In en om Assen





Het orgel van de Grote Kerk in Meppel


Bronvermelding:
'Er staat een orgel in ..., 60 belangrijke orgels uit alle provincies van Nederland'. Auteurs: Gert Oost, Bert Wisgerhof, Piet Hartemink. Uitgave: 1983. ISBN 90 246 4448 8



Het klankbeeld is zeer overtuigend en karakteristiek.


De Grote Kerk van Meppel dateert in eerste aanleg uit het begin van de vijftiende eeuw. De kerk bestaat uit een gotische zuidbeuk en een jongere noordbeuk, waarvoor in 1779 aan de koorzijde een neo-classicistische gevel werd geplaatst. In de jaren zestig werd de kerk geheel gerestaureerd. In de toren hangt een helder klinkende beiaard met 47 klokken, die op marktdagen (donderdags) bespeeld wordt. De bouw van het orgel verliep, zacht gezegd, niet vlekkeloos. Het werd gemaakt door Jan Harmens Camps uit het Friese Berlikum, die het orgelmakersvak van zijn vader Harmen Jans geleerd had en na diens dood in 1690 de orgelmakerij had voortgezet. Zijn gezin woonde in Berlikum 'Op de Camp', waarvan de familienaam is afgeleid. Behalve het orgel van Meppel maakte hij ook de orgels van onder andere Workum (1697) en Sloten (1711). Hoewel Camps al in 1712 met het orgel van Meppel was begonnen, duurde het tot 1716 voor het zover was, dat het gekeurd kon worden.

De organist N. Berff keurde het en constateerde daarbij enkele kleine gebreken en dat het orgel niet volgens het bestek gemaakt was. Camps had namelijk boven het bestek een borstwerk als derde manuaal toegevoegd. Camps kreeg daarop opdracht de gebreken te herstellen, zodat het instrument aanvaard zou kunnen worden. In 1717 vond een volgende keuring plaats, nu door de organist Hendrik Lageman uit Amsterdam. Zijn rapport was vernietigend voor Camps. Het vermeldde maar liefst zeven ernstige gebreken, waaronder 'zuysinge van wint', 'huijlingen van geluijt' en enkele registers die 'niet haar regte aard en eigenschap van geluyt (hebben)'. Daarna volgde een jarenlange briefwisseling tussen de opdrachtgevers en Camps, tot er op 13 april 1720 vanuit Meppel weer een brief aan hem werd gezonden, die er op neerkwam dat wanneer hij het orgel thans niet ging verbeteren, dit op zijn kosten door anderen zou worden uitgevoerd.

Spoedig daarna werd Jan Harmens Camps ernstig ziek; hij overleed in januari 1721. De bekwame orgelmaker Frans Caspar Schnitger uit Zwolle kreeg vervolgens opdracht het orgel te voltooien en hij ging voortvarend te werk. Hij verving Camps' springlade van het hoofdwerk door een sleeplade, vernieuwde de mechaniek, verbeterde de intonatie en plaatste nog drie nieuwe registers. In mei 1722 was het werk eindelijk gereed en werd het goedgekeurd door de Groningse organist Petrus Havingha. Bij de oplevering had het orgel drie manualen met daarop 27 stemmen, en een aangehangen pedaal. Het was daarmee het grootste orgel van Drenthe, waar de orgels in die tijd overigens dun gezaaid waren. In heel Drenthe stonden in 1722 zes orgels. In de negentiende eeuw werd het instrument langzaam maar zeker ontluisterd.

De amateur-orgelbouwer Zwier van Dijk uit Kampen verwijderde in 1882 het borstwerk en de Dulciaan 16' van het hoofdwerk. In 1905 verplaatste Proper uit Kampen de klaviatuur van de voorzijde naar de zijkant, haalde het rugwerk leeg en maakte daar een onder-positief van. Spiering uit Dordrecht plunderde in 1927 de originele frontpijpen en verving deze door zinken exemplaren. Bovendien liet hij twee vulstemmen van het positief het veld ruimen voor strijkers. Door al deze ingrepen was het karakter van het eens zo fraaie barokorgel grotendeels verloren gegaan. Toch bleef nog veel materiaal uit 1722 bewaard: het pijpwerk van 16 registers, windladen van hoofdwerk en rugpositief en een groot deel van de orgelkas.

In 1951 werd tot een algehele restauratie besloten, waarbij de toestand van 1722 als uitgangspunt werd genomen, echter met toevoeging van een zelfstandig pedaal, dat opgesteld werd in een nieuwe kas achter de hoofdkas. Deze restauratie werd uitgevoerd door de firma Mense Ruiter te Groningen, die het werk in 1953 begon en in 1967 voltooide. De orgelrestauratie werd door de langdurige kerkrestauratie onderbroken. Thans laat het Meppeler orgel zich horen als een stoer instrument met een krachtig plenum en fraaie soloregisters. Hoewel het naar de klank gerekend niet als een historisch, maar meer als een hedendaags orgel aangemerkt moet worden, is het klankbeeld wel zeer overtuigend en karakteristiek.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl