veel mensen dat met de overwinning op de nazi's ook discriminatie een overwonnen zaak was. Maar toen in de jaren zeventig de economische toestand hier verslechterde, kwamen ook in Nederland veel vooroordelen naar voren. Minderheden, nu vaak Turken, Marokkanen, of Surinamers krijgen de schuld van woningnood, drugsprobleem en werkloosheid. Hun wordt tegelijkertijd verweten onze baantjes in te pikken en misbruik te maken van onze uitkeringen omdat ze te lui zijn om te werken.

Op grond van deze vooroordelen worden ook nu mensen die "anders" zijn niet geaccepteerd. In het Herinneringscentrum is een groot prikbord. Daarop hangen (krantenknipsels met voorbeelden van discriminatie op grond van ras, geloof, gewoonten of seksuele geaardheid. Deze knipsels, vaak door scholieren bij een bezoek aan het centrum meegenomen, laten zien dat er nog steeds gediscrimineerd wordt, ook in eigen land. Daarom is het zinnig dat in het Herinneringscentrum dat afschuwelijke voorbeeld van waar discriminatie toe kan leiden te zien is. Ook al is het 40 jaar na de oorlog, misschien leren wij wat van de geschiedenis.


Bezoek voor meer informatie de website van het herinneringscentrum kamp Westerbork






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl