In en om Assen






Bronvermelding:
'Het Drentse Landschap'. Sept. 2006, nummer 51. Een artikel van Bertil Zoer, medewerker onderzoek en planning van Stichting Het Drentse Landschap. Foto bovenaan: collectie Bertil Zoer.


Wie op een mistige herfstochtend Kampsheide bezoekt wordt verrast door een wereld die geheel verpakt lijkt in spinrag. Duizenden met minuscule druppeltjes beparelde spinnenwebben liggen gedrapeerd over de heide. Het benevelde spinrag versterkt de toch al betoverende ochtendsfeer van grafheuvels en oude Jeneverbessen in hoge mate. Vervolgens prikkelt het de nieuwsgierigheid: welke beestjes zijn hier nu eigenlijk verantwoordelijk voor?


De hangmatspin

Wat direct opvalt is dat verreweg de meeste webben, als een hangmat, horizontaal uitgespannen zijn in de begroeiing. De hangmatjes zijn allemaal heel dicht geweven. Wie de moeite neemt om de bewoner van zo'n web te bekijken, zal merken dat de eigenaar nu niet bepaald lui in zijn hangmat ligt . De beestjes zijn waar te nemen aan de onderkant van het webje. Alert en waakzaam wachten ze ondersteboven hangend op de dingen die komen gaan. Als je het web te onvoorzichtig benadert, schiet de bewoner weg in de begroeiing en is vervolgens erg moeilijk terug te vinden. De spin is vernoemd naar de vorm van zijn web en wordt dan ook hangmatspin genoemd. Er bestaan vele soorten hangmatspinnen, maar op Kampsheide lijkt vooral de Herfsthangmatspin voor te komen.

De hangmat is bedoeld om prooien te vangen. Boven de hangmat zijn enkele struikeldraden gespannen. Een insect dat daar tegenaan vliegt valt vervolgens in het web. Dan blijkt dat de spin daar inderdaad niet ligt te luieren. Razendsnel pakt spin de ongelukkige prooi van onderen door de hangmat heen om hem dood te bijten. Dat moet wel snel omdat de hangmat, in tegenstelling tot andere spinnenwebben, nauwelijks kleverig is. Insecten ontsnappen er doorgaans vrij makkelijk weer uit. Herfsthangmatspinnen komen bijzonder talrijk voor op Kampsheide.

Het lijkt er op dat ze liefst matje aan matje wonen. Jonge spinnetjes trekken echter graag de wijde wereld in, op zoek naar een minder dichtbevolkt heideveldje. Ze kunnen makkelijk vele kilometers overbruggen door zich te laten meevoeren met de wind. Als ze een briesje voelen laten ze een spindraad vieren. De wind pakt de draad op en trekt het spinnetje mee de lucht in. Spinnetjes op hun zweefdraden zijn waargenomen tot een hoogte van 10.000 nieter. Jonge hangmatspinnetjes raken zo dan ook een heel eind van huis.


Viervlekwielwebspin (Araneus quadratus) foto Sietse Kooistra


Wielwebben

De webben van de hangmatspinnen zijn het meest sfeerbepalend voor de ingesponnen wereld van een herfsttochtend. Een ander soort web dat vrij veel aan te treffen is op Kampsheide is het wielweb. Wielwebben zijn rond, hebben spaken en zijn voornamelijk verticaal uitgespannen. Ze hebben een veel grovere structuur dan de hangmatwebben. Er zijn meerdere spinnensoorten die wielwebben maken.

De Kruisspin is daarvan wel een van de bekendste. Kruisspinnen zijn dan ook veel aan te treffen op Kampsheide. Een andere wielwebspin die erg veel voorkomt op Kampsheide is de Viervlekwielwebspin.Viervlekken zitten meestal verborgen in een hutje van spinrag aan de rand van het web. Vanuit het hutje, spinnenkenners spreken van een retraite, loopt een signaaldraad naar het centrum van het web.

Zodra een insect in het web belandt wordt de spin door de bewegingen in de signaaldraad gealarmeerd. Razendsnel komt de spin tevoorschijn om zijn slachtoffer te overmeesteren voor het de kans krijgt los te komen uit het web. De prooi wordt vastgesjord in spinrag en ingespoten met eiwitverterende enzymen. Het dier lost van binnen op waarna de spin zijn prooi makkelijk leeg kan zuigen.


Viervlekwielwebspin (Araneus quadratus) foto Sietse Kooistra


Wolfspinnen

In het voorjaar en de zomer zijn de Herfsthangmatspinnen heel wat lastiger te vinden. Ze zijn er wel maar nog niet in zulke hoge aantallen. Bovendien zijn de hangmatjes zonder de in het oog springende dauwpareltjes uit de herfstnevels een stuk lastiger te vinden. Aan spinnen overigens geen gebrek in de zomer. Een heideveld als Kampsheide is nu eenmaal een goed leefgebied voor heel veel soorten. Lang niet alle spinnen vangen hun prooien met webben.

Op vochtige plekjes tussen de hei zijn veel kleine zwarte spinnetjes waar te nemen. Deze dieren hebben geen vaste webstek maar rennen achter hun prooidieren aan als miniatuur wolfjes. Ze worden dan ook wolfspinnen genoemd. Spinnenkenners weten dat de zwart gekleurde kleintjes tot het geslacht Piratus worden gerekend. Deze piraatjes maken geen web maar kunnen wel spinnen. Ze gebruiken hun spindraad om er eicoconnetjes van te breien.

De vrouwtjes dragen deze eicoconnetjes met hun eitjes met zich mee onder het achterlijf.Vrijwel alle soorten wolfspinnen doen dat tot de eitjes uitkomen. Veel wolfspinnen dragen de uitgekomen jongen daarna nog een tijdje mee op hun rug tot ze hun eigen leventje gaan leiden. Ook de veel grotere Kraamwebspinnen jagen zonder web. De vrouwtjes van deze soort maken ook een eicocon van spinrag. Deze dragen ze niet onder hun achterlijf maar in hun kaken met zich mee. Als de eitjes bijna uitkomen maken deze spinnen pas een web.

Van dit web wordt een soort tentje gevormd tussen de heide. Het eicoconnetje wordt in de tent gehangen waarna moeder nog een tijdje voor de tent blijft zitten ter bewaking. Spoedig nadat de eitjes uitgekomen zijn vertrekt moeder spin en zijn de jongen verder op zichzelf aangewezen. Deze kraamwebben met daarin de vaak duidelijk zichtbare eicoconnetjes zijn gedurende de hele zomer aan te treffen op Kampsheide.




© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl