In en om Assen





Huize Nijenrode in Assen


Deze foto toont Assen voor de periode van ‘het snelle geld’. Al dit fraais moest plaats maken voor wanstaltige bouwsels. Slecht de theekoepel op de voorgrond werd (uiteindelijk) herbouwd in de Gouverneurstuin. (collectie: Drents Archief)


Inleiding

Een kleine dertig jaar terug stond er in Assen een kasteeltje. Tenminste .... zo werd het opvallende huis op de hoek van het Stationsplein genoemd. Het had inderdaad wel iets weg van een kasteel, door de toren, de rijzige bouw, en de archaïserende elementen. Mieke Kraijer beschrijft het huis en de geschiedenis ervan.

Oudere Assenaren herinneren zich nog goed het neogotische 'kasteeltje van veearts Staal' op de hoek van de Stationsstraat. Het werd het meest typische huis van Assen genoemd, kenmerkend voor de eerste bewoner, de romantisch geaarde mr. W.L. van den Biesheuvel Schiffer. Er werd zelfs beweerd dat Nijenrode ontworpen was door P.J.H. Cuypers, de architect van o.a. het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam. Toen 13 december 1967 een artikel in de krant verscheen met de aanhef 'kasteel Nijenrode verdwijnt', was dat dan ook het gesprek van de dag. En dat bleef het lange tijd, zelfs nu nog komt de sloop van dat bijzondere huis op allerlei momenten ter sprake.

Gebouwen jonger dan honderd jaar stonden in 1967 niet op de monumentenlijst. Gelukkig is kort voor de sloop uitgebreid gefotografeerd door de provinciale fotodienst en zijn enkele onderdelen van Nijenrode opgeslagen in het depot van de provincie. Zo is toch nog iets bewaard gebleven van een huis dat een aantal jaren later hoogst waarschijnlijk beschermd zou zijn geweest. Een speurtocht leverde bovendien nog meer foto's op, in het bezit van achterkleinkinderen van de bouwer van het huis.. Foto's en mededelingen van bewoners en archiefgegevens geven samen een redelijk volledig beeld van een uniek huis.


Nijenrode enkele jaren oud, ca. 1880.


De bouw van Nijenrode

Inwoners van Drenthe konden op 5 juni van het jaar 1878 het volgende lezen in hun krant:

'Wij ontvangen het volgende ter plaatsing: Het gebouw dat aan den parallelweg, aan de noordzijde van den oprid naar het plein van het station van den Staatsspoorweg te Assen, verrezen is in zeer antieken stijl, maakt met zijn toren, dakvensters, wind- vanen enz. een verrassenden indruk en doet den ontwerper van het plan in alle opzigten kennen als een man van smaak en geheel op de hoogte van den bouwstijl onzer vaderen '

Naar alle waarschijnlijkheid was de inzender van dit artikel dezelfde als de opdrachtgever voor de bouw van Nijenrode, namelijk mr. Wouter Lucas van den Biesheuvel Schiffer, toen nog gewoon Schiffer geheten. Mr Schiffer was hevig in kunst en historie geïnteresseerd. Zo was hij jarenlang voorzitter van de commissie van bestuur van het Drents Museum, ijveraar voor het behoud van Drentse oudheden en schrijver van vele artikelen in de Nieuwe Drentsche Volksalmanak, waarbij de reeks gewijd aan de oude Drentse kerken opvalt. In 1875 was hij eigenaar geworden van drie percelen op de hoek van de toenmalige Parallelweg en de Stationsweg, samen een kwart hectare op een opvallende locatie.

Pas drie jaar later, op 5 maart 1878, werd de eerste steen gelegd van het nieuwe huis, een happening waaraan de dochter van mr. Schiffer, vlaggen en een met groen en linten versierd kalkbakje te pas kwamen. Twee jaar tevoren was er al een lange tuinmuur gebouwd en een bouwplan gemaakt. Op 3 augustus 1877 echter had mr.Schiffer tekeningen van een nieuw bouwplan naar B.en W. van Assen gezonden, die hen er toe overhaalden hem toe te staan de rooilijn van de Parallelweg te overschrijden, iets wat anderen, ondanks herhaalde verzoeken, niet gelukt was. De bouw van Nijenrode nam veel tijd in beslag. Hoewel de familie Schiffer nog in januari dacht het huis per 1 mei 1878 te kunnen betrekken, konden ze pas begin juli verhuizen.

Op 14 augustus waren mortelmolen en steigerpalen te koop, een teken dat het werk niet was uitgevoerd door een plaatselijke aannemer. Diens naam wordt helaas nergens vermeld, evenmin als die van de architect.


Indeling van het huis

Er zijn geen bouwtekeningen bewaard gebleven, maar op grond van kadastrale gegevens, foto's en mededelingen van de bewoners kunnen we ons toch een beeld vormen van het huis. Aan de buitenkant vertoonde Nijenrode inderdaad enige gelijkenis met de oudste afbeeldingen van het gelijknamige kasteel in de provincie Utrecht bij Breukelen. Het huis was echter geen imitatie, maar een oorspronkelijke architectonische creatie, waarin veel oudere stijlelementen verwerkt waren.

Het kadaster noteerde voor het Asser Nijenrode slechts 130 m2 als oppervlakte voor de begane grond. Deze lag bijna geheel drie treden hoog: een bezoeker moest eerst de drie blauwe stoepstenen naast de toren bestijgen voor hij onder het sierlijke gietijzeren afdak aan de bel kon trekken. Binnen waren twee grote kamers, op het zuiden en westen gelegen, beiden met een elegante marmeren schoorsteenmantel en een plafond versierd met fijne schilderingen in de hoeken en rijk stucwerk waar de gaslampen hingen.


Nijenrode ca.1880.


Echt bijzonder was het met gotische motieven beschilderde gewelf van de hal. Het licht viel hier binnen via het glas-in-lood van de smalle ramen in de torentrap. Verder was er een ruime keuken met een lager gelegen aanbouw met regenput en weiwaterpomp en een smalle kamer met een dubbele deur naar de tuin. De eerste verdieping was iets kleiner en bevatte één grote en twee kleine kamers op het westen of noorden gelegen. Bovendien was er een grote kamer op het zuiden. Hier was een gotische schouw met de stamboom van de familie erop geschilderd, glas-in-lood ramen met de familiewapens en een balkenzoldering met in bladgoud uitgevoerde letters op de middelste balk.

Duidelijk geen slaapkamer, maar de privékamer van de heer des huizes. De trap in de toren naar de zolder en naar beneden werd op deze verdieping afgesloten door een dubbele deur met glas-in-lood en geëtst glas in neogotische stijl. Dan was er nog een ruime kelder met op werkhoogte een nis in de muur voor wijnflessen en een zolder over het hele huis. In ieder geval in 1920 was hier, behalve een meidenkamertje met bedstee, alleen een badkamer, waar een reusachtige gasgeiser zorgde voor warm water. Indien het bad van mr. Schiffer hier indertijd ook stond, betekent dit dat het 'zuiver welwater' om het bad te vullen hoog opgepompt moest worden vanuit de bijkeuken.

Het gebruikte badwater liep volgens een mededeling van Schiffer naar een gootje langs het huis, samen met het keukenspoelwater en het regenwater, om tenslotte in de bermsloot langs de Parallelstraat te belanden. Er waren ook maar liefst 'drie privaten, welke tweemalen in de week door de stadsdrekmenners worden geruimd'. Twee van die privaten zaten volgens een uitgekiend systeem boven elkaar in de oren. De grote opvangbak kon beneden in een deurtje van buitenaf verwijderd worden. Het derde privaat moet elders geweest zijn, waarschijnlijk in de aanbouw achter de keuken. Een goede plaats voor de inwonende meid2 en los personeel


Bewoners en veranderingen

Tot zijn dood in 1901 bewoonde mr. Schiffer het huis. Aanvankelijk met zijn vrouw en jongste kind, de laatste jaren alleen. Schiffer werd voortdurend geplaagd door geldgebrek: de bouw van het huis was een dure zaak geweest en hij had het huis bovendien verfraaid met 'daarbij passend ameublement'. De totale waarde van zijn inboedel bleek na zijn dood ƒ 7.000 te zijn, zijn huis bracht bij verkoop ƒ 11.000 op.

De nieuwe bewoners, de weduwe Bosscher en zes ten dele reeds volwassen kinderen, lieten direct na de aankoop van Nijenrode een grote 'serre' bouwen aan de tuinzijde van het huis. De twee ramen van de grote kamer op het westen werden daartoe veranderd in dubbele deuren, die uitkwamen op de erker. Deze erker werd deskundig en geheel in de stijl van het huis aangebracht. Er werd ook waterleiding aangelegd en de heg werd vervangen door een gietijzeren hek. Veearts Staal, die in 1914 het huis kocht van de bekende glasfabrikant Hendrik Meursing uit Nieuw-Buinen, liet de muur tussen erker en kamer helemaal wegbreken en bovendien een glazen deur maken tussen deze kamer en de voorkamer.

Dit waren ingrepen die weer enigszins het licht dat de erker wegnam in het huis terug moesten brengen. Verder werden op zolder kamers gemaakt voor de kinderen. Het tonnetjessysteem was in 1923 vervangen door een septictank. Het stucwerk van de plafonds bleef behouden toen in plaats van gasverlichting electriciteit kwam. Voor de tuin, die in een verkoopadvertentie in 1907 nog als 'prachtig aangelegd' werd aangeduid, werd een nieuw plan gemaakt door hovenier Schuilenburg. Er kwam een vijver, een bruggetje en later nog een prieeltje.


Links op de prachtige schouw het wapen van de familie Schiffer


De nadagen van het huis

Na de Tweede Wereldoorlog begon het huis gebreken te vertonen. In 1945 was een toppinakeltje kapot. Het werd provisorisch hersteld. Later bleek het huis te verzakken: aan de zijde van de Parallelstraat ontstond een scheur van drie vingers diep en de bovenkamer aan de Stationsstraat begon te hellen. Was de oorzaak de aanleg van een diepriool? Een breuk in het riool, waarbij de tuin onder water liep, kan de zaak nog verergerd hebben. In ieder geval moest rond 1960 aannemer Dood en Rotteveel ingeschakeld worden. Alle vier bogen boven de ramen aan de Stationsstraat werden vervangen, maar helaas de onderste twee niet in stijl. De balkenzoldering in de bovenvoorkamer was door de verzakking gedeeltelijk verrot en werd zorgvuldig gerestaureerd.

In 1964 overleed de weduwe Staal en moest het huis verkocht worden. Het feit dat Nijenrode geen monument was, werd het huis nu noodlottig. De nieuwe eigenares, de vereniging 'Nederlands Hervormde Stichtingen voor Zenuw- en Geesteszieken' wilde op die plek een nieuw dagziekenhuis bouwen. Het oude huis daarvan onderdeel laten uitmaken, zoals aanvankelijk de bedoeling was, werd tenslotte toch afgewezen. Begin januari 1968 begon sloper Bos met de afbraak van het toen bijna negentig jaar oude pand. De sloop van Nijenrode vond plaats in een tijd dat Assen geheel in de ban was van afbraak, doorbraak en modernisering. Het 'Plan Uitleg Kern' werd ontwikkeld, de Hertenkamp en de sluis met de trambrug verdwenen, de resten van Valkenstijn werden opgeruimd.

Protest daartegen was er in die tijd wel, maar vooral binnenskamers. Toch nam de 'Stichting' het zekere voor het onzekere. Hoewel er van nieuwbouw op die plaats voorlopig geen sprake zou zijn - méér dan acht jaar later kwam pas de eerste bouwvergunning af -moest Nijenrode onmiddellijk afgebroken worden. En daarmee verdween weer een van de zeldzame bijzonderheden van Assen. Tegenwoordig, met de hernieuwde belangstelling voor neogotische architectuur, wordt het gemis dubbel gevoeld.


Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; nummer 1 / maart 1996. Een artikel van Mieke Kraijer - Otjens. Verantwoording foto's; - van boven naar beneden - ir. E.C.J. Swawing te Mierlo, mevrouw C.J.J. Doorenbos-Swaving te Middelburg






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl