In en om Assen





"Dit is een kaping"


Bronvermelding:
Een artikel uit de Meppeler Courant d.d. 27 april 2007; een artikel van Eelco Kuiken. Geplaatst in het boek 'Dit is een kaping' van Janneke Wiegers. Verslag van de treinkaping bij De Punt van 23 mei tot 11 juni 1977.
Boom regionale uitgevers - Meppel. ISBN 978 90 9960247 0




Twintig dagen lang leven tussen hoop en vrees


Ze kon niet vermoeden dat die maandagochtend de meest bizarre twintig dagen van haar leven zouden beginnen. De toen 19-jarige Janneke Wiegers nam op 23 mei 1977 op het station Assen de trein van 8.57 uur om naar de Pedagogische Academie In Groningen te gaan. Even later schrok iedereen op door een hard gesis: er was aan de noodrem getrokken. De beruchte treinkaping bij De Punt was begonnen. De nu 49-jarige Staphorstse schreef haar bevindingen op in het korte verslag 'Dit is een kaping'. Jarenlang voelde ze zich angstig en depressief, maar ze heeft de gijzeling uiteindelijk, na jaren, een plekje kunnen geven. 'Ik heb er behoefte aan mijn verhaal te vertellen.'

Haar bijzondere verhaal draagt de titel 'Dit is een kaping' en dat is precies de kreet die één van de Molukkers slaakte toen hij de coupé van Janneke binnendrong. 'Blijf zitten, dan gebeurt je niks', voegde de kaper hieraan toe. Het zijn zinnetjes die Janneke nooit meer vergeet. Twintig dagen lang leefde ze tussen hoop en vrees in de trein.


"Ze wisten niet dat daar mensen sliepen..."

Ze zag een man voor haar ogen dodelijk getroffen worden door een kogel tijdens de bevrijding door mariniers op 11 juni, 487 uur na het begin van de kaping. Bijna dertig jaar geleden is het, maar Janneke kan zich bijna elk detail nog voor de geest halen. Vooral van de eerste angstige dag en natuurlijk van de bevrijding. 'Door mijn geloof had Ik geen angst om dood te gaan. Het waren angstige momenten, daar op de grond tussen de banken, terwijl de kogels om je oren vlogen.'

Een vreemde tijd werd het in de trein. De wereld keek toe, terwijl de passagiers nauwelijks nieuws van buitenaf kregen. Angst en verdriet waren er, maar ook geborgenheid bij medepassagiers. Ook van de gewelddadige bevrijding in de vroege ochtend van 11 juni door mariniers kan ze zich nog alles herinneren. 'De aanval waar iedereen bang voor was geweest, begon.' Elke minuut leek een uur te duren, terwijl ze alles registreerde en opsloeg, liggend op de grond onder een bank in de eersteklas-coupé, terwijl de kogels die een medepassagier een paar meter verderop doodden, door de ruimte vlogen. Ook Ansje, een meisje waarmee Janneke bijna twee weken in de coupé had gezeten, overleefde de bevrijding niet. 'De mariniers doorzeefden de halletjes tussen de coupés, om ervoor te zorgen dat de kapers niet bij de gijzelaars konden komen. Ze wisten niet dat daar mensen sliepen...'


Na enkele dagen werden er dekens gebracht

Toen na ongeveer tien minuten na vertrek uit Assen op de ochtend van de 23e mei een Molukker met een geweer voor het coupéraampje verscheen, wist Janneke, die direct om de hoek van de deur zat, meteen hoe laat het was. De traumatische gijzeling bij Wijster, ook door Molukkers, lag nog vers in het geheugen. Negen kapers, acht mannen en één vrouw, overmeesterden de trein. 'Ze schoten in de vloer en in het plafond om ons te intimideren', blikt de Staphorstse terug. Heel wat passagiers wisten te ontsnappen in die hectische eerste minuten, maar Janneke zag geen kans de trein te verlaten. Sterke kerels, mensen met een zwakke gezondheid en moeders met kinderen mochten direct weg. De 54 passagiers die overbleven, werden verzameld in de coupé van Janneke. In opdracht van de kapers werden de ramen dichtgeplakt met kranten. Janneke nam ook de rol plakband ter hand. Dit beeld van die dichtgeplakte trein ging de wereld over.

'Die nacht was het koud. Ik had mijn turnbroek en sokken van de gym aangetrokken. Van slapen kwam niet veel terecht. Je kon het beter 'de nacht doorbrengen' noemen', schrijft Janneke in 'Dit is een kaping'. 'We zaten met z'n drieën bij elkaar, Anne, Cor en Ik. Mijn normen werden drastisch omgegooid. Ik had me niet voor kunnen stellen dat ik een man, die ik de dag ervoor nog niet kende, zou vragen of ik tegen zijn schouder mocht slapen. De tweede nacht kreeg ik z'n leren jasje tegen de kou. Na enkele dagen werden er dekens gebracht. Dat was heerlijk. De eerste nachten hadden we het zó koud, dat we geen oog dicht deden. Ik sliep met twee meisjes tussen zo'n 35 mannen en jongens. Het viel niet mee een goede slaaphouding te vinden. Op de grond of, zoals één van de mannen probeerde, in het bagagerek, beide waren geen succes.'


In het vuurgevecht verloren zes van de negen kapers het leven

Na een week mocht ze met nog twee andere meisjes naar de eerste klas, het deel van de trein waar de wat zwakkere mannen zaten en alle andere vrouwen. De sfeer was er relaxter. Het duurde drie dagen voordat er eten werd gebracht. Na een week kwamen er ook andere zaken mee. Schoon ondergoed, boeken en spelletjes werden met lorries gebracht. 'Hoewel het ongelooflijk klinkt, werden materiële zaken belangrijk. Soms konden we een verzoek indienen. Toen een vrouw op het idee kwam ook schone bh's te vragen, hadden de kapers daar geen problemen mee. 'Schrijf je maat maar op, de regering betaalt wel', klonk het. Janneke kreeg de taak de catering voor haar rekening te nemen, het eten uit te delen. Het leven in de trein kreeg zowaar ritme, werd zelfs een beetje 'gewoon'.

'We dachten dat we er nooit uit zouden komen. 'De regering heeft jullie in de steek gelaten', zeiden de kapers'. De eerste week staat Janneke nog helder voor ogen. 'Elke avond hoopte je dat het voorbij was, maar de dagen regen zich aaneen tot weken. Tijdloosheid overviel ons.' De mannen kwamen soms op bezoek bij de dames. Dan werd er gekaart en handwerken werd een hobby in de trein, ook onder de heren. 'Ik zou op die maandag dat de kaping begon onder andere tekenles hebben, had dus tekenspullen bij me. Ik heb toen een paar tekeningen gemaakt', zegt Janneke dertig jaar later in haar woning in Staphorst. Met plakkaatverf schilderde ze de weilanden, die ze door een kier tussen de kranten kon zien en ze maakte een soort stamboom met daarin de namen van alle passagiers en de kapers. Het zijn kostbare werkstukjes die ze zorgvuldig heeft bewaard.

De kapers hadden overduidelijk instructies gekregen geen persoonlijke banden aan te knopen met de gijzelaars. Een aantal was bot en intimiderend. Maar sommigen waren wel aardig. 'Philip was heel anders. Ik kon goed met hem opschieten. Er werden eens T-shirts gebracht, toen ik het halletje binnenkwam. Hij vroeg me een Molukse vlag op zijn shirt te borduren. Dat heb ik met plezier gedaan', schrijft Janneke. In de vroege ochtend van 11 juni hoorden de gijzelaars hevig geweervuur dat overduidelijk niet van de kapers kwam. Ook zes straaljagers vlogen met bulderende naverbranders op enkele meters hoogte over de trein. 'We zagen het vuur voor de ramen maar wisten niet wat het was.' Wat er toen gebeurde, zal Janneke nooit vergeten.

Een van de kapers kwam binnen en wilde dat iedereen ging staan. 'Hij zat aan mijn arm te trekken en riep: 'Ga staan, ga staan!', wat natuurlijk levensgevaarlijk was en hij richtte zijn uzi op mij. Mijn gegil bracht hem in verwarring en hij liet mij los. Medepassagier Harm werd voor de ogen van Janneke dodelijk getroffen, nadat hij wél ging staan. In het vuurgevecht verloren zes van de negen kapers het leven. 'De strijd duurde misschien vijf minuten, maar het leek uren te duren.' Niet lang daarna was het voorbij en stonden de gijzelaars verdwaasd buiten, na bijna drie weken.


Langzamerhand kreeg de angst steeds meer grip op mij. In de bus of de trein, in grote mensenmassa's

Janneke sprak tegen familie en vrienden maar mondjesmaat over haar ervaringen en de angsten die langzaam kwamen opzetten. Het leven in de trein stond zo ver af van het normale bestaan dat je het nauwelijks kon delen. Bovendien ebde de belangstelling vrij snel weg. 'Langzamerhand kreeg de angst steeds meer grip op mij. In de bus of de trein, in grote mensenmassa's.' Ook die keer dat ze angstig voegtijdig de bus verliet in Smilde toen een groep Molukkers Instapte, vertelde ze aan niemand. Angst voor reizen per bus en trein werd angst voor de Russen. Het was de tijd van de Koude Oorlog. Het kon immers zo maar mis gaan. 'Ik voelde me vogelvrij.' Het duurde jaren voordat Janneke over deze angst heen was.

Ze ging een paar weken naar Canada om daar mogelijk te gaan werken. 'Ik kwam erachter dat ik mijn angst meenam.' Heel langzaam ging het beter, nam de angst af. Al vrij snel na de kaping schreef ze haar ervaringen op. Deze hebben jarenlang in de kast gelegen. Pas onlangs besloot Janneke haar verhaal te gaan herschrijven. Ze zag in de krant een reportage van een legerfotograaf, die zijn foto's voor het eerst publiceerde. Het was het laatste duwtje in de rug dat ze nodig had. Het is geen dagboek, maar herinneringen aan die bizarre kleine drie weken in de trein. Janneke zou wel willen dat het wordt uitgegeven. 'Het heeft mijn leven niet blijvend beïnvloed. Maar dit vergeet je natuurlijk nooit.' De belangstelling was overweldigend. Het werd een dag om nooit te vergeten.


De namen in bovenstaand artikel zijn in verband met de privacy gefingeerd


Dramatisch einde van de gijzelingen (Polygoon) 1977


Op 23 mei 2007 is het dertig jaar geleden dat negen gewapende Zuid-Molukse jongeren een trein kapen bij het dorp De Punt. Op diezelfde dag worden leraren en leerlingen op een lagere school in het Drentse Bovensmilde gegijzeld door vier Zuid-Molukse jongeren. Polygoon doet hierover verslag.


Molukkers herdenken einde treinkaping De Punt


Bronvermelding:
De Telegraaf d.d. 11 juni 2012


Bron foto: ANP


Honderden Molukkers hebben maandagmiddag in Assen en Bovensmilde herdacht dat 35 jaar geleden met militair ingrijpen een einde werd gemaakt aan de kaping van de trein bij De Punt. Bij de bestorming van de trein op 11 juni 1977 kwamen zes van de acht jonge Molukse activisten om het leven. Ook twee gijzelaars werden gedood. De traditionele herdenkingsdienst werd dit jaar voor de Molukkers overschaduwd door de onderscheiding die minister Hans Hillen van Defensie wil uitreiken aan de mariniers die de trein bestormden en de ruim 40 gegijzelden bevrijdden.

Volgens de Molukse regering in ballingschap is bij de bestorming buitensporig veel geweld gebruikt en was die ,,feitelijk een doelgerichte executie''. Een decoratie voor de militairen vindt de RMS-regering daarom ,,schandalig''.

,,Het decoreren van de militairen is slecht en ondoordacht. Wonden die na 35 jaar nog steeds dicht aan de oppervlakte zitten, worden weer opengereten. Geen lintjesregen voor een regen van kogels'', benadrukte de RMS-regering in ballingschap maandag. De RMS-regering legde samen met familieleden van de omgekomen kapers kransen en bloemen bij het monument voor 'De zes van De Punt' op begraafplaats De Boskamp in Assen. ,,Onze helden zijn gestorven voor hun idealen. Idealen, die ook de onze zijn.''

De kaping was erop gericht om Nederland te dwingen een onafhankelijke republiek der Zuid-Molukken te erkennen. Ook eisten de kapers vrijlating van Molukse gevangenen die vastzaten wegens de treinkaping in 1975 bij Wijster. De treinkaping in 1977 bij De Punt vond gelijktijdig plaats met de gijzeling van schoolkinderen en leerkrachten in Bovensmilde. Na enkele dagen werden de scholieren vrijgelaten, nadat ze ziek waren geworden. De school werd op dezelfde dag als de trein, bijna drie weken na het begin van de gijzelingen, bestormd door mariniers van de Bijzondere Bijstands Eenheid. In Bovensmilde vielen geen slachtoffers.


'Bizar om opzettelijk doden van mensen te belonen'


Bronvermelding:
Trouw d.d. 25 juni 2012. Een artikel van Kees Kommer, majoor b.d. Koninklijke Mareschaussee in 1977 één van de bevelvoerende officieren


Archieffoto van de treinkaping bij De Punt in Drenthe. Bron ANP


Het is onethisch en bizar dat de overheid het - in haar opdracht - doden van gijzelnemers in De Punt achteraf beloont. Minister Hillen van defensie wil de militairen onderscheiden die op 11 juni 1977 betrokken waren bij het beëindigen van de treinkaping bij De Punt en de gijzeling van leerkrachten in de school in Bovensmilde.

Het gaat om de leden van drie 'bijzondere bijstandseenheden'. Rond de school in Bovensmilde zijn de precisieschutters van de BBE-rijkspolitie ingezet. Rond de trein de precisieschutters van de BBE-krijgsmacht (BBE-K), onder commando van drie marechausseeofficieren en bestaande uit onderofficieren van de Koninklijke Marechaussee, onderofficieren van de landmacht en mariniers. En tot slot de leden van de BBE-mariniers die na het plaatsen van de springramen de gekaapte trein binnengingen.

De aanval op de trein bij De Punt heeft zich in fases voltrokken. In de vroege morgen van zaterdag 11 juni 1977 duiken Starfighter-straaljagers op de trein. Tijdens het optrekken zetten ze hun naverbranders aan met het doel de inzittenden 'te bevriezen'. De precisieschutters van de BBE-K, aan beide kanten op korte afstand van de trein gelegen, beschieten daarna bepaalde delen van de trein. Twee teams mitrailleurschutters van de landmacht doen aan de beschieting mee. In een tijdsbestek van zo'n drie minuten worden drie- tot vierduizend patronen op de trein afgevuurd.

Om niet door 'eigen vuur' te worden getroffen, krijgt de commandant van de BBE-mariniers pas na 'einde vuur' het bevel om naar de trein op te trekken. Na het plaatsen van de springramen gaan de mariniers de trein in. Zij treffen daar zes dode Tango's (aanduiding van target, doelwit; red.) en twee dode passagiers. Hun resten nog drie Tango's van wie er - naar verluidt - één heeft geschoten.

Het beëindigen van de treinkaping en het ontzetten van de school was een gecoördineerde actie, geleid door de commandant van de BBE-krijgsmacht. De actie werd uitgevoerd in opdracht van de regering, te weten de leden van het crisiscentrum. Het besluit werd genomen na advies van de leider Plaats Delict (een politieman), de leden van het beleidscentrum in Assen in casu de commandanten BBE. De opdracht was: Tango's uitschakelen. Zoveel mogelijk om daardoor het risico zo klein mogelijk te maken dat de BBE-mariniers beschoten zou worden. Dus niet met het doel de Tango's te doden, maar om het gevaar voor de mariniers die de trein in moesten te minimaliseren.

De leden van de BBE-krijgsmacht hebben dus gedood in opdracht van de overheid. Als een van de bevelvoerende officieren maakte ik daar deel van uit. Wil ik daarvoor een onderscheiding? Nee. Ik vind het ethisch onjuist dat de overheid het - in haar opdracht - doden van mensen beloont. Bizar ook, want diezelfde overheid stelt in het Wetboek van Strafrecht het al dan niet opzettelijk doden strafbaar.

Daartegenover staat dat de overheid ook haar burgers - treinpassagiers en schoolkinderen - moet beschermen. Zij heeft het recht middelen in te zetten die ertoe moeten leiden het onrecht te beëindigen, ook als dat de dood van andere burgers tot gevolg heeft.

Dat houdt echter niet in dat de getrainde uitvoerders voor die actie beloond moeten worden. Het toekennen van onderscheidingen zou naar mijn mening moeten worden getoetst aan de Universele verklaring van de rechten van de mens.


Onderzoek gijzelingsdrama "De Punt" gesaboteerd

Bronvermelding: Herstel de Republiek, 15 april 2014



Lezers van de website 'Herstel de Republiek' zijn bekend met het feit, dat een onderzoek van staatswege niets met waarheidsvinding heeft te maken, maar met goedpraterij, afdekken, indekken, toedekken en geheimzinnigheid. Kortom: de doofpot-procedure.

Het door de nabestaanden van de gesneuvelde kapers tijdens de bevrijdingsactie op 11 juni 1977 bij De Punt gevraagde onderzoek is “gehonoreerd” door dienaar des “konings” (minister) Ivo Opstelten. Hij heeft een brief aan de Staten Generaal geschreven, waarin hij uitlegt hoe hij dat onderzoek vorm gaat geven en vooral WIE hij dat gaat laten doen.

Bij een onderzoekscommissie is het van groter belang te weten WIE er in zitten, dan WAT er moet worden onderzocht. Door te identificeren WIE er als “deskundigen” worden toegevoegd aan een onderzoekscommissie, kunnen we met grote waarschijnlijkheid al voorspellen wat de uitslag wordt. Hieronder de brief van de “minister”:


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Datum 1 april 2014

Onderwerp: Verzoek over onderzoek treinkaping De Punt

In antwoord op het verzoek van de vaste commissie voor Defensie van 28 januari 2014 (met kenmerk 33750-VI-96/2014D02809) over nadere informatie over de externe deskundigen in het kader het onderzoek treinkaping De Punt, bericht ik u, mede namens de minister van Defensie, als volgt:

Zoals vermeld in mijn brief van 20 december 2013, is nader archiefonderzoek nodig teneinde uw vragen te beantwoorden. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een ambtelijke werkgroep bestaande uit medewerkers van onze ministeries. Waar dit voor de interpretatie van archiefstukken nodig is, zullen deskundigen worden geraadpleegd.

Ik heb daarnaast, zoals aangekondigd in voornoemde brief, drie externe deskundigen bereid gevonden om toe te zien op de volledigheid en zorgvuldigheid van het onderzoek. Dit zijn mr. F.W.H. van den Emster, senior rechter bij de rechtbank Rotterdam en oud-voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, prof. dr. J.Th.J. van den Berg, emeritus-hoogleraar parlementaire geschiedenis en Luitenant-generaal b.d. A.C. Oostendorp, voormalig inspecteur-generaal der Krijgsmacht. Deze externe deskundigen zullen gedurende het onderzoek regelmatig worden geïnformeerd over de bevindingen van de werkgroep en de voortgang. Vanzelfsprekend hebben deze deskundigen te allen tijde toegang tot de beschikbare archiefstukken.

De inventarisatie en het beschikbaar maken van het archiefmateriaal en de nadere analyse daarvan kost meer tijd dan verwacht. Ik zal uw vragen voor 1 december 2014 beantwoorden.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


“Het kost weer meer tijd dan verwacht”- natuurlijk staan we daar niet van te kijken. De “deskundigen” moeten klaarblijkelijk goed worden in geprogrammeerd omtrent de richting van het al gereed liggende antwoord, die de “minister” voor 1 december 2014 gaat opdreunen. Naar alle waarschijnlijkheid zal die datum een paar keer doorgeschoven worden. Tijd heelt alle wonden. Nu de “deskundigen” bekend zijn, kunnen we redelijk bepalen hoe de witwasoperatie zal worden uitgevoerd.

(1) De gewezen voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak zit in het chantabele circuit. Want wie in rechterlijk Nederland hogerop wil komen, gaat over lijken of wordt gechanteerd. Dit exemplaar weet hoe de hazen lopen.

(2) Prof. Dr. Van den Berg RU Leiden) is PvdA ideoloog, met Joop den Uyl als lichtend voorbeeld. Deze overleden NSB-sympathisant gaf groen licht voor de executie, die hij als een nederlaag heeft ervaren. Die moet dus postuum in bescherming worden genomen door een fan met een geleerde titel.

(3) Lt.-Generaal Oostendorp is volgehangen met versierselen, wegens vermeende heldendaden, ons verder niet bekend. Hij moet goedpraten waarom er DUIZENDEN kogels nodig waren om zo weinig mogelijk slachtoffers te maken.

Terwijl de mariniers destijds ter plekke een heel andere oplossing voor ogen stond, werd door de “regering Zur Lippe Biesterfeld” een massale aanval doorgedrukt . Met grof geweld is een einde gemaakt aan de drie weken durende gijzelingsactie. De mariniers zijn met een moord-consigne opgezadeld: “Geen gevangenen maken, mannen!” Eén van de groepen heeft daar geen gehoor aan gegeven en heeft kapers ontwapend en in de boeien geslagen. Ook in Boven Smilde hebben de bezetters van het schooltje zich zonder slag of stoot overgegeven. Er is daar geen schot gelost. De rest in de trein is (in opdracht) doodgeschoten. Er is een voorbeeld gesteld om er voor te zorgen, dat men van de Molukkers geen last meer zou hebben. Geen last meer van de RMS, geen last meer van gedane beloften aan de Ambonezen die tot op het bot zijn vernederd in kampen en geen rechten hadden, want het was toch maar een tijdelijke geschiedenis. Vandaar dat ze werden ondergebracht in kampen als Westerbork en Amersfoort……broeinesten van het Moluks verzet.

Zou dat worden onderzocht? Zou er een openbaar verhoor plaatsvinden? Of gaan we het alleen maar hebben over hoeveel kogels er nodig waren geweest? De uitkomst zal zijn, dat het allemaal best anders had gekund met de kennis van nu. Gedane zaken nemen echter geen keer. Het kon niet anders dan met grof geweld, gelukkig zijn er maar twee gijzelaars omgekomen, het had immers veel erger kunnen aflopen?

Het gaat niet om de onderzoeksresultaten, het om de keiharde feiten die uit het rapport moeten worden gehouden. Gegarandeerd, dat er verslagen in de archieven blijven liggen wegens “staatsgeheim”. Want wie gaat er over die archieven? Deskundigen zijn nodig om met een wollig verhaal details belangrijk te maken en de essentie “vergeten”. Die pertinent NIET onafhankelijke deskundigen moet je dan wel richtlijnen meegeven, om het correcte rapport in elkaar te draaien. Door de veroorzaker van het probleem een onderzoek te laten doen, pleegt men sabotage. Door het uitlichten van een detail uit een complex geheel, omzeilt men de werkelijke oorzaak van het probleem. Het is goed beschouwd een beproefde methode om slachtoffers tot dader te maken en de daders vrijuit te laten gaan.

Zoiets noemen wij een DOOFPOTCONSTRUCTIE.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl