In en om Assen





De hervormde kerk van Bovensmilde


Bronvermelding:
'Het Drentse Landschap'. Maart 2006, nummer 49. Een artikel van Olav Reijers, directeur van het Drents Plateau.


foto Rijksdienst voor Monumentenzorg


Langs de Drentse Hoofdvaart tussen Smilde en Assen, midden in Bovensmilde, ligt een terrein met de hervormde kerk en bijbehorende pastorie. Vanwege de gaafheid en prachtige ligging is het hele complex in 1995 tot rijksmonument verklaard.

Bovensmilde is in de 19° eeuw ontstaan langs de Drentse Hoofdvaart toen de uitgebreide veengebieden tussen Assen en Smilde aan snee kwamen. Blijkbaar groeide de nederzetting snel want al in 1839 stond er een kapel waar kerkdiensten plaatsvonden. Dit gebouwtje stond precies tussen de huidige kerk en pastorie in. Tot 1860 hoorde Bovensmilde bij Hijkersmilde. Toen erkende koning Willem III het bij Koninklijk Besluit als eigen kerkelijke gemeente. Hij motiveerde dit besluit zo: "In aanmerking nemende dat het zielental dier gecombineerde gemeente bedraagt 4325, waarvan plus minus 1200 te Bovensmilde, dat een predikant in deze gecombineerde gemeente niet voldoende is te achten om te voorzien in hare geestelijke behoeften."

Bovensmilde kreeg dus het recht op een eigen kerk en predikant. De koning was wel goed maar niet gek, getuige de laatste zin uit zijn besluit: "Vergroting van de kapel dient te geschieden buiten bezwaar van 's Lands Kas."


Nieuwe kerk

De kapel was echter veel te klein en bouwvallig, zodat de kerkvoogden al snel een fonds in het leven riepen voor de bouw van een nieuwe kerk. Behalve provincie (uit een speciaal potje: de kas Ad pios usus, Latijn voor 'Tot vrome doeleinden') en particulieren droeg, jawel, ook het rijk hieraan bij. In 1868 werd met de bouw begonnen, 30 januari 1870 werd de kerk ingewijd. Het is een sober bakstenen gebouw op een rechthoekige plattegrond. De lange zijde met toegang ligt langs de Hoofdvaart. De uitspringende ingangspartij met stoep valt het meest op. Het bestaat uit een dubbele deur in een witte houten omlijsting met erboven een dubbelvenster. Het portaal wordt bekroond door een houten torentje met een opengewerkte klokkenstoel.

De gevels van de kerk zijn in vlakken verdeeld; elk vlak bevat een venster met glas-in-loodraam. In de noordmuur bevindt zich een tweede deur met omlijsting. Aan de achterzijde is de kerk in 1902 uitgebreid met een consistoriekamer. Het interieur is van een prachtige eenvoud. Tegenover de ingang staat de preekstoel en aan een van de korte wanden bevindt zich een tribune met orgel. Bijzonder en zeldzaam voor ons land zijn de gebogen banken die in een halfronde cirkel om de preekstoel heen staan. Het kerkje had oorspronkelijk een gipsen plafond maar dit is in 1921 vervangen door het huidige houten gewelf. Uitzonderlijk voor een protestantse kerk bevat het raam boven de ingang een afbeelding van Christus


Waterstaatskerk

De stijl waarin de kerk is gebouwd, past binnen een lange traditie. De gelijkstelling van godsdiensten in 1798 zorgde ervoor dat alle kerkgenootschappen weer kerken konden bouwen. In 1824 bepaalde de regering echter dat toestemming van de overheid nodig was bij bouw of verbouw van kerken. Dit toezicht lag bij het ministerie van Waterstaat. Kerken uit deze periode worden daarom vaak waterstaatskerken genoemd. Ten onrechte, want slechts in uitzonderingsgevallen sloegen de waterstaatsingenieurs zelf aan het ontwerpen. Het toezicht dat zij uitoefenden is te vergelijken met het welstandstoezicht van onze tijd, met dat verschil dat aan een positief oordeel van Waterstaat ook een rijkssubsidie vastzat. Het toezicht had nauwelijks invloed op de stijl waarin de kerken werden uitgevoerd.

Halverwege de 19e eeuw was deze stijl, het neoclassicisme, namelijk overal in trek. Er werd teruggegrepen op voorbeelden uit de klassieke oudheid, zoals grote symmetrische bouwblokken, zware kroonlijsten, zuilen en tempelfrontons. In Drenthe waren het juist de hervormde gemeenten die deze stijl adopteerden, met als bekendste voorbeeld de Jozefkerk in Assen. Waarschijnlijk hebben de kerkvoogden van Bovensmilde goed gekeken naar de grote buur. Beide kerken hebben dezelfde rechthoekige plattegrond met de monumentale ingang aan de lange zijde, bekroond door een toren. Iets van de grandeur van de Jozefkerk straalde daarmee af op Bovensmilde. Het kerkje van Bovensmilde is waarschijnlijk de laatste waterstaatskerk die werd gebouwd in Drenthe


Orgel

Het orgel is pas in 1897 in de kerk geplaatst, maar dateert in oorsprong uit 1684. De zoektocht naar de herkomst leest als een detective. De kas dateert grotendeels uit de bouwtijd en dit geldt ook voor een belangrijk gedeelte van het pijpwerk. Het is onbekend wie de oorspronkelijke bouwer is. Bij een restauratie zijn kranten uit 1809 en 1847 gevonden. Verder is bekend dat de huidige windlade in 1809 door L.J. van Dam is gemaakt. De sleutel tot het raadsel loopt via de orgelbouwer J.Proper. Hij kwam uit Kampen en bouwde daar in 1896 een nieuw orgel voor de doopsgezinde kerk, de vroegere Waalse kerk. Het oude orgel nam hij over en dit werd door hem in 1897 geplaatst in Bovensmilde. Op een gedenkplaat is te lezen dat het is geschonken ter nagedachtenis aan de familie Sickens door hun neven, de gebroeders De Wal. Op deze wijze werd het orgelbezit in Drenthe uitgebreid met een waardevol historisch orgel. Het is thans een van de oudste instrumenten in Drenthe.


Toekomst

In 1974-1975 is de kerk ingrijpend gerestaureerd. Aannemer Hendrik van Veen bood bij deze gelegenheid de koperen haan aan die nog steeds de toren siert. Ruim dertig jaar later staat het kerkgebouw opnieuw voor een ingrijpende wijziging. De gereformeerde en hervormde gemeenten van Bovensmilde gaan gezamenlijk verder als Protestantse Kerken Nederland en hebben besloten te kerken in de gereformeerde kerk uit 1953. Daarmee komt na bijna 135 jaar een einde aan het gebruik als hervormde kerk. Op 21 november 2004 is de laatste dienst gehouden. Naar het zich nu laat aanzien verrijst op het terrein achter de kerk een groot zorgcomplex van GGZ Drenthe. De Stichting Oude Drentse Kerken is bereid het voormalige kerkgebouw over te nemen en samen met GGZ te zoeken naar een nieuwe bestemming zodat dit waardevolle Drentse erfgoed behouden kan blijven.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl